De ferry brengt ons in 25 minuten over van Pico naar onze volgende bestemming Faial. Je meert aan in het leuke plaatsje Horta.
Ons guesthouse had dit mooie uitzicht. Met de mooie Pico op de achtergrond.
Faial is niet heel groot maar heeft wel 2 mega hoogtepunten. De Caldeira vulkaan:
Een mooie wandeling rond de vulkaanrand
En de Capelinhos, is een redlijk jonge vulkaan, die in 1957 uitbarsten onder de zee en dit stuks land extra creëerde aan Faial. Het hele gebied is bedekt in as:
Na 2 dagen hebben we het eiland al 3 x doorkruist en iedere steen 2 keer omgedraaid. Dus het is weer tijd om verder te gaan
Onze eerste stop rechtstreeks vanuit Lissabon is Pico island, oftewel Pico. De naam komt van de gelijknamige vulkaan Pico. Met een hoogte van 2351 meter is het meteen de hoogste berg in Portugal.
Vaak verhuld in een wolkUitzicht op Pico van het kratermeer do capitão
Het eiland is het op een na grootste eiland van de Azoren met 447 km². Er wonen minder dan 15.000 mensen en er lopen enkele toeristen, 0,0 stoplichten te vinden maar vooral, zwarte kusten:
Natuurlijke zwembaden:
Mooie kraters:
Apart stollingsgesteente:
Overal mooie bloemen & planten:
Ze produceren veel wijn op het eiland, die eerlijk is eerlijk heel erg goed smaakt. Schijnbaar had, in de tijd, iedere tsaar zijn kelder vol liggen met deze wijn. Gelukkig voor ons is er nu alleen nog een wannabe tsaar, die niks geeft om Pico wijn. Flink aan de prijs, maar dat mag de pret niet drukken.
De wijnvelden zijn aangemerkt als UNESCO werelderfgoed. De wijnranken zijn geplant in groeven tussen de lava: eerst aarde erin, gevolgd door de wijnrank. Rondom deze wijnranken zijn lage muurtjes gebouwd van zwarte lavastenen om de wijn te beschermen tegen zout en wind.
De Pico beklimmen duurt zo’n 8 uur en hier moet je je van te voren op inschrijven. Dit hebben we maar even aan ons voorbij laten gaan en in plaats daarvan heel sportief wat extra wijn en voedsel naar binnen gewerkt.
Limpets en gamba’s in overvloed Bij onze favoriete foodtruckBij zonsondergang
4 dagen Pico zitten er alweer op, op naar het volgende eiland.
Op naar de langverwachte Azoren!! Maar niet voordat we de cultuur en drukte van een stad op gaan snuiven, in het altijd bruisende Lissabon.
Zo’n 10 jaar geleden waren we hier voor het laatst en het was dan ook weer een genot om terug te keren. Dit keer sliepen we niet in Lissabon maar aan de andere kant van de Taag, naast Almeda. Met het pontje vanuit Cacilhas ben je in 10 minuten in centrum Lissabon. In Cacilhas zijn leuke pleintjes en lekkere visrestaurants dit voor een fractie van de prijs in Lissabon.
Voor Lissabon is juni de maand van de vele festiviteiten, met als hoogtepunt het Festival van Santo António op 12 en 13 juni. Maar helaas pindakaas, we waren er natuurlijk pas de 14de. De straten hingen wel nog vol met versieringen, bandjes speelde en de geur van gegrilde sardines kwam uit alle hoeken. Aan sfeer en gezelligheid dus geen tekort.
Dag 1: Lissabon met haar leuke wijkjes
Dag 2: Wandelend langs de Taag naar Belém
Langs een nieuwe hippe buurt onder de brugPasteis de Belém
Dag 3: Verkoeling zoeken in het St. Tropez van Portugal: Cascais
Verder was het extra feest omdat Portugal moest voetballen in die dagen. Veel gejuicht, veel gevloekt, nieuwe mensen ontmoet en vooral genoten.