Recap Laos

We hebben een tijd getwijfeld of we Laos wel of niet moesten aandoen tijdens deze trip. Nog een land in Zuidoost Azië? Ze zijn natuurlijk allemaal wel wat verschillend, maar lijken ook wel weer erg op elkaar. De al om bekende slogan van dit deel van Azië “same same but different” slaat dan ook behoorlijk op deze landen. We hadden ons een beetje ingelezen en echte grote bezienswaardigheden heeft Laos niet echt. Maar van de andere kant, het lag precies op de route, en misschien zouden we er spijt van krijgen als we het links zouden laten liggen nu we er toch waren Zoals jullie afgelopen weken hebben kunnen lezen is het dus toch een “GO” geworden.

Natuur:
Laos is een erg mooi land, de natuur heeft vele gezichten, dit vooral omdat het lang is en er dus verschillende klimaten voorkomen. Het is erg groen en nergens op de wereld vind je zoveel olifanten in het wild dan daar.
Tegenover Cambodja is Laos qua natuur en de afwisseling hiervan wel wat mooier. Nadeel het heeft geen kust. Dus voor een weekje onthaasten zou je naar de 4000 eilandjes kunnen of gewoon een ticket uit Laos boeken.

Steden:
De hoofdstad Vientiane is klein, maar daardoor wel heel erg sfeervol, gezellig en ook mooi. Je bent er wel snel uitgekeken op de bezienswaardigheden maar je kan er makkelijk een paar dagen rondhangen.
Luang Prabang, is een pareltje, maar oooh zo toeristisch. Iets te veel van het goede naar onze mening. Maar het is een “must visit”.


Bevolking:
Wij waren niet heel erg onder de indruk van de mensen in Laos, in ieder geval niet die, die wij tegen kwamen. Ze komen wat nors over en zijn zo gesloten als een oester op het droge. Onder de omringende landen staan ze ook wel bekend als de meest “luie” van Zuidoost Azië en dan kan ik eraan toevoegen dat dat een hele prestatie is, want de rest doet ook alles op het dooie akkertje. Die pepers die ze in het eten duwen, mogen ze ook wel eens ergens anders steken. Van zaken doen hebben ze geen kaas gegeten, dat merk je met afpingelen maar ook in bijvoorbeeld die paar hostels die door Laotianen gerund worden. Vaak zijn de bedrijven en accommodaties in Laos van Chinezen, Indiërs, Vietnamezen of Europeanen en dat verschil merk je goed. Dit is natuurlijk alleen onze mening, er zullen hordes mensen zijn die hier anders over denken.

Eten & drinken:
BeerLao is erg goed te drinken en is ook niet heel prijzig, gemiddeld heb je er een voor €1,25, niet te duur dus. Als je op de hele goedkope tour wilt, is er whisky Laos (laolao), deze is wat zoetig, wordt voorzien van 40% alcohol, “straight” niet echt te pruimen, maar met cola een goed budget alternatief voor maar liefst €1,- per HELE fles.
Deze versie is ook te verkrijgen in wodka. Ook wij hebben er ons op dagen schuldig aan gemaakt, op die dagen dat we echt budget moesten inhalen. Lao koffie is trouwens ook een aanrader, minder zoet dan de Vietnamese versie, naar onze mening beter, maar duur! Het eten is in ieder geval stukken beter dan Cambodja en streetfood is “back”. Okay het is nog geen Thailand, China of Vietnam, maar ze hebben enkele heerlijke gerechten op het menu. Zoals de sticky rice, Lao curry, lap (vlees of vis, soms rauw, met veel kruiden), papaja salade, heel veel sandwiches, gemaakt op straat gevuld met zoveel lekkers dat je meteen vol bent voor die dag en pannenkoeken met ditzelfde effect. Wat dan wel jammer is dat de maaltijden in Laos naar verhouding van de andere landen nog duurder zijn, zelfs dan Cambodja.


Al met al was Laos niet echt een grote toevoeging aan onze reis, al hebben we er toch wel van genoten. Mochten we de beslissing nog eens moeten maken was Laos waarschijnlijk niet aan bod gekomen. Omdat de natuur mooi is, het eten zeker okay is, de 2 steden sfeervol zijn maar aan de andere kant de bevolking niet echt vriendelijk is en de prijzen hier het hoogst zijn van alle bezochte landen (qua eten, vervoer en accommodatie) gaan we voor een 6,5. Leuk, maar naar onze mening hoeft hij niet hoog op de bucketlist.

Over de Mekong naar Thailand

Dit keer geen gevaarlijk rijdend land monster, met bijbehorende nog gevaarlijkere chauffeur, voor ons, maar een rustig boottochtje op de slowboat van Luang Prabang naar Huay Xai, van waaruit je de grens oversteekt naar Thailand via de Friendship bridge. Een aanrader volgens vele als je toch genoeg tijd hebt. En gelukkig hebben we meer dan genoeg tijd, dus kom maar op met die “trage boot”. De tocht duurde 2 dagen waarvan je steeds rond 18:00 aan land gaat om een accommodatie te zoeken voor die nacht. Niet slapen op de boot dus, of ja in ieder geval niet op de uren waarin je normaal slaapt. Het was een heel erg mooie tocht over de Mekong, veel mooie natuur, kleine dorpjes en veeeel waterbuffels passeren je op zo’n snelheid van 30km per uur. Zeker de moeite waard dus.

De eerste etappe ging van Luang Prabang naar de tussenstop Pak Beng. De boot viel ons 100 procent mee. Er paste iets van 70 mensen op en we waren met een stuk of 40, genoeg ruimte dus. De zetels waren hergebruikte autostoelen, best comfortabel dus. Ook had je een fijn tafeltje voor je om aan te eten of spelletjes aan te doen. Er kwam wel een enorm kabaal vanuit de machine kamer, maar op de een of andere manier wen je gewoon aan zo’n geluiden na een tijdje. Ik denk dat de verhouding lag bij 1/3 toerist en 2/3 locals, de locals werden overal en nergens eruit gezet of opgepikt. Je hoefde maar ergens langs de Mekong je hand op te steken en ze pikte je op. Liftend over de Mekong dus.
De eerste stop was Pak Beng, aan wal werden we belaagd door afgevaardigde van de verschillende hostels en guesthouses uit het dorp om bij hun te overnachten. Gelukkig werden we gekidnapt door de juiste en hadden we een leuk guesthouse voor een prikkie. In het dorp was niet veel te beleven, maar we hadden ook niet meer nodig dan een lekkere maaltijd en een biertje.

Helaas was voor etappe 2 onze boot verwisseld met een aanzienlijk gaardere versie. Maar was nog steeds okay. De motor maakte nog wat meer geluid, de wc was nog nooit gepoetst en de tafeltjes waren verdwenen, maar gelukkig bleef het uitzicht nog even mooi. Na 8 uurtjes varen kwamen we aan in Huay Xai, tevens de eindbestemming van de boot. Omdat de grens naar Thailand om 18:00 sloot hebben we hier moeten overnacht.

De dag erna zijn we dus de grens gepasseerd van onze nieuwe bestemming Thailand, meer specifiek Chiang Rai. Helaas zijn we daar maar 1 dag gebleven dus moesten we ff in de versnelling om de highlights te zien. Chiang Rai heeft vele tempels, maar niet alleen de standaard tempels, maar hele bijzondere. We hebben een taxi gepakt en zijn de 4 bijzonderste afgegaan.

What Rong Khun oftewel de witte tempel, hij lijkt wel te zijn gemaakt van porselein. In 1997 is de boeddhistische tempel ontworpen door Chalermchai Kositpipat en ze verwachten dat hij in zijn geheel klaar zal zijn in 2070. Van binnen is hij zeker even bijzonder dan van buiten. Je vind er muurschilderingen van spiderman, Keanu Reeves tot de aanslag op de twin towers.

Baan Dam oftewel het zwarte huis ontworpen door Thawan Duchanee, tegenover de bijna hemelse witte tempel is het zwarte huis vooral gericht op de dood, met zijn vele skeletten en zwarte gebouwen. Maar het is erg indrukwekkend vooral het mooie houtsnijwerk en de prachtige gebouwen. Dit complex is ook nog lang niet af, maar helaas is de ontwerper in 2014 gestorven.

Wat Rong Sue Ten, oftewel de blauwe tempel.

Wat Huai Pla Kung oftewel de Chinese tempel, met een enorm groot boeddha beeld van waaruit je een mooi uitzicht hebt.

Verder was Chiang Rai een leuke tussenstop. Met een te gekke nightbazaar en bijbehorende foodcourt. Hmmmm we zijn weer in Thailand!!!!

Tot snel

Luang Prabang stukje Europa in Azië

Okay het huisvest 33 boeddhistische tempels, we zien wat tuktuks, dus we moeten wel in Azië zitten! Maar verder lijkt deze plek in niks op een standaard Aziatische stad. Het is er schoon. De huizen zijn in heel erg goede staat en lijken zo uit de Provence te zijn gehaald. Alles is tot perfectie aangeplant en de restaurants en hotels zijn van een heel ander kaliber. Meer van kaliber Parijs dan van het “hier zo standaard alles te vies om aan te raken” kaliber. Het is een hele fijne maar oooh zo’n toeristische stad. Je waant je een beetje terug in Europa.
Het is niet erg groot en alles is te voet te doen, zelfs als je iedere tempel wilt bezichtigen red je het in een dag. Maar het is gewoon een fijne plek om even te blijven hangen om de sfeer op te snuiven.
The Royal Palace (voormalig):

Phu Si, met het uitzicht over de hele stad:

Wat Xieng Thong:

De enorm indrukwekkende waterval Kuang Si, zo’n 30 kilometer van de stad:

Tak Bat, het bekendste beeld van Luang prabang is de Tak Bat, waar de toekomstige monniken iedere ochtend rond 05:30 in een rij door LP trekken om de “Alms” (aalmoes in de vorm van voedsel) te ontvangen die door de inwoners traditioneel geschonken worden. Dit hele ritueel wordt ietwat vervuild door de vele over-enthousiaste toeristen die hier ook aan menen mee te moeten doen. Of een van die vele “professionele” telefoon fotografen die zich voor de monniken gooien voor een wederom hoognodige selfie.

dsc03553

Op de nightmarket kon je voor een prikje heerlijk eten:

Dan was er nog onze favoriete bar Utopia, waar je iedere dag yogalessen kon volgen, beachvolleybal kon spelen of gewoon een biertje kon doen met andere reizigers. Die er over het algemeen alleen maar voor zorgen dat je bucketlist met bestemmingen alleen maar voller wordt.

Vanaf hier nemen we de slowboat richting Thailand, 2 dagen varen over de Mekong, definitely beats another night bus.
De sjengskes

Tubing in Vang Vieng

Wat ooit bekend stond als DE plek om totaal bezopen en voorzien van vreemde paddestoelen te tuben, is nu de plek voor buitenactiviteiten en grot bezoeken geworden.
Vang Vieng is een plaatsje omgeven door het mooie karst gebergte in Laos, in dit gebergte schuilen vele grotten en bijna iedere grot is voorzien van een blue lagoon voor de deur waarin je een frisse duik kunt nemen na het geklauter in de grotten. Het plaatsje wordt niet meer alleen bezocht door feestende tieners die onder invloed van van alles en nog wat de rivier de Nam Song af denderen, maar nu ook door toeristen die ervan houden in de natuur te zijn, te wandelen, te fietsen, te kajakken en ga zo maar door.

Sinds 2012 heeft de regering van Laos een einde gemaakt aan de vele bars die langs de Nam Song rivier lagen op de route van de jonge “behoeftende” tubers. Dit naar aanleiding van de 27 doden die waren gevallen het jaar ervoor onder de tubers. En dan hebben we het nog niet over de zwaar en minder zwaar gewonden. Het aantal bars werd gereduceerd van 12 naar 3 stuks, die gek genoeg allemaal binnen de eerste 15 minuten liggen, waarna je dus met je dronken kop nog een 1,5 uur over de rivier moet. Slim? Nee, maar deze maatregelen hebben er wel voor gezorgd dat het feestpubliek niet meer massaal naar Vang Vieng komt en dat de hoeveelheden alcohol ietwat beperkt blijven. Iedere avond nestelde we ons op een strategische plek om de terugkerende hagelvolle tubers te bekijken en eens flink te lachen. Een van de “Friends” bars waren een ideale plek hiervoor.
We konden natuurlijk niet achter blijven en zouden een bezoek aan Vang Vieng zonder tubing een gevalletje “Not Done” vinden. Dus met frisse tegenzin (vooral ik de nogal bang aangelegde happy camper) gingen waar naar een van de vele kantoortjes om onze tube (grote tractorband)te regelen. Door een tuktuk werden we afgezet bij het beginpunt, waar vandaan de eerste bar al te zien was. Deze zijn we toch maar voorbij gevaren omdat het een beetje nutteloos leek om al aan het bier te beginnen voordat we überhaupt natte voeten hadden. 5 minuten later stond een vrolijke Laotiaan ons toe te schreeuwen en gooide ons een touw tegemoet, zodat hij ons naar binnen kon halen voor een drankje. Het was 11 uur dus….. tijd voor een biertje. Om het verhaal niet nog spannender te maken, het is dus ook gebleven bij dat ene biertje. De 3de en laatste bar (5 minuten later) is aan ons voorbij gegaan, er stond niemand om ons binnen te halen dus we zijn er verslagen en uitgedroogd aan voorbij gevaren. In totaal zijn we 3 uurtjes onderweg geweest en was het eigenlijk stiekem erg leuk. Het droge seizoen is nu wel volop aan de gang dus we gingen op de meeste stukken als een schildpad vooruit. Ook stond het water op sommige plekken zo laag dat je wel heel erg op moest letten om niet met geschaafde billen terug te keren.

Verder hebben we mooie wandel- en fietstochten gemaakt tussen het gebergte en de rijstvelden:

We hebben Lusi cave bezocht en hebben doodsangsten uitgestaan bij een beklimming naar een uitkijkpunt (van veiligheid hebben ze hier nog nooit gehoord):

Tham Phu Kham cave was enorm indrukwekkend en groot, maar de bijbehorende blue lagoon lag vol met Chinese toeristen in oranje reddingsvesten, geen sprookjes uitzicht waar we op gehoopt hadden, maar eerder een vijver met lelijke grote goudvissen. Heel toeristisch dus.

En dan last but definitely not least sunset in Vang Vieng:

Vientiane, Laos capital

Na een 10 uur durende rit met de nachtbus van Pakse kwamen we dan eindelijk aan in de “big” capital Vientiane.
De nachtbussen in Laos zijn weer anders dan die in Vietnam en naar onze mening iets comfortabeler. Waar je in Vietnam met je benen in een cabine wordt geplaatst onder het hoofd van je voor buurman/vrouw en dus geen ruimte hebt om je benen te strekken en een windje laten resulteert tot een geur die de hele nacht om je heen blijft hangen. Zijn de nachtbussen van Laos voorzien van echte tweepersoonsbed (wat voor een solo reiziger betekend dat hij/zij lepeltje lepeltje komt te liggen met een totale vreemde, hopelijk niet stinkende, knappe, niet te dikke mede reiziger), okay je moet er lepeltje lepeltje in liggen want de breedte lijkt meer op een 1 persoon en de lengte van het bed zal zo’n 150cm zijn, dus ff de benen strekken zal in de lucht moeten.
Maar we hebben beiden in ieder geval iets kunnen slapen.

Vientiane is de hoofdstad van Laos en is met haar 220.000 inwoners de kleinste hoofdstad van zuid-oost Azië. Het is dan ook echt een groot verschil met Hanoi, Bangkok en Phnom Penh, die allemaal heel hectisch aandoen. Deze stad is geheel lopend te bezichtigen en alle bezienswaardigheden zou je binnen een dag afgestreept kunnen hebben. Maar toch konden we er geen genoeg van krijgen en hebben we alles op het gemakje bezocht in 3 dagen. De stad heeft een hele fijne sfeer, super eetzaakjes, en een hele gezellige avondmarkt waar gedanst en gezongen wordt. Ons hostel was ook super relax dus daar hebben we ook menig uurtje doorgebracht onder het genot van een biertje Lao.

Zo staat in Vientiane, de belangrijkste stupa van het land, tevens het nationale symbool:

De oudste tempel van het land Wat Si Saket:

De enigste Arc de Triomphe van het land Patuxai:

En net buiten de stad het buddha park:

Laos is het meest gebombardeerde land van de wereld tussen 1964 en 1973 gooide de US 2 miljoen ton aan bommen op een landje wat helemaal niet mee deed aan de oorlog. Dit komt neer op een vliegtuig vol aan bommen elke 8 minuten, 24 uur per dag voor 9 jaar lang. Heftig dus. 10 tot 30 procent van deze cluster bommen zijn nog altijd niet gevonden en geëxplodeerd. Wat van Laos bij iedere stap in bepaalde gebieden een lopende tijdbom maakt. In Vientiane hebben ze de stichting Cope deze helpt de slachtoffers, die nog ieder jaar vallen door deze bommen. Ze geven revalidatie ondersteuning en maken hier vele protheses om deze slachtoffers weer iets van hun leven terug te geven na een verloren lichaamsdeel. We zijn het Cope centre gaan bezoeken, het was erg indrukwekkend en ze doen echt heel goed werk.

image

Cluster bommen

Toch nog even de sunset toevoegen vanaf de super gezellige boulevard met aan de overkant Thailand:

Morgen op naar Vang Vieng, voor wat natuur en ……tubing

4000 Islands Don Det & Pakse

Laos, het land van de miljoenen olifanten. De Riel en Dollars worden ingeleverd voor de Kip en we zijn op slag weer miljonair. Aan de grens werden weer alle onvermijdelijke scams op je losgelaten. En betaalde we weer meer dan het wettelijke om überhaupt dat felbegeerde visum te krijgen. Aan corruptie zijn we ondertussen wel gewend.

Helemaal in het zuiden van Laos aan de grens met Cambodja liggen de 4000 islands in de Mekong. Ze zijn lang niet allemaal bewoonbaar want iedere rots in het water tellen ze mee als een eiland. Als toerist ben je over het algemeen aangewezen om te kiezen tussen Don Det (party eiland met goedkopere accommodaties) of Don Khon (groter, rustiger en duurder). Wij als party animals kozen natuurlijk voor Don Det. Happy food en drinks waren er in overvloed van pizza’s tot shakes. Met Happy bedoelen ze het Nederlandse groene kruid dat ze in en over alles heen strooien om je happy te maken. Via Airbnb kwamen we terecht in een super tof huis aan de sunset kant van het eiland. Het hele huis was voor ons inclusief jeu de boules baan, bar, keuken, een stuk of 10 hangmatten en een straathond, kat en vele kippen als huisdieren.


Op Don Det viel niet veel te zien, daarvoor moest je via de oude Franse brug met de fiets naar Don Khon, hier vind je mooie natuur, watervallen en…. de met uitsterven bedreigde Irrawaddy dolfijn, er zijn er nog maar 100 van te vinden en we hadden  het geluk dat we er zeker 3 hebben gespot vanaf ons longtail bootje. Bijgaand de wazige foto die iets van bewijs moet leveren. Ze houden zich allemaal in het zelfde water op dus ze zijn sowieso wel makkelijk te vinden.

dsc03154

De dolfijn rechts onder……

Na 4 dagen petanque spelen, fietsen en schaken (Raimon probeert het me te leren) zijn we weer op weg gegaan, ditmaal richting Pakse.
Pakse kozen we omdat het Bolaven plateau daar in de buurt ligt en omdat het een makkelijke tussenstop is naar het noorden. Het Bolaven plateau heeft de vruchtbaarste grond in Laos. Eigenlijk heeft Laos verder niet veel gebieden waar ook maar iets verbouwd wordt. Dit is dus de regio van de koffie (Lao coffee erg lekker) en de bananen. Verder is de natuur erg mooi en zijn er veel watervallen te vinden in deze bergen.

Pakse zelf is een leuk stadje met de 2 mooie Wats, lekkere eettentjes, maar verder niet veel te beleven.

Om 19:00 vanavond stappen we in de nachtbus naar Vientiane, deze doet er zo’n 12 uurtjes over. Ben blij als die rit erop zit.

Groetjes van sjeng 1 en sjeng 2