Recap Thailand

Zodra je Thailand inrijdt zie je het verschil al met de andere zuid-oost Aziatische landen. Ze zijn al zoveel malen verder ontwikkeld en lopen stukken verder voor op de rest. Dit zie je aan de wegen, de gebouwen, de bevolking en hun manier van zaken doen. Dit maakt het reizen door dit land dan ook super makkelijk. Even wat bevindingen op een rijtje:

Eten & drinken. Ja, zoals we al zeiden is de Thaise keuken onze favoriete keuken hier in zuid-oost Azië. Heerlijke curry’s, noodelsoepjes, loempiaatjes, pad thai and so on, and soooo on. Wat ons wel opviel was, dat het overal alles behalve pittig opgeleverd werd op je bordje. Omdat het overal zo toeristisch is, krijg je standaard de flauwe versie. Je mag van geluk spreken als er gevraagd wordt hoe je je curry het liefst eet op de “pittigheids-” wijzer. Mocht je denken ik ga maar voor “a bit spicy”, want die Thaien weten van wanten, dan zullen ze geen pepertje aan je verspillen en draaien ze maximaal een keer met de pepermolen erboven. Als “medium spicy” je keus wordt, dan is je gemiddelde zoete chilisaus nog pittiger. En van de “spicy” versie zullen er zeker geen vlammen uit je kont komen. Deze richtlijnen gelden voor de toeristische plaatsen, deze graadmeters zou ik misschien niet hanteren op het platteland. Maar buiten dit blijven de smaken van de kruiden die ze gebruiken heerlijk! De fruitshakes die worden verkocht op iedere hoek van de straat zijn het einde en voor een luttele €0,50 heb je een grote beker vers mangosap of een van die andere tientallen exotische vruchten die ze daar hebben, met crushed ice, hmmm. Wel ff opletten dat ze het fruit ook echt voor je neus schoonmaken. Oh ja vergeet bijna de, oh zo belangrijke, bierprijs te vermelden, in de supermarkt zo’n 50 a 60 bath (ongeveer €1,50, wat volgens Raimon een schande is, want thuis in de supermarkt is het goedkoper) in een restaurantje 80 a 100 bath (ongeveer €2,50, ook schandalig, want dit zijn de duurste biertjes van deze reis tot nu toe).

En dan die eeuwige rots in de branding, de 7 eleven, die om de 100 meter voor je opdoemt:

DSC04014.JPG

Toerisme is een grote inkomstenbron voor de Thaien. Wij, toeristen, gaan massaal naar Thailand voor het weer, de cultuur, de bevolking, de natuur en niet te vergeten het eten. Zo’n enorme toestroom aan kuddes vakantiegangers heeft zo zijn voordelen, maar ook zeker zijn nadelen. Een groot nadeel, vind ik, is dat je altijd op je hoede moet zijn. Overal loert het gevaar om flink bezeikt te worden als goed vertrouwende reiziger, want ze lijken allemaal oh zo schattig. Of het nu de, op het oog lijkende, vriendelijk tuktuk driver is of een of ander “gecertificeerd” reisbureautje, ze proberen je altijd af te zetten. Als iemand je overaardig wilt helpen op straat om je wat wegwijs te maken, weet je dat het mis is en moet je meteen op je hoede zijn, mocht je geen weerstand kunnen bieden aan hun charmes dan is wegrennen je beste optie. Poeh soms zooooo vermoeiend. Dit is een van de dingen die we zekers niet gaan missen. Dit heeft natuurlijk niet betrekking op de doorsnee Thaise bevolking. Degene die niet afhankelijk zijn van toeristen zijn erg “echt” aardig en grappig.

The King, de recent overleden (13 oktober 2016) koning Bhumibol (Rama IX) van Thailand was voor de bevolking een grote held, werd overal vereerd. Hij was al koning sinds 1946 dit maakte hem de langst regerende monarch van de wereld.
Omdat hij zo enorm geliefd was is er een nationale rouw uitgeroepen van precies een jaar, waarvan de eerste maand een hele strikte rouw was. Zelf hebben we niet heel veel gemerkt van de rouwperiode qua toerisme. Alle winkels, restaurantjes en barretjes waren gewoon open. Wel zag je enorm veel herdenkingsfoto’s van hun voormalige vorst door het hele land. In Bangkok zagen we iedere dag duizenden Thaien, in zwart gekleed, voor het paleis rouwen. Ook werd het jaarlijkse grote nieuwjaarsfeest in Bangkok geannuleerd.
Over de nieuwe koning (de zoon van Rama IX), Rama X, spreken de Thaien niet, maar naar horen is hij niet erg populair onder de bevolking en is het eerder een playboy dan een heerser. Ze hadden liever zijn zus aan de macht gezien. Hopelijk gaat het meevallen en gaan ze hem toch nog iets van hem waarderen.


De bevolking, het eten, de steden, de natuur en haar mooie eilanden maken van Thailand natuurlijk een super vakantiebestemming. De enorme toeristen toestroom (waarvan wij natuurlijk ook deel uitmaken) is een minpunt. Wij gaan voor een 7, waarschijnlijk ook omdat het onze tweede maal was en ons dus niet veel nieuws verbaasd heeft.

Dit was onze laatste stop op het vaste land van Azië, op naar Indonesië!

 

 

 

 

 

Catch some rest on Ko Chang

dsc04464

Na de drukte van bangkok en de nog grotere drukte van Maastricht en omstreken hadden we natuurlijk weer rust nodig, alsof we de laatste 5 maanden ooit stress ervaren hebben….
De eilanden in het zuiden van Thailand waren geen optie, door de hevige regenval met bijbehorende overstromingen, dus werden de “bounty eilanden” opties minimaal. Ko Chang was altijd al populair onder de Thaise bevolking vooral omdat het eiland maar zo’n 4 uurtjes rijden (exclusief ferry overtocht) van Bangkok ligt, dus tijdens een lang weekend makkelijk te bereizen. Maar de westerse toeristen zijn vaker op de zuidelijke eilanden te vinden. We zijn er 4 dagen geweest en het voelde als lang niet lang genoeg. Het eiland is voor het grootste gedeelte bedekt met jungle waarin je mooie tochten kan maken, het archipel Ko Chang bestaat uit 50 eilanden die je leuk met een bootje kunt bezoeken en de stranden zijn heel relaxt. Het was hoogseizoen en daarbij opgeteld de toeristen die uitweken van de zuidelijke eilanden was het nog bij lange na niet zo druk dan in het laagseizoen op Ko Samui, het voelde in ieder geval niet zo.
De zee was heerlijk, met de perfecte temperaturen en leuke barretjes.


De wegen waren perfect om een tochtje op de scooter te maken over het eiland. We hebben alle uithoeken dan ook gezien.


Op aanraden van Claire en Simone zijn we bij een naamloos eetstalletje terecht gekomen en niet meer weg gegaan. Het prijsverschil tussen het vasteland en de eilanden van Thailand is redelijk hoog, maar deze naamloze zaak had daar gelukkig schijnbaar geen weet van.

Deze laatste 4 dagen vooral genoten van het Thaise eten, de Thaise zon en de overheerlijke fruitshakes die niet veel duurder zijn dan een flesje water. Dit was alweer de laatste halte in Thailand, op naar Indonesië om Bali en de Gili eilanden samen met mams te ontdekken, zoveeeel zin in.

Bangkok, life and kicking

Waar te beginnen…. het is altijd een feest om terug in bangkok te zijn. 1000 en 1 dingen te zien en te doen. Zoveel verschillende wijken die allemaal een geheel andere sfeer uitstralen. Van skytrains en skybars tot het mooie paleis en de kleine straatjes bij Khao San road, waar het altijd feest lijkt te zijn.

We waren er 2 dagen voordat we naar huis vertrokken voor de kerst en nog eens 3 dagen bij terugkomst. Onze backpack hadden we in het hostel laten staan tijdens die 2 weken dus zijn we ook weer naar dezelfde plek vlakbij Khao San teruggekeerd om onze citytrip af te maken.

6 Jaar geleden hebben we al enkele dagen in Bangkok doorgebracht en al het nodige gezien, maar nog lang niet alles.
Ditmaal, Wat Pho:


Wat Arun:


Golden Mountain, voor het uitzicht:

Standing buddha:

Marble temple:

Ook waren we nog nooit naar een floating market geweest, iets wat toch wel wordt aangeraden door de velen. Dus we moesten er deze keer toch echt aan geloven en boekte een tripje. Misschien hadden we de verkeerde drijver te pakken, maar wat een enorme toeristische bedoeling! Geen Thai te bekennen en waar we hoopte op een markt waar voedsel werd verhandeld, kregen we weer precies zo’n zelfde markt als overal te vinden met souvenirs en flodder broeken langs de kanalen. Okay er waren een paar vrouwtjes op het water pad thai aan het bereiden of coconut ice cream aan het verkopen en daar had je het dan wel mee gehad. Geen aanrader dus! Maar ja we kunnen het afstrepen.

Verder hebben we weer heerlijk onze buikjes rond gegeten bij de vele straatstalletjes en rondgeslenterd door de vele staatjes die Bangkok rijk is. Het was weer te gek en we kijken uit naar een volgend bezoek aan Bangkok.

Nu weer in de relax modus en op naar Ko Chang

Chiang Mai & olifanten knuffelen

Terug in ons geliefde Chiang Mai. De mooie stad met haar 300 boeddhistische tempels, een redelijke stad maar doet toch klein en fijn aan. De night bazaar van Chiang Mai, die avond na avond weer opnieuw wordt uitgestald, is overal bekend. Zoveel souvenirs om uit te kiezen, zoveel verschillende kleuren broeken en t-shirts om gek van te worden. Er zijn verschillende food courts te vinden, met de lekkerste gerechten, van authentieke Thaise gerechten tot foodtrucks met de lekkerste hamburgers of sushi. Voor ieder wat wils. Als je denkt dat dit al heel wat is, ga dan naar de zaterdag of de zondagmarkt van Chiang Mai en aanschouw dat het nog veel uitgebreider kan dan de “gewone” night bazaar. Wat een drukte, heerlijk eten en nog leukere souvenirs,nog meer om uit te kiezen (echt een verschrikking voor de twijfelaars onder ons). Ook ligt vlak bij de zaterdag markt de mooie wat Sri Suphon hij is geheel zilver en in de avond wordt hij voorzien van verschillende bonte kleuren:

We zijn nog lang niet tempel-moe…….., en je komt er in Chiang Mai ook niet echt omheen, dus hebben er nog maar een paar bezocht:

De hele reis ben ik al aan het azen op een tripje naar een elephant sanctuary (rescue camp). Wel wilde we alleen naar eentje die de olifanten helpt en ze niet gebruikt voor trucjes of om erop te rijden. In Cambodja zat mijn nummer keuze 1 al vol, in Chiang Mai evenzo, maar gelukkig had mijn tweede keus nog 2 plaatsjes over. Ohhh wat was dat een te gekke ervaring. De olifanten uit het bos halen, ze eten geven (en ondertussen flink knuffelen), met ze rollen in het modderbad en ze dan weer afspoelen, wat ik zelf ook zeker kon gebruiken na dit modderbad. Geef het 2 seconden na het badderen en ze hadden zich alweer bedekt met een flinke laag stof zooo schattig. Erg leuk om te zien dat ze allemaal totaal verschillende karakters hebben. Natuurlijk al een verschil in leeftijd, maar echt iedere olifant is anders en reageert anders. Zo was er Peter, de jongste van het stel( 3 jaar, dan zijn ze echt nog klein) was de echte batteraof, wilde je hem 1 banaan geven dan griste hij de hele tros uit je andere hand, wilde je hem knuffelen, rende hij snel weg en hij deed precies het tegenovergestelde van de rest van de groep. Maar hij was zoooo leuk, met die harde haartjes op zijn snoetje:

Verder zijn we nog een dagje gaan fietsen en in de dierentuin geëindigd, die trouwens erg leuk daar is, met redelijk wat ruimte voor de dieren, mooi aangelegd is en een mooi aquarium heeft:

4 dagen Chiang Mai zit er alweer op, op naar Bangkok!!!

Chillen in Pai

Pai, is een plaatsje in noord Thailand vlakbij de grens met Myanmar. Het ligt afgelegen tussen de bergen en er gaan maar 2 erg misselijkmakende bochtige wegen naartoe waarvan ene van Chiang Mai. Dus vanuit Chiang Rai zijn we eerst met de bus naar Chiang Mai vertrokken om vervolgens een minibusje te pakken naar Pai. Voor het eerste zijn we in een land waar het “hoogseizoen” is. Dus helaas gaat het allemaal niet zo soepel en zitten de busjes al overvol. We hebben geluk en anderhalf uur later zijn er nog 2 plaatsjes vrij. Mensen die na ons komen moeten wachten tot de dag erna. “Lucky us”. Met dit hoogseizoen moeten we dus serieus rekening gaan houden en kunnen we niet meer overal op de bonnefooi opduiken, maar misschien toch wat meer gaan plannen.

Pai, het plaatsje waaruit je nooit meer weg zou willen gaan. De omgeving is mooi en een scooter huren is een “must” om iets van die omgeving te zien. Dit kost dan ook geen drol. De sfeer is alla relaxte hippie style. Al denk dat dit meer opging zo’n 10 jaar geleden. Nu zijn er heel wat toeristen en is het behoorlijk druk. Er zijn vele eettentjes, barretjes en een leuke avondmarkt waar je echt alles te eten krijgt, hmmmm.

Ons bungalowtje ligt 1,5 km van Pai, de meeste accommodaties liggen trouwens buiten het centrum, is heerlijk, eindelijk een goed bed!!! Gedurende de dag is het zo’n 30 graden en ’s avonds koelt het behaaglijk af naar een graadje of 15. Dit zijn we helemaal niet meer gewend en we lopen in de avond rond als een grote ronde ui bestaande uit verschillende lagen.  Maar voor de nachtrust is het heerlijk.

Met de scooter, natuurlijk “de angsthaas” achterop en mijn held aan het stuur, gaan we er een paar dagen op uit. We rijden langs de Pai canyon (okay okay bij lange na geen grand canyon):

Zien wat watervallen:

De Japanse brug over de rivier Pai, in de WO II onder dwang van de Japanners gebouwd door de Thaise bevolking. Zo’n zelfde verhaal als “the bridge over the river Kwai” dus nu door ons omgedoopt tot “the bridge over the river Pai”:

We hebben een dag 6 uur door de jungle gebaggerd op zoek naar nog een waterval, wauw echt mooi hier, gelukkig was er iets wat moest doorgaan als een paadje. We werden verzekerd dat we de weg niet konden missen, normaal gaat het daar al mis bij ons en is dat, niet te missen paadje, in rook opgegaan. Maar dit keer, wonder boven wonder, hebben we het zonder omwegen gevonden. Verdwalen had je hier niet gewild. Het was een flinke tocht waarbij je zeker 50 keer de rivier oversteekt. Gegarandeerd natte voeten dus! Maar het is daar super mooi:

We zijn hier in totaal 5 dagen geweest, helaas moeten we toch eens verder aangezien we maar een visum voor 2 weken hebben gekregen (als je over land de grens passeert) en we nog graag  een bezoekje willen brengen aan Chiang Mai, waar we veel mooie herinneringen aan hebben. Daarover de volgende keer meer.

X sjengskes

Over de Mekong naar Thailand

Dit keer geen gevaarlijk rijdend land monster, met bijbehorende nog gevaarlijkere chauffeur, voor ons, maar een rustig boottochtje op de slowboat van Luang Prabang naar Huay Xai, van waaruit je de grens oversteekt naar Thailand via de Friendship bridge. Een aanrader volgens vele als je toch genoeg tijd hebt. En gelukkig hebben we meer dan genoeg tijd, dus kom maar op met die “trage boot”. De tocht duurde 2 dagen waarvan je steeds rond 18:00 aan land gaat om een accommodatie te zoeken voor die nacht. Niet slapen op de boot dus, of ja in ieder geval niet op de uren waarin je normaal slaapt. Het was een heel erg mooie tocht over de Mekong, veel mooie natuur, kleine dorpjes en veeeel waterbuffels passeren je op zo’n snelheid van 30km per uur. Zeker de moeite waard dus.

De eerste etappe ging van Luang Prabang naar de tussenstop Pak Beng. De boot viel ons 100 procent mee. Er paste iets van 70 mensen op en we waren met een stuk of 40, genoeg ruimte dus. De zetels waren hergebruikte autostoelen, best comfortabel dus. Ook had je een fijn tafeltje voor je om aan te eten of spelletjes aan te doen. Er kwam wel een enorm kabaal vanuit de machine kamer, maar op de een of andere manier wen je gewoon aan zo’n geluiden na een tijdje. Ik denk dat de verhouding lag bij 1/3 toerist en 2/3 locals, de locals werden overal en nergens eruit gezet of opgepikt. Je hoefde maar ergens langs de Mekong je hand op te steken en ze pikte je op. Liftend over de Mekong dus.
De eerste stop was Pak Beng, aan wal werden we belaagd door afgevaardigde van de verschillende hostels en guesthouses uit het dorp om bij hun te overnachten. Gelukkig werden we gekidnapt door de juiste en hadden we een leuk guesthouse voor een prikkie. In het dorp was niet veel te beleven, maar we hadden ook niet meer nodig dan een lekkere maaltijd en een biertje.

Helaas was voor etappe 2 onze boot verwisseld met een aanzienlijk gaardere versie. Maar was nog steeds okay. De motor maakte nog wat meer geluid, de wc was nog nooit gepoetst en de tafeltjes waren verdwenen, maar gelukkig bleef het uitzicht nog even mooi. Na 8 uurtjes varen kwamen we aan in Huay Xai, tevens de eindbestemming van de boot. Omdat de grens naar Thailand om 18:00 sloot hebben we hier moeten overnacht.

De dag erna zijn we dus de grens gepasseerd van onze nieuwe bestemming Thailand, meer specifiek Chiang Rai. Helaas zijn we daar maar 1 dag gebleven dus moesten we ff in de versnelling om de highlights te zien. Chiang Rai heeft vele tempels, maar niet alleen de standaard tempels, maar hele bijzondere. We hebben een taxi gepakt en zijn de 4 bijzonderste afgegaan.

What Rong Khun oftewel de witte tempel, hij lijkt wel te zijn gemaakt van porselein. In 1997 is de boeddhistische tempel ontworpen door Chalermchai Kositpipat en ze verwachten dat hij in zijn geheel klaar zal zijn in 2070. Van binnen is hij zeker even bijzonder dan van buiten. Je vind er muurschilderingen van spiderman, Keanu Reeves tot de aanslag op de twin towers.

Baan Dam oftewel het zwarte huis ontworpen door Thawan Duchanee, tegenover de bijna hemelse witte tempel is het zwarte huis vooral gericht op de dood, met zijn vele skeletten en zwarte gebouwen. Maar het is erg indrukwekkend vooral het mooie houtsnijwerk en de prachtige gebouwen. Dit complex is ook nog lang niet af, maar helaas is de ontwerper in 2014 gestorven.

Wat Rong Sue Ten, oftewel de blauwe tempel.

Wat Huai Pla Kung oftewel de Chinese tempel, met een enorm groot boeddha beeld van waaruit je een mooi uitzicht hebt.

Verder was Chiang Rai een leuke tussenstop. Met een te gekke nightbazaar en bijbehorende foodcourt. Hmmmm we zijn weer in Thailand!!!!

Tot snel