Cuzco, capital of the Inca Empire

Eerst even wat geschiedenisles; Cuzco was voor de verovering van de Spanjaarden de hoofdstad van het Inca rijk en lag precies in het midden van de 4 delen waarin het rijk opgedeeld was, het liep van Quito (Ecuador) tot ongeveer Santiago in Chili (wat het Inca-rijk het grootste rijk van de wereld maakte). Voor de Inca’s was Cuzco een heilige stad, de legende gaat als volgt; de zoon van de zon en de dochter van de maan (beiden op de wereld gezet op het Titikaka meer) besloten om zich hier te vestigen (rond de 12de eeuw) omdat het hier vruchtbaar genoeg was, zo begon het ontstaan van het Inca-rijk. Onder dwangarbeid werden in die tijd vele tempels en dorpen gebouwd, met hun ongeëvenaarde stevige en uiterst slimme bouwstijl, bestand tegen de aardbevingen. In 1533 arriveerde de Spanjaard Francisco Pizarro, deze veroverde en plunderde de stad (en trouwens ook de rest van het rijk) in zijn geheel. Alle Inca tempels werden vernietigd om plaats te maken voor katholieken kerken, die gebouwd werden op de resten van de tempels. Jaa, ik heb wel een beetje opgelet tijdens de free tour.
Helaas zijn niet alleen, zo goed als, alle gebouwen maar ook al het naslagwerk over de Inca’s vernietigd. Wat we nu weten over de Inca’s is 60% giswerk, 30% goed giswerk en maar liefst 10% zijn feiten.

Na de vondst in 1911 van Machu Picchu werd de stad weer groots. Cuzco telt ongeveer 350.000 inwoners en is nu de toeristische hoofdstad van Peru. De stad zelf is na de plundering en vele aardbevingen nog steeds erg mooi. Je vind gelukkig nog redelijk wat Inca overblijfselen en eigenlijk zijn de vele kerken ook adembenemend (al zouden ze er eigenlijk niet horen te staan). Maar wees gewaarschuwd het is echt overspoeld met toeristen (kan er natuurlijk niet veel over zeggen want wij maken daar ook deel van uit), iedere stap die je maakt wordt je aangesproken of je niet een toertje wilt doen, misschien een massage of gewoon een beetje coke om de neus mee te bepoederen. NO GRACIAS! Is dan mijn standaard verweer in de ochtend. Ogen gericht op de grond en heel dapper op zijn Nederlands grauwelend “laat me toch met rust” wordt het verweer naarmate de dag vordert.

Sacsayhuaman (uitgesproken als sexy woman), prijkt hoog boven de stad, dit was voor de Spanjaarden arriveerde een enorm bouwwerk waarvan de veroveraars niet geloofde dat de Inca’s in staat zouden zijn dit te maken. En het vervolgens vernietigd werd omdat het wel het werk van demonen moest zijn. Waar het bouwwerk voor gediend heeft is wederom nooit duidelijk geworden:

De mooie binnenstad, helaas mocht je in geen kerk en museum foto’s maken:


En natuurlijk was er weer veel gezelligheid is Cuzco met onze vriendinnetjes, wij doorgewinterde “voetbalfans” hebben zelfs voor Ajax staan supporteren (niet dat het wat geholpen heeft, maar aan ons heeft het niet gelegen):


Vanuit Cuzco kan je op vele manieren een trip maken richting een van de “nieuwe” wereldwonderen Machu Picchu, van dagtripjes tot 5 daagse trekkingen (meer over onze keuze te zien in de volgende blog) maar ook trips naar de heilige vallei, rainbow mountain (helaas te slecht weer voor) en nog veel meer bestemmingen, niet gek dus dat dit stadje het toeristische middelpunt van Peru is. So much to see, so much to do!

Volgende keer meer over de “oude berg”

 

Arequipa with friends

Peru it is!! Na Puna gaan we op weg, met op hol geslagen hartjes, naar Arequipa, naar het moment waar we lang op hebben moeten wachten en waar we ons enorm op verheugd hebben; hoog bezoek van onze lieve vriendinnetjes Claire & Simone die 3 weken met ons mee komen reizen.
Eindelijk was het moment van verzoening daar, met knikkende knieen en het zweet op de bovenlip naderde we de afgesproken plek, maar bij het eerste aanblik was het weer als vanouds. Zo fijn om weer samen te kunnen borrelen met een piscootje sour of een grande cerveza. We hebben om te beginnen genoeg drankjes gedaan om alle verloren borrelmomenten in te halen:

Mochten jullie op enkele foto’s een slap aftreksel van het “hardrock” symbool gemaakt door onze vingers zien, dan is dit het nieuwe en vele male ruigere teken van “the alpaca”, soon to be introduced in the Netherlands!

Arequipa wordt net als Sucre de witte stad genoemd. Door haar vele witte gebouwen maar naar zeggen ook omdat in de Spaanse tijd de Peruanen verbannen werden en er alleen “blanken” in mochten, de Spanjaarden dus. Tja, Bolivianen zijn niet de enige die elkaars verhalen tegenspreken. Wederom alles met dat korreltje zout nemen. Het is met 750.000 inwoners de 3st grootste stad van Peru. Het is erg mooie stad en niet te vergeten ook nog eens ergggg gezellig:

Omdat onze uitgekozen free tour gids niet kwam opdagen, zijn we als alternatief met zijn allen in de slechtste free tour ooit gerold (okay niet komen opdagen is misschien nog wel slechter), maar daardoor ook wel weer erg grappig, alleen dat was al een tip waard. Onze “gids” was net begonnen met deze free tours te geven, ze ratelde stukjes uit de geschiedenisboeken op, die op een later tijdstip overhoord werden. Haar moeder volgde ons overal om ons met van alles en nog wat op de foto te zetten, altijd in gezelschap van het zeer decoratieve AT reclame bordje, duurt niet lang meer en we zijn wereld beroemd in Arequipa:

De stad is omgeven door 3 vulkanen; de Misti is 5800 meter hoog is de trots van Arequipa (vanuit ieder punt van de stad te zien), de hoogste; Chachani (6000 meter) en Pichu Pichu 5700 metertjes.
De laatste zijn we als 4 dappere dodo’s in sneltreinvaart naar onder gedenderd op de mountainbike. Jong wat waren we snel, of de rest gewoon erg langzaam. Een tocht die “normaal” 3 uur zou duren hadden we toch maar even in minder dan de helft van de tijd gereden. Zoef zoef:

Na 2 dagen splitsten onze wegen alweer voor 2 dagen, Claire en Simone wilde de stad nog wat verder verkennen en wij vertrokken voor een 2 daagse Colca Canyon trek, een kloof die 2x zo diep is als de Grand Canyon. De eerste dag was goed te doen en bestond uit 7 uur lopen, vooral dalen en veel kletsen met onze gezellige mede trekkers. In de avond verbleven we op de bodem, in de oase, van de Canyon. Zwembadje, cocktailtje, koude douche, bedje en weer opladen voor de 4 uur durende klim terug naar boven. Om 05:00 stonden we weer paraat, met ons groepje van 5 musketiers, om zover mogelijk te geraken voor de zon op kwam en het heel heet zou worden. Dus met de headlight op onze slapende bolletjes stappen we het duister in. Die frisse moed was eigenlijk al na 15 minuten verdwenen, toen bleek dat ze met steil, ook echt STEIL bedoelde…. ons gezellig clubje veranderde in een chagrijnige “oude van dagen” club die al gauw uiteen viel. Maar de tocht was het gelukkig meer dan waard, zelfs voor de opper knoteraar (zal geen namen noemen). Wat een enorm mooie uitzichten:

En zooo cool om condors in het echt te zien:

De Colca Vallei is bijna even indrukwekkend als de Colca Canyon zelf:

Eenmaal terug in Arequipa hop de nachtbus in op weg naar…..

Recap Bolivia

Bolivia stond eigenlijk alleen op ons lijstje omdat we er toch doorheen moesten vanuit Argentinië of Chili richting Peru en natuurlijk voor de enorme zoutvlaktes. Verder wisten we niet goed wat we ervan konden verwachten. We dachten dat we aan 2 weekjes wel genoeg zouden hebben, maar we zijn er dik 3 gebleven en het had wat ons betreft nog wel langer mogen duren!

De bevolking heeft het lachen niet uitgevonden, maar iedereen is wel erg aardig. We hebben vaak gehoord dat de mensen in Bolivia een verademing zijn ten opzichte van Argentijnen en Chilenen, maar dat heb ik niet echt ervaren. We hebben waarschijnlijk ook geluk in die 2 landen gehad. We voelde ons in alle 3 de landen goed thuis. Bolivia is wel een stuk authentieker. Je ziet nog veel “traditionele” klederdracht en het is lang niet zo toeristisch als haar zuiderburen.  Traditioneel heb ik even tussen haakjes gezet omdat dit eigenlijk ook niet traditioneel is, maar ondertussen is geworden. De jurken, die de heupen breder lijken te maken komen eigenlijk van de trend in Europa toen flinker in was en de rijken in mooie jurken liepen. Dit hebben ze willen kopiëren, wat niet helemaal gelukt is, al zien ze er allemaal prachtig uit. Het verhaal gaat dat de bolhoed stamt uit de Engelse tijd daar. De Engelse wilde bolhoeden gaan verkopen in Bolivia maar stuurde een heel schip te kleine op. Toen de mannen deze niet wilde hebben ze de vrouwen wijsgemaakt dat het de laatste trend in Europa was om als vrouw een te kleine bolhoed te dragen. En voila, dit is de “traditionele” klederdracht van de cholitas:

80% van de bevolking is katholiek, zo goed als iedereen in Bolivia gelooft tevens in pachamama; Moeder aarde. Hier komen verschillende rituelen bij kijken. Ze offeren bijvoorbeeld cocabladeren, alcohol en lama foetussen (zijn wel dood geboren), dit doen ze vooral voor bescherming. Er wordt zelfs gesproken over menselijke offers die af en toe gebeuren, vooral in de bouw. Het moet wel iemand zijn die niet gemist wordt….. ze raden je dan ook ten strengste af om niet ergens zat in een steegje terecht te komen…. Ook zijn potions helemaal in, je kan ze voor pijntjes krijgen maar bijvoorbeeld ook een liefdesdrankje voor de liefhebbers…. Deze dingen kan je allemaal in La Paz op de heksenmarkt kopen.

Zoals ik al zei is het toerisme nog niet op gang gekomen, wat wel vreemd is want het land heeft heel veel te bieden. Leuke steden, aardige mensen, mooie cultuur, de immense altiplano, maar ook de pampa’s en de amazones. Dit is vooral aan de Bolivianen zelf te danken, er worden geen duidelijke tours aangeboden, de keuze is klein (iedereen biedt precies hetzelfde aan), terwijl er zoveel moois te zien is. Mocht je in de ene tour een leuk weetje te horen krijgen, heb je grote kans dat je de dag erna een compleet andere versie van te horen krijgt.  Ook is het transport erg slecht. De wegen zijn slecht, de bussen hangen met wat ducktape aan elkaar en de chauffeurs zijn verschrikkelijk. Als je bijvoorbeeld naar de pampa’s wilt kom je er alleen met een busrit die levensgevaarlijk is. Dit schrikt de mensen toch wel wat af en besluiten dan gewoon maar in Peru ofzo naar de amazone te gaan.

Het eten in Bolivia is eigenlijk wel meegevallen, okay je krijgt bij alles wat je besteld rijst EN frieten en met wat geluk een blaadje sla en een tomaatje. Maar het is allemaal erg smaakvol en zeer vullend. Ze houden van aardappelen (400 soorten), quinoa, pasta, rijst en vlees, zolang het maar koolhydraatrijk is. Ze drinken vooral veel bier (smaken allemaal goed) en dat 96% alcohol drankje zie je ook wel vaak genuttigd worden. In Bolivia wordt ook wijn gemaakt en heel slecht zijn ze niet, de reserva’s smaken zelfs goed, maar kosten hier €10,- wat voor Bolivia heel duur is. Voor lunch is overal een menuutje te krijgen van ongeveer €3,- voor 3 gangen. Dus wij aten meestal uitgebreid bij de lunch en in de avond nog een empanadaatje ofzo. Spot goedkoop dus (das dan het voordeel van een minder toeristisch land. De prijzen kwamen eigenlijk wel overeen met Azië, misschien sommige dingen nog wel goedkoper. Alleen de accommodaties zijn wat duurder dan daar. De toertjes kosten ook niet veel en kunnen dus nooit tegenvallen voor dat geld. In Bolivia hebben we ons nooit “bezeikt” gevoeld, dat zal waarschijnlijk wel komen omdat het nog niet al te toeristisch is. Ben benieuwd hoe dat gaat in onze volgende bestemming Peru.

Al met al krijgt Bolivia door haar schoonheid, de prijzen, het avontuur, de cultuur en haar kleurrijkheid een 8,5. Echt een aanrader.
We gaan zeker een keer terug en willen dan ook het lager gelegen deel van Bolivia gaan bekijken.

Op en rond het Titikakameer

Het Titikakameer is het hoogst gelegen “commercieel bevaarbare” meer van de wereld, het ligt op een hoogte van 3800 meter en is gemiddeld 160 meter diep. Het meer ligt voor een deel in Bolivia en voor een deel in Peru. We hadden al van vele reizigers vernomen dat de kant van Bolivia veel mooier was, dus we gingen op weg naar Copacabana, een klein plaatsje aan het meer vlakbij de Peruaanse grens met 6000 inwoners. In het stadje hangt een leuke sfeer en in het weekend is het vol met Bolivianen die hun dagen daar spenderen voor fun, maar ook voor de zegening van hun auto, ja je hoort het goed iedere zaterdag ochtend om 10 uur kan je je auto laten zegenen. Men neemt een mooi versierde auto met bloemen (toegegeven onderstaande foto was niet de beste keus), een pater, fles champagne (voor de minder bedeelde bier) en wat vuurwerk en de ceremonie is compleet. Zo kan je weer de weg op met een beschermde bak. Helaas waren we nog niet in Copacabana om het hele ritueel te aanschouwen:

De uitzichten zijn geweldig van de verschillende heuvels rond het plaatsje:

We zijn met de ferry over gegaan naar de eilanden Isla de Luna en Isla del Sol, deze eilanden waren van grote betekenis voor de Inca’s, van hier heb je tevens nog mooiere uitzichten over het meer en de omringende bergen:

Op Isla del Sol heerst helaas een mini oorlog tussen noord en zuid. Het zuiden is het toeristische gedeelte en was een nieuw hotel aan het bouwen te dicht, volgens de noordelingen, bij een Inca ruïne, waarna deze het betreffende hotel opgeblazen hebben… Dus om een lang verhaal kort te maken was het noorden niet bereikbaar uit veiligheidsoverwegingen. Onze nacht op het eiland hebben we dus maar geannuleerd en zijn alleen voor een dagje die kant op gegaan.

Horca del Inca (de galg van de Inca’s), is zo genoemd door de Inca’s maar het is eigenlijk een pre-Inca gebied dat werd gebruikt als astronomisch uitkijkpunt:

De heerlijkste forel (oorspronkelijk geen vis uit het titikakameer, maar uitgezet hier door Japanners) eten in een van de vele restaurantjes aan het water:

Iedere avond genoten van een cocktail en zonsondergang:

Het meer vanuit Puno (Peruaanse kant):

Puno zelf is niet veel te beleven, Boliviaanse kant van het meer heeft zeker de voorkeur:

En dan nu op naar Arequipa, waar we enorm veeeel zin in hebben alleen al omdat onze lieve vriendinnetjes Claire en Simone daar zullen zijn!!

La Paz, either you love it or you hate it

Nou “we loved it”! De meeste mensen verkiezen het vele malen kleinere en rustigere Sucre boven La Paz, maar wij vonden de hectiek juist erg charmant.

We trakteerde onszelf op een vlucht van Sucre naar La Paz, wat geen overbodige luxe is met de wegen en de bussen hier, de uitzichten waren te gek:

Naar horen schijnt het niet de meest veilige stad te zijn, maar gelukkig hebben we daar weinig van gemerkt. La Paz is de stad waar de regering van Bolivia gevestigd is, is met zo’n 2.000.000 inwoners (El Alto meegerekend) de grootste stad van Bolivia en een van de hoogst gelegen steden van de wereld. De “wijk” El Alto waar ook het vliegveld gevestigd is ligt op 4100 meter hoogte midden tussen de mooie Andes. De oude binnenstad ligt op 3600 meter in een vallei. De stad heeft nu 4 kabelbanen die de delen van de stad verbinden, er zijn er nog 3 in aanbouw:

Het oude centrum bevat vele mooie gebouwen:

Ook staat het bekend om de San Pedro gevangenis midden in het centrum, deze bijzondere en enorm corrupte gevangenis wordt gerund door de gevangen zelf, ze hebben allemaal het recht een eigen bedrijfje op te zetten in de gevangenis. En zo wordt er ook veel cocaïne geproduceerd en op de meest bijzondere wijzen naar buiten gesmokkeld. Het gezin van de gevangenen woont ook in dit “dorp” en bewakers vind je alleen buiten de muren:

DSC08935

Vanuit La Paz kunnen je wel 100de activiteiten doen, van trekkings over gletsjers, tot jungle tochten. Zo hebben wij een avondje een super leuke en lekkere foodtour gedaan:

Een avondje Cholitas wrestling gaan bekijken, Boliviaanse dames in hun traditionele klederdracht die elkaar te lijf gaan. Het is net als de Amerikaanse versie allemaal in kaart gezet en enorm slecht geacteerd. Maar zo enorm grappig, we hebben alleen maar in een deuk gelegen, terwijl de stoelen om je oren vlogen:

De highlight voor ons was het fietsen op de gevaarlijkste weg van de wereld “death road”, je raad het al, zo genoemd omdat er de meeste doden vielen. Er is nu een nieuwe en veiligere weg aangelegd. Op een enkele auto na en wat gekke fietsers wordt deze weg niet meer gebruikt. Ik heb een hele tijd getwijfeld of ik dit wel moest doen maar met knikkende knieën toch toegestemd. En daar ben ik enorm blij om!! Buiten de kick en de adrenaline waar je op teert bij de afdaling is het ook nog eens een super mooie tocht. Je daalt af van 4700 meter hoogte in de altiplano. Naar 1200 meter in de amazone. Zoveel mooie uitzichten, maar het was vooral zaak om je ogen op de weg te houden, die smal en bochtig was, vol met stenen, kiezels en gladheid en natuurlijk nooit een railing heeft gekend. Al moet ik het zelf zeggen, we hadden er een behoorlijk tempo op:

Op naar helaas de laatste stop in Bolivia het titicacameer.

Sucre, de witte stad

Sucre is de hoofdstad van Bolivia, al telt het veel minder inwoners (190.000) dan andere steden in Bolivia.
De regering is dan ook gevestigd in La Paz wat de economische hoofdstad van het land is.
De binnenstad is de best bewaarde Spaanse koloniale stad in heel Zuid-Amerika en staat net als Potosi op de werelderfgoedlijst.
De stad heeft een hele relaxte vibe, de parken vol met studenten die aan het blokken zijn, toeristen die op onderzoek uit zijn en locals die van het zonnetje genieten. Hier lijkt alles nog 10 passen langzamer te gaan en dat is heel wat voor Zuid-Amerika. Ook ligt het op een redelijk aangename hoogte van 2900 meter, waardoor het weer t-shirt weer is. De meeste universiteiten van het land zijn hier gevestigd en het trekt ook enorm veel Europese toeristen/studenten die Spaans willen leren.

We zijn 5 dagen gebleven en hebben, echt waar, geen ruk uitgevoerd. Even gedacht aan een paar dagen Spaans cursus, maar aangezien we er in een weekend waren en ze hier op 1 mei ook nog eens vrij hebben, zou dat uitkomen op een hele dag cursus wat ons niet de moeite waard leek, aangezien we toch al tot 10 kunnen tellen. Wat we wel gedaan hebben is; veel wandelen, veel lezen en uitgebreider koningsdag gevierd dan ooit te voren. Nederlanders zijn echt overal, dus een Nederlandse bar doet het ook echt overal goed;

Iedere dag verse sapjes halen op de, te gekke, markt;

De witte stad, omdat het er zo wit is;

Omdat we niet veel gedaan hebben valt er dus ook niet zoveel te vertellen.
Adios amigos

Claustrofobie in Potosi

Na Uyuni zetten we koers naar Potosi, dit plaatsje ligt precies tussen Uyuni en Sucre in en ligt, hoe kan het ook anders, op 4000 meter. 4 Uurtjes in een overvolle bus met een onbehaaglijk geurtje, een mix van met speeksel doorweekte coca bladeren en zweetpatatten maken dit dus een mooie tussenstop om weer op adem te komen. Potosi staat bekend om zijn mijnen en vooral om haar zilvermijnen in de Cerro Rico (rijke berg). Het plaatsje was ooit een van de grootste en rijkste steden in Zuid-Amerika en telt nu nog 140.000 inwoners.
Een tochtje naar 1 van die mijnen wilde we dus wel maken, ongevaarlijk zou het niet zijn, maar het zou een goed beeld geven in welke erbarmelijke omstandigheden de mijnwerkers nog altijd moeten werken. Interessant dus maar voelt ook een beetje als ramptoerisme. Geheel in stijl (mijnwerkers outfit) gingen we op pad op zoek naar cadeautjes voor de mijnwerkers. We werden op een lokale markt afgezet en we hadden in principe 2 cadeau keuzes volgens de gids. De eerste is een zak coca bladeren en een flesje alcohol van 96% (dit werd mijn keuze, leek me geheel verantwoord om hun verslavingen te blijven voeden) en onze tweede, niet minder gevaarlijke maar wel spannendere, optie was echte dynamiet, jawel met ontsteker en al, dit kon gewoon legaal gekocht worden daar, het dient geen uitleg dat dit Raimons keus werd:

Dus klaar om de mijn in te gaan. We liepen door veel te smalle gangetjes waarvan zo goed als alle steunbalken doormidden waren gebroken. Dus gebukt om deze balken te vermijden zijn we toch maar liefst tot 50 meter in de mijn gekomen. Raimon zag het niet meer zitten en zag de hele boel al instorten, aangezien mijn claustrofobische aanleg was ik ook wel een beetje opgelucht dat we terug konden. De rest van onze, iets dapperdere, groep is door gegaan, maar vertelde ons dat het alleen maar erger werd hoe verder je in het labyrint zat. Geen grote open ruimtes, zoals in de films met allerlei transport karretjes alla Indiana Jones, maar het bleef bij smalle gevaarlijke tunneltjes en arme mijnwerkers die je dan een dynamietstaafje mocht overhandigen. Ben blij dat we tijdig omgekeerd zijn:

Potosi zelf is een heel leuk stadje die op de werelderfgoedlijst van Unesco staat. Veel kleuren, mooie gebouwen en aardige mensen:

Hasta luego babies

4 dagen Salar de Uyuni tour

Eindelijk is het dan zover, we gaan de grootste zoutvlakte van de wereld bekijken. De tour duurt 4 dagen waarvan we eigenlijk alleen de laatste dag op de zoutvlaktes zullen zijn, de rest bestaat uit veel rijden, met onderweg zoveel mooie dingen te zien.

We vertrekken vanuit Tupiza met als “familia” voor de komende 4 dagen; twee 4×4 jeeps, 2 te gekke chauffeurs alias gidsen, 1 lieve, heerlijke gerechten makende Boliviaanse kokkin en 6 medereizigers. Dit waren de ingrediënten voor heel veel mooie, maar ook heel veel bijna in je broek piesende momenten van het lachen. Tjonge wat hadden we een geluk met onze groep, bestaande uit een ouder Italiaans koppel (Guiseppe & Luciana) die tevens onze steun en toeverlaat waren als ons Spaans weer eens tekort kwam, een Duits stel (Nadine & Ruben) zo gek als een deur, de eerste grappige Duitsers die we tegen zijn gekomen, een Amerikaanse jongen (Evan), de rustigste en droogste van het stel en dan de Nederlandse spring in het veld Gaby, met energie voor 10.
De tocht opzicht is lichamelijk niet zwaar maar de hoogtes maakte het zwaar. De eerste dag ga je vanuit Tupiza (3000) meter bijna direct naar boven de 4000 meter en je slaapt op 4200 meter, buiten het happen naar adem heb ik vooral de eerste 2 avonden enorme koppijn gehad, gelukkig viel het overdag wel mee. Eigenlijk had bijna iedereen uit onze groep wel last van iets. In andere groepen hebben we menigeen gezien die er veel erger aan toe waren en bijvoorbeeld 4 dagen niks binnen hebben kunnen houden. Overdag was het een aangename 20 graden boven op de plateaus, maar s’ nachts daalde deze temperatuur naar -10. De hostels waren erg basic dus helaas geen verwarming. Na het avondeten rond 9 uur lagen we dus meestal wel in bedje met wel 10 dekens over ons heen tegen de kou.
De 3de dag en nacht daalde we voor de zoutvlaktes af naar iets onder de 4000 meter en verdween de koppijn als sneeuw voor de zon. Maar de tocht was het meer dan waard en we kunnen er alleen maar met een glimlach op ons gezicht aan terug denken.

Waar te beginnen, ik weet niet eens meer wat we allemaal gezien hebben, bijna teveel om op te noemen. We kwamen langs vulkanen:

Reden over de altiplano met haar vele meren die de gekste kleuren hadden, van rood tot zwart. In deze meren leven wel 100de flamingo’s:

Geisers:

Beestjes:

Gekke steen en rotsformaties en een lekke band echt ” in the middle of nowhere”:

De trots van Bolivia, de Dakar rally, die al 4 jaar hier gehouden is:

En natuurlijk de enorme gave zoutvlaktes van Uyuni met de onvermijdelijke “loco” foto’s:

DSC08645

Na 4 dagen is het bijna moeilijk afscheid te nemen van deze “familia”. We worden in het plaatsje Uyuni gedropt, wij blijven hier nog een nachtje en de rest gaat ieder een andere kant van Bolivia op. We zien mekaar vast nog wel.
Onder het treuren kwamen we erachter dat Catherine en Phill (de lifters uit NZ) ook in Uyuni waren, dit maakte de dag weer goed! Biertje drinken dus😆:

WP_20170424_015

Tupiza, het wilde westen van Bolivia

7 uurtjes nachtbussen van Salta tot la Quiaca, kwartiertje lopen naar de grensovergang met Bolivia (Villazon), stempels pakken, buskaartjes regelen, om zo binnen 12 uur te eindigen in onze eerste Boliviaanse bestemming Tupiza. In Bolivia veranderd er niet veel aan het landschap, maar wel veel aan de bevolking, alles is hier kleurrijker en de vrouwen lopen allemaal rond in traditionele kleding inclusief het typische schattige bolhoedje. Ieder gebit telt minder tanden dan vingers aan 1 hand, wat waarschijnlijk komt door de altijd aanwezige prop coca bladeren in de breed lachende monden en een gebrek aan tandzorg.

Tupiza is een erg stoffig dorpje in een vallei tussen de bergen van de Cordillera de Chichas. Je waant je in het wilde westen. We kozen dit plaatsje omdat vanuit hier de beste tours vertrekken richting Salar de Uyuni (zoutvlaktes) en omdat het op 3000 meter hoogte ligt, wat ideaal is om een beetje aan de hoogte te wennen. Buiten wat kortademigheid ging het okay met de hoogte, geen rondje joggen voor ons dit keer:


Buiten wat luieren zijn we ook als in een echte western film te paard gegaan. Ik op een witte, meer lijkende op een pony, wilde hengst en Raimon kreeg een bruin, vaak struikelend en lui merrietje. Met onze gids trokken we het wilde westen in voor 3 hele uren. De gids en moi voorop, na iedere 10 stappen wachtend op duo komt niet vooruit. Als we een drafje waagde hoorde ik vanuit de verte alleen maar “straks hub iech geklutste eier”. Het was vooral lachen dus en tussendoor van wat mooie uitzichten genieten. Na 3 uur zat het er gelukkig op want mijn bips was blauw aangelopen. Beiden geen aanleg dus:

We hebben nog gewandeld in de omgeving en wat uitzichtpunten bezocht:

3 dagen genieten van een blauwe kont verder, vertrekken we voor een 4 daagse trip naar het hoogtepunt van Bolivia: Salar de Uyuni.

Tot gauw

Recap Chili & Argentinië

Niet dat deze 2 landen het niet verdienen om beiden een eigen recap te krijgen, maar we zijn gewoonweg veel te kort in Argentinië geweest om er echt iets zinnigs over te zeggen, buiten het feit dat de wijn goed smaakte.

Na Australië en Nieuw Zeeland waren we weer blij wat goedkopere landen te bezoeken. Buiten dit was het meteen wel weer een stuk moeilijker om ons verstaanbaar te maken. Maar met wat tijd en een flinke glimlach kom je best ver. De Chilenen staan bekend om hun slechte Spaanse taalgebruik en dat maakte het nog net wat moeilijker voor ons “peuterklas” Spaans (meer zuigelingen Spaans). De Argentijnen daarentegen spreken weer wat duidelijker en hebben vooral meer geduld met ons.
Het is hier in Zuid-Amerika meteen weer veel kleurrijker, passievoller en gezelliger, lekker eten op straat, veel muziek, vrolijke mensen en de mooie Spaanse taal. Het voelt meteen goed. De mensen zijn allemaal erg vriendelijk, je merkt wel dat de Argentijnen over het algemeen wat meer Engels spreken waardoor ze wat opener lijken en je sneller aanspreken om over van alles en nog wat te praten. Net als in Azië zijn ook hier enorm veel straathonden, de ene nog schattiger dan de andere een aai over de bol en ze volgen je trouw bij iedere stap. Helaas zijn er ook veel gewonden hondjes (soms zelfs met opzet aangereden) die je het liefste allemaal mee naar huis wilt nemen het doet echt pijn in je hart zo’n hondje hinkend achter je aan te hebben rennen voor wat aandacht. Ik heb zelfs meerdere malen overwogen naar huis te vliegen om zo’n gewond hondje te kunnen houden en verzorgen. Vooral in Chili worden er veel schattige puppy’s aangeschaft, eenmaal uitgegroeid vinden ze de beestjes te groot voor het huis en worden ze zonder omkijken de straat op gegooid. Vandaar dat de aantallen hier alleen maar blijven stijgen.

Het eten in zowel Chili (van midden naar noord) en het stukje noord west Argentinië is erg machtig en bestaat vooral uit vlees en aardappelen. Aan een gezonde hoeveelheid groente ga je hier nooit geraken. Je mag in je handjes klappen met een olijfje op je pizza (pizza en pasta lijkt wel een Argentijnse uitvinding ipv Italië, het staat overal op de kaart). Het nationale gerecht van Chili heet chorrillana (ook wel “heart attack on a plate” genoemd) bestaat uit een enorme berg friet, met beef, worst, kaas en een gebakken ei erover. Deze kan je makkelijk met 2 of 3 delen. Mocht je een aanbieding te pakken hebben komt er geen bakje sla bij maar een grote kan (2 liter) bier. Zo heeft de regio Salta in Argentinië hun eigen versie die bestaat uit, hoe kan het ook anders, een grote berg friet, schnitzels, wat dunne plakjes tomaat (met wat geluk) en ook weer overbakken met kaas. Wat wederom niet gezond is.., maar heerlijk, zijn de empanada’s. Deze zijn gevuld met allerlei lekkers van scampi’s tot chorizo met als basis veel kaas. In Chili komen ze uit de frituurpan en heb je genoeg aan 2 stuks en in Argentinië zijn ze een stuk kleiner en, net iets gezonder, bereidt in een oven. Meerdere malen hebben we zelf dus maar eens een salade gemaakt, de avocado’s in Chili zijn echt het einde en kosten geen drol. Iedere dag een stuk fruit was zeer nodig om de stoelgang een beetje op gang te houden, waar je in sommige landen bang bent voor buikloop kan je hier het tegenovergestelde verwachten. Waar we helemaal niks over te klagen hadden was natuurlijk de drank, de wijn smaakt allemaal even goed zo vers van de pers, of vers uit het eiken vat. Wat kunnen ze in deze landen topwijnen maken, de Carmenere, Torrontes en Malbec om maar een paar te noemen. In een restaurant zijn ze niet veel duurder dan in de winkel of aan het huis, dus een flesje bij het eten is snel besteld. Op de biertjes valt ook niet veel aan te merken en er wordt veel speciaalbier gebrouwen.


Het reizen in beiden landen is super makkelijk, als je besloten hebt om verder te reizen naar de volgende bestemming dan loop je ff het busstation binnen en haal je je kaartje voor de volgende dag of zelfs voor over een uur. De bussen zijn erg comfortabel en je kan kiezen tussen cama en semi cama plaatsen, beiden okay om een nachtje op door te brengen. De wegen zijn goed en met die uitzichten lijk je wel in een 3D versie van een national geographic programma te zitten. In ieder plaatsje is wel een kantoortje te vinden waar je makkelijk en goedkoop een toertje boekt. Wij zitten hier nu buiten het seizoen dus het kan goed dat in het seizoen meer planning nodig is. Het landschap is vooral droog ,voor plantjes en bloemetjes hoef je niet te komen, voor cactussen daarentegen zeker wel! Toch is het landschap heel afwisselend en moeilijk te omschrijven mooi, in het echt is alles nog veel indrukwekkender dan op onze foto’s.

We zijn erg onder de indruk van beiden landen en hadden het nooit zo mooi verwacht voor ons krijgen beiden landen een 8,5.