Recap Indonesië

We zijn helaas maar 2 weken in Indonesië geweest en hebben maar een minuscuul deel gezien van de 17508 eilandjes (6000 bewoond) die dit archipel rijk is en is daarmee ’s werelds grootste eilandenstaat. In totaal wonen er dik 258 miljoen mensen en is dit het op 3 na grootste land ter wereld. Voor ons is het gebleven bij Bali en de 3 Gili eilanden. Toch wil ik nog ff wat zaakjes delen met jullie over onze tijd hier.

Godsdienst: aangezien we ons op Bali en de Gili eilanden begaven hebben we 2 soorten geloven meegemaakt. Op Bali komt vooral het hindoeïsme voor. Dit zie je overal in terug en is duidelijk aanwezig in het straatbeeld. Je ziet het aan hun tempels, hun rituelen, hun dansen en hun gewoontes. Een paar keer per dag worden overal offers geplaatst, onder de bomen, op de stoep, bij winkels en bij heilige plaatsen, van bloemetjes met iets te eten. Een gemiddeld Balinees gezin besteedt minstens de helft van zijn inkomen aan diverse offers. Deze offers zijn een blijk van vroomheid en dankbaarheid. Ook is het zo goed als onmogelijk rundvlees te vinden in de vele warungs.
Indonesië is het land met de grootste moslimpopulatie ter wereld. Op de Gili eilanden en in de rest van het land is dit dus ook het geval. Hier dragen de dames dus weer vaker hoofddoekjes, al is dit zeker niet bij iedereen het geval. Overdag worden we vaak opgeschikt door de gebedsoproepen en in de nacht worden we allemaal ontwaakt voor nogmaals een oproep. Je wordt gevraagd een beetje met je kleding rekening te houden en je bikini te beperken tot het strand en er niet mee door het stadje te paraderen. Wat voor ons een heel normaal verzoek is aangezien wij ook geen behoefte hebben aan blubberende in bikini geperste lichamen. En in tegenstelling tot Bali was hier genoeg rund verkrijgbaar maar hier was dan weer geen varkentje op de kaart te bekennen.

 


Eten!!! Ahhhh de Indonesische keuken, zoals al eerder geprezen. Onze nieuwe nummer 1 (Aziatische keukens) . Heerlijke gerechten, met zoveel kruiden en specerijen. Op Bali kreeg je nasi campur, rijst met enkele kleine gerechtjes erbij. Zo kon je van alles proberen voor zo’n 3 euries. Een andere specialiteit was Babi Guling (speenvarkentje gevuld met heerlijke kruiden). Op Gili vonden we vele gerechten die bij ons ook populair zijn, zoals ajam ketjap, beef rendang en gado gado. Op de nightmarket kon je alle soorten spiesen krijgen (tonijn, red snapper, calamaris, beef, kip). Tonijn wordt hier in de zee gevangen, smaakt heerlijk en kost geen drol. Het bier is helaas weer gestegen in de prijs. Een overheerlijke Bintang (620 ml) kost in winkel en restaurant ongeveer €3,-.

 


Bevolking, deze krijgt een dikke 10, wat een aardige mensen. De hele dag hebben ze een grote smile op hun gezicht en helpen je waar ze kunnen. Ook zijn ze oprecht geïnteresseerd in je. Van de bezeikerij cultuur merk je hier ook veel minder.

Het toerisme is op de plaatsen waar wij nu zijn geweest niet weg te denken. En toch gaat het hier heel goed samen. Je kan makkelijk je vervoer regelen bij de verschillende bureautjes en om iets van Bali te zien klamp je een van de jongens op straat aan met een bordje taxi. De prijzen voor een hele dag zijn zo goed als hetzelfde bij iedereen dus dat constante afdingen is hier gelukkig niet zo nodig. Op Bali gaat het vervoer vooral per taxi, op de meter, of gewoon een knul die zich taxi noemt en je de leuke plekjes van het eiland laat zien. Op Gili daarentegen zijn geen motorische voertuigen te vinden. Hier gaat men per benenwagen, fiets of de “taxi” van daar paard en wagen genaamd Cidomo, die paardjes vliegen je echt voorbij en het is zaak om op tijd opzij te springen als je hun belletjes hoort.

 


Dit was Indonesië dan alweer. En nog erger onze tijd met mams zit erop. Wat hebben we een leuke tijd gehad, het had zeker een tijd langer mogen duren. We gaan zeker terug naar dit land en dan voor een vele langere tijd. Qua indrukken die we tot nu toe hebben, is het land wel een 8+ waard.

Gili Trawangan, hoe bounty wil je het hebben….

Tweede stop Indonesië, is een van de Gili eilanden. Gili betekend “klein eiland” en daar hebben ze er genoeg van in dit land. Over het algemeen bedoelen ze met Gili de 3 eilanden voor Lombok. Gili Trawangan (de grootste, met de meeste actie), Gili Meno (middelste, nagenoeg geen toerisme), Gili Air (kleinste eiland, net iets minder druk dan Trawangan). We kozen voor het grootste zodat we niet bang hoefde te zijn ons te vervelen. Mam is gelukkig nog altijd aan onze zijde en we gaan er weer een mooie paar dagen van maken.
Het eiland zelf is zo’n 10 km in omtrek, in een uurtje ben je er wel omheen gefietst zonder foto stops dan. Hier zijn geen motorische voertuigen te vinden, het enige vervoersmiddel waarbij je jezelf niet hoeft in te spannen is paard en wagen. Qua verkeer is het redelijk rustig op het eiland al hebben die paardjes een hoog tempo erop zitten en hoor je hun belletje al een paar kilometer op voorhand. Beter om op tijd aan de kant te springen voordat je omver wordt gegaloppeerd.


We zijn op een echt bounty eilandje beland, kraakheldere zee waarin je de koraal, koraalvisjes en schildpadjes zo vanaf de kant kunt aanschouwen. Witte stranden, veel palmbomen en, over het algemeen, blauwe lucht.


We zijn een dagje gaan eilandhoppen en snorkelen


Hebben een kookcursus gevolgd van vele heerlijke gerechten


Op de fiets het eiland rond


Van vele zonsondergangen en opgangen genoten

Natuurlijk weer heerlijk gegeten op de night market, maar ook in de restaurantjes aan het water


Na 5 nachtjes zit het er ook hier weer op en trekken we weer naar Bali, voor nog een nachtje Kuta, vlakbij het vliegveld. Dan zit het er alweer op voor mams, maar daar moet ik nog even niet aan denken…..

Hoog bezoek op Bali

Eindelijk is het zover, mam komt naar Bali….. We hadden ons er enorm op verheugd om een deel van onze reis samen met haar te delen. Waar we elkaar zouden ontmoeten was al snel duidelijk; Bali, dit eiland van Indonesië, waar mensen geen genoeg van schijnen te krijgen, stond nog hoog bij mam op het lijstje en trouwens ook op onze. We hebben 2 weken om van elkaar te genieten en vooral veel lol te maken. De eerste 7 dagen hebben we dus op Bali doorgebracht met als uitvalsbasis, Ubud. Dit plaatsje ligt in het midden van het eiland en noemt men de culturele hoofdstad van Bali.

De hereniging was te gek, ff goed geknuffeld op het vliegveld en toen op weg naar het eerste paradijsje:

We waren ondertussen toch wel toe aan een andere bestemming in Azië en Indonesië bleek een heel goed alternatief. Het is hier heel anders, de natuur is veel groener (kan ook aan het regenseizoen liggen), het eten, en de cultuur. En dan die super lieve bevolking, alleen al hiervoor zou je naar Bali moeten komen!
Ubud zelf is echt een leuk, mooi en gezellig plaatsje. Vele tempels, winkelstraatjes met hippe barretjes en Warungs met het heerlijkste eten. En niet te vergeten het “monkey forest” waar mam en Raimon kostelijk om mijn apenvrees hebben kunnen lachen (wat niet ongegrond bleek, want er werd iemand voor onze neus aangevallen door deze duivelse bende).

Wat mij betreft zakt Thailand 1 plaats op mijn favoriete keukens lijst en neemt de Indonesische keuken de voorsprong. Het was een nek aan nek race maar misschien heeft die eeuwige innemende lach van de Indonesiërs me overstag laten gaan.

Met haar 3.5 miljoen inwoners is Bali toch een redelijk groot “vulkaan” eiland te noemen, het is super groen, heeft leuke witte en zwarte stranden:

Mooie hindu tempels:

“pijn aan de ogen fel” groene natuur:

Batur vulkaan vanaf Mount Kintamani:

De vlindertuin, met de grootste vlinder van de wereld en gouden coconnetjes:

Mooie rijstvelden, die dan weer heel angstaanjagend voor mam bleken te zijn. We moesten balanceren op smalle strookjes tussen de blubber van de rijstvelden en de “afgrond”. Nu was het mijn beurt om kostelijk te lachen toen ze tot de knieën in de blubber stond. Maar gelukkig kwam haar “redder in nood” en bracht haar aan het handje naar een veilige, blubberloze plek.

Een aanrader (in ieder geval tot het gejengel je te veel wordt), de Balinese dans, Barong & Keris:

Hieper de piep hoeraaaa, michelle 28 😉 jaar (okay okay, plus een decennia), zo leuk om met mam te vieren. Ik kreeg zelfs veel post uit Nederland. Ik ben in de watten gelegd met de beste massage ever en in de avond heerlijk gegeten. Voelde me als een echte jarige job!

De rest van onze tijd samen brengen we door op het bounty eiland Gili Trawangan.
Tot dan
De sjenkes en mams

Recap Thailand

Zodra je Thailand inrijdt zie je het verschil al met de andere zuid-oost Aziatische landen. Ze zijn al zoveel malen verder ontwikkeld en lopen stukken verder voor op de rest. Dit zie je aan de wegen, de gebouwen, de bevolking en hun manier van zaken doen. Dit maakt het reizen door dit land dan ook super makkelijk. Even wat bevindingen op een rijtje:

Eten & drinken. Ja, zoals we al zeiden is de Thaise keuken onze favoriete keuken hier in zuid-oost Azië. Heerlijke curry’s, noodelsoepjes, loempiaatjes, pad thai and so on, and soooo on. Wat ons wel opviel was, dat het overal alles behalve pittig opgeleverd werd op je bordje. Omdat het overal zo toeristisch is, krijg je standaard de flauwe versie. Je mag van geluk spreken als er gevraagd wordt hoe je je curry het liefst eet op de “pittigheids-” wijzer. Mocht je denken ik ga maar voor “a bit spicy”, want die Thaien weten van wanten, dan zullen ze geen pepertje aan je verspillen en draaien ze maximaal een keer met de pepermolen erboven. Als “medium spicy” je keus wordt, dan is je gemiddelde zoete chilisaus nog pittiger. En van de “spicy” versie zullen er zeker geen vlammen uit je kont komen. Deze richtlijnen gelden voor de toeristische plaatsen, deze graadmeters zou ik misschien niet hanteren op het platteland. Maar buiten dit blijven de smaken van de kruiden die ze gebruiken heerlijk! De fruitshakes die worden verkocht op iedere hoek van de straat zijn het einde en voor een luttele €0,50 heb je een grote beker vers mangosap of een van die andere tientallen exotische vruchten die ze daar hebben, met crushed ice, hmmm. Wel ff opletten dat ze het fruit ook echt voor je neus schoonmaken. Oh ja vergeet bijna de, oh zo belangrijke, bierprijs te vermelden, in de supermarkt zo’n 50 a 60 bath (ongeveer €1,50, wat volgens Raimon een schande is, want thuis in de supermarkt is het goedkoper) in een restaurantje 80 a 100 bath (ongeveer €2,50, ook schandalig, want dit zijn de duurste biertjes van deze reis tot nu toe).

En dan die eeuwige rots in de branding, de 7 eleven, die om de 100 meter voor je opdoemt:

DSC04014.JPG

Toerisme is een grote inkomstenbron voor de Thaien. Wij, toeristen, gaan massaal naar Thailand voor het weer, de cultuur, de bevolking, de natuur en niet te vergeten het eten. Zo’n enorme toestroom aan kuddes vakantiegangers heeft zo zijn voordelen, maar ook zeker zijn nadelen. Een groot nadeel, vind ik, is dat je altijd op je hoede moet zijn. Overal loert het gevaar om flink bezeikt te worden als goed vertrouwende reiziger, want ze lijken allemaal oh zo schattig. Of het nu de, op het oog lijkende, vriendelijk tuktuk driver is of een of ander “gecertificeerd” reisbureautje, ze proberen je altijd af te zetten. Als iemand je overaardig wilt helpen op straat om je wat wegwijs te maken, weet je dat het mis is en moet je meteen op je hoede zijn, mocht je geen weerstand kunnen bieden aan hun charmes dan is wegrennen je beste optie. Poeh soms zooooo vermoeiend. Dit is een van de dingen die we zekers niet gaan missen. Dit heeft natuurlijk niet betrekking op de doorsnee Thaise bevolking. Degene die niet afhankelijk zijn van toeristen zijn erg “echt” aardig en grappig.

The King, de recent overleden (13 oktober 2016) koning Bhumibol (Rama IX) van Thailand was voor de bevolking een grote held, werd overal vereerd. Hij was al koning sinds 1946 dit maakte hem de langst regerende monarch van de wereld.
Omdat hij zo enorm geliefd was is er een nationale rouw uitgeroepen van precies een jaar, waarvan de eerste maand een hele strikte rouw was. Zelf hebben we niet heel veel gemerkt van de rouwperiode qua toerisme. Alle winkels, restaurantjes en barretjes waren gewoon open. Wel zag je enorm veel herdenkingsfoto’s van hun voormalige vorst door het hele land. In Bangkok zagen we iedere dag duizenden Thaien, in zwart gekleed, voor het paleis rouwen. Ook werd het jaarlijkse grote nieuwjaarsfeest in Bangkok geannuleerd.
Over de nieuwe koning (de zoon van Rama IX), Rama X, spreken de Thaien niet, maar naar horen is hij niet erg populair onder de bevolking en is het eerder een playboy dan een heerser. Ze hadden liever zijn zus aan de macht gezien. Hopelijk gaat het meevallen en gaan ze hem toch nog iets van hem waarderen.


De bevolking, het eten, de steden, de natuur en haar mooie eilanden maken van Thailand natuurlijk een super vakantiebestemming. De enorme toeristen toestroom (waarvan wij natuurlijk ook deel uitmaken) is een minpunt. Wij gaan voor een 7, waarschijnlijk ook omdat het onze tweede maal was en ons dus niet veel nieuws verbaasd heeft.

Dit was onze laatste stop op het vaste land van Azië, op naar Indonesië!

 

 

 

 

 

Catch some rest on Ko Chang

dsc04464

Na de drukte van bangkok en de nog grotere drukte van Maastricht en omstreken hadden we natuurlijk weer rust nodig, alsof we de laatste 5 maanden ooit stress ervaren hebben….
De eilanden in het zuiden van Thailand waren geen optie, door de hevige regenval met bijbehorende overstromingen, dus werden de “bounty eilanden” opties minimaal. Ko Chang was altijd al populair onder de Thaise bevolking vooral omdat het eiland maar zo’n 4 uurtjes rijden (exclusief ferry overtocht) van Bangkok ligt, dus tijdens een lang weekend makkelijk te bereizen. Maar de westerse toeristen zijn vaker op de zuidelijke eilanden te vinden. We zijn er 4 dagen geweest en het voelde als lang niet lang genoeg. Het eiland is voor het grootste gedeelte bedekt met jungle waarin je mooie tochten kan maken, het archipel Ko Chang bestaat uit 50 eilanden die je leuk met een bootje kunt bezoeken en de stranden zijn heel relaxt. Het was hoogseizoen en daarbij opgeteld de toeristen die uitweken van de zuidelijke eilanden was het nog bij lange na niet zo druk dan in het laagseizoen op Ko Samui, het voelde in ieder geval niet zo.
De zee was heerlijk, met de perfecte temperaturen en leuke barretjes.


De wegen waren perfect om een tochtje op de scooter te maken over het eiland. We hebben alle uithoeken dan ook gezien.


Op aanraden van Claire en Simone zijn we bij een naamloos eetstalletje terecht gekomen en niet meer weg gegaan. Het prijsverschil tussen het vasteland en de eilanden van Thailand is redelijk hoog, maar deze naamloze zaak had daar gelukkig schijnbaar geen weet van.

Deze laatste 4 dagen vooral genoten van het Thaise eten, de Thaise zon en de overheerlijke fruitshakes die niet veel duurder zijn dan een flesje water. Dit was alweer de laatste halte in Thailand, op naar Indonesië om Bali en de Gili eilanden samen met mams te ontdekken, zoveeeel zin in.

Bangkok, life and kicking

Waar te beginnen…. het is altijd een feest om terug in bangkok te zijn. 1000 en 1 dingen te zien en te doen. Zoveel verschillende wijken die allemaal een geheel andere sfeer uitstralen. Van skytrains en skybars tot het mooie paleis en de kleine straatjes bij Khao San road, waar het altijd feest lijkt te zijn.

We waren er 2 dagen voordat we naar huis vertrokken voor de kerst en nog eens 3 dagen bij terugkomst. Onze backpack hadden we in het hostel laten staan tijdens die 2 weken dus zijn we ook weer naar dezelfde plek vlakbij Khao San teruggekeerd om onze citytrip af te maken.

6 Jaar geleden hebben we al enkele dagen in Bangkok doorgebracht en al het nodige gezien, maar nog lang niet alles.
Ditmaal, Wat Pho:


Wat Arun:


Golden Mountain, voor het uitzicht:

Standing buddha:

Marble temple:

Ook waren we nog nooit naar een floating market geweest, iets wat toch wel wordt aangeraden door de velen. Dus we moesten er deze keer toch echt aan geloven en boekte een tripje. Misschien hadden we de verkeerde drijver te pakken, maar wat een enorme toeristische bedoeling! Geen Thai te bekennen en waar we hoopte op een markt waar voedsel werd verhandeld, kregen we weer precies zo’n zelfde markt als overal te vinden met souvenirs en flodder broeken langs de kanalen. Okay er waren een paar vrouwtjes op het water pad thai aan het bereiden of coconut ice cream aan het verkopen en daar had je het dan wel mee gehad. Geen aanrader dus! Maar ja we kunnen het afstrepen.

Verder hebben we weer heerlijk onze buikjes rond gegeten bij de vele straatstalletjes en rondgeslenterd door de vele staatjes die Bangkok rijk is. Het was weer te gek en we kijken uit naar een volgend bezoek aan Bangkok.

Nu weer in de relax modus en op naar Ko Chang

Oost, west, thuis kerst

Verrassing!!!!!!!! Het woord dat we de afgelopen dagen regelmatig uit volle borst geschreeuwd hebben en wat op vele verbaasde gezichtjes af te lezen was.
Op mijn broer en de oudste broer van Raimon na wist niemand van de families dat we eraan kwamen. Tjonge jonge wat hebben we gelachen, gehuild en vooral genoten van die verwarde, blije en emotionele gezichten.
Aan de beslissing om naar huis te gaan voor de feestdagen zijn nog wel wat discussies vooraf gegaan. Dat we het liefst bij vrienden en familie waren tijdens deze dagen stond buiten kijf. Maar het bracht ook wel genoeg kosten met zich mee, een hele lange vlucht en 2 weken minder voor de wereldreis.
Nu we de balans op maken was deze beslissing het dubbel en dwars waard om ff over te vliegen. Alles wat we de (bijna) 4 maanden vooraf gaande gemist hadden hebben we goed ingehaald. Van een potje spread, paar blokken kaas, stampotten en stoofpotjes tot heel veel gezelligheid. We zijn weer helemaal opgeladen voor nog veel meer reizen!!!!

Maar goed, er zijn best wat dingen die je opvallen meteen bij aankomst in Nederland na 4 maanden reizen:
De stilte, we stapte de trein in en iedereen is met zichzelf bezig, geen luidruchtige of riekende Aziaten, maar ook geen nieuwsgierige burgers die het leuk vinden om een praatje te maken. Deze werden in Nederland omgeruild voor een fris gewassen, minder luidruchtig, maar ook minder sociaal volkje. En nee, we zaten niet toevallig in een stilte coupe!

De pot, je voelt je bijna euforisch om weer eens boven een schoon toilet te kunnen hangen. En trots om Nederlander te mogen zijn als je dat sjietpapier eindelijk weer eens in de wc mag dumpen en niet met een vol papiertje allerlei mogelijke capriolen moet uithalen om het vieze dekseltje van het nog viezere prullenbakje moet op te tillen. Daar gaat mijn hygiënische hart sneller van kloppen.

AH to go, een week voordat we aan de terug reis zouden beginnen verheugde we ons al op de AH op Schiphol. Lekker broodje kaas, die geur van “vers” afgebakken broodjes en een bakkie koffie om het mee weg te spoelen. Blij zijn om even niet te hoeven om te rekenen van een vreemde valuta naar de Eurie, maar minder blij met de uiteindelijke vele hogere rekening die je hier betaalt.

Veiligheid, in Azië voel je op iedere straathoek en in ieder stinkend steegje geen enkele vorm van onveiligheid (in ieder geval niet in Zuid-Oost Azië of China). Niet dat we ons in Nederland nou echt onveilig voelen, maar je merkt toch dat je wat meer oplet op bepaalde ongure types en je rugzakje toch af en toe eens wat dichter naar je toe trekt.

Afstanden stellen niks meer voor. Waar ik vroeger op zag tegen de treinreis “helemaal” van Maastricht naar Amsterdam vliegt dit nu, alsof het niks is, om. Kan natuurlijk ook aan de ouderdom liggen, maar ik hoop nog altijd erop dat dit door gewenning komt van de lange ritten die we maken.

We hebben een geweldige 2 weken gehad en voor ons was dit dan ook de eerste keer dat we landden op Schiphol en niet stik jaloers waren op de mensen die bepakt en bezakt klaar stonden om nog aan hun reis te beginnen. De eerste keer dat we echt blij waren om in Nederland te terug zijn.

Nu 2 weken later stiekem ook wel weer enorm blij om weer richting Bangkok te vertrekken om weer wat op te warmen.

Bye bye Mestreech tot gauw!

Voor de rest tot in Bangkok

De Sjengen

 

Chiang Mai & olifanten knuffelen

Terug in ons geliefde Chiang Mai. De mooie stad met haar 300 boeddhistische tempels, een redelijke stad maar doet toch klein en fijn aan. De night bazaar van Chiang Mai, die avond na avond weer opnieuw wordt uitgestald, is overal bekend. Zoveel souvenirs om uit te kiezen, zoveel verschillende kleuren broeken en t-shirts om gek van te worden. Er zijn verschillende food courts te vinden, met de lekkerste gerechten, van authentieke Thaise gerechten tot foodtrucks met de lekkerste hamburgers of sushi. Voor ieder wat wils. Als je denkt dat dit al heel wat is, ga dan naar de zaterdag of de zondagmarkt van Chiang Mai en aanschouw dat het nog veel uitgebreider kan dan de “gewone” night bazaar. Wat een drukte, heerlijk eten en nog leukere souvenirs,nog meer om uit te kiezen (echt een verschrikking voor de twijfelaars onder ons). Ook ligt vlak bij de zaterdag markt de mooie wat Sri Suphon hij is geheel zilver en in de avond wordt hij voorzien van verschillende bonte kleuren:

We zijn nog lang niet tempel-moe…….., en je komt er in Chiang Mai ook niet echt omheen, dus hebben er nog maar een paar bezocht:

De hele reis ben ik al aan het azen op een tripje naar een elephant sanctuary (rescue camp). Wel wilde we alleen naar eentje die de olifanten helpt en ze niet gebruikt voor trucjes of om erop te rijden. In Cambodja zat mijn nummer keuze 1 al vol, in Chiang Mai evenzo, maar gelukkig had mijn tweede keus nog 2 plaatsjes over. Ohhh wat was dat een te gekke ervaring. De olifanten uit het bos halen, ze eten geven (en ondertussen flink knuffelen), met ze rollen in het modderbad en ze dan weer afspoelen, wat ik zelf ook zeker kon gebruiken na dit modderbad. Geef het 2 seconden na het badderen en ze hadden zich alweer bedekt met een flinke laag stof zooo schattig. Erg leuk om te zien dat ze allemaal totaal verschillende karakters hebben. Natuurlijk al een verschil in leeftijd, maar echt iedere olifant is anders en reageert anders. Zo was er Peter, de jongste van het stel( 3 jaar, dan zijn ze echt nog klein) was de echte batteraof, wilde je hem 1 banaan geven dan griste hij de hele tros uit je andere hand, wilde je hem knuffelen, rende hij snel weg en hij deed precies het tegenovergestelde van de rest van de groep. Maar hij was zoooo leuk, met die harde haartjes op zijn snoetje:

Verder zijn we nog een dagje gaan fietsen en in de dierentuin geëindigd, die trouwens erg leuk daar is, met redelijk wat ruimte voor de dieren, mooi aangelegd is en een mooi aquarium heeft:

4 dagen Chiang Mai zit er alweer op, op naar Bangkok!!!

Chillen in Pai

Pai, is een plaatsje in noord Thailand vlakbij de grens met Myanmar. Het ligt afgelegen tussen de bergen en er gaan maar 2 erg misselijkmakende bochtige wegen naartoe waarvan ene van Chiang Mai. Dus vanuit Chiang Rai zijn we eerst met de bus naar Chiang Mai vertrokken om vervolgens een minibusje te pakken naar Pai. Voor het eerste zijn we in een land waar het “hoogseizoen” is. Dus helaas gaat het allemaal niet zo soepel en zitten de busjes al overvol. We hebben geluk en anderhalf uur later zijn er nog 2 plaatsjes vrij. Mensen die na ons komen moeten wachten tot de dag erna. “Lucky us”. Met dit hoogseizoen moeten we dus serieus rekening gaan houden en kunnen we niet meer overal op de bonnefooi opduiken, maar misschien toch wat meer gaan plannen.

Pai, het plaatsje waaruit je nooit meer weg zou willen gaan. De omgeving is mooi en een scooter huren is een “must” om iets van die omgeving te zien. Dit kost dan ook geen drol. De sfeer is alla relaxte hippie style. Al denk dat dit meer opging zo’n 10 jaar geleden. Nu zijn er heel wat toeristen en is het behoorlijk druk. Er zijn vele eettentjes, barretjes en een leuke avondmarkt waar je echt alles te eten krijgt, hmmmm.

Ons bungalowtje ligt 1,5 km van Pai, de meeste accommodaties liggen trouwens buiten het centrum, is heerlijk, eindelijk een goed bed!!! Gedurende de dag is het zo’n 30 graden en ’s avonds koelt het behaaglijk af naar een graadje of 15. Dit zijn we helemaal niet meer gewend en we lopen in de avond rond als een grote ronde ui bestaande uit verschillende lagen.  Maar voor de nachtrust is het heerlijk.

Met de scooter, natuurlijk “de angsthaas” achterop en mijn held aan het stuur, gaan we er een paar dagen op uit. We rijden langs de Pai canyon (okay okay bij lange na geen grand canyon):

Zien wat watervallen:

De Japanse brug over de rivier Pai, in de WO II onder dwang van de Japanners gebouwd door de Thaise bevolking. Zo’n zelfde verhaal als “the bridge over the river Kwai” dus nu door ons omgedoopt tot “the bridge over the river Pai”:

We hebben een dag 6 uur door de jungle gebaggerd op zoek naar nog een waterval, wauw echt mooi hier, gelukkig was er iets wat moest doorgaan als een paadje. We werden verzekerd dat we de weg niet konden missen, normaal gaat het daar al mis bij ons en is dat, niet te missen paadje, in rook opgegaan. Maar dit keer, wonder boven wonder, hebben we het zonder omwegen gevonden. Verdwalen had je hier niet gewild. Het was een flinke tocht waarbij je zeker 50 keer de rivier oversteekt. Gegarandeerd natte voeten dus! Maar het is daar super mooi:

We zijn hier in totaal 5 dagen geweest, helaas moeten we toch eens verder aangezien we maar een visum voor 2 weken hebben gekregen (als je over land de grens passeert) en we nog graag  een bezoekje willen brengen aan Chiang Mai, waar we veel mooie herinneringen aan hebben. Daarover de volgende keer meer.

X sjengskes

Recap Laos

We hebben een tijd getwijfeld of we Laos wel of niet moesten aandoen tijdens deze trip. Nog een land in Zuidoost Azië? Ze zijn natuurlijk allemaal wel wat verschillend, maar lijken ook wel weer erg op elkaar. De al om bekende slogan van dit deel van Azië “same same but different” slaat dan ook behoorlijk op deze landen. We hadden ons een beetje ingelezen en echte grote bezienswaardigheden heeft Laos niet echt. Maar van de andere kant, het lag precies op de route, en misschien zouden we er spijt van krijgen als we het links zouden laten liggen nu we er toch waren Zoals jullie afgelopen weken hebben kunnen lezen is het dus toch een “GO” geworden.

Natuur:
Laos is een erg mooi land, de natuur heeft vele gezichten, dit vooral omdat het lang is en er dus verschillende klimaten voorkomen. Het is erg groen en nergens op de wereld vind je zoveel olifanten in het wild dan daar.
Tegenover Cambodja is Laos qua natuur en de afwisseling hiervan wel wat mooier. Nadeel het heeft geen kust. Dus voor een weekje onthaasten zou je naar de 4000 eilandjes kunnen of gewoon een ticket uit Laos boeken.

Steden:
De hoofdstad Vientiane is klein, maar daardoor wel heel erg sfeervol, gezellig en ook mooi. Je bent er wel snel uitgekeken op de bezienswaardigheden maar je kan er makkelijk een paar dagen rondhangen.
Luang Prabang, is een pareltje, maar oooh zo toeristisch. Iets te veel van het goede naar onze mening. Maar het is een “must visit”.


Bevolking:
Wij waren niet heel erg onder de indruk van de mensen in Laos, in ieder geval niet die, die wij tegen kwamen. Ze komen wat nors over en zijn zo gesloten als een oester op het droge. Onder de omringende landen staan ze ook wel bekend als de meest “luie” van Zuidoost Azië en dan kan ik eraan toevoegen dat dat een hele prestatie is, want de rest doet ook alles op het dooie akkertje. Die pepers die ze in het eten duwen, mogen ze ook wel eens ergens anders steken. Van zaken doen hebben ze geen kaas gegeten, dat merk je met afpingelen maar ook in bijvoorbeeld die paar hostels die door Laotianen gerund worden. Vaak zijn de bedrijven en accommodaties in Laos van Chinezen, Indiërs, Vietnamezen of Europeanen en dat verschil merk je goed. Dit is natuurlijk alleen onze mening, er zullen hordes mensen zijn die hier anders over denken.

Eten & drinken:
BeerLao is erg goed te drinken en is ook niet heel prijzig, gemiddeld heb je er een voor €1,25, niet te duur dus. Als je op de hele goedkope tour wilt, is er whisky Laos (laolao), deze is wat zoetig, wordt voorzien van 40% alcohol, “straight” niet echt te pruimen, maar met cola een goed budget alternatief voor maar liefst €1,- per HELE fles.
Deze versie is ook te verkrijgen in wodka. Ook wij hebben er ons op dagen schuldig aan gemaakt, op die dagen dat we echt budget moesten inhalen. Lao koffie is trouwens ook een aanrader, minder zoet dan de Vietnamese versie, naar onze mening beter, maar duur! Het eten is in ieder geval stukken beter dan Cambodja en streetfood is “back”. Okay het is nog geen Thailand, China of Vietnam, maar ze hebben enkele heerlijke gerechten op het menu. Zoals de sticky rice, Lao curry, lap (vlees of vis, soms rauw, met veel kruiden), papaja salade, heel veel sandwiches, gemaakt op straat gevuld met zoveel lekkers dat je meteen vol bent voor die dag en pannenkoeken met ditzelfde effect. Wat dan wel jammer is dat de maaltijden in Laos naar verhouding van de andere landen nog duurder zijn, zelfs dan Cambodja.


Al met al was Laos niet echt een grote toevoeging aan onze reis, al hebben we er toch wel van genoten. Mochten we de beslissing nog eens moeten maken was Laos waarschijnlijk niet aan bod gekomen. Omdat de natuur mooi is, het eten zeker okay is, de 2 steden sfeervol zijn maar aan de andere kant de bevolking niet echt vriendelijk is en de prijzen hier het hoogst zijn van alle bezochte landen (qua eten, vervoer en accommodatie) gaan we voor een 6,5. Leuk, maar naar onze mening hoeft hij niet hoog op de bucketlist.