Vina & Pivo

Met andere woorden we sluiten deze vakantie af met wijn en bier.

Eerste stop wordt het wijnstadje Litoměřice, dit stadje ligt in een klein wijngebiedje in noord west Tsjechië. Het is een heel mooi en sfeervol stadje met zo’n 22.000 inwoners, maar de gebouwen hebben toch de allure van een grote stad. En je raad nooit wie er doorheen stroomt… de Elbe natuurlijk:

Op internet wordt gesproken over een “wine trail” van 15km die langs wijngaarden en wijnhuizen loopt. Makkelijk beloopbaar en genoeg te proeven onderweg werd ons beloofd. Er had al een belletje moeten gaan rinkelen toen de lokale VVV ons niet echt een duidelijke route kon geven. Maar goed, toch met goede moed op pad naar onze eerste proeverij.

Na het eerste uur berg op, geen wijnrank of wijnboer in zicht begonnen de moed al wat te zakken. Gelukkig werden we wel beloont met een mooi uitzicht:

Toen we de berg af liepen kwamen we eindelijk enkele wijnranken tegen, de route liep verder langs de gewone weg, waar we de auto’s probeerde te ontwijken. En ja hoor, de eerste wijnmakers kwamen in zicht, heel leuk, maar geen ene deed aan wijnproeverijen…. Alleen kopen, niet proeven was de boodschap. Halverwege de trail zijn we maar snel omgedraaid en de kortste route weer terug naar Litomĕřice genomen. Waar we meteen zijn neergestreken bij een van de wijnbarretjes. Poefglaasje (Nederlands glas tot de nok vol) voor 1 euro. Dus ik zeg bespaar je de “pittoreske” wijnwandeling en neem meteen plaats op het terras.

De volgende stop moet dan wel pivo, oftewel bier zijn. Het wordt hier overal veelvuldig gedronken en is een stuk goedkoper dan een kopje koffie. Er wordt zelfs bier to go geschonken naast de koffie to go. Ieder dorpje of stadje heeft wel een eigen pivorar (brouwerij), met meestal een paar varianten bier met allemaal een comfortabel alcoholpercentage tussen de 4 en 5%.

Waar kunnen we deze cultuur beter ervaren dan in de bakermat van de pilsener: Pilzen

En ja hoor, we kunnen het niet beter treffen er is een bier feest. Meer dan 50 verschillende Tsjechische brouwerijen die hun producten komen promoten onder het genot van gezelligheid en muziek:

Helaas zitten de 2 weken er alweer op, wederom voorbij gevlogen.

Boheems Zwitserland

In het noorden van Tsjechië, tegen de Duitse grens, ligt weer een erg mooi stukje natuur. Voor je ogen rijzen er enorme rotsformaties van zandsteen en diepe kloven gevormd door eeuwen van erosie. De makers van de film Narnia hadden groot gelijk om dit gebied als achtergrond te gebruiken, het is ruig en bijzonder. Het park Tiské stěny:

We sliepen in het plaatste Hřensko, gelegen in een mooie kloof die uitkomt in de Elbe (omdat we de Moldau maar niet los konden laten).
De ene kant van de Elbe is Tsjechië en de andere kant Duitsland.

Op pad dus met de benenwagen.

Eerste tocht is naar de grootste natuurlijke brug van Europa 16 meter hoog en 26,5 meter breed:

De Kamenice-kloof; specifieker (Edmund kloof)
Een deel kan je wandelen, maar er zijn ook stukken die te nauw zijn en waar je op een bootje moet stappen. Helaas mag je deze kloof niet meer individueel bezoeken en moet je nu met een gids en een groep mee. Dus geen lekkere wandeltocht, maar veel geschuifel achter een groep bejaarden:

Verder nog een mooie wandeling gemaakt, waarvan we het einddoel nooit gehaald hebben omdat er weer teveel mooie paddestoelen te zien waren. Raimon ontpopt zich als een uitmuntende paddestoelen spotter en met dit als doel gaat hij zelfs, geheel onverwacht, fluitend mee op pad (toch een beetje jammer dat die paddestoelen seizoensgebonden zijn):

En zelfs de heksenboter gespot, een slijmzwam die zich kan verplaatsen…

Zo weer even genoeg natuur, nu op weg maar pivo & vina

Langs de Moldau

In de voetsporen van ene Huub Stapel volgen wij de langste rivier van Tsjechië (440km), de Moldau (ipv de Maas), oftewel “als boheemse tongbreker” de Vltava.
Waar beter te beginnen dan bij het begin; “de bron”.

Vlakbij Kvilda, een mooi plaatsje in het Boheemse Woud (Šumava national park), op een hoogte van 1172 meter ontspringt een deel van de uiteindelijke Moldau.

Af en toe een “blub” en zo ontstaat er een rivier.

Kvilda is het hoogst gelegen plaatsje van Tsjechië en ligt in het niet ver van de grens met Duitsland en Oostenrijk. In de winter kan je skiën (niet voor de ver gevorderden onder ons) en de zomer kan je er heerlijk wandelen:

In September is het paddestoelen walhalla, jong en oud struinen met een mandje door de bossen op zoek naar de eetbare onder de schimmels. Gelukkig voor ons blijven de mooie, giftige, trots overeind:

Dit paddestoelen monster was geplukt door een lieve mevrouw uit t dorpje, die er een omeletje voor de buurvrouw van ging maken.

Er is ook een wolvenreservaat, we hadden het geluk, er veel tegelijkertijd te zien:

Stop 2: Het Lipnomeer
Deze enorme stuwdam werd aangelegd in 1951, om onder andere de waterstand te reguleren en meer overstromingen te voorkomen.
Van dat ienieminie beekje is hier niks meer te bekennen. Deze, nu al, serieuze rivier wordt hier omgetoverd tot Tsjechië’s grootste recreatie gebied, 49km² aan watersporten, dorpjes en stranden.

Stop 3: český Krumlov
Het sprookjesachtige stadje, waar de Moldau zo liefelijk doorheen slingert. Niet altijd even liefelijk, in de jaren 50 (voor de stuwdam), werd het stadje nog overspoeld door deze rivier. Nu is het kano paradise.

Het stadje staat sinds 1992 op de Unesco wereld erfgoed lijst. Na het vallen van het ijzeren gordijn in 1989 is de stad weer in ere hersteld en gerestaureerd.
Super toeristisch, maar ook super de moeite waard:

Stop 4: De gouden stad
Natuurlijk Praag! Zo breed als hier hebben we de Moldau nog niet gezien.

De stad doet zijn naam eer aan, veel pracht en praal.

20 jaar geleden waren we hier voor het laatst, de stad is natuurlijk nog even mooi, alleen een heel stuk drukker, waardoor de gezelligheid zich ook weer naar andere wijken verlegt.
Bijvoorbeeld de foodhall en de farmers market:

Letna park met zijn beer garden en geweldige uitzicht:

Stop 5: Mělnik, waar de Moldau uitstroomt in de Elbe.
Korte stop, in en uit de auto, om een fotootje te maken van het einde. Net als bij een film, als je er eenmaal aan begint wil je ook het einde zien.
Hier in Mělnik 440km verder, boven Praag, stroomt de Moldau dus de Elbe in en houdt hij op te bestaan:

Waarna de Elbe zijn koers zet richting de Noordzee.

Einde van de Moldau, maar gelukkig nog niet het einde van onze roadtrip door West Tsjechië.

Laters!!!

Recap De Azoren

We zijn helaas alweer een tijdje terug van deze mooie eilandengroep van Portugal, gelegen midden in de atlantische oceaan. Het Hawaii van Europa of de parels van de Atlantische oceaan worden ze ook wel genoemd.

Dus tijd voor een korte recap.

Planning van de reis

Mocht je meerdere eilanden willen aandoen tijdens je reis, dan zou ik zeker aanraden om in het hoogseizoen (juni t/m september) ruim van tevoren te boeken. Met ruim bedoel ik niet 2 maanden, maar ruim ruim. We boekten alles midden januari voor een reis in midden juni. Dit is natuurlijk wel eiland afhankelijk, voor een bezoek aan Flores is midden januari al aan de late kant en voor São Miguel is er een maand van te voren nog genoeg te krijgen. Dit geldt voor accommodatie, autohuur en binnenlandse vluchten. Tussen enkele eilanden volstaat een ferry tochtje, maar tussen de meeste moet er helaas toch gevlogen worden, dit kan prima met Sata Azores Airlines. De vlucht vanuit Nederland kan zelfs rechtstreeks van Amsterdam naar São Miguel. Of je plakt er net als ons eerst lekker 2 dagen Porto of Lissabon aan vast en vanuit daar kan je bijna op alle eilanden rechtstreeks vliegen.

Een huurauto is trouwens wel zo makkelijk op alle eilanden, ze zijn flexibel op te halen en in te leveren bij haven of luchthaven, dus dat scheelt weer taxiritjes over en weer.

Het klimaat

Het weer is van alles en nog wat. Het ene moment schijnt de zon en het andere moment loop je door dichte mist al struikelend de vulkaan af. De bewoners zeiden altijd, als het aan deze kant bewolkt en regenachtig is, dan rij maar gewoon naar de andere kant, daar kom je vast de zon tegen. En 9 van de 10 keer was dat ook het geval. Al met al, hebben we het denk ik 80% zonnig gehad, dus dat is een dikke prima.

In Nederland was het tegen de 40 graden toen wij in de magische temperatuur van gemiddeld 22 graden zaten. Perfect weer voor een terrasje, maar ook voor een flinke wandeling. In juni is het gemiddeld 22, en in de topmaanden juli en augustus kan je er een of 2 graden bijtellen. Niet bepaald strandweer, maar wel weer voor lekker op pad te gaan. In de winter schijnt het ook nog 16 graden te zijn, maar wel veel storm en regen, dus weet niet of ik dat een aanrader kan noemen.

Flora & Fauna

Wat zijn ze allemaal mooi, fel groen, alle tinten groen eigenlijk, alsof je in een regenwoud loopt. Qua vochtigheid kan dat ook we eens kloppen.

Er zijn zeeën van prachtig gekleurde bloemen en muren van hortensia’s lopen langs de wegen en paden. De hortensia moet wel een onkruid zijn op deze eilanden want het groeit echt in iedere hoek en in ieder goot.

Onze all time favorite in Oceanië, maar ook weer hier, de Metrosideros Excelsa oftewel, de Nieuw Zeelandse kerstboom (zo genoemd omdat hij tijdens de kerst in Nieuw Zeeland bloeit…). Op de Azoren gewoon in bloei in juni:

Voor het spotten van landzoogdieren (buiten wat schattige konijntjes en ratten) hoef je niet per se de reis te wagen, maar daarentegen wel voor die mooie zeezoogdieren, die in grote getale langs deze eilanden trekken. Ook zijn hier veel vogels, heel veel vogels. Van de voor ons bekende merel en roodborst tot de grote gele kwikstaart. In de avonden vliegt de pijlstormvogel over (een look alike meeuw), die je de hele nacht wakker kan houden met zijn grappige geluidje dat klinkt als: awauw a auwauw a (voor een live versie van deze schreeuw kunnen jullie me altijd bellen).

Prijzen

De Azoren zijn qua accommodatie en autohuur behoorlijk duur. Dit zal vast door de schaarste aan deze toeristische benodigdheden komen op de eilanden. Op São Miquel, het meeste toeristische eiland, zijn de prijzen schappelijker dan bijvoorbeeld op Flores.

Wat wel goedkoop is, is eten en drinken. Een mooie verse visschotel eet je net zoals in de rest van Portugal voor zo’n € 15,-, een halve liter bier, is gemiddeld € 3,50 een litertje wijn (als niet van Pico), krijg je ook wel voor € 12,- in de restaurants. De benzine valt ook goed mee en is zelfs goedkoper dan op het vasteland. Dit komt omdat de Azoreanen minder BTW hoeven te betalen, zodat de prijzen voor hun niet door het dak gaan aangezien ze alles moeten invoeren.

Dus kort samengevat: super vriendelijke mensen, lekker eten, geweldige natuur met veel afwisseling gecombineerd met zon, regen en mist (wisselvallig).

Met als persoonlijke topper: Flores! Rust en de mooiste natuur naar mijn mening.

Ik geef het nog 5 tot 10 jaar en nog een paar van deze hete Europese zomers, en dan gaan de Azoren net zo populair worden als veel andere Europese eilanden. Dus wil je nog wat rust, zonder hotelketens en grote massa’s, dan zou ik zeker snel je koffertjes pakken….

Ilha de São Miquel “het groene eiland”

Groen zijn alle eilanden, waarschijnlijk wordt dit eiland zo genoemd omdat het de meeste km² aan weelderig groen heeft. Gewoonweg omdat dit het grootste eiland van de Azoren is, met in totaal 745 km² en met zo’n 140.000 inwoners. Dit eiland heeft zelfs een heuse stad van formaat met maar liefst 70.000 inwoners, de helft van het land dus.

Dit eiland is ook weer uniek, maar dit keer omdat het een combi is van alle eilanden. Het blinkt niet persé uit in iets, maar heeft wel van alles wat. Het is een stuk toeristischer, maar daardoor ook weer makkelijker bereikbaar en heeft het meer faciliteiten.
Waar je op Flores moeite moest doen om met je verrekijker een andere toerist te vinden, ben je op dit eiland welbedeeld met deze zeldzame species gezellig naast je op het terras.

Dit is onze laatste stop en tevens onze langste. Weekje São Miquel here we come!!
Onze thuisbasis in Lagoa voor 7 mooie dagen:

De mooie Sete Cidades, bekend van zijn groene en blauwe meer. Vaak in de mist, maar we hadden redelijk geluk:

Met de slechtste selfie-makers ooit

Walvis-dolfijnen spot tochtje:

De False killer whale (dolfijn)

En om het helemaal compleet te maken, de knappe potvis:

De “big city” Ponta Delgada:

Furnas, bijzonder omdat je de vulkanische activiteit overal om je heen ziet en ruikt. Stoom uit de grond, kokende modderpoelen van dit alles kan je genieten onder het genot van een vleugje rotte eieren:

Het traditionele gerecht Cozido das Furnas met groente aardappelen en veel vlees (niet alles geheel defineerbaar), dat in de hete vulkanische grond wordt gegaard voor 7 uur. Et voila:

Lagoa do Fogo:

De oudste theeplantages van Europa:

Wat watervalletjes:

Wat wandelingetjes:

Blijft zeldzaam Raimon wandelend vastleggen

De ruige oostkust:

Uitzichten van de noordkust:

Tijd voor voedsel! Steak eten direct bij de slager bij Associação Agrícola:

Weer veel vis zonder poespas:

Oh en deze, bloedworstkroketjes met ananascompote:

Knipper 2x met je ogen en deze week zit er helaas ook alweer op.

Tot snel in ons koude kikkerlandje, of moet ik ditmaal hete woestijstaat zeggen?

Ilha das Flores “het roze eiland” & Corvo “het zwarte eiland”

Van het blauwe eiland, vanwege de vele blauwe hortensia’s die als onkruid muren langs de weg lijken te bouwen (trouwens op alle eilanden), naar het roze eiland waar in de zomer deze mooie bloem tussen elke struik uitkruipt.

We vliegen in 1 uur naar het meest westelijke puntje van Europa: Flores en we slapen in het meest westelijke dorpje van het continent: Faja Grande.
Flores is 143 km² en het kleine naburige Corvo is 17km².
We hebben 4 dagen om deze 2 eilanden te verkennen.
Flores is nog groener en nog stukken rustiger dan Pico en Faial. Ook heeft het enorm veel watervallen, op iedere hoek klettert er wel iets naar beneden:

Watervallen in het binnenland
Watervallen aan de kust

Natuurlijk ook weer een ruige vulkanische kust:

Indrukwekkende uitzichten:

We hebben een paar mooie wandelingen gemaakt. En neem maar van ons aan dat als ze de trail een “medium” moeilijkheidsgraad geven, je hem echt met je tong op je schoenen afrond:

Ook zijn we voor een dag overgegaan naar Corvo, het kleinste eiland van de Azoren. Het bestaat uit een enorme vulkaan en het plaatsje dat aan zijn voet ligt.

Corvo vanaf Flores gezien
Flores vanaf Corvo gezien

De overtocht gaat met een zodiac boot, waarin je in volle snelheid en nat tot aan de onderbroek overgebracht wordt:

Wat leuk is, is dat je deze vulkaan vanuit de krater kunt bekijken, je kunt er vanaf de rand naar onder wandelen of rollen😉 en dan een leuke tocht door de krater maken van zo’n 1,5 a 2 uur:

We hadden weer geluk dat in het plaatsje Faja Grande Festa São João was, ter eren van de geboorte van Johannes de Doper, maar voor ons hield het gezelligheid, gratis wijn en gratis sardines in. De 300 inwoners zorgde dat wij en enkele andere toeristen zich meer dan 100% thuis voelde:

Note to myself: op Flores hadden we makkelijk nog een paar dagen extra kunnen blijven om nog wat mooie wandelingen te doen en te genieten van het eten, de mensen en de zonsondergang op het meest westelijke puntje van Europa.

Ilha do Faial “het blauwe eiland”

De ferry brengt ons in 25 minuten over van Pico naar onze volgende bestemming Faial. Je meert aan in het leuke plaatsje Horta.

Ons guesthouse had dit mooie uitzicht. Met de mooie Pico op de achtergrond.

Faial is niet heel groot maar heeft wel 2 mega hoogtepunten.
De Caldeira vulkaan:

Een mooie wandeling rond de vulkaanrand

En de Capelinhos, is een redlijk jonge vulkaan, die in 1957 uitbarsten onder de zee en dit stuks land extra creëerde aan Faial. Het hele gebied is bedekt in as:

Na 2 dagen hebben we het eiland al 3 x doorkruist en iedere steen 2 keer omgedraaid. Dus het is weer tijd om verder te gaan

De Azoren: Ilha do Pico “het grijze eiland”

Onze eerste stop rechtstreeks vanuit Lissabon is Pico island, oftewel Pico. De naam komt van de gelijknamige vulkaan Pico. Met een hoogte van 2351 meter is het meteen de hoogste berg in Portugal.

Vaak verhuld in een wolk
Uitzicht op Pico van het kratermeer do capitão

Het eiland is het op een na grootste eiland van de Azoren met 447 km². Er wonen minder dan 15.000 mensen en er lopen enkele toeristen, 0,0 stoplichten te vinden maar vooral, zwarte kusten:

Natuurlijke zwembaden:

Mooie kraters:

Apart stollingsgesteente:

Overal mooie bloemen & planten:

Ze produceren veel wijn op het eiland, die eerlijk is eerlijk heel erg goed smaakt. Schijnbaar had, in de tijd, iedere tsaar zijn kelder vol liggen met deze wijn. Gelukkig voor ons is er nu alleen nog een wannabe tsaar, die niks geeft om Pico wijn. Flink aan de prijs, maar dat mag de pret niet drukken.


De wijnvelden zijn aangemerkt als UNESCO werelderfgoed. De wijnranken zijn geplant in groeven tussen de lava: eerst aarde erin, gevolgd door de wijnrank. Rondom deze wijnranken zijn lage muurtjes gebouwd van zwarte lavastenen om de wijn te beschermen tegen zout en wind.

De Pico beklimmen duurt zo’n 8 uur en hier moet je je van te voren op inschrijven. Dit hebben we maar even aan ons voorbij laten gaan en in plaats daarvan heel sportief wat extra wijn en voedsel naar binnen gewerkt.

Limpets en gamba’s in overvloed
Bij onze favoriete foodtruck
Bij zonsondergang

4 dagen Pico zitten er alweer op, op naar het volgende eiland.

Lissabon & de Azoren

Lissabon, stad vol sfeer

Op naar de langverwachte Azoren!! Maar niet voordat we de cultuur en drukte van een stad op gaan snuiven, in het altijd bruisende Lissabon.

Zo’n 10 jaar geleden waren we hier voor het laatst en het was dan ook weer een genot om terug te keren. Dit keer sliepen we niet in Lissabon maar aan de andere kant van de Taag, naast Almeda. Met het pontje vanuit Cacilhas ben je in 10 minuten in centrum Lissabon. In Cacilhas zijn leuke pleintjes en lekkere visrestaurants dit voor een fractie van de prijs in Lissabon.

Voor Lissabon is juni de maand van de vele festiviteiten, met als hoogtepunt het Festival van Santo António op 12 en 13 juni. Maar helaas pindakaas, we waren er natuurlijk pas de 14de. De straten hingen wel nog vol met versieringen, bandjes speelde en de geur van gegrilde sardines kwam uit alle hoeken. Aan sfeer en gezelligheid dus geen tekort.

Dag 1: Lissabon met haar leuke wijkjes

Dag 2: Wandelend langs de Taag naar Belém

Langs een nieuwe hippe buurt onder de brug
Pasteis de Belém

Dag 3: Verkoeling zoeken in het St. Tropez van Portugal: Cascais

Verder was het extra feest omdat Portugal moest voetballen in die dagen. Veel gejuicht, veel gevloekt, nieuwe mensen ontmoet en vooral genoten.

Natuurlijk ook van drank en spijs.

Nu op naar rust en natuur op naar de Azoren!

Recap Sri Lanka

De groene parel van de Indische oceaan, oftewel Sri Lanka, voorheen Ceylon.

De Sri Lankaan:
Lief, behulpzaam en open. Het is wel even wennen aan de manier waarop ze hun hoofdschudden, als ze ja bedoelen, schudden ze alla nee met hun hoofd. Hoe overtuigender ja ze bedoelen, hoe harder nee ze schudden. De meeste mensen in Sri Lanka zijn boeddhist of hindoeïst. Dus voor hun kunnen slechte daden je in dit en in het volgende leven blijven achtervolgen. Breng goede energie de wereld in, dan kan je ook goede energie terug verwachten. Oftewel karma. Dit zie je hoe ze met elkaar en ook met toeristen omgaan. Iedereen helpt elkaar waar nodig en is vriendelijk naar elkaar.

Eten en drinken:
Rice and curry, staat op ieder uithangbord, en daar begint iedere menukaart mee. Het goedkoopste gerecht dat je kunt vinden in Sri Lanka. Zoals het al impliceert, rijst met een curry-achtig gerecht. Maar in dit land krijg je nooit een enkele curry. Je krijgt minimaal 3 bakjes bij je rijst en maximaal hebben we er zelfs 7 gehad (prijs voor alle bakjes €3,-). Alles is vegetarisch, wil je wat kip, vlees, scampi of vis erbij, dan betaal je wat extra (1,-) en krijg je nog een extra bakje erbij:

Buiten de favoriete van gebakken rijst en noedels, is er hier een nieuwe variant; kottu, dat is roti (brood dus) en veel groente fijn gesneden en opgebakken (4,-). Vaak zoveel dat je er makkelijk met zijn tweeën van kunt eten. Het heeft ons een tijdje gekost voordat we in de gaten kregen dat het geen noedels waren maar brood:

Al met al heerlijk eten en spotgoedkoop. Dan over naar de drankjes. Verse fruitsapjes (€2,5) zijn overal te krijgen en zijn wel duurder dan in veel andere Aziatische landen. Koffie, is helaas net als in veel landen in Azië niet erg lekker en zonder filter gezet. Dus wil je geen mond vol met zwarte drab, laat de koffie dan een paar minuten staan zodat de drab naar de bodem is gezakt en drink met rustige teugen. De thee daartegenover is trouwens wel erg lekker. Het lokale Lion beer is goed te drinken en kost in een wine store (winkel waar je alcohol kunt kopen, maar waar trouwens meestal geen wijn te krijgen is) €2,-. voor 625ml, drink je zo’n gele rakker op het terras dan is het meestal €1,- duurder:

Op sterke drank en wijn van buitenaf zitten hoge accijnzen, deze prijzen liggen zelfs een stuk hoger dan bij ons. Het drankje arrack ,gemaakt van suikerriet en gefermenteerd sap uit de kokosnoot bloem, is het lokale alternatief op sterke drank:

Verdere prijzen:
Ben je een verstokte roker, dan is Sri Lanka, misschien niet de plaatst voor jou. Op de meeste openbare plekken is het verboden om te roken (dus ook als je gewoon op straat rondloopt) en het wordt als onbeleefd beschouwd. Sigaretten van buitenaf worden niet geaccepteerd en hier kan je zelfs voor opgepakt worden. Dus ben je aangewezen op de 3 merken van het land, waar je een prijs van €12,-  betaald voor een pakje van 20 stuks.
Excursie, de nationale parken en entreegelden voor belangrijke toeristische attracties zijn erg duur, entreegelden alleen al zijn €35,-.
Daarentegen zijn de accomodaties, benzine en ook het openbaar vervoer weer heel erg goedkoop.

Tuk Tuk:
Het gevoel van avontuur en de vrijheid die je hebt maken het rijden in je eigen tuk tuk zeker de moeite waard. Uitgesplitst over 24 dagen (1500km), betaalde we €14,- per dag (incl. rijbewijs en verzekering, excl. benzine). Je eigen tuk tuk biedt trouwens op het moment dat je uitstapt ook meteen onderdak aan straathonden en aapjes. Bussen, treinen, tuk tuk’s met chauffeur werken ook prima in dit land, mocht je geen zin hebben in het krankzinnig rijgedrag van de Sri Lankanen. Uber bestaat hier trouwens ook in tuk tuk vorm. Een eigen tuk tuk rijden is ook zeker wel een uitdaging. Niemand kijkt als hij de straat opdraait, iedereen lijkt alleen in te willen halen op de plekken waar dit nou net niet kan en de buschauffeurs rijden als maniakken om hun krappe tijdsschema te kunnen halen. Een enkele rijbaan wordt standaard bezet door 2 voertuigen met daarbij ook nog eens een paar straathonden in de greppel die je moet ontwijken. Maar buiten deze ongemakkelijke situaties, klamme handjes (vooral bij mij) en veel schelden (vooral Raimon, die zich niks van slechte karma aantrekt) heeft Raimon het hartstikke goed gedaan in dit verkeer.

Beware of the oorwurm:
Deuntjes die je niet meer uit je hoofd krijgt, een oorwurm, daar houden ze van. Beethovens ‘Für Elise’ zit je bijvoorbeeld iedere ochtend en namiddag op de hielen, het deuntje komt uit de broodwinkel op wielen die door de straten sjeest:

Of ‘It’s a small world after all’ uit de Disney films, die gedurende de hele dag uit de luidspreker van iedere ijscoman galmt. De constante input van deze oorwurmen zorgt ervoor dat je geen moment meer stilte in je hoofd hebt, hoor je ze even niet, dan neurie je ze automatisch zelf hardop.

Al met al heeft Sri Lanka, ons erg verrast. Het heeft eigenlijk alles. Erg groen, mooie kust, wilde dieren, lieve mensen en lekker eten.
Dit land heeft zeker een 9 verdient.