Ilha de São Miquel “het groene eiland”

Groen zijn alle eilanden, waarschijnlijk wordt dit eiland zo genoemd omdat het de meeste km² aan weelderig groen heeft. Gewoonweg omdat dit het grootste eiland van de Azoren is, met in totaal 745 km² en met zo’n 140.000 inwoners. Dit eiland heeft zelfs een heuse stad van formaat met maar liefst 70.000 inwoners, de helft van het land dus.

Dit eiland is ook weer uniek, maar dit keer omdat het een combi is van alle eilanden. Het blinkt niet persé uit in iets, maar heeft wel van alles wat. Het is een stuk toeristischer, maar daardoor ook weer makkelijker bereikbaar en heeft het meer faciliteiten.
Waar je op Flores moeite moest doen om met je verrekijker een andere toerist te vinden, ben je op dit eiland welbedeeld met deze zeldzame species gezellig naast je op het terras.

Dit is onze laatste stop en tevens onze langste. Weekje São Miquel here we come!!
Onze thuisbasis in Lagoa voor 7 mooie dagen:

De mooie Sete Cidades, bekend van zijn groene en blauwe meer. Vaak in de mist, maar we hadden redelijk geluk:

Met de slechtste selfie-makers ooit

Walvis-dolfijnen spot tochtje:

De False killer whale (dolfijn)

En om het helemaal compleet te maken, de knappe potvis:

De “big city” Ponta Delgada:

Furnas, bijzonder omdat je de vulkanische activiteit overal om je heen ziet en ruikt. Stoom uit de grond, kokende modderpoelen van dit alles kan je genieten onder het genot van een vleugje rotte eieren:

Het traditionele gerecht Cozido das Furnas met groente aardappelen en veel vlees (niet alles geheel defineerbaar), dat in de hete vulkanische grond wordt gegaard voor 7 uur. Et voila:

Lagoa do Fogo:

De oudste theeplantages van Europa:

Wat watervalletjes:

Wat wandelingetjes:

Blijft zeldzaam Raimon wandelend vastleggen

De ruige oostkust:

Uitzichten van de noordkust:

Tijd voor voedsel! Steak eten direct bij de slager bij Associação Agrícola:

Weer veel vis zonder poespas:

Oh en deze, bloedworstkroketjes met ananascompote:

Knipper 2x met je ogen en deze week zit er helaas ook alweer op.

Tot snel in ons koude kikkerlandje, of moet ik ditmaal hete woestijstaat zeggen?

Ilha das Flores “het roze eiland” & Corvo “het zwarte eiland”

Van het blauwe eiland, vanwege de vele blauwe hortensia’s die als onkruid muren langs de weg lijken te bouwen (trouwens op alle eilanden), naar het roze eiland waar in de zomer deze mooie bloem tussen elke struik uitkruipt.

We vliegen in 1 uur naar het meest westelijke puntje van Europa: Flores en we slapen in het meest westelijke dorpje van het continent: Faja Grande.
Flores is 143 km² en het kleine naburige Corvo is 17km².
We hebben 4 dagen om deze 2 eilanden te verkennen.
Flores is nog groener en nog stukken rustiger dan Pico en Faial. Ook heeft het enorm veel watervallen, op iedere hoek klettert er wel iets naar beneden:

Watervallen in het binnenland
Watervallen aan de kust

Natuurlijk ook weer een ruige vulkanische kust:

Indrukwekkende uitzichten:

We hebben een paar mooie wandelingen gemaakt. En neem maar van ons aan dat als ze de trail een “medium” moeilijkheidsgraad geven, je hem echt met je tong op je schoenen afrond:

Ook zijn we voor een dag overgegaan naar Corvo, het kleinste eiland van de Azoren. Het bestaat uit een enorme vulkaan en het plaatsje dat aan zijn voet ligt.

Corvo vanaf Flores gezien
Flores vanaf Corvo gezien

De overtocht gaat met een zodiac boot, waarin je in volle snelheid en nat tot aan de onderbroek overgebracht wordt:

Wat leuk is, is dat je deze vulkaan vanuit de krater kunt bekijken, je kunt er vanaf de rand naar onder wandelen of rollen😉 en dan een leuke tocht door de krater maken van zo’n 1,5 a 2 uur:

We hadden weer geluk dat in het plaatsje Faja Grande Festa São João was, ter eren van de geboorte van Johannes de Doper, maar voor ons hield het gezelligheid, gratis wijn en gratis sardines in. De 300 inwoners zorgde dat wij en enkele andere toeristen zich meer dan 100% thuis voelde:

Note to myself: op Flores hadden we makkelijk nog een paar dagen extra kunnen blijven om nog wat mooie wandelingen te doen en te genieten van het eten, de mensen en de zonsondergang op het meest westelijke puntje van Europa.

Ilha do Faial “het blauwe eiland”

De ferry brengt ons in 25 minuten over van Pico naar onze volgende bestemming Faial. Je meert aan in het leuke plaatsje Horta.

Ons guesthouse had dit mooie uitzicht. Met de mooie Pico op de achtergrond.

Faial is niet heel groot maar heeft wel 2 mega hoogtepunten.
De Caldeira vulkaan:

Een mooie wandeling rond de vulkaanrand

En de Capelinhos, is een redlijk jonge vulkaan, die in 1957 uitbarsten onder de zee en dit stuks land extra creëerde aan Faial. Het hele gebied is bedekt in as:

Na 2 dagen hebben we het eiland al 3 x doorkruist en iedere steen 2 keer omgedraaid. Dus het is weer tijd om verder te gaan

De Azoren: Ilha do Pico “het grijze eiland”

Onze eerste stop rechtstreeks vanuit Lissabon is Pico island, oftewel Pico. De naam komt van de gelijknamige vulkaan Pico. Met een hoogte van 2351 meter is het meteen de hoogste berg in Portugal.

Vaak verhuld in een wolk
Uitzicht op Pico van het kratermeer do capitão

Het eiland is het op een na grootste eiland van de Azoren met 447 km². Er wonen minder dan 15.000 mensen en er lopen enkele toeristen, 0,0 stoplichten te vinden maar vooral, zwarte kusten:

Natuurlijke zwembaden:

Mooie kraters:

Apart stollingsgesteente:

Overal mooie bloemen & planten:

Ze produceren veel wijn op het eiland, die eerlijk is eerlijk heel erg goed smaakt. Schijnbaar had, in de tijd, iedere tsaar zijn kelder vol liggen met deze wijn. Gelukkig voor ons is er nu alleen nog een wannabe tsaar, die niks geeft om Pico wijn. Flink aan de prijs, maar dat mag de pret niet drukken.


De wijnvelden zijn aangemerkt als UNESCO werelderfgoed. De wijnranken zijn geplant in groeven tussen de lava: eerst aarde erin, gevolgd door de wijnrank. Rondom deze wijnranken zijn lage muurtjes gebouwd van zwarte lavastenen om de wijn te beschermen tegen zout en wind.

De Pico beklimmen duurt zo’n 8 uur en hier moet je je van te voren op inschrijven. Dit hebben we maar even aan ons voorbij laten gaan en in plaats daarvan heel sportief wat extra wijn en voedsel naar binnen gewerkt.

Limpets en gamba’s in overvloed
Bij onze favoriete foodtruck
Bij zonsondergang

4 dagen Pico zitten er alweer op, op naar het volgende eiland.

Lissabon & de Azoren

Lissabon, stad vol sfeer

Op naar de langverwachte Azoren!! Maar niet voordat we de cultuur en drukte van een stad op gaan snuiven, in het altijd bruisende Lissabon.

Zo’n 10 jaar geleden waren we hier voor het laatst en het was dan ook weer een genot om terug te keren. Dit keer sliepen we niet in Lissabon maar aan de andere kant van de Taag, naast Almeda. Met het pontje vanuit Cacilhas ben je in 10 minuten in centrum Lissabon. In Cacilhas zijn leuke pleintjes en lekkere visrestaurants dit voor een fractie van de prijs in Lissabon.

Voor Lissabon is juni de maand van de vele festiviteiten, met als hoogtepunt het Festival van Santo António op 12 en 13 juni. Maar helaas pindakaas, we waren er natuurlijk pas de 14de. De straten hingen wel nog vol met versieringen, bandjes speelde en de geur van gegrilde sardines kwam uit alle hoeken. Aan sfeer en gezelligheid dus geen tekort.

Dag 1: Lissabon met haar leuke wijkjes

Dag 2: Wandelend langs de Taag naar Belém

Langs een nieuwe hippe buurt onder de brug
Pasteis de Belém

Dag 3: Verkoeling zoeken in het St. Tropez van Portugal: Cascais

Verder was het extra feest omdat Portugal moest voetballen in die dagen. Veel gejuicht, veel gevloekt, nieuwe mensen ontmoet en vooral genoten.

Natuurlijk ook van drank en spijs.

Nu op naar rust en natuur op naar de Azoren!

Recap Sri Lanka

De groene parel van de Indische oceaan, oftewel Sri Lanka, voorheen Ceylon.

De Sri Lankaan:
Lief, behulpzaam en open. Het is wel even wennen aan de manier waarop ze hun hoofdschudden, als ze ja bedoelen, schudden ze alla nee met hun hoofd. Hoe overtuigender ja ze bedoelen, hoe harder nee ze schudden. De meeste mensen in Sri Lanka zijn boeddhist of hindoeïst. Dus voor hun kunnen slechte daden je in dit en in het volgende leven blijven achtervolgen. Breng goede energie de wereld in, dan kan je ook goede energie terug verwachten. Oftewel karma. Dit zie je hoe ze met elkaar en ook met toeristen omgaan. Iedereen helpt elkaar waar nodig en is vriendelijk naar elkaar.

Eten en drinken:
Rice and curry, staat op ieder uithangbord, en daar begint iedere menukaart mee. Het goedkoopste gerecht dat je kunt vinden in Sri Lanka. Zoals het al impliceert, rijst met een curry-achtig gerecht. Maar in dit land krijg je nooit een enkele curry. Je krijgt minimaal 3 bakjes bij je rijst en maximaal hebben we er zelfs 7 gehad (prijs voor alle bakjes €3,-). Alles is vegetarisch, wil je wat kip, vlees, scampi of vis erbij, dan betaal je wat extra (1,-) en krijg je nog een extra bakje erbij:

Buiten de favoriete van gebakken rijst en noedels, is er hier een nieuwe variant; kottu, dat is roti (brood dus) en veel groente fijn gesneden en opgebakken (4,-). Vaak zoveel dat je er makkelijk met zijn tweeën van kunt eten. Het heeft ons een tijdje gekost voordat we in de gaten kregen dat het geen noedels waren maar brood:

Al met al heerlijk eten en spotgoedkoop. Dan over naar de drankjes. Verse fruitsapjes (€2,5) zijn overal te krijgen en zijn wel duurder dan in veel andere Aziatische landen. Koffie, is helaas net als in veel landen in Azië niet erg lekker en zonder filter gezet. Dus wil je geen mond vol met zwarte drab, laat de koffie dan een paar minuten staan zodat de drab naar de bodem is gezakt en drink met rustige teugen. De thee daartegenover is trouwens wel erg lekker. Het lokale Lion beer is goed te drinken en kost in een wine store (winkel waar je alcohol kunt kopen, maar waar trouwens meestal geen wijn te krijgen is) €2,-. voor 625ml, drink je zo’n gele rakker op het terras dan is het meestal €1,- duurder:

Op sterke drank en wijn van buitenaf zitten hoge accijnzen, deze prijzen liggen zelfs een stuk hoger dan bij ons. Het drankje arrack ,gemaakt van suikerriet en gefermenteerd sap uit de kokosnoot bloem, is het lokale alternatief op sterke drank:

Verdere prijzen:
Ben je een verstokte roker, dan is Sri Lanka, misschien niet de plaatst voor jou. Op de meeste openbare plekken is het verboden om te roken (dus ook als je gewoon op straat rondloopt) en het wordt als onbeleefd beschouwd. Sigaretten van buitenaf worden niet geaccepteerd en hier kan je zelfs voor opgepakt worden. Dus ben je aangewezen op de 3 merken van het land, waar je een prijs van €12,-  betaald voor een pakje van 20 stuks.
Excursie, de nationale parken en entreegelden voor belangrijke toeristische attracties zijn erg duur, entreegelden alleen al zijn €35,-.
Daarentegen zijn de accomodaties, benzine en ook het openbaar vervoer weer heel erg goedkoop.

Tuk Tuk:
Het gevoel van avontuur en de vrijheid die je hebt maken het rijden in je eigen tuk tuk zeker de moeite waard. Uitgesplitst over 24 dagen (1500km), betaalde we €14,- per dag (incl. rijbewijs en verzekering, excl. benzine). Je eigen tuk tuk biedt trouwens op het moment dat je uitstapt ook meteen onderdak aan straathonden en aapjes. Bussen, treinen, tuk tuk’s met chauffeur werken ook prima in dit land, mocht je geen zin hebben in het krankzinnig rijgedrag van de Sri Lankanen. Uber bestaat hier trouwens ook in tuk tuk vorm. Een eigen tuk tuk rijden is ook zeker wel een uitdaging. Niemand kijkt als hij de straat opdraait, iedereen lijkt alleen in te willen halen op de plekken waar dit nou net niet kan en de buschauffeurs rijden als maniakken om hun krappe tijdsschema te kunnen halen. Een enkele rijbaan wordt standaard bezet door 2 voertuigen met daarbij ook nog eens een paar straathonden in de greppel die je moet ontwijken. Maar buiten deze ongemakkelijke situaties, klamme handjes (vooral bij mij) en veel schelden (vooral Raimon, die zich niks van slechte karma aantrekt) heeft Raimon het hartstikke goed gedaan in dit verkeer.

Beware of the oorwurm:
Deuntjes die je niet meer uit je hoofd krijgt, een oorwurm, daar houden ze van. Beethovens ‘Für Elise’ zit je bijvoorbeeld iedere ochtend en namiddag op de hielen, het deuntje komt uit de broodwinkel op wielen die door de straten sjeest:

Of ‘It’s a small world after all’ uit de Disney films, die gedurende de hele dag uit de luidspreker van iedere ijscoman galmt. De constante input van deze oorwurmen zorgt ervoor dat je geen moment meer stilte in je hoofd hebt, hoor je ze even niet, dan neurie je ze automatisch zelf hardop.

Al met al heeft Sri Lanka, ons erg verrast. Het heeft eigenlijk alles. Erg groen, mooie kust, wilde dieren, lieve mensen en lekker eten.
Dit land heeft zeker een 9 verdient.

Negombo

We begonnen en eindigde de roadtrip in Negombo. Een stadje net boven Colombo. Het vliegveld ligt tussen beide steden in. Negombo is wat minder druk en hectisch, dus deze “bejaarde” backpackers kozen voor de rust.

Negombo heeft een mooi breed strand, maar er is helaas niet veel te vinden en te doen op dit strand. Geen gezellige strandtentjes of bedjes om op te liggen.

Maar in de avond komt de lokale bevolking hier samen voor gezelligheid.

We hebben een dag, als echte Nederlanders, gefietst langs de Dutch canals:

Naar de vismarkt:

En wederom een Nederlands fort (wat maar een fractie is van Galle):

Hiermee eindigt onze reis. Het waren 6 mooie en fijne maanden, maar hoog tijd voor deze golden oldies om er einde aan te breien.

Dus zeggen we:
Adeus, adios, goodbye, selamat tinggal, paalam en ayubovan oftewel tot ziens.

De sjengen

Roadtrip Sri Lanka per Tuk Tuk

Deel 7; Mirissa – Negombo

Strand stop nummer 3 is in de buurt van Hikkaduwa aan de westkust. Mooi breed strand, maar de golven maken het onmogelijk om meer te doen dan pootje te baden. Hikkaduwa zelf hebben we vermeden omdat het, naar het schijnt, overlopen is door Russen.

Tussen Mirissa en Hikkaduwa ligt Galle, met een enorm en mooi Nederlands fort. In eerste instantie in 1588 gebouwd door de Portugezen. Toen de Nederlanders in 1640 in samenwerking met de Singalese koning het fort overnamen hebben ze het fort flink uitgebreid:

Om de geschiedenis les volledig te maken; de Engelse veroverde Sri Lanka van de Nederlanders in 1796 en het land werd onafhankelijk in 1948.

Na Hikkaduwa zijn we nog 2 nachtjes in Kalutara geweest om de reisuren op te splitsen. Kalutara zelf was niet heel bijzonder. Om toch wat van een regenachtige dag te maken bezochten we de stoepa in een stoepa (Kalutara chaithya):

En het mooi vervallen Richmond Castle:

Met samen geknepen billen leggen we de laatste 84 km af, door de hectiek van Colombo, richting Negombo. En met pijn in ons hart leveren we ons knappe rode racemonster weer in.

Roadtrip Sri Lanka per Tuk Tuk

Deel 6; Dickwella – Mirissa

Strand stop nummer 2 ligt 30 km verderop en heet Mirissa. Het is er een stuk drukker en toeristischer dan Dickwella.
Ons hoofddoel hier is walvissen spotten. Het seizoen is goed, want de walvis migratie is in volle gang. Helaas geen blauwe vinvissen of potvissen gezien, maar wel deze beauty’s van vinvissen (maar liefst 3 stuks en een puppy walvis):

Een reuze manta:

En wel 100de dolfijnen:

Verder heeft Mirissa een mooi strand:

Coconut hill:

En een (not so) secret beach:

En er is weer veel lekker eten en gezelligheid, met onze Engelse buren en de huis kikker:

Zo zijn er dus weer 4 dagen in een vloek en een zucht oftewel een poep en een scheet voorbij gevlogen.

Roadtrip Sri Lanka per Tuk Tuk

Deel 5; Ella – Dickwella

Zo gezegd zo gedaan, 1 dag later stonden we aan het strand in het zuiden van het land. We wisten niet wat we konden verwachten van Sri Lanka als strandbestemming. Nou, we kunnen je nu met volle overtuiging vertellen dat ze prachtige stranden hebben!
Dickwella is een leuke badplaats, met veel leuke eettentjes en strandbarretjes, verwacht wel geen nachtleven, zoals tot nu toe nog nergens in Sri Lanka.
Hiriketiya, voor het hippe surfvolk:

Het Dickwella strand als rustiger en breed zandstrand om te zwemmen, wandelen en lekker met een cocktailtje genieten van de zonsondergang:

In de buurt zijn nog vele andere stranden te bezoeken, zoals blue beach (island):

Ze hebben (naar eigen zeggen) de op een na grootste blow hole (Hummanaya) van de wereld:

Het meest zuidelijke puntje van Sri Lanka, Dondra head:

De eerste 4 dagen relax stand zitten erop en die zijn ons prima afgegaan.