Over de Mekong naar Thailand

Dit keer geen gevaarlijk rijdend land monster, met bijbehorende nog gevaarlijkere chauffeur, voor ons, maar een rustig boottochtje op de slowboat van Luang Prabang naar Huay Xai, van waaruit je de grens oversteekt naar Thailand via de Friendship bridge. Een aanrader volgens vele als je toch genoeg tijd hebt. En gelukkig hebben we meer dan genoeg tijd, dus kom maar op met die “trage boot”. De tocht duurde 2 dagen waarvan je steeds rond 18:00 aan land gaat om een accommodatie te zoeken voor die nacht. Niet slapen op de boot dus, of ja in ieder geval niet op de uren waarin je normaal slaapt. Het was een heel erg mooie tocht over de Mekong, veel mooie natuur, kleine dorpjes en veeeel waterbuffels passeren je op zo’n snelheid van 30km per uur. Zeker de moeite waard dus.

De eerste etappe ging van Luang Prabang naar de tussenstop Pak Beng. De boot viel ons 100 procent mee. Er paste iets van 70 mensen op en we waren met een stuk of 40, genoeg ruimte dus. De zetels waren hergebruikte autostoelen, best comfortabel dus. Ook had je een fijn tafeltje voor je om aan te eten of spelletjes aan te doen. Er kwam wel een enorm kabaal vanuit de machine kamer, maar op de een of andere manier wen je gewoon aan zo’n geluiden na een tijdje. Ik denk dat de verhouding lag bij 1/3 toerist en 2/3 locals, de locals werden overal en nergens eruit gezet of opgepikt. Je hoefde maar ergens langs de Mekong je hand op te steken en ze pikte je op. Liftend over de Mekong dus.
De eerste stop was Pak Beng, aan wal werden we belaagd door afgevaardigde van de verschillende hostels en guesthouses uit het dorp om bij hun te overnachten. Gelukkig werden we gekidnapt door de juiste en hadden we een leuk guesthouse voor een prikkie. In het dorp was niet veel te beleven, maar we hadden ook niet meer nodig dan een lekkere maaltijd en een biertje.

Helaas was voor etappe 2 onze boot verwisseld met een aanzienlijk gaardere versie. Maar was nog steeds okay. De motor maakte nog wat meer geluid, de wc was nog nooit gepoetst en de tafeltjes waren verdwenen, maar gelukkig bleef het uitzicht nog even mooi. Na 8 uurtjes varen kwamen we aan in Huay Xai, tevens de eindbestemming van de boot. Omdat de grens naar Thailand om 18:00 sloot hebben we hier moeten overnacht.

De dag erna zijn we dus de grens gepasseerd van onze nieuwe bestemming Thailand, meer specifiek Chiang Rai. Helaas zijn we daar maar 1 dag gebleven dus moesten we ff in de versnelling om de highlights te zien. Chiang Rai heeft vele tempels, maar niet alleen de standaard tempels, maar hele bijzondere. We hebben een taxi gepakt en zijn de 4 bijzonderste afgegaan.

What Rong Khun oftewel de witte tempel, hij lijkt wel te zijn gemaakt van porselein. In 1997 is de boeddhistische tempel ontworpen door Chalermchai Kositpipat en ze verwachten dat hij in zijn geheel klaar zal zijn in 2070. Van binnen is hij zeker even bijzonder dan van buiten. Je vind er muurschilderingen van spiderman, Keanu Reeves tot de aanslag op de twin towers.

Baan Dam oftewel het zwarte huis ontworpen door Thawan Duchanee, tegenover de bijna hemelse witte tempel is het zwarte huis vooral gericht op de dood, met zijn vele skeletten en zwarte gebouwen. Maar het is erg indrukwekkend vooral het mooie houtsnijwerk en de prachtige gebouwen. Dit complex is ook nog lang niet af, maar helaas is de ontwerper in 2014 gestorven.

Wat Rong Sue Ten, oftewel de blauwe tempel.

Wat Huai Pla Kung oftewel de Chinese tempel, met een enorm groot boeddha beeld van waaruit je een mooi uitzicht hebt.

Verder was Chiang Rai een leuke tussenstop. Met een te gekke nightbazaar en bijbehorende foodcourt. Hmmmm we zijn weer in Thailand!!!!

Tot snel

Luang Prabang stukje Europa in Azië

Okay het huisvest 33 boeddhistische tempels, we zien wat tuktuks, dus we moeten wel in Azië zitten! Maar verder lijkt deze plek in niks op een standaard Aziatische stad. Het is er schoon. De huizen zijn in heel erg goede staat en lijken zo uit de Provence te zijn gehaald. Alles is tot perfectie aangeplant en de restaurants en hotels zijn van een heel ander kaliber. Meer van kaliber Parijs dan van het “hier zo standaard alles te vies om aan te raken” kaliber. Het is een hele fijne maar oooh zo’n toeristische stad. Je waant je een beetje terug in Europa.
Het is niet erg groot en alles is te voet te doen, zelfs als je iedere tempel wilt bezichtigen red je het in een dag. Maar het is gewoon een fijne plek om even te blijven hangen om de sfeer op te snuiven.
The Royal Palace (voormalig):

Phu Si, met het uitzicht over de hele stad:

Wat Xieng Thong:

De enorm indrukwekkende waterval Kuang Si, zo’n 30 kilometer van de stad:

Tak Bat, het bekendste beeld van Luang prabang is de Tak Bat, waar de toekomstige monniken iedere ochtend rond 05:30 in een rij door LP trekken om de “Alms” (aalmoes in de vorm van voedsel) te ontvangen die door de inwoners traditioneel geschonken worden. Dit hele ritueel wordt ietwat vervuild door de vele over-enthousiaste toeristen die hier ook aan menen mee te moeten doen. Of een van die vele “professionele” telefoon fotografen die zich voor de monniken gooien voor een wederom hoognodige selfie.

dsc03553

Op de nightmarket kon je voor een prikje heerlijk eten:

Dan was er nog onze favoriete bar Utopia, waar je iedere dag yogalessen kon volgen, beachvolleybal kon spelen of gewoon een biertje kon doen met andere reizigers. Die er over het algemeen alleen maar voor zorgen dat je bucketlist met bestemmingen alleen maar voller wordt.

Vanaf hier nemen we de slowboat richting Thailand, 2 dagen varen over de Mekong, definitely beats another night bus.
De sjengskes

Tubing in Vang Vieng

Wat ooit bekend stond als DE plek om totaal bezopen en voorzien van vreemde paddestoelen te tuben, is nu de plek voor buitenactiviteiten en grot bezoeken geworden.
Vang Vieng is een plaatsje omgeven door het mooie karst gebergte in Laos, in dit gebergte schuilen vele grotten en bijna iedere grot is voorzien van een blue lagoon voor de deur waarin je een frisse duik kunt nemen na het geklauter in de grotten. Het plaatsje wordt niet meer alleen bezocht door feestende tieners die onder invloed van van alles en nog wat de rivier de Nam Song af denderen, maar nu ook door toeristen die ervan houden in de natuur te zijn, te wandelen, te fietsen, te kajakken en ga zo maar door.

Sinds 2012 heeft de regering van Laos een einde gemaakt aan de vele bars die langs de Nam Song rivier lagen op de route van de jonge “behoeftende” tubers. Dit naar aanleiding van de 27 doden die waren gevallen het jaar ervoor onder de tubers. En dan hebben we het nog niet over de zwaar en minder zwaar gewonden. Het aantal bars werd gereduceerd van 12 naar 3 stuks, die gek genoeg allemaal binnen de eerste 15 minuten liggen, waarna je dus met je dronken kop nog een 1,5 uur over de rivier moet. Slim? Nee, maar deze maatregelen hebben er wel voor gezorgd dat het feestpubliek niet meer massaal naar Vang Vieng komt en dat de hoeveelheden alcohol ietwat beperkt blijven. Iedere avond nestelde we ons op een strategische plek om de terugkerende hagelvolle tubers te bekijken en eens flink te lachen. Een van de “Friends” bars waren een ideale plek hiervoor.
We konden natuurlijk niet achter blijven en zouden een bezoek aan Vang Vieng zonder tubing een gevalletje “Not Done” vinden. Dus met frisse tegenzin (vooral ik de nogal bang aangelegde happy camper) gingen waar naar een van de vele kantoortjes om onze tube (grote tractorband)te regelen. Door een tuktuk werden we afgezet bij het beginpunt, waar vandaan de eerste bar al te zien was. Deze zijn we toch maar voorbij gevaren omdat het een beetje nutteloos leek om al aan het bier te beginnen voordat we überhaupt natte voeten hadden. 5 minuten later stond een vrolijke Laotiaan ons toe te schreeuwen en gooide ons een touw tegemoet, zodat hij ons naar binnen kon halen voor een drankje. Het was 11 uur dus….. tijd voor een biertje. Om het verhaal niet nog spannender te maken, het is dus ook gebleven bij dat ene biertje. De 3de en laatste bar (5 minuten later) is aan ons voorbij gegaan, er stond niemand om ons binnen te halen dus we zijn er verslagen en uitgedroogd aan voorbij gevaren. In totaal zijn we 3 uurtjes onderweg geweest en was het eigenlijk stiekem erg leuk. Het droge seizoen is nu wel volop aan de gang dus we gingen op de meeste stukken als een schildpad vooruit. Ook stond het water op sommige plekken zo laag dat je wel heel erg op moest letten om niet met geschaafde billen terug te keren.

Verder hebben we mooie wandel- en fietstochten gemaakt tussen het gebergte en de rijstvelden:

We hebben Lusi cave bezocht en hebben doodsangsten uitgestaan bij een beklimming naar een uitkijkpunt (van veiligheid hebben ze hier nog nooit gehoord):

Tham Phu Kham cave was enorm indrukwekkend en groot, maar de bijbehorende blue lagoon lag vol met Chinese toeristen in oranje reddingsvesten, geen sprookjes uitzicht waar we op gehoopt hadden, maar eerder een vijver met lelijke grote goudvissen. Heel toeristisch dus.

En dan last but definitely not least sunset in Vang Vieng:

Vientiane, Laos capital

Na een 10 uur durende rit met de nachtbus van Pakse kwamen we dan eindelijk aan in de “big” capital Vientiane.
De nachtbussen in Laos zijn weer anders dan die in Vietnam en naar onze mening iets comfortabeler. Waar je in Vietnam met je benen in een cabine wordt geplaatst onder het hoofd van je voor buurman/vrouw en dus geen ruimte hebt om je benen te strekken en een windje laten resulteert tot een geur die de hele nacht om je heen blijft hangen. Zijn de nachtbussen van Laos voorzien van echte tweepersoonsbed (wat voor een solo reiziger betekend dat hij/zij lepeltje lepeltje komt te liggen met een totale vreemde, hopelijk niet stinkende, knappe, niet te dikke mede reiziger), okay je moet er lepeltje lepeltje in liggen want de breedte lijkt meer op een 1 persoon en de lengte van het bed zal zo’n 150cm zijn, dus ff de benen strekken zal in de lucht moeten.
Maar we hebben beiden in ieder geval iets kunnen slapen.

Vientiane is de hoofdstad van Laos en is met haar 220.000 inwoners de kleinste hoofdstad van zuid-oost Azië. Het is dan ook echt een groot verschil met Hanoi, Bangkok en Phnom Penh, die allemaal heel hectisch aandoen. Deze stad is geheel lopend te bezichtigen en alle bezienswaardigheden zou je binnen een dag afgestreept kunnen hebben. Maar toch konden we er geen genoeg van krijgen en hebben we alles op het gemakje bezocht in 3 dagen. De stad heeft een hele fijne sfeer, super eetzaakjes, en een hele gezellige avondmarkt waar gedanst en gezongen wordt. Ons hostel was ook super relax dus daar hebben we ook menig uurtje doorgebracht onder het genot van een biertje Lao.

Zo staat in Vientiane, de belangrijkste stupa van het land, tevens het nationale symbool:

De oudste tempel van het land Wat Si Saket:

De enigste Arc de Triomphe van het land Patuxai:

En net buiten de stad het buddha park:

Laos is het meest gebombardeerde land van de wereld tussen 1964 en 1973 gooide de US 2 miljoen ton aan bommen op een landje wat helemaal niet mee deed aan de oorlog. Dit komt neer op een vliegtuig vol aan bommen elke 8 minuten, 24 uur per dag voor 9 jaar lang. Heftig dus. 10 tot 30 procent van deze cluster bommen zijn nog altijd niet gevonden en geëxplodeerd. Wat van Laos bij iedere stap in bepaalde gebieden een lopende tijdbom maakt. In Vientiane hebben ze de stichting Cope deze helpt de slachtoffers, die nog ieder jaar vallen door deze bommen. Ze geven revalidatie ondersteuning en maken hier vele protheses om deze slachtoffers weer iets van hun leven terug te geven na een verloren lichaamsdeel. We zijn het Cope centre gaan bezoeken, het was erg indrukwekkend en ze doen echt heel goed werk.

image

Cluster bommen

Toch nog even de sunset toevoegen vanaf de super gezellige boulevard met aan de overkant Thailand:

Morgen op naar Vang Vieng, voor wat natuur en ……tubing

4000 Islands Don Det & Pakse

Laos, het land van de miljoenen olifanten. De Riel en Dollars worden ingeleverd voor de Kip en we zijn op slag weer miljonair. Aan de grens werden weer alle onvermijdelijke scams op je losgelaten. En betaalde we weer meer dan het wettelijke om überhaupt dat felbegeerde visum te krijgen. Aan corruptie zijn we ondertussen wel gewend.

Helemaal in het zuiden van Laos aan de grens met Cambodja liggen de 4000 islands in de Mekong. Ze zijn lang niet allemaal bewoonbaar want iedere rots in het water tellen ze mee als een eiland. Als toerist ben je over het algemeen aangewezen om te kiezen tussen Don Det (party eiland met goedkopere accommodaties) of Don Khon (groter, rustiger en duurder). Wij als party animals kozen natuurlijk voor Don Det. Happy food en drinks waren er in overvloed van pizza’s tot shakes. Met Happy bedoelen ze het Nederlandse groene kruid dat ze in en over alles heen strooien om je happy te maken. Via Airbnb kwamen we terecht in een super tof huis aan de sunset kant van het eiland. Het hele huis was voor ons inclusief jeu de boules baan, bar, keuken, een stuk of 10 hangmatten en een straathond, kat en vele kippen als huisdieren.


Op Don Det viel niet veel te zien, daarvoor moest je via de oude Franse brug met de fiets naar Don Khon, hier vind je mooie natuur, watervallen en…. de met uitsterven bedreigde Irrawaddy dolfijn, er zijn er nog maar 100 van te vinden en we hadden  het geluk dat we er zeker 3 hebben gespot vanaf ons longtail bootje. Bijgaand de wazige foto die iets van bewijs moet leveren. Ze houden zich allemaal in het zelfde water op dus ze zijn sowieso wel makkelijk te vinden.

dsc03154

De dolfijn rechts onder……

Na 4 dagen petanque spelen, fietsen en schaken (Raimon probeert het me te leren) zijn we weer op weg gegaan, ditmaal richting Pakse.
Pakse kozen we omdat het Bolaven plateau daar in de buurt ligt en omdat het een makkelijke tussenstop is naar het noorden. Het Bolaven plateau heeft de vruchtbaarste grond in Laos. Eigenlijk heeft Laos verder niet veel gebieden waar ook maar iets verbouwd wordt. Dit is dus de regio van de koffie (Lao coffee erg lekker) en de bananen. Verder is de natuur erg mooi en zijn er veel watervallen te vinden in deze bergen.

Pakse zelf is een leuk stadje met de 2 mooie Wats, lekkere eettentjes, maar verder niet veel te beleven.

Om 19:00 vanavond stappen we in de nachtbus naar Vientiane, deze doet er zo’n 12 uurtjes over. Ben blij als die rit erop zit.

Groetjes van sjeng 1 en sjeng 2

Recap Cambodja

En ja hoor er kan weer een land afgestreept worden van ons verlanglijstje. Een korte terugblik op ons verblijf in Cambodja:
wp_20161110_003
Khmers:
Khmer is de naam van het volk van Cambodja, wat deze mensen allemaal meegemaakt hebben en hoe positief ze nog in het leven staan is onvoorstelbaar, een erg dapper volkje. We zijn op slag verliefd geworden op dit volk wat zo warm, lief, behulpzaam en ook grappig is. Ze willen je overal mee helpen zonder enige bijbedoeling en doen alles met een “big smile” op hun gezicht. Ik ben blij dat we Vietnam bezocht hebben voor Cambodja anders hadden we de Vietnamezen waarschijnlijk heel grof en onvriendelijk gevonden tegenover de Khmers.

Khmer eten:
Hm wat kan ik daar over zeggen, dat is zeer zeker geen hoogtepunt. Ze hebben wel enkele lekkere nationale gerechten zoals vis amok en loklak, maar verder kan het helemaal niet op tegen de vorige landen die we bezocht hebben. Waarschijnlijk hebben ze dat zelf ook wel in de gaten en zijn er daarom zoveel internationale restaurants te vinden. De Cambodjaanse noodle soep smaakt bijvoorbeeld naar dubbel gebruikt afwaswater zonder enige smaak van kruiden, met wat aan elkaar geplakte noodles en bijna rauwe aardappels erin (heb het toch meerdere malen geprobeerd). Verder staan er erg vreemde gerechten op de kaart en zou in dit land alleen al de overweging om te eten bij een straatkraampje je doodvonnis betekenen. Ook worden er veel “bugs” gegeten en zelfs tarantula spinnen. Als je een slang wilt eten op de markt, wordt je eerst geacht het bloed te drinken samen met wodka en dan grillen ze de slang voor je. Jullie zullen dus wel begrijpen dat we vooral te vinden waren bij de Thai, de pizzaboer, en de Indiër. Wat wel weer een plus was dat ook dit land ooit in Franse handen is geweest en gebak en stokbrood ook hier in overvloed te vinden is. Oh ja en dan is daar nog de pastis, die koopt men hier voor een uitermate zacht prijsje, hmmmmm. Cambodia beer en Angkor beer waren beiden goed te drinken, met Cambodia als favoriet. In een restaurant kost een 33cl blikje zo’n $1,-en een draught beer van 33cl kreeg je voor de helft.


Verkeer:
Het verkeer is erg relax ten opzichte van China en Vietnam, de gemiddelde snelheid is ongeveer 20 en zo duurt het reizen ook vele uren langer. De brommers zijn voor een gedeelte ingeruild voor de fiets en de rest van de brommerrijders verdient wat bij door er een tuktukje achter te hangen. Het vervoer op de langere stukken wordt geregeld door redelijk comfortabele bussen waarin je geen doodsangsten hoeft door te staan omdat het tempo slak is. De wegen lijken op een gatendoek en ze lopen allemaal via de hoofdstad dus dat betekend vaak een hele omrit. Dus sit down en relax, je komt er uiteindelijk wel.


Cambodja is helaas een stuk duurder dan we hadden verwacht, de overnachtingen, de prijs van het eten en entree gelden zijn vele malen duurder dan in Vietnam. Dit terwijl Cambodja een stuk armer is dan Vietnam.
Maar het land heeft ons in bijna alle opzichten verrast, de mensen, de mooie natuur, de fijne stranden en natuurlijk Angkor, wat niet te omschrijven mooi is.
De mensen die we spraken en een vergelijking moesten doen tussen het geliefde Thailand en Cambodja waren het er allemaal over eens, dit is het Thailand van 20 jaar geleden, toen daar ook nog alles kon, in bloei was, de mensen niet alleen uit waren op verkoop, de ongerepte stranden, eilandjes met 1 hostelletje waar de stroom om 6 uur eraf moet, of nog helemaal geen stroom is. En noem maar op. Zij kiezen nu allemaal voor Cambodja ipv Thailand, wat waarschijnlijk over 10 jaar een pot nat gaat zijn.

Het cijfer voor Cambodja, erg moeilijk, de mensen krijgen een 10+, het eten een 5. Phnom Penh is een geweldige stad, Angkor is ongelooflijk, de stranden mooi, relax en gezellig. Sowieso een dikke 8!!!!!

De tempels van Angkor

DE reden voor ons om naar Cambodja te gaan was op de aller aller aller eerste plaats het geweldige Angkor!!!
Angkor bezichtigen doe je over het algemeen vanuit het nabij gelegen Siem Reap. Een super leuke stad met heel veel markten, je kan er goed uitgaan en ook heerlijk eten. We wilde 4 dagen blijven om Angkor te bezoeken maar het zijn er in totaal 8 geworden met een afwisseling tussen tempels en zwembad.


Aangekomen in Siem Reap stond Riem met zijn groene, uit alle gaten lekkende en scheefstaande tuktuk ons op te wachten, hij werd door het hostel gestuurd om ons op te halen en is onze tuktuk driver gebleven tijdens onze Angkor dagen. Riem sprak geen woord Engels in tegenstelling tot zijn tuktuk collega’s. Dit zorgde vaker voor enige verwarringen. Raimon werd bijvoorbeeld bij de oogarts afgezet met een oorontsteking, waar we na een half uur wachtend, in een zweterige kamer met een Chinese vechtfilm op volume 100 (wat voor ons een aanwijzing was dat het best een oorkliniek kon zijn), achter kwamen. Dit was het moment dat we overwogen om misschien toch maar te wisselen van tuktuk. Maar eenmaal buiten stond Riem ons al zwaaiend en met een enorme smile op te wachten en bracht hij ons gewoon een paar deuren verder. Vanaf toen waren we helemaal verkocht en werden we al vrolijk bij de gedachte dat Riem ons weer een dagje zou rond tuktukken. De frustratie als we weer aan de verkeerde kant van een tempel stonden te wachten op hem, verging als sneeuw voor zon door zijn enorme grijns, het enthousiaste gezwaai nadat hij ons had gespot en het meteen aankomen rennen met koele drankjes deed alle misverstanden vergeten.


Angkor, waar te beginnen. Angkor gebouwd in de 12de eeuw, was toen een stad met naar horen 1  miljoen inwoners. Het enige wat hier nog van over is zijn de stenen tempels van de stad. Angkor Wat, Bayon, Ta Prohm zijn de 3 bekendste tempels van Angkor. Een voor een indrukwekkend en allemaal zo totaal verschillend.

Angkor Wat is het grootste religieuze monument ter wereld en is oorspronkelijk gebouwd als hindoetempel:


Bayon met haar 216 enorme stenen gezichten:


Ta Prohm de tempel die met en met wordt terug genomen door de natuur. Is ook wel bekend uit Indiana Jones en Tomb Raider waarbij de kwade en vollippige Jolie door de tempel op en neer rent:


En zoveel meer tempels, allemaal verschillend en verschrikkelijk mooi, hier kan je gewoon echt nooit tempel-moe worden, dat bestaat niet. Iedere dag wil je meer zien of juist terug om sommige nogmaals te aanschouwen. Het heeft een enorme aantrekkingskracht.

De natuur om de tempels heen is alleen al de moeite waard:

Verder hebben we lekker gezwommen. We hebben zelfs een karaoke avond gehad met enkele Cambodjanen, dit was in een typisch Cambodjaans hoerenkot die speciale karaoke kamertjes had. De Madam van het huis heeft zelfs een paar liedjes met ons mee geblert. Raimon was nog een karaoke maagd en heeft zicht er goed doorheen geslagen, hij was zelfs niet meer te stoppen. Zelf had ik natuurlijk wat meer ervaring uit de “Pourquoi pas” tijd. Maar een voor een klonken we als hongerige speenvarkentjes. Na veel bier, lokale snacks (zoals kippenklauwen en eendennekjes) en een schorre stem zijn we naar het hostel gerold.


Het volgende verslag gaat wederom uit een ander land komen…. Laos here we come.

Kampot & Otres beach

Madam tuktuk, mister tuktuk…. na dit zo’n 1000x gehoord te hebben begonnen we zelf te twijfelen aan onze achternaam, zou het daadwerkelijk tuktuk kunnen zijn?

dsc02759

Mister & Misses tuktuk

Na deze drukte en hectiek van Saigon en Phnom Penh was het weer tijd om te ontspannen, op weg dus naar de Cambodjaanse kust. We begonnen in Kampot, hier sliepen we in een super schattig hutje, met aangrenzende buiten douche die we samen met enkele amfibieën deelde.

Het hutje lag aan de rivier in Kampot en had een schitterend uitzicht de eigenaar was de Franse, constant wiet rokende, veel verhalen vertellende hippie JP en zijn vrouw.


We gingen erop uit met de scooter naar het mooie natuurpark Bokor. Enkele regenbuien en een platte band verder konden we genieten van deze waterval en dit uitzicht.


De avonden brachten we vooral door met leuke verhalen en veel Pastis. JP had een paar vissers-vriendjes en met hun zijn we tegen de avond erop uit gegaan voor de zonsondergang, wat vissen, een bbq (met krab, scampi’s, oesters en inktvis in overvloed) en……. heel veel regen!


Vervolgens zijn we 6 dagen neergestreken in Otres beach I, een mooi strand en een enorm relaxte vibe. Leuke strandtentjes en niet druk, buiten dat het het laagseizoen is, zijn de Otres stranden het rustigste deel van de Sihanoukville. We hebben nog even overwogen een van de eilanden te gaan bezoeken, maar we hadden het teveel naar onze zin in Otres. Je vindt er vooral wat alternatiever volk en wederom veel oude hippies. Het is er nog erg onderontwikkeld wat het heel leuk maakt. Over een paar jaar zal het hier vast ook vol staan met dure resorts. Veel westerse mensen zijn vanuit Thailand hier naartoe gekomen met hun bedrijf, omdat, zoals ze zeggen, dit het Thailand van 20 jaar geleden is, vol met kansen. Dus er is veel Thais eten te krijgen😊 en daar worden wij heel gelukkig van. Niet dat Khmer eten niet lekker is, maar kan absoluut niet op tegen onze favoriete keuken. Dus 5 van de 6 dagen waren we bij de Green Lantern te vinden, bij de Franse, ook altijd wiet rokende en nog meer verhalen vertellende Olivier en zijn Thaise vrouw. Genietend van de curry’s en de mango rum shakes.


Verder hebben we wederom dus niet veel gedaan, heel relax. Ik geloof dat ik dat wel erg vaak schrijf in de blogs…..

Sjengskes

Phnom Penh de parel van Azië

Jawel, Cambodja is onze volgende stop. Een land in Zuid-Oost-Azië met zo’n enorme gruwelijke recente geschiedenis, met optimistische mensen en waar de mooiste tempelcomplexen van de wereld te vinden zijn, daar moeten we naartoe!

Op dit moment zitten we al een paar dagen aan de kust van Cambodja, maar daar later meer over. Voordat we hierheen kwamen zijn we 4 dagen in Phnom Penh geweest, Phnom wat… zullen misschien sommige denken. Het is de hoofdstad van Cambodja. Voor de gruwelijkheden van Paul Pot’s Rode Khmer, die in 1975 Phnom Penh binnenvielen, werd deze stad ook wel de parel van Azië genoemd. Het heeft een schitterend koninklijk paleis en vele mooie tempels. In april 1975 werden al haar 2.000.000 inwoners gedwongen de stad te verlaten om op het land te gaan werken. Het werd plotsklaps een spookstad. Toen is 1979 Vietnam een einde aan deze oorlog maakte begon de stad beetje bij beetje weer vol te lopen met de overgebleven inwoners. Deze oorlog heeft 2.000.000 Khmers (inwoners van Cambodja) het leven gekost op een bevolking van toen 7.000.000. Je voelt het heel goed in dit land, mensen praten erover, willen het niet vergeten maar er juist veel over praten om zo te zorgen dat zoiets nooit meer kan gebeuren. Het is een mooi, vriendelijk, sterk en heel arm volk.

Phnom Penh heeft tegenwoordig weer 1.000.000 inwoners en is echt heel bruisend en gezellig. Er is veel te stappen, te eten en heel veel te bezichtigen.
Voor ons waren de Killing Fields en het Tuol Sleng genocide museum de 2 voornaamste redenen om PP te bezoeken. We werden vooraf gewaarschuwd dat het erg heftig zou zijn en daar was niks van gelogen. Tuol Sleng (S-21) was een voormalig schoolgebouw en werd door de Rode Khmer in gebruik genomen als martel gevangenis, waar je zo lang gemarteld werd dat je niks anders kon doen dan bekennen of je het nou gedaan had of niet. Daarna werden de gevangenen meegenomen naar de Killing Fields waar man, vrouw, kind niet levend vandaan kwam. In Cambodja zijn zo’n 400 verschillende Killing Fields gevonden.


Buiten deze heftige bezienswaardigheden is er ook veel pracht en praal.

En heeft het heel veel sfeer!

Alle wegen in Cambodja lopen via Phnom Penh dus we zullen er nog wel enkele malen terug keren in de komende weken, waar we eigenlijk wel een beetje naar uitkijken…

Dikke x vaan de sjengskes

Recap Vietnam

En ja hoor, alweer een visum verlopen. Vietnam zit er op, we moeten het land alweer verlaten. Jammer? Ja eigenlijk wel jammer. Nog even een paar weetjes over Vietnam:

De Vietnamees:
Door veel mensen werden we erop gewezen dat Vietnamezen heel naar volk zouden moeten zijn. We hoorde wel vaker “you either love or hate it”. Sommige mensen willen nooit meer terug maar we hebben ook genoeg mensen ontmoet die er juist voorgoed naartoe vertrokken zijn. Het is waar, ze zien ons als lopende portemonnee en willen graag wat verdienen. Maar ik denk dat dit voor ieder land in Zuid Oost Azië geldt. Voor hun is het een spel en zo moet je er ook naartoe kijken. Voor jezelf afwegen wat iets waard is en daar naartoe werken. Het onderste uit de kan halen is voor ons nergens voor nodig, ze mogen best wat verdienen aan ons. Verder zijn ze echt wel vriendelijk. Roggelen doen ze ook graag, maar gelukkig niet zo vaak als de gemiddelde chinees.
De vietnamezen zijn vroege vogels, misschien omdat het al vroeg heel heet is, maar waarschijnlijk ook door het geluid van de vele luidsprekers op iedere straat, die netjes om half 6 in de ochtend worden aangezet zodat iedereen van de Vietnamese muziek kan te genieten. Het is dus de wake up call van de overheid. Opstaan de dag begint!!!!! De eerste nacht vonden we het nog lachwekkend, maar naarmate de dagen volgde ging die smile over in een soort van snikkende radeloze kreten.

Het reizen:
Dit was super makkelijk in Vietnam, een verademing ten op zichten van China. Je kan alle kanten op en ze kunnen het allemaal voor je regelen. Van alleen de busrit tot het gehele pakket. Ieder hotel of hostel kan wel tickets of kaartjes voor je kopen. En het transport is heel goedkoop. Zo heb je al een open busticket voor $35,- waarmee je in 1 maand heel Vietnam kunt zien, een soort hop on hop off bus. De bussen en vooral de nachtbussen zijn wel niet heel veilig, de laatste wordt eigenlijk ook afgeraden. Maar soms zijn er gewoon geen andere mogelijkheden. Ze rijden hier als gekken en in de nacht letten ze nergens meer op. Brommertjes huren is ook overal een mogelijkheid, wat heel fijn is om de buurt te verkennen, maar in Saigon of Hanoi zou ik nooit maar dan ook nooit durven te rijden! We zijn met bus, trein, boot en door de lucht gegaan, op de laatste na eigenlijk allemaal bagger. De vluchten kan je gelukkig ook heel goedkoop krijgen.

dsc01782
Eten en drinken:
Onnodig te zeggen dat ze in dit land heel goed weten waar ze mee bezig zijn wat eten betreft. Op ieder straathoekje krijg je de lekkerste lokale gerechten van uber-verse producten.
We hebben hier enorm gesmuld en het kosten allemaal geen drol, dus gewoon blijven bestellen.
In Vietnam hebben ze vele koffieplantages, je vindt in ieder dorp en op  iedere hoek van de straat wel een hip koffiebarretje, met een lekkere ietwat zoete smaak. De saigon koffie is ook een must drink(ijskoffie).
Het bier, vooral Saigon en Tiger smaakte heerlijk, net als in China wat minder alcohol, maar des te beter, voor een lange avond. De kosten zijn gemiddeld 0.75 euro centjes voor een halve liter, niet slecht dus. Er is ook een wijngebied in Vietnam, vlak bij Dalat, maar zoals al eerder omschreven is de fles meer waard dan het niet zo’n  “goddelijke” vocht dat erin zit.


Verkeer:
Dit is echt chaos! Auto’s zijn er niet veel maar des te meer scooters. Iedereen heeft er wel een of meerdere. Op iedere hoek van de straat wordt je wel een ritje achterop aangeboden. Taxi’s zijn er wel in overvloed en als je het vraagt zetten ze de meter voor je aan. Bij de ene loopt hij wat sneller dan bij de andere. Oversteken is een hel hier, zebrapaden hebben geen betekenis. Als je auto’s ziet aankomen, dan blijf maar liever even wachten maar bij brommers ogen dicht en lopen, we hebben nog altijd een goede afloop gehad. Doe je dit niet, dan kan je daar voor eeuwig wortelschieten. Ff wennen maar je krijgt handigheid. Er bestaan stoepen maar deze zijn niet, zoals bij ons, om op te lopen, maar deze dienen als scooter parkeerplek of straatstalletjes plek. Je loopt dus in principe altijd op straat. En omdat je daar loopt wordt er iedere seconde, als het niet vaker is, op je getoeterd, om gek van te worden. Ze laten je zo weten dat ze eraan komen en je dus geen gekke bewegingen moet maken maar soms betekent het weer ga aan de kant! Dus gewoon negeren en hopen dat je ’s nachts niet nog steeds die toeter in je oren hoort.
wp_20161025_026
Al met al was Vietnam ook een aanrader, een heel mooi land. Veel mooie plaatsen gezien en heerlijk gegeten.
Van ons krijgt Vietnam een dikke 8! Doen dus.