Opgeloste zoutvlaktes

Via Nata, waar in de buurt de almighty “salt pans” moeten liggen, gaan we op weg naar Maun.

Onderweg stoppen we bij “Elephant sands” voor een drankje, dat noem ik pas eens een drankje doen, even iets anders dan tegen die lallende zaate aan te kijken in het café. Al kan dat laatste ook erg amusant zijn.

De Bird sanctuary van Nata is de volgende stop, niet alleen 165 soorten vogeltjes, waar mijn vogelaars hartje van te keer gaat, maar ook vele andere dieren zouden er moeten zijn. Dit alles ook nog eens op een zoutvlakte, ik zag meteen de beelden van Uyuni met zijn flamingo’s voor me! Ongeveer 200 vliegen in één klap dus….
Tja de opsomming van die dag is:
Een ondergelopen zoutvlakte, dat meer op een groot meer leek, een groepje pelikanen zo ver weg dat zelfs mijn verrekijker alleen vaagje stipjes weergaf, redelijk wat koeien (wat natuurlijk onze drijfveer was om naar Afrika te komen) en een verloren wildebeest.

Op naar de vlaktes met de baobab bomen waar we zoveel goede verhalen over gehoord hadden. We gaan eerst op zoek naar green’s baobab, die geprezen wordt in de “lonely planet”. Even 20 km off-road en we zouden er moeten zijn, appeltje, eitje met zo’n 4×4. Dus niet!!! Wat een rit, om de paar minuten leken we vast te rijden of de auto zodanig te beschadigen dat die spontaan uit elkaar zou vallen, hij kraakte, stootte en puften en wij deden met hem mee. We kwamen geen enkele ziel tegen, wat het altijd nog wat spannender maakt mocht je hulp nodig hebben. Dik een uur later arriveren we bij deze Mr. Green, leuk boompje, ja, moeite waard, dikke neee. En wederom geen zoutvlakte te bekennen. Raimon wilde uit frustratie zelfs geen foto maken. Zie hier deze allom geprezen boom, gemaakt met mijn professionele telefoon:

Na de helse rit terug gemaakt te hebben en de auto van buiten en binnen totaal onder het zand zit, zien we dat er een “planet baobab” gewoon langs de weg ligt. Waar je onder het genot van een drankje kan genieten van deze reusachtige bomen.

Waarschijnlijk loste dat zout dus spontaan op als ze ons zagen aan komen rijden, we hebben geen korreltje zout meer gezien dan die in het peper en zout stelletje.

Op naar Maun

Hitte in Chobe

Wel 150.000 olifanten zijn er in het nationale park van Chobe en niet van die kleintjes, maar de grootste van Afrika en nog veel meer andere beestjes. Het is een enorm park, dat nergens afgezet is, dus de beesten kunnen alle kanten op, eigenlijk heel Botswana of Zimbabwe in en steken dus ook regelmatig gewoon de autoweg over of zijn ze te vinden in plaatsen rond het park.

De afgelopen dagen is er een hittegolf in Botswana en zijn de temperaturen dik in de 40 onaangename windloze graadjes.

Gelukkig hadden we gekozen om 3 nachten een hostelletje in Kasane te nemen, met airco en al, poeh dat was zeker geen overbodige luxe, want in de nacht kwam de verkoeling ook niet onder de 35.

Dus voor de nachtrust geen probleem, maar de beestjes konden deze helse hitte ook niet aan. Om 7 uur reden we Chobe in en met wat geluk zagen we 10 van dat enorme aantal aan olifanten. Buiten bokjes en veel vogels 0 op het rekest. Veel te warm voor iedereen!!!

Tegen de avond zijn we toch maar in een bootje gestapt om Chobe vanaf de rivier te bekijken. Daar was veel te beleven, buiten olifanten, buffelomania en veel hippo’s:

En heel veel groene oeroude monsters met grote tanden, die “shocking” (not for the kids) beelden opleverde:

Op de boot met, nogmaals sunset…..

De Vic falls

De Victoriawatervallen, oftewel Vic falls liggen niet ver van onze eerste stop in Botswana, net over de grens in Zambia en Zimbabwe.

Wil je hem van alle kanten zien dan zou je beiden landen moeten bezoeken, wat ook 2 x visa kosten betekend. Oktober is het einde van het droge seizoen, dus de hoeveelheid water dat naar onder stort is nu stukken minder dan vlak na het regenseizoen. In Zambia zou in dit seizoen niet veel te zien zijn, dus kozen we voor Zimbabwe waar ook de hoofd waterval ligt.

De Vic falls zijn de breedste watervallen van Afrika. En samen met Niagara en Iguazu de indrukwekkendste van de wereld. Ze vormen een gordijntje van 1708 meter breed en hebben een maximale hoogte van 128 meter. Per minuut valt er 500 miljoen liter water over de rotswand.

Iets minder water dus dit seizoen maar hij blijft oh zo indrukwekkend en de moeite waard!!!

Door al dat geweld en gekletter wordt je heerlijk beneveld, wat uitermate goed uitkwam met de 43 graden van hier.

Voor lunch: krokodillen kebab

Boerende nijlpaarden

Rechts boven in Namibië tussen Angola, Zambia en Botswana in, hangt een lang en smal aanhangsel genaamd de Caprivi strip. Het is er veel groener en de Okavango rivier stroomt er van voor tot achteren door. Weer hele andere beestjes dus…. tijd voor een bezoekje.

We slapen op 2 verschillende te gekke campings direct aan het water, dus ook direct uitzicht op de dikbillige hippo’s met kids. En ook enorm veel kabaal in de nacht van deze lieverdjes, een boerende chinees is er niks bij. Zo leuk de wildernis!

Aan de overzijde ligt het Bwabwata national park. Vanaf het water hebben we deze uitzichten:

Met een uitdagende tocht met de 4×4 door het park, polonaises olifanten en buffels over de weg en deze:

Met mini baobab boompjes, zien er helaas niet zo spectaculair uit als die reuzen van die “mouth-watering” foto’s in Madagaskar:

Zoals jullie zien zijn de buffels in hondertallen toch te vinden in een deel van Namibië, check!!!

Next stop: Botswana!

De “waterholes” in Etosha

Etosha, eindelijk is het dan zo ver, we rijden het walhalla binnen, het park waar je je niet blind hoeft te staren tussen de bosjes om een neushoorn te spotten, maar het park waar het wild gewoon naar jou toekomt. Zoek een van de vele waterplassen uit en er staat, ligt of zit iets in.

De eerste avond in het park sliepen we in Okaukuejo rest camp. Deze waterhole sloeg echt alles, we hebben er van 18:30 tot half 22:30 aangezeten met een flesje wijn erbij en de olifanten, giraffen, neushoorns en nog veel meer wisselde elkaar af voor je ogen:

Gelukkig komen de meeste beesten naar je toe, want de wegen zijn barslecht in Etosha, je hele keukeninventaris schuddeld door de camper heen en de potten pasta saus zijn niet meer veilig. Er is dus geen beest in het hele park dat je niet hoort aankomen en je de kont toekeert om snel tussen de struiken te kruipen.

Buiten de luipaard en de buffel (die komt hier trouwens ook helemaal niet voor) hebben we dus 3 van de big 5’s gezien. Maar gemakshalve vervang ik de buffel voor de giraffe, ook groot genoeg vind ik zo, en hebben we dus een 4 uit 5, geen slecht aantal zou ik zo zeggen.

We hebben nog een paar parken te gaan, dus hopelijk wordt hij nog compleet, anders gooi ik er gewoon weer een vervanging in…..

Have a Jabbadabbadoo time……

De hoogste berg in Namibië is 1728 meter en loopt een beetje spits op, vandaar de naam de Spitzkoppe, al doet hij mij wat stomp aan:

Het park is onwerkelijk, je rijdt tussen enorme rode rotsen door, dit geeft ons het gevoel nog neanderthalers uit het stenen tijdperk te zijn. Jabbadabbadooooo!

Als kers op de taart mochten we ook nog in dit park ons tent opzetten, de campingplaatsen waren door het gele park verdeeld, dus geen buren, maar doodse stilte, veel vogeltjes en wat knaagdieren om ons heen. Geen stroom of water maar back to basic. Fred & Wilma Flinstone for a day! Geen grote stukken vlees maar boerewors van de braai.

De zons- op en ondergang waren waanzinnig!

Zelfs in Namibië wordt wijn gemaakt, dat had Raimon alweer snel in de smiezen. We kunnen het land dus niet verlaten alvorens een wijnboer te bezoeken, de kristal kellerei werd de uitverkorenen. Wijn maken staat er echt nog in de kinderschoenen, kijk maar naar deze professionele opzet:

De wijn was trouwens wel best goed, maar de Zuid-Afrikanen smaken net wat beter en zijn 1/3 van de prijs. Dus de keus is dan ook weer snel gemaakt, sorry Namibië…..

We rijden door naar een camping vlakbij Etosha, daar zien we zelfs al 2 neushoorns, sorry geen foto’s als bewijs…. Hopelijk wordt dat morgen beter.

De WiFi is slecht of is er niet, vandaar dat deze blog 3 dagen vertragingen heeft en de rest dus ook…

Zee & Brauhausen in Swakopmund

Ja hoor, de “bumpy road goes on”, met 90 km per uur sjeest raimon over de gravel, zodat de bulten wat minder voelbaar zijn. Wat het allemaal dubbel en dik waard maakt zijn de uitzichten. Ik wist niet dat droogte ook zoveel gezichten had, het landschap gaat van rood naar geel en van canyon naar bergen. We zien stokstaartjes, veel gemsbokken en struisvogels:

Na 4 uur is helaas het buikvet nog niet weggetrild (zo’n trilband weggegooid geld dus), maar zijn we op onze volgende bestemming, Swakopmund. Het weer is hier koud….. 20 graden met een windje die 10 graden minder aanvoelt, van zweet tussen de benen, tot kou in de tenen:

Swakopmund is een plaatsje aan de kust, met heel veel Duitse invloeden, het is dan ook een Duitse nederzetting uit 1892. De architectuur is Duits, de bakkerijen en vooral ook de Brauhausen zijn van de partij, met onderstaande oproep uit Namibië, waar we graag aan meewerken:

Verder zijn er heel veel activiteiten te doen, we wilde eigenlijk gaan dolfijn en walvis spotten, maar het was wat te koud voor ons warmbloedjes, en wat te heftig op zee voor mijn dappere kapitein. Dus hebben we relax gedaan, gewandeld langs de kust, aquarium bezocht en veel gegeten en gedronken, what do you need more….

Nu nog even inslaan voor de komende 7 dagen, supermarkten en pinautomaten gaan schaars worden. Hopelijk wel wat WiFi tussendoor.

Namibië & Botswana

Na een roadtripje in 2013 door Zuid-Afrika waren we meteen verkocht. Dat land had alles te bieden. Mooi en heel afwisselende landschappen, heerlijk eten en drinken en natuurlijk de enorme hoeveelheid aan wilde dieren die daar rond lopen. Dan heb ik het niet over zo’n aapjes uit Thailand of een lama uit Zuid-Amerika, maar dan heb ik het over serieus mother fuckers als de elegante giraffe, de stoere leeuw of de gezette hippo’s, om maar enkele te benoemen. Dit alles samen maakte Zuid-Afrika bijna perfect. Wat het wat minder maakte, was om te zien dat het verschil dus blank en zwart, nog overduidelijk aanwezig was.

Tijdens onze wereldreis was er helaas geen tijd en geld meer over om Afrika aan te doen, de tickets toen vanuit Zuid-Amerika stonden gelijk aan een enkeltje naar de maan. Al snel hadden we besloten dat Afrika de volgende bestemming zou worden. Op naar het rijk van de big five, op naar Namibië en Botswana!!!!!

Cruisen door de desolate landschappen van Namibië en langs de Chobe rivier in Botswana. Eigenlijk is er geen andere en meer avontuurlijke manier om dit te ervaren dan in een 4X4, voorzien van daktent, met de radio op 10. En zo zij het. Het nieuwe avontuur gaat beginnen en hopelijk kunnen we jullie weer bloggend op de hoogte houden. Ready…. Set…..Go

Even het vliegtuig in en hop je staat weer aan de andere kant van de wereld, ik blijf me iedere keer verbazen. Bij aankomst werden we opgehaald door het autoverhuur bedrijf, na een uitleg van 2 uur over do’s en vooral don’ts, konden we op weg. We besloten meteen door te rijden naar onze eerste camping vlakbij onze eerste doel de sossusvlei. 4 uur lang duurde deze bumpy ride waarbij een sport bh niet had misstaan, maar dit waren we al weer snel vergeten na ons eerste “windhoek” biertje en de eerste braai van deze reis.

Kapot, van de nacht in het vliegtuig, kruipen we in ons daktentje en vallen meteen in slaap, maar na 15 minuten begint het me toch een partij te waaien, de rest van de nacht heb ik doorgebracht de tentpalen krampachtig vast te houden om ons te redden van een ongewilde ballonvaart, terwijl Raimon gewoon verder ronkte, nietswetend van mijn heldhaftigheid die nacht. Toen ik ’s ochtends om 6 uur geradbraakt de tent uitstapte, met de gedachte dat alles buiten wel een grote puinzooi zou zijn door deze helse storm, bleek er nog niet eens een takje van de broze boom te zijn afgebroken….. Alles schijnt toch wat heftiger te lijken in een tent…. zo het schijnt.

Vroeg op dus, want sossusvlei schijnt het mooiste te zijn met ochtendlicht. Helaas geen ochtendlicht deze ochtend, maar speciaal voor ons een mooie grijze dekenpartij. Gelukkig breekt de zon een paar uurtjes later door voor wat leuke foto’s, en hete wandelingen door de dodevlei en de sossusvlei.

Voldaan nagenieten op het terras van de camping


Morgen vertrekken we richting de kust. X

Recap Nepal

Voor niemand is het een verassing als ik zeg dat Nepal vooral bekend staat om zijn hoge bergjes. Maar wat als je nou niet van wandelen en berg beklimmen houdt. Ben je liever lui dan moe, dan zou ik zeker een andere vakantiebestemming als Nepal kiezen. Buiten de Himalaya en de vele buitenactiviteiten, zijn er naast het Chitwan national park, waar je met een beetje geluk tijgers kan spotten, niet veel andere highlights. De hoofdstad Kathmandu is wel een bezoekje waard, het heeft best sfeer, is enorm stoffig en na de aardbeving in 2015 ligt hier helaas nog veel in puin. Ook de wegen die door het land lopen vertonen nog vele scheurtjes. Maar de Nepalezen zijn super blij met iedere “ramp” toerist. Toerisme en water blijven hun grootste inkomstenbronnen, dus ze zien je graag komen en dat voel je ook.

De bevolking is echt heel vrriendelijk (op die ene doorgedraaide Nepalees na), iedereen wenst je een goede dag in de vorm van Namaste (wat: ik buig voor jou betekend) en ze lijken het ook nog te menen. Wat ook een hele verademing is, je wordt niet lastig gevallen op iedere straathoek door een verkopertje die je wat probeerd aan te smeren, alles gaat er erg relax aan toe voor ons. In het hoogseizoen is het misschien een heel ander verhaal, maar ja in het hoogseizoen is alles een ander verhaal….

IMG-20180207-WA0055

Dat brengt me dan bij de seizoenen, het hoogseizoen loopt van maar7t tot en met mei en oktober en november.
In de maanden juni, juli, augustus is de mouson, het is dan te gevaarlijk en te nat om de bergen in te gaan, een ‘no go’ dus. In december, januari en februari is het, net als bij ons, winter, dat wil dus zeggen, koud, heel koud in de bergen!! Het seizoen waar wij als “ijskoninginnen” voor kozen. Ook staat er in dit seizoen niet veel in bloei, beetje dorre boel dus, vooral de rijstvelden. Wat wel een grote plus is, is dat het allesbehalve druk is, je komt uren niemand tegen. Naar horen zeggen is het in het hoogseizoen het andere uiterste en loop je als slome treintjes achter elkaar aan, tuuttuut. Ik kan me goed voorstellen dat er dan veel vooraf gereserveerd moet worden, richting basecamp zijn er bar weinig theehuisjes om in te overnachten…

In Nepal leeft het geloof heel erg, het hindoeïsme heeft de groostse aanhang met 81% waarna het boeddhisme met 9% volgt (Nepal is het geboorteland van Boeddha). Die 2 godsdiensten gaan goed samen en
ze hebben door de jaren heen met en met tradities en bijvoorbeeld feestdagen van elkaar overgenomen. Veel feestjes dus. Wat alom bekend is en overal een vrolijke noot geeft zijn de mooi gekleurde vlaggetjes die echt overal hangen. Ze hangen er niet bepaald voor decoratie, eigenlijk zijn het Tibetaanse gebedsvlaggetjes, uit het boeddhisme, die waarschijnlijk overgenomen zijn door de Nepalezen. Hier worden gebeden en mantra’s op geschreven. De 5 verschillende kleuren vlaggetjes geven de 5 elementen weer. Ook wij zijn allemaal huiswaarts gekeerd met het nummer 1 souvenier, vlaggetjes.

De Annapurna trekking, was super gaaf en zeker een aanrader, hij was goed te doen en niet al te zwaar. Onderweg valt veel moois te zijn, heel veel schattige hondjes (ohhh ik had ze wel allemaal mee kunnen nemen), de “heilige koe”, de minder heilige waterbuffel, speelse aapjes en langsdenderende ezels. Wat de hele 10 dagen zo zwaar maakt zijn de lange avonden zonder verwarming en daarna 10 dubbel gelaagd als een ietwat ruikende ui je slaapzakje in. Net warm, dan wilde de met thee gevulde blaas je weer niet met rust laten. De thee die zo hard nodig was je warm te houden. De wc’s waren weer alla hurken en bij de schaarse westerse toilet werd de squat beweging “highly recommended” om zo de billen uitslag-vrij te houden. Een warme douche is zo goed als niet te krijgen, en mocht er een zijn dan is het rennen voor dat beetje warm water. Als bepakkingstip staan vochtige doekjes ver bovenaan, voor pesoonlijke en materiele hygiene.

Het eten is in Nepal niet echt om over naar huis te schrijven. Gelukkig is er in de wat grotere plaatsen veel variatie qua keukens. Vooral Indiaas en andere Aziatische gerechten. Het typische gerecht uit de bergen is Dal Bath, waar hier niemand genoeg van kan krijgen. Ze eten 3 keer per dag dit gerecht, dag in dag uit. En ze blijven het aanbidden. Het is een erg voedzame schotel bestaande uit rijst, linzen pap (meer dunne soep), curry, pickles, en soms een eitje of een ranzig ruikend stukje papadum. We hebben 2 versies geprobeerd, maar die Dal Bath verslaving laten we even links liggen. Door de hoge kosten van vlees wordt het weinig gegeten en is de omloopsnelheid dus erg laag, er wordt dan ook afgeraden om vlees te bestellen, vooral onderweg op je trekking. In ieder theehuisje stond precies hetzelfde op het menu, maar eigenlijk waren de gerechten best te doen. Vooral veel tonijn uit blik en de typisch nepalese gerechten pizza en pasta waren goed vertegenwoordigd.

Conclusie: zeker doen! Zo’n mooi uitzicht als beloning voor een uitputtende tocht maakt het extra speciaal.
Het afzien hoort gewoonweg bij deze bijzondere ervaring, de waardering wordt vele malen groter. Ook ben ik heel blij dat het samen met mijn vriendinnetjes heb mogen doen, afzien zonder veel te lachen zou een echte geestelijke sloping zijn geweest.
Nepal is mooi en er wonen vooral lieve mensen, ik geeft het geheel een 7. Maar had de ervaring nooit willen missen.

The Top of the World

 On y va! Op naar de top van de wereld, okay okay ik overdrijf een beetje, de hoogste berg (Mount Everest, 8850m) wordt ingeruild voor de Annapurna South (7220m) en de piek wordt ingeruild voor base camp (4130m). Klinkt in ene keer niet meer zo spectaculair maar wordt toch als een hele prestatie gezien en ondervonden door groepje Himalaya Bitches.

“The story”:

Dag 1, gids 1:

Bepakt en bezakt vertrokken we aan ons avontuur. Ook weer niet helemaal waar, het meeste werd bepakt en bezakt door de sherpa’s die we ingehuurd hadden en die 16kg van onze sjwik moesten dragen. Het is trouwens ongelooflijk hoe snel je aan die 16kg komt. De helft van de tassen waren gevuld, met onze overlevingspakketten, bestaande uit mueslibars en een stuk of 40 noedelsoepjes, die natuurlijk levensreddend zouden zijn mochten we ondergesneeuwd raken in the middle of nowhere en we toch toevallig een Yeti met kampvuurtje tegen zouden komen die in een pannetje wat  ijswater voor ons zou kunnen warmen. Levensbehoefte nummer 1 dus!

De eerste dag was een fijne rustige dag, niet te lang gewandeld, het zonnetje scheen, onze gids Biznu wat leren kennen, pastieske gedronken (ook weer zo’n gevalletje van eerste levensbehoefte).

Dag 2, gids 1:

7000 oneven trappen, wie bedenkt nou zoiets? Nooit geweten dat de Himalaya voor een groot gedeelte uit trappen bestond. De ochtend begint dus met 7000 trapjes, van het uitzicht werd nauwelijks genoten aangezien de focus op de oneven trappen moest liggen om niet al struikelend op de 2de dag een einde te moeten maken aan de trek. Eenmaal boven konden we genieten van jawel wederom mist en dorre bruine rijstvelden. De trappen eindigde boven helaas niet, maar de Nepalese bevolking was gewoonweg vanaf daar gestopt met tellen. Gelukkig heb ik laats gelezen dat ik een mooi gevormd achterwerk zou kunnen creëren door middel van veel trappenlopen. Kom maar op met die trappen dus!

Eenmaal aangekomen in het hotel drinken we een biertje, geen vuiltje aan de lucht. Maar dan….. uit het niets slaat onze gezellige gids om van een aardig persoon in een of andere gefrustreerde dronken gek. Hij beschuldigd en verwijt ons van van alles en nog wat, hij schijnt het niet meer te zien zitten. Eigenlijk wilt hij niet meer met ons verder en komt met 100 en 1 manieren om ons te kunnen lozen. We zouden bijvoorbeeld makkelijk wel zelf de weg kunnen vinden…., of misschien konden we wel met de Sherpa’s verder mee op pad…. Dit was natuurlijk geen optie voor ons aangezien we serieuze duiten betaald hadden voor dit zonnetje. Verslagen en bewapend vergaderen we op onze slaapkamer over hoe nu verder. We kunnen niet slapen, Hij heeft ons allemaal hartstikke bang gemaakt met zijn manier van doen en spreken. Gelukkig hebben we nog een beetje bereik om contact met de organisatie te zoeken. Onze zaaten Dre blijft in en uit lopen op onze slaapkamer met zijn, alla “the Shining” achtige “Here’s Johnny” grijns, doet de lichten uit en sluit ons zelfs een keer op. Wat zeker ook niet hielp in deze was dat we ziels alleen in dit enorme theehuis zaten. Wij, de zatte gids, de zatte sherpa en de zatte hoteleigenaar. In de nacht komt het verlossende bericht dat een andere gids ons daar weg zou komen halen nog die nacht. Binnen 5 minuten hebben we onze spullen bij elkaar gepakt en lopen we de donkere gangen door richting onze redder in de vorm van Asis. Asis gaat de confrontatie gelukkig nog aan met de hagelen Biznu en weet zo onze trekking permits nog van hem afhandig te maken, helaas moeten we onze slaapzakjes wel achterlaten. Buiten komt na de spanning de ontlading in de vorm van waterige oogjes en een hartkloppinkje hier en daar. Maar gelukkig een veilige nachtrust.

Dag 3, gids 2:

Asis bleek ingehuurd voor een privé trekking, hij liep met een Nederlandse moeder en dochter de Poon hill loop (5 dagen). Gelukkig waren deze 2 dames erg begaan met ons en konden we een dag met hun mee om zo de tijd te overbruggen dat er een nieuwe gids voor ons zou arriveren. Om half 6 in de ochtend vertrekken we al richting Poon hill, voor dit mooie uitzicht met zonsopkomst:

20180201_065850

De rest van de dag is het vooral glibberen op plakken ijs in de rododendronbossen (helaas niet in bloei), weer eens wat anders dan trappen lopen. In de avond verzamelen we ons rond de houtkachel van het theehuisje en gelukkig arriveert onze nieuwe gids op tijd met onze nieuwe slaapzakjes. Geen kou vannacht hopelijk.

20180201_095641

Dag 4, gids 3:

We ontmoeten de nieuwe gids (Prasan) en gelukkig voelt het meteen wel goed en zijn we klaar voor alles wat nog gaat komen. We lopen weer door het regenwoud bergje op en bergje af, het ene moment in het t-shirtje en 5 minuten erna weer met de handschoenen aan. In de avond wacht een warme douche op ons, oh wat is dat genieten na 4 dagen van geurtjes die uit iedere porie komen. Gelukkig zijn we allemaal besmet met dit stink virus. In de avond wordt de kachel opgestookt en gaat de muziek aan. Eindelijk een avond om energie van te krijgen, we beginnen weer praatjes te krijgen.

Dag 5, gids 3:

Toen Prasan met het idee kwam om de trekking met een dag in te korten, door de andere dagen wat langer door te lopen, konden we hem bijna wel kussen van geluk. 1 dag eerder terug naar de luxe (ohoh stiekem zijn we toch allemaal wel een beetje luxepaardjes) van de stad. We zijn moe van de inspanningen en het gebrek aan slaap, maar dit laten we ons niet af nemen, we gaan gewoon tot het naadje en loodsen ons wel door een paar intensievere dagen heen. Die avond veranderd het kletsgrage 4-tal in het 4-tal niks te missen, we drinken wat thee, natuurlijk niet te veel want dat zou nachtelijke bezoeken aan het buitentoilet betekenen, en openen de e-reader nog maar eens. We trekken het zoals vele andere avonden toch weer tot een acceptabele 8 uur en gaan naar bedje.

Dag 6, gids 3:

De laatste dag tot basecamp, we zouden van 2900m naar 4130m klimmen, leek geen appeltje eitje en viel inderdaad iedereen zwaar. De laatste 500m ging voetje voor voetje, maar wat een uitzicht, omringd door die enorme bergen. Als de hoogte je adem al niet beneemt, dan doet dit nietige maar ook overweldigende gevoel het wel. Eindelijk ons doel bereikt, Annapurna base camp, met traantjes van trots in onze ogen high fiven we iedereen die maar in de buurt is. Veel gezeur, veel gezeik,  maar oh wat was het het waard, wat een gevoel daarboven en wat gaaf om het samen met mijn vriendinnetjes gedaan te hebben.

Dag 7, gids 3 (begint saai te worden hè):

De wekker zetten was niet nodig voor de zonsopgang, we hadden een hondenroedel naast onze deur zitten, die er een hobby van maakte om hun jank capaciteiten te oefenen midden in de nacht (alla Jambers: overdag is het een hondje, maar in de avond ontpopt hij zicht als een ware wolf).

Vanaf nu vooral berg af! Als traktatie een groepje Langur aapjes vlak voor onze neus die zich te goed doen aan wat hoopjes gras.

Dag 8, gids 3:

We staan op en zien dat we van geluk konden spreken dat we een dag eerder op base camp waren, boven de Annapurna is het pikzwart, dat betekend sneeuw! De tocht was al zwaar genoeg zonder ook nog door een laag sneeuw te hoeven te ploeteren. Bij ons schijnt het zonnetje, aangekomen bij ons theehuisje van die nacht zouden we onze uitgeputte spieren kunnen laten rusten in de plaatselijke hotsprings. Deze optie laten we aan ons voorbij gaan en gaan, als echte alcoholisten die 5 dagen geen druppel gehad hebben, voor het terrasje met bier! Genieten!

Dag 9, gids 3:

Het einde nadert vandaag, we lopen de marathon en zitten vol energie bij de gedachte aan Pho in de avond, een westers toilet en natuurlijk een warme douche. We zijn niet te stoppen en lopen alsof ons leven ervan afhangt.

“The End”