Argentinië it is dus, na een start in Buenos Aires (ga ik weer op terugkomen) gaan we door naar… de Iguazu watervallen, met als basis Puerto Iguazu, lang van gedroomd en nu eindelijk af kunnen strepen van de bucketlist.
Waar de Victoria falls een paar jaar geleden wat tegenvielen i.v.m. water tekort. Prijkt deze in haar volle glorie, zelfs tijdens het “droogste” seizoen.
Van een vertrouwde wiki-bron heb ik vernomen dat de watervallen een geheel van tussen de 270 en 300 watervallen zijn. In totaal 2,7 kilometer breed en vallen tot 82 meter naar beneden.
De watervallen liggen op de grens van Argentinië en Brazilië. Beiden kanten zijn de moeite waard om te bezoeken.
Bij de Argentijnse kant, loop je als het ware tussen de watervallen en bekijk je het bekendste devil’s throat van bovenaf:
meerdere trails kan je volgen om een zicht van alle kanten te krijgen:
De dag erna een dagje naar het geliefde Brazilië, waar je ze van de overkant bekijkt en dus wat meer overzicht hebt. Er is helaas maar één redelijk kort pad te bewandelen daar:
Iguazu, ligt midden in de jungle. Dus ook weer veel beestjes en vooral enorm veel vlinders te zien:
Wat de meeuw is voor Scheveningen en de “squirrels” voor Central Park, dat is het, oh zo schattig ogende neusbeertje, voor de Iguazu. Even niet opletten en je eten is van de tafel of uit je rugzak gehaald.
En dan ter afsluiting nog wat weetjes over Brazilië, die het land waarschijnlijk nog wel wat aantrekkelijker maken.
De Brazilaan:
Een erg kleurrijk volk, dit uit zich niet alleen in de huidskleur, die uit alle tinten bestaat. De LHBTIQ+ vlag waait hier ook overal. Tevens kan je er vele vierkante meters aan mooie en minder mooie tatoeages vinden. De nek en het gezicht meeschilderen is hier geen uitzondering. Wat ze vooral kleurrijk maakt is de gezelligheid en de vriendelijkheid. Je voelt je eigenlijk meteen thuis, spreek je de taal niet, boeien, ze kletsen gewoon de oren van je kop.
Eten & drinken:
Het eten viel ons goed mee, we hadden ons ingesteld op de wekenlange vlees, aardappelen, maïs routine zoals we die in Colombia en Bolivia kregen, maar dat is hier ook wat kleurrijker. Standaard is wel veel vlees of vis, grote stukken ook, bakje bonen, rijst en friet, geen groente (tenzij je het bakje bonen meetelt), maar kon je er altijd “voor peanuts” bijbestellen. Maar ook visstoof (moqueca)en veel Italiaans en sushi.
Fruit was overal en veel te krijgen en de nationale trots lijkt Açai, gemaakt in de vorm van een koude pap, die gemaakt wordt door de bevroren vruchten te pureren met water of melk en af te maken met, de keuze is reuze aan, toppings.
Prijzen in Brazilië:
Op blogs was te lezen dat het een redelijk duur backpack land is. Dat is ons dus reuze meegevallen, wat voorbeelden:
Overnachting 2pers kamer met eigen badkamer: €20,-
Gegrilde kip (frango), met dus de rijst friet en bonen: €5,-, versie met beef: €6,50
Ontbijt: broodje gebakken ei en koffie: €1,5
Blikje/ flesje bier in de horeca (600ml) tussen de €1,6 en €2,40
Caipirinha: tussen de €1,60 en €4,-
Koopje dus!
Je aankopen betalen:
Dat is in geen een land makkelijker dan hier en is waarschijnlijk het allergrootste voordeel van dit land: het magische woord Debito en je zwaait met je gewone huis/tuin en keuken bankpasje.
Bij iedere aankoop, blikje cola, kokosnoot bij de jongen op het strand, restaurants, noem het maar op, kaartje tegen het draagbare broekzakformaat pinapparaat en voila… Extra kosten die door de bank worden ingehouden zijn zo goed als nihil. Zo te zeggen hebben we 0 keer cash geldnodig gehad en werkte de bankkaart iedere keer.
Uber:
Nog zo’n begrip die het leven hier een stuk zorgelozer heeft gemaakt, de Uber app, die je op iedere hoek van de straat kan activeren en je rit binnen een paar minuten voor je neus staat (met mede dank aan de e-sim die voor de constante internet verbinding zorgt).
De puffende wc-bril:
Nog een leuke, die je billen gaan waarderen, de puffende, oftewel zuchtend wc-bril. Iedere bril, waar je even comfortabel op wilt gaan zitten, puft en zucht met je mee. Hij zakt wat in en maakt daar een bijbehorend geluid bij.
Het enigste wat jammer is, maar inherent aan zo’n groot land, dat je veeeel onderweg bent. Dus tel sowieso maar wat “weggegooide” reisdagen bij je reisschema.
Brazilië, krijgt een dikke 9, bij ons staat hij weer bovenaan de bucketlist, maar dan zeker ook het noordelijke deel. Dus tot snel!
Het Brazilië verhaal eindigt voor ons in “The Big City” Sao Paulo. Met zijn 22 miljoen inwoners is het niet alleen de grootste stad in Brazilië, maar ook in Zuid-Amerika.
De planning was 2 dagen, maar door de slechtere weersomstandigheden aan de kust, zijn het er 4 geworden. En gelukkig was dit zeker geen straf. Als we spreken over de bekende bezienswaardigheden van SP kan ik er eigenlijk geen opnoemen. Er is veel hoogbouw en drukke straten. Maar toch heeft het wel wat.
5 nachten, 4 volle dagen, 2 verschillende wijken.
Pinheiros; Een buurt vol cultuur, galerijen en kleurrijke graffiti. Met het bekende Beco do Batman, jawel genoemd naar…
Jardim Paulista; dichter bij het mooie stadspark:
De grote winkelstraat, Avenida Paulista. Op alle zondagen afgesloten voor verkeer en de auto’s worden dan vervangen door kraampjes, muziek en gezelligheid, zo prijkt het op alle websites. Vol enthousiasme gaan we deze straat vol gezelligheid tegemoet. TOET, TOET, TUUUUUT!!! Ja hoor, wij hebben die ene dag in de tig jaar te pakken dat de straat gewoon open blijft, de gemeenteraadsverkiezingen😏…. Een paar kraampjes laten ons nog een begin zien van hoe deze zondag had kunnen zijn en een zanger probeert nog schreeuwend boven het getoeter uit te komen.
Dan maar richting Liberdade, de Japanse wijk (hier is de grootste Japanse gemeenschap buiten Japan). Iedere zondag een grote gezellige markt, en ja hoor deze wijk trekt zich gelukkig niks aan van de verkiezingen, waar veel onzinnigheden te krijgen zijn en natuurlijk veel eten:
De kathedraal:
Dan hebben deze 2 cultuurbarbaren toch nog even wat cultuur gesnoven in het Museu Afro Brasil. Het is een mooi museum en werd aangeraden door vele Brazilianen omdat de Afrikaanse cultuur nog zo’n grote invloed op hun manier van leven heeft. Tussen 1501 en 1866 werden 12,5 miljoen Afrikanen als slaven naar Noord-, Midden- en Zuid-Amerika gehaald. Bijna de helft ging naar Brazilië. Ook is de slavernij hier later afgeschaft dan in andere landen, namelijk in 1888.
We zeggen “obrigado/da” tegen dit mooie land en vertrekken naar Argentinië.
Vanaf Sao Paolo (kom ik op terug) hebben we de bus gepakt naar Paraty. De gedachte was een dag of 5 in Paraty en/ of Ubatuba te blijven. Maar de weersvoorspellingen bleven erg slecht na de 3de dag. Dus is het bij 3 dagen Paraty gebleven en wat extra dagen Sao Paolo.
Paraty is een super gezellig en mooi koloniaal dorpje, met echte nekbrekers oftewel enkelverstuikers van keien als bestrating, alleen de allerdapperste onder ons durven deze wandeling met flipflops aan.
Paraty’s koloniale huizen zijn heel goed bewaard gebleven, ooit gebouwd omdat het een strategische plaats had aan de kust. Doordat er een spoorlijn aangelegd werd tussen Sao Paolo en Rio was het plaatsje niet meer nodig als haven voor goud en koffie transport. Het dorp liep leeg en er werd vergeten dat het bestond.
Tijdens vloed loopt het dorp gedeeltelijk vol met water uit de zee, ligt even aan het weer tot hoever de straten blank staan. Maar dit kan tot aan het midden van het dorp zijn:
Ook staan ze bekend om hun Cachaça walhalla. Deze sterke drank wordt gemaakt van suikerriet:
Voor ons vooral bekend als partymaker in de caipirinha, oftewel caipi:
Maar hier wordt het geliefde drankje in wel 20 soorten verkocht. Als likeur, op vaten gerijpt, op verschillend hout gerijpt en dan is het in ene keer ook lekker om puur te drinken.
Paraty ligt tussen de groene bergen, bekleed met jungle en watervallen:
Het dorpje is leuk, gezellig. Maar ik kan het niet mooi noemen.
Maar de omgeving is prachtig groen en in tegenstelling tot de bruine Miranda river, zijn de rivieren hier kraakhelder. De helderheid ontstaat door de kalkstenen bodem waar het water constant gefilterd wordt.
Het dorpje Bonito, met telefooncellen die nog cooler zijn dan de nieuwste iPhone:
We hebben een tourtje naar Buraco das Araras gedaan. Een flinke sinkhole waar veel rode papegaaien wonen. En dan ook echt alleen de rode soort, deze beestjes zien er schattig uit, maar stiekem zijn ze de grootste racisten. Ben je van een andere kleur, dan wordt je direct verbannen.
Met nog veel ander moois:
Tourtje snorkelen in de Rio Prata, een van die koude heldere rivieren hier.
En zie hoe bonito:
Verder was er een dagje regen, die gelukkig wat verkoeling meebracht. Dit was de uitgesproken dag om weer eens goed na te denken wat we in de komende weken willen gaan doen. De vooraf bedachte planning hebben we wat omgegooid en we blijven sowieso nog een weekje in Brazilië. Denk dat je nooit genoeg kunt krijgen van dit land
Na Rio zetten we koers naar Campo Grande, de toegangspoort naar het Pantanal.
Campo zelf heeft niet heel veel spannends te bieden en met een 41 graden op de thermometer zat er ook niet veel anders op dan binnenactiviteiten. We kwamen toevallig bij het Pantanal Biopark terecht door een willekeurige klik van Raimon in de Uber app.
Vreemde vissen:
Maar ook mooie vissen:
In het stadspark, is het een grote capibara party:
Biertjes drinken in de lokale brouwerij:
De dag erna dus door naar het enorme moerasgebied voor wat spotting.
Het Pantanal is namelijk het grootste moerasgebied ter wereld. In het regenseizoen komt dit gebied voor 80% onder water te staan. Maar we zijn er in de winter en dat is hier het droge seizoen. De waterstand is dan ook erg laag en het gebied snakt naar de regen. Temperaturen lopen hier ook op tot 40 graden en dat dus in de winter..
We hebben een tour geboekt met Pantanal Discovery voor 4 dagen en 3 nachten in de Jungle Lodge.
Aan activiteiten geen gebrek. Met onze top gids Ronny Anaconda (waar deze bijnaam vandaan kwam, is ons niet geheel duidelijk, misschien ook maar beter…)
Ronny, is die met de roze pet😉
Piranha vissen; Raimon’s trotse catch was nog een beginnende puber en moest terug:
Bij een volwassen vangst, werd hij bereid door de kok van de lodge om op te peuzelen.
Boottochtjes in de nacht en dag, met mooie uitzichten, tig soorten vogels en andere spannende dieren als kaaimannen en reuzenotters:
Kanoën:
Met als cherry op de pie/ kaas op de tosti/ hagelslag op de pindakaas, noem het maar op, deze moeilijk te spotten knapperd met welp:
De jaguar
Beetje paardrijden door de droge velden, het gaucho gevoel bleef wat achterwege, omdat mijn bouwhelm bij ieder draftje voor mijn ogen zakte.
Floaten, oftewel er was weinig stroming, dus zwemmen in de Miranda river tussen de kaaimannen, piranha’s en boa’s, na veel gespartel, gezeur, gegil en gelachen toch een hele ervaring:
Land safari en wandelen met het zweet op de bovenlip, tussen de billen en overal waar je het niet zou verwachten:
Hyacinth araAapjes kijken
Wat het allemaal nog beter maakte was de gezelligheid van de mensen die we daar ontmoet hebben:
Eigenlijk is onze reis begonnen in deze stad, 3 dagen was een mooie start, maar veel te kort, gelukkig konden we na Ilha Grande nogmaals 3 dagen terug. Genoeg? Nog lang niet.
Nog nooit zo veel afwisseling gezien in een stad. Een stad waar de jungle en de zee in elkaar overgaan, en waar de bewoners kleurrijk en trots langs de bekende stranden flaneren. Maar ook een stad met enorme verschillen tussen arm en rijk.
Geen stad in Brazilië telt zoveel favelas en het is tevens de enige waar deze zich ook voor een deel in het centrum bevinden.
Een heel groot deel van de inwoners van Rio woont in zo’n favela. De taxichauffeur, de kapper, de barman, de kassière allemaal beroepen uit de middenklasse waarvoor het hier niet weggelegd is om uit een favela te komen. Deze wijken worden beschermd en gerund door de drugsbendes, die voor rust en veiligheid zorgen voor hun inwoners. Daar waar de politie de macht probeert terug te pakken (zoals tijdens WK 2014), gaan de misdaadcijfers omhoog in de wijken en vooral het huiselijk geweld. De bewoners voelen zich, naar horen zeggen, beter/ veiliger bij deze bendes, dan bij de bij ons zo vertrouwde politie.
Dus, waar zal ik beginnen
Allereerst de stranden, de bekendste van de wereld, de Copacabana en Ipanema , maar er zijn nog veel meer. Je kijkt je ogen uit, surfers, joggers, kraampjes, strandbarretjes, billen, billen en nog eens billen. Grote billen, kleine billen, hoe je ze maar wilt, je zult ze vinden. Het algemene beeld dat we hebben is dus waar. Aan blote billen in kleine bikini’s geen tekort. Veel drukte, gezelligheid, muziek, lachende en zingende mensen, hier voel je je meteen thuis:
Christus de Verlosser (Cristo Redentor), hoog uitkijkend over de stad, aan de voeten van deze cristo een berg begroeid en bewoond door het jungle leven:
Selaron stairs, de bekende kleurrijke trappen van Rio. Vooral onderaan is de drukte te vinden, de wat luier aangelegde toerist, neemt zijn foto van onderaf en zet zijn weg weer voort naar een volgende snelle shot;
Onder aan de trapPaar treden omhoog
Kleurrijk Santa Teresa, met het trammetje:
De bibliotheek:
De, hoe zal ik het netjes verwoorden, “bijzondere” kathedraal. Al was de binnenkant toch redelijk indrukwekkend:
We hebben nog een fietstour gedaan, wat leuk is voor de bijkomende informatie. Maar wat je ook prima zelf kunt doen aangezien ze op elke hoek van de straat deelfietsen te vinden zijn.
Een van de hoogtepunten was de foodtour (eigenlijk altijd bij ons), enorm gezellig, leerzaam en vooral lekker:
Over veiligheid in Rio wordt veel gesproken, maar we hebben ons geen moment onveilig gevoeld. Maar we zijn dan ook wel in de avonden alleen in de veilige wijken als Copacabana, Leblon en Ipanema gebleven. In andere wijken zal het vast anders zijn in de minder drukke avonduren.
Wat een geschenk uit de hemel in Rio is, is het vroeger veelbesproken bedrijfje genaamd Uber. Dit maakt het reizen zo makkelijk en trouwens ook goedkoop hier. In Amerika is het handig, maar hier is het hemels. App openen en ja hoor, over 1 minuut staat er alweer een met een glimlach voor de deur. En de prijzen zijn zo laag, dat je je er bijna voor schaamt.
Deze stad is niet in 6 dagen te bekijken, zelfs niet in 2 weken. Er zijn zoveel hikes te maken, nog zoveel delen te bezoeken, nog zoveel meer te genieten op de stranden.. met andere woorden, in de bekende quote van een robot/man, die uit een verre toekomst kwam…“we’ll be back”
Na 3 dagen Rio (hierover later meer), zijn we doorgegaan naar Ilha Grande.
Na de laatste werkdag konden we zo goed als meteen de backpack inpakken en vertrekken richting luchthaven. Dus een onthaast en afschakel moment was wel nodig. Weer het gevoel krijgen dat niks hoeft maar alles kan. Dus even niks, nada, noppes en alleen maar chillen met die billen.
Ilha Grande moest dit gaan bewerkstelligen voor ons. En dat is haar meer dan gelukt!
Het eiland ligt zo’n 2 uurtjes rijden en een half uurtje boten van Rio. De naam spreekt voor zich, het is het “grootste eiland” van het archipel Angra dos Reis. Op dit mooie eiland zaten vroeger de zwaarste criminelen van Brazilië opgesloten. Hopelijk voor hun hadden ze “a room with a view”.
Nu staat het op de UNESCO Werelderfgoedlijst, alleen kleinschalig toerisme is toegestaan Er is geen bestrating, dus ook geen ronkende auto’s of opgefokte brommers. Je zal het hier moeten doen met de benenwagen, de doodgewone fiets (je weet wel zo een waar jezelf heel hard bij moet trappen), of de watertaxi.
Eigenlijk bestaat het eiland uit een grote jungle:
met vele strandjes met helderblauw water rondom:
Allemaal verbonden met wandelpaden, waar veel moois te zien is:
Met het gezellige Abraão als hoofddorp, veel leuke pousadas om te overnachten, en genoeg keuze aan lekkere restaurants:
Zelf sliepen we in een klein huisje, met alles wat we nodig hadden; bed, ijskast, hangmat en veel vogeltjes in de tuin:
En….. deze knappe prins als huisvriend:
Het was dus een weekje van mooie wandelingen en al Caipirinha drinkend genieten op de rustige stranden hier.
En om de strand sleur wat te doorbreken, leek een tochtje naar Gruta do Acaiá ons een strak plan.
De grot ligt 8 meter onder zeeniveau, daar waar het zeewater binnenkomt, komt ook het zonlicht mee, wat een mooi neon-achtig licht brengt in de grot.
Met geen idee hoe deze grot eruit zou zien en met de hoop op maatje mergelgrot in de St. Pietersberg gingen we op pad.
Met de helm die we op moesten zetten, zou misschien al een belletje kunnen zijn gaan rinkelen.., maar nee hoor, ik voelde me trots als een echte speleoloog. We klommen een paar meter naar beneden met een ladder en onderaan begonnen de zorgen. Een spleet van zo’n 40 cm, waar je je al liggend op je rug doorheen moest wurmen, verstand op 0 en gaan met die banaan. Een meter verder had deze banaan een hartslag van zo’n 200. Ik keek naar links, geen weg meer terug, er lagen al 2 mensen naast me de weg te blokkeren. Dus, door in de hoop op een snelle afloop. Na, in mijn gedachte tientallen meters verder (maar naar alle waarschijnlijkheid 4 meter verder), kwamen we in de “ruime” hal van waaruit de neon spleet te zien was, de “ruime” hal bleek ook maar 60 cm hoog te zijn. Raimon keek me aan, zag mijn rood aangelopen gezicht, knipte snel een foto van de rot(s) spleet en bracht me gauw weer terug in veiligheid.
De spleet
En wat nog het zorgwekkendste is, is dat ik als vermeende avonturier de enige was die last hiervan scheen te hebben… hopelijk loopt dat avontuurlijke ook wat losser.
Het eilandleven zit erop voor nu, terug naar de stad
Het is alweer 8 jaar geleden dat we de sprong waagden om een jaartje rond de wereld te trekken. Toen al niet de jongste onder het backpack volk,….
Nu, dus 8 jaar later en een paar kwaaltjes, rimpels en ouderdoms aandoeningen rijker, kriebelde het weer… we hebben nog zoveel niet gezien, er staat nog zoveel op de bucketlist.
Toen; nog “jong en onbezonnen”:
Nu; “ouder en nog net niet versleten”:
Altijd blijven sparen voor t geval dat de behoefte naar een nieuw avontuur te groot werd. En die behoefte die kwam nog niet zo lang geleden. Na wat wikken en wegen, en vooral; hoeveel budget is er eigenlijk? Een half jaartje moet ons zeker gaan lukken, dus een grote GO!!!!
Met het eerste ticket naar Rio op zak gaan we de uitdaging weer aan.
Beetje roestig in het bloggen, maar zal vast losser gaan lopen… hoop ik voor jullie.
De oudste, nog steeds bestaande Europese nederzetting in de VS. Wel ter verstaan uit 1565, voor ons stelt deze “oudheid” niet zo veel voor, maar in deze “nieuwe wereld” is dat rete oud.
Maar voor het zover is, stoppen we onderweg nog even op 1 van de golden isles van Georgia genaamd Jekyll island:
Het stadje St.Augustine met zo’n 15.000 inwoners ligt in het noorden van Florida, het is er mooi en enorm goed onderhouden:
Dit is alweer de laatste stop van deze reis, nog even 2 dagen relaxen, zon, zee, strand:
Lekker eten:
Er zit hier zelfs een wijnhuis met droge wijnen, al moet hierbij verteld worden dat deze druiven vanuit de “Napa Valley” in Californië komen, waar ze hun eigen lapje grond hebben. De enige druif die er wel verbouwd kan worden is de muscadine, zoet, zoet en nog eens zoet. Maar de gemiddelde Amerikaan loves it… Dat zegt wel weer genoeg:
Volgende stop de distillery van St. Augustine, ze maken wodka, rum, bourbon en gin. Helaas hebben we alleen handbagage op de vlieger, dus er kan geen flesje mee terug:
Dolfijnen schijnen hier in overvloed te zijn, als je op de brug staat kan je ze zo zien langs zwemmen, werd gezegd. Zelfs na het erop uit trekken met een bootje moeten ik het met 1 karige dolfijn doen op zo’n paar 100 meter afstand. En Raimon moet het met mijn hysterisch geschreeuw en gewijs doen, hij heeft hem helaas gemist. Verder wel wat mooie vogels:
Wel zien we 2 manatees….oftewel lamantijnen, behorende tot de zeekoeien (even goed zoeken op de foto is nodig), naar het schijnt komen deze veel minder vaak voor en hebben we veel geluk, helaas zijn ze net wat minder schattig dan dolfijntjes:
En dan is het zover, de dieptreurige dag is aangebroken we moeten naar huis.
De vlucht vanuit Orlando vertrekt om 22:00, dus kunnen we nog wat van deze treurige dag proberen te maken. Orlando staat natuurlijk bekend om al zijn pretparken en vertier.
Get ready for take off: ons vertier wordt “Kennedy Space Center”, home of NASA. We voelen ons als een stel kleine kinderen tussen deze space shuttles:
Na vele missies is de Atlantis hier met pensioen gegaan: