Recap Indonesië

De bewoners:
Er zit duidelijk verschil tussen het leven op Bali en het leven op Java, op Bali lijkt alles losgeslagen, alles kan en mag, en de bevolking doet daar vaak ook vrolijk aan mee. Op Java is juist iedereen heel ingetogen en verlegen en het is op sommige plaatsen erg moeilijk om aan een pilsje te komen, dus laat staan dat ze lallend overstraat lopen. De Balinese bevolking is over het algemeen hindoe en de Javaanse daarentegen moslim. Bali staat bol van de “buitenlandse” toeristen. Maar op Java waren we op veel plekken de enige “bule’s”(wat buitenlander betekend, en dan vooral het pipse soort) en moesten we met hele families of schoolklassen op de foto. Eenmaal een keer een selfie toegezegd en er vormt zich uit het niks een rij met meer selfie addicts. Je moet er dan rekening mee houden dat je de eerste 20 minuten niet meer van je plek komt en met pijnlijke kaken van het lachen, de rest van de dag door moet.
Wat alle Indonesiërs gemeen hebben met elkaar, is dat ze altijd goedlachs en vrolijk zijn. Hele lieve mensen, die het leuk vinden contact met je te maken.

Het eten:
Tja, het zal geen verassing zijn dat we weer enorm genoten hebben van al het lekkers. De foto’s zeggen meer dan woorden:

De prijzen:
Indonesië is een erg goedkoop land wat eten en drinken betreft. Op Nusa (Bali) is het wel aanzienlijk duurder dan Java, maar nog steeds goedkoop. Op Nusa was een bordje nasi goreng rond de €2,50 en op Java was €0,90 het normale tarief voor datzelfde bordje. Dus Eat your hart out.

Grab a Grab:
Waar de rest van de wereld het doet met Uber, heeft Azië zijn eigen soort van Uber, genaamd Grab. Het principe is hetzelfde, je installeert de Grabapp en je kunt beginnen met taxi ritten te boeken, eten te bestellen en zelfs je boodschappen thuis laten leveren. Uber makkelijk dus 😉
Voor de lange afstanden op Java is de trein ideaal. Je koopt je kaartje gewoon op internet en klaar is kees.

Net zoals de recap van 8 jaar geleden krijgt Indonesië weer een dikke 8+

Orang oetans in Borneo

Eindelijk is het dan zover, we gaan op zoek naar deze mooie, maar bedreigde mensaap, de orang oetan. De naam komt van orang hutan, wat bosmens betekent.

Vanuit Pangkalan Bun, begint de tocht van 3 dagen door het Tanjung Puting National Park.  3 Dagen lang op een bootje onze ogen uitkijken op zoek naar de inwoners van dit enorm mooie gebied.

Het bootje is een orginele klotok boot, super charmant, maar maakt een enorme herrie, wat dan weer net wat minder charmant is.  We zijn met 6 man sterk op deze gezellige klotok, de gids, de kapitein, de matroos, de kok (beste kok ever) en de 2 blije toeristen.

De uitzichten alleen al zijn geweldig:

Deze dagen is het vooral een sport om zoveel mogelijk aap soorten in het wild te spotten. Dat is redelijk goed gelukt:

En dan mijn persoonlijke favoriet; de prachtige neusaap. Vroeger ook wel de Dutch Monkey oftewel orang belanda genaamd. Bij navraag aan de gids, schijnt dit te komen omdat hij met zijn rode kop en dikke neus op ons lijkt… “mooie neus”, probeerde hij zich nog te verbeteren 🤦‍♀️(bronvermelding: gids Jaka en dhr. Luc T):

Dan zouden er ook 230 verschillende vogelsoorten moeten zijn. Maar helaas vlogen deze in grote paniek allemaal in rap tempo weg, wanneer onze kabaal makende klotok de hoek om kwam. Gelukkig hebben we één dove ijsvogel erop weten te krijgen:

Dit park heeft ook een paar opvang locaties voor oerang oetans, ze komen uit gevangenschap en worden daar opgevangen. Deze delen zijn niet afgesloten, dus mochten ze het wild in willen kan dat op elk moment. Ze worden hier in de gaten gehouden, onderzoek naar gedaan en ook verzorgd als dat nodig is. We hebben 3 van die locaties bezocht, hier hoef je absoluut geen moeite te doen om ze te spotten:

Verder nog een spannend gevecht tussen een tarantula en een hagedis

Dit was een ervaring om nooit te vergeten!

Met deze mooie afsluiter gaan we ook Indonesië verlaten.

Nieuwjaar in Jakarta

Als je dan toch niet thuis bent met oud op nieuw, dan kun je ook maar beter in een grote stad zitten, was het motto.

Dan blijft er natuurlijk maar één echte stad over op Java. De hoofdstad van Indonesië; Jakarta here we come.

Als eerste willen we iedereen nog een geweldig en gezond 2025 wensen!

In Jakarta is het groot feest met Nieuwjaar, overal in de stad podia en eetkraampjes.

We hadden een hotelletje met een bar op het dakterras, zodat we daar, 6 uur vroeger dan in Nederland, konden klinken op 2025. Rond 00:00 ging het flink los in Jakarta met vuurwerk om ons heen. Maar helaas speelde het hoofd vuurwerk zich af achter deze wolkenkrabber:

Het feestje op het terras was in ieder geval erg gezellig, mooi uitzicht en we hebben wat leuke mensen ontmoet.

1 Januari was het nog altijd feest in Jakarta, veel kraampjes en gezelligheid in de wijk Kota Tua (voorheen Batavia). Deze wijk heeft nog wat oude mooie Nederlandse panden staan en de ‘kippenmarktbrug’ (Jembatan pasar ayam).

Verder was Jakarta niet heel bijzonder vonden wij. Dus we gaan door.

Op naar de natuur op Kalimantan (Borneo)

Koelte in Bandung

Het lijkt waarschijnlijk op blogs spam, maar ik lag wat achter met schrijven. Dus vandaag wederom een korte blog, ditmaal over ons bezoek aan Bandung.

De stad ligt op 770 meter hoogte en is daardoor een paar graden koeler dan de rest van Java. De stad zelf was wel leuk, maar niet heel spannend, enkele oud Nederlandse gebouwen en daar is alles mee gezegd. Maar de omgeving tussen de rijstvelden en de theeplantages is prachtig.

De treinrit ernaartoe alleen al:

De witte krater:

De theeplantages:

Verder niet veel te melden hierover🤷‍♀️

Kerst in Yogya

Na het bijzondere Bromo avontuur stappen we in de trein voor een leuke tocht van 4 uur naar Yogyakarta. De culturele hoofdstad van Java.
Er hangt een relaxte sfeer, veel streetfood, mooie ateliers en musea.
We zaten in een super gezellige homestay, waar het bier rijkelijk vloeide. Ik moet toegeven dat ik niet iedere ochtend even fris wakker werd:

Om toch een beetje kerstsfeer te snuiven boekte we het kerstbuffet bij het Hyatt Regency restaurant. Voor nog geen €20.- was de keuze reuze, van sashimi, lams, alles van de bbq, roasted turkey tot mexicaans, stoofpotten en toetjes in alle soorten en maten.

Veel live cooking, live muziek en een echte kerstman en dan de daarbij behorende vreemde gewaarwording van met kerst op het terras te zitten met 30 graden. Dus de kerstsfeer hebben we niet gemist, enkel de personen waar we het normaal mee vieren:

Dan nog wat cultuur snuiven, naast het bier drinken.
Koninklijk Paleis Kraton:

Water Castle:

Museum Vredeburg, waar de onafhankelijkheidsstrijd beschreven wordt van Yogya met de Nederlanders en de Japanse bezetters. Ik vind het jammer dat er vroeger tijdens mijn geschiedenislessen weinig tot geen aandacht aan werd besteed:

Prambanan tempel, wat “veel priesters” betekend, is de grootste hindoeïstische tempel van Indonesië:

De Borobudur, wat boeddhistisch tempel op de berg betekend en is gebouwd tussen 750 en 850. Je kan er niet naar binnen, want de tempel is als een stoepa rond de berg gebouwd, dus niet hol van binnen, maar van steen:

Dat was Yogya, op naar Bandung

Circus Mount Bromo

Onze eerste stop in Java is Surabaya, deze stop staat op het programma voor de bekende, nog steeds actieve, Bromo vulkaan.

Het is regenseizoen, dus namen we aan, geen hoogseizoen. Helaas, in Indonesië is het schoolvakantie. Dus toch een redelijk druk seizoen qua toerisme uit eigen land.

We arriveerde in Surabaya om 20:30 en om 23:00 werden we opgehaald om te starten aan de tocht en zo op tijd te zijn voor de Bromo zonsopgang. 23:00 dachten we, voor iets wat 4 uur rijden is, dat is toch wat overdreven bij een zonsopkomst van 05:15… Nou ik kan je zeggen, we hebben het echt maar net gehaald, we hadden nog precies 10 minuten om ons door de mensenmassa’s te wurmen en een plekje op een van de uitkijkpunten te bemachtigen.

Het was echt waar een gekkenhuis. Na 1,5 uur in een comfortabele auto, werden we in jeep overgezet. Waarna we aansloten tussen 2000 andere jeeps om in een treintje stapvoets de hele route af te leggen, dit deel heeft ongeveer 4 uur geduurd, de dieseldamp ging in je neus, oren en ogen zitten. Omdat het geheel niet opschoot en mensen bang werden iets te missen, stapte er van alle kanten mensen uit de jeeps om te voet verder te gaan, waardoor het nog een grotere chaos werd.

Maar gelukkig, de ellende was niet voor niks…

Het had namelijk heel goed gekund dat er 0 zicht was geweest, vanwege het regenseizoen. De kans is zo’n beetje 50/50 in deze tijd. Als we na dit gekkenhuis geen zonsopgang hadden gezien, dan had ik me rechtstreeks van ellende van die berg gegooid.

Na een half uurtje genieten, rijden we weer met zijn allen de berg af naar de rand van de krater.

Half uurtje wandelen en voila…

Pas 18 uur na de start van de tour waren we weer thuis, voldaan en zwart van de uitlaatgassen.

Indonesië – Nusa Lembongan

In Australië noemen ze een vlucht naar Bali gekscherend een binnenlandse vlucht. Massa’s Australiërs gaan hier op vakantie, vandaar dat de tickets naar dat eiland dus ook goedkoop zijn vanuit hier. Dit was dus de goedkoopste manier om uit Australië te komen. En natuurlijk helemaal geen verkeerde bestemming😄.

Dus beginnen we het Indonesië verhaal met 5 dagen relaxen op Nusa Lembongan (eiland 45 minuten varen vanaf Sanur (Bali). Een klein eiland, dat verbonden is met het nog kleinere Nusa Ceningan. Je kunt ze lopend, fietsend of met de scooter doen. Er zijn geen auto’s op de eilanden, alleen veel scooters en tuktuk’s voor meerdere personen die als taxi gebruikt worden.

We komen aan in de plenzende regen, oh ja regenseizoen, we zagen de bui letterlijk en figuurlijk al hangen.

Gelukkig klaart het snel op en hebben we de middag en de dagen erna droog weer.

Met de Agung vulkaan op Bali als uitzicht

We hadden onze zinnen gezet op snorkelen met Manta Rays, iedere dag stonden we op met hoop in ons hartje, maar helaas iedere dag een nee op het rekest. De wind was veel te sterk en dat was ook wel aan de mega golven te zien😏.

We hebben wel veel gewandeld, gegeten en gezien, zoals the Devil’s Tears, een enorme blow hole en met de wind en golven een enorm spektakel.

Blue lagoon op Nusa Ceningan:

Mooie stranden en uitzichten:

Dagje scooter:

Mooie zonsondergang:

En natuurlijk de grootste straf in Indonesië… het heerlijke eten:

De laatste dag was weer een regendag, wat eigenlijk goed uitkwam om te kijken naar onze plannen voor kerst, nieuwjaar en überhaupt de plannen voor de volgende stop Java.

Recap Indonesië

We zijn helaas maar 2 weken in Indonesië geweest en hebben maar een minuscuul deel gezien van de 17508 eilandjes (6000 bewoond) die dit archipel rijk is en is daarmee ’s werelds grootste eilandenstaat. In totaal wonen er dik 258 miljoen mensen en is dit het op 3 na grootste land ter wereld. Voor ons is het gebleven bij Bali en de 3 Gili eilanden. Toch wil ik nog ff wat zaakjes delen met jullie over onze tijd hier.

Godsdienst: aangezien we ons op Bali en de Gili eilanden begaven hebben we 2 soorten geloven meegemaakt. Op Bali komt vooral het hindoeïsme voor. Dit zie je overal in terug en is duidelijk aanwezig in het straatbeeld. Je ziet het aan hun tempels, hun rituelen, hun dansen en hun gewoontes. Een paar keer per dag worden overal offers geplaatst, onder de bomen, op de stoep, bij winkels en bij heilige plaatsen, van bloemetjes met iets te eten. Een gemiddeld Balinees gezin besteedt minstens de helft van zijn inkomen aan diverse offers. Deze offers zijn een blijk van vroomheid en dankbaarheid. Ook is het zo goed als onmogelijk rundvlees te vinden in de vele warungs.
Indonesië is het land met de grootste moslimpopulatie ter wereld. Op de Gili eilanden en in de rest van het land is dit dus ook het geval. Hier dragen de dames dus weer vaker hoofddoekjes, al is dit zeker niet bij iedereen het geval. Overdag worden we vaak opgeschikt door de gebedsoproepen en in de nacht worden we allemaal ontwaakt voor nogmaals een oproep. Je wordt gevraagd een beetje met je kleding rekening te houden en je bikini te beperken tot het strand en er niet mee door het stadje te paraderen. Wat voor ons een heel normaal verzoek is aangezien wij ook geen behoefte hebben aan blubberende in bikini geperste lichamen. En in tegenstelling tot Bali was hier genoeg rund verkrijgbaar maar hier was dan weer geen varkentje op de kaart te bekennen.

 


Eten!!! Ahhhh de Indonesische keuken, zoals al eerder geprezen. Onze nieuwe nummer 1 (Aziatische keukens) . Heerlijke gerechten, met zoveel kruiden en specerijen. Op Bali kreeg je nasi campur, rijst met enkele kleine gerechtjes erbij. Zo kon je van alles proberen voor zo’n 3 euries. Een andere specialiteit was Babi Guling (speenvarkentje gevuld met heerlijke kruiden). Op Gili vonden we vele gerechten die bij ons ook populair zijn, zoals ajam ketjap, beef rendang en gado gado. Op de nightmarket kon je alle soorten spiesen krijgen (tonijn, red snapper, calamaris, beef, kip). Tonijn wordt hier in de zee gevangen, smaakt heerlijk en kost geen drol. Het bier is helaas weer gestegen in de prijs. Een overheerlijke Bintang (620 ml) kost in winkel en restaurant ongeveer €3,-.

 


Bevolking, deze krijgt een dikke 10, wat een aardige mensen. De hele dag hebben ze een grote smile op hun gezicht en helpen je waar ze kunnen. Ook zijn ze oprecht geïnteresseerd in je. Van de bezeikerij cultuur merk je hier ook veel minder.

Het toerisme is op de plaatsen waar wij nu zijn geweest niet weg te denken. En toch gaat het hier heel goed samen. Je kan makkelijk je vervoer regelen bij de verschillende bureautjes en om iets van Bali te zien klamp je een van de jongens op straat aan met een bordje taxi. De prijzen voor een hele dag zijn zo goed als hetzelfde bij iedereen dus dat constante afdingen is hier gelukkig niet zo nodig. Op Bali gaat het vervoer vooral per taxi, op de meter, of gewoon een knul die zich taxi noemt en je de leuke plekjes van het eiland laat zien. Op Gili daarentegen zijn geen motorische voertuigen te vinden. Hier gaat men per benenwagen, fiets of de “taxi” van daar paard en wagen genaamd Cidomo, die paardjes vliegen je echt voorbij en het is zaak om op tijd opzij te springen als je hun belletjes hoort.

 


Dit was Indonesië dan alweer. En nog erger onze tijd met mams zit erop. Wat hebben we een leuke tijd gehad, het had zeker een tijd langer mogen duren. We gaan zeker terug naar dit land en dan voor een vele langere tijd. Qua indrukken die we tot nu toe hebben, is het land wel een 8+ waard.

Gili Trawangan, hoe bounty wil je het hebben….

Tweede stop Indonesië, is een van de Gili eilanden. Gili betekend “klein eiland” en daar hebben ze er genoeg van in dit land. Over het algemeen bedoelen ze met Gili de 3 eilanden voor Lombok. Gili Trawangan (de grootste, met de meeste actie), Gili Meno (middelste, nagenoeg geen toerisme), Gili Air (kleinste eiland, net iets minder druk dan Trawangan). We kozen voor het grootste zodat we niet bang hoefde te zijn ons te vervelen. Mam is gelukkig nog altijd aan onze zijde en we gaan er weer een mooie paar dagen van maken.
Het eiland zelf is zo’n 10 km in omtrek, in een uurtje ben je er wel omheen gefietst zonder foto stops dan. Hier zijn geen motorische voertuigen te vinden, het enige vervoersmiddel waarbij je jezelf niet hoeft in te spannen is paard en wagen. Qua verkeer is het redelijk rustig op het eiland al hebben die paardjes een hoog tempo erop zitten en hoor je hun belletje al een paar kilometer op voorhand. Beter om op tijd aan de kant te springen voordat je omver wordt gegaloppeerd.


We zijn op een echt bounty eilandje beland, kraakheldere zee waarin je de koraal, koraalvisjes en schildpadjes zo vanaf de kant kunt aanschouwen. Witte stranden, veel palmbomen en, over het algemeen, blauwe lucht.


We zijn een dagje gaan eilandhoppen en snorkelen


Hebben een kookcursus gevolgd van vele heerlijke gerechten


Op de fiets het eiland rond


Van vele zonsondergangen en opgangen genoten

Natuurlijk weer heerlijk gegeten op de night market, maar ook in de restaurantjes aan het water


Na 5 nachtjes zit het er ook hier weer op en trekken we weer naar Bali, voor nog een nachtje Kuta, vlakbij het vliegveld. Dan zit het er alweer op voor mams, maar daar moet ik nog even niet aan denken…..

Hoog bezoek op Bali

Eindelijk is het zover, mam komt naar Bali….. We hadden ons er enorm op verheugd om een deel van onze reis samen met haar te delen. Waar we elkaar zouden ontmoeten was al snel duidelijk; Bali, dit eiland van Indonesië, waar mensen geen genoeg van schijnen te krijgen, stond nog hoog bij mam op het lijstje en trouwens ook op onze. We hebben 2 weken om van elkaar te genieten en vooral veel lol te maken. De eerste 7 dagen hebben we dus op Bali doorgebracht met als uitvalsbasis, Ubud. Dit plaatsje ligt in het midden van het eiland en noemt men de culturele hoofdstad van Bali.

De hereniging was te gek, ff goed geknuffeld op het vliegveld en toen op weg naar het eerste paradijsje:

We waren ondertussen toch wel toe aan een andere bestemming in Azië en Indonesië bleek een heel goed alternatief. Het is hier heel anders, de natuur is veel groener (kan ook aan het regenseizoen liggen), het eten, en de cultuur. En dan die super lieve bevolking, alleen al hiervoor zou je naar Bali moeten komen!
Ubud zelf is echt een leuk, mooi en gezellig plaatsje. Vele tempels, winkelstraatjes met hippe barretjes en Warungs met het heerlijkste eten. En niet te vergeten het “monkey forest” waar mam en Raimon kostelijk om mijn apenvrees hebben kunnen lachen (wat niet ongegrond bleek, want er werd iemand voor onze neus aangevallen door deze duivelse bende).

Wat mij betreft zakt Thailand 1 plaats op mijn favoriete keukens lijst en neemt de Indonesische keuken de voorsprong. Het was een nek aan nek race maar misschien heeft die eeuwige innemende lach van de Indonesiërs me overstag laten gaan.

Met haar 3.5 miljoen inwoners is Bali toch een redelijk groot “vulkaan” eiland te noemen, het is super groen, heeft leuke witte en zwarte stranden:

Mooie hindu tempels:

“pijn aan de ogen fel” groene natuur:

Batur vulkaan vanaf Mount Kintamani:

De vlindertuin, met de grootste vlinder van de wereld en gouden coconnetjes:

Mooie rijstvelden, die dan weer heel angstaanjagend voor mam bleken te zijn. We moesten balanceren op smalle strookjes tussen de blubber van de rijstvelden en de “afgrond”. Nu was het mijn beurt om kostelijk te lachen toen ze tot de knieën in de blubber stond. Maar gelukkig kwam haar “redder in nood” en bracht haar aan het handje naar een veilige, blubberloze plek.

Een aanrader (in ieder geval tot het gejengel je te veel wordt), de Balinese dans, Barong & Keris:

Hieper de piep hoeraaaa, michelle 28 😉 jaar (okay okay, plus een decennia), zo leuk om met mam te vieren. Ik kreeg zelfs veel post uit Nederland. Ik ben in de watten gelegd met de beste massage ever en in de avond heerlijk gegeten. Voelde me als een echte jarige job!

De rest van onze tijd samen brengen we door op het bounty eiland Gili Trawangan.
Tot dan
De sjenkes en mams