Op en rond het Titikakameer

Het Titikakameer is het hoogst gelegen “commercieel bevaarbare” meer van de wereld, het ligt op een hoogte van 3800 meter en is gemiddeld 160 meter diep. Het meer ligt voor een deel in Bolivia en voor een deel in Peru. We hadden al van vele reizigers vernomen dat de kant van Bolivia veel mooier was, dus we gingen op weg naar Copacabana, een klein plaatsje aan het meer vlakbij de Peruaanse grens met 6000 inwoners. In het stadje hangt een leuke sfeer en in het weekend is het vol met Bolivianen die hun dagen daar spenderen voor fun, maar ook voor de zegening van hun auto, ja je hoort het goed iedere zaterdag ochtend om 10 uur kan je je auto laten zegenen. Men neemt een mooi versierde auto met bloemen (toegegeven onderstaande foto was niet de beste keus), een pater, fles champagne (voor de minder bedeelde bier) en wat vuurwerk en de ceremonie is compleet. Zo kan je weer de weg op met een beschermde bak. Helaas waren we nog niet in Copacabana om het hele ritueel te aanschouwen:

De uitzichten zijn geweldig van de verschillende heuvels rond het plaatsje:

We zijn met de ferry over gegaan naar de eilanden Isla de Luna en Isla del Sol, deze eilanden waren van grote betekenis voor de Inca’s, van hier heb je tevens nog mooiere uitzichten over het meer en de omringende bergen:

Op Isla del Sol heerst helaas een mini oorlog tussen noord en zuid. Het zuiden is het toeristische gedeelte en was een nieuw hotel aan het bouwen te dicht, volgens de noordelingen, bij een Inca ruïne, waarna deze het betreffende hotel opgeblazen hebben… Dus om een lang verhaal kort te maken was het noorden niet bereikbaar uit veiligheidsoverwegingen. Onze nacht op het eiland hebben we dus maar geannuleerd en zijn alleen voor een dagje die kant op gegaan.

Horca del Inca (de galg van de Inca’s), is zo genoemd door de Inca’s maar het is eigenlijk een pre-Inca gebied dat werd gebruikt als astronomisch uitkijkpunt:

De heerlijkste forel (oorspronkelijk geen vis uit het titikakameer, maar uitgezet hier door Japanners) eten in een van de vele restaurantjes aan het water:

Iedere avond genoten van een cocktail en zonsondergang:

Het meer vanuit Puno (Peruaanse kant):

Puno zelf is niet veel te beleven, Boliviaanse kant van het meer heeft zeker de voorkeur:

En dan nu op naar Arequipa, waar we enorm veeeel zin in hebben alleen al omdat onze lieve vriendinnetjes Claire en Simone daar zullen zijn!!

La Paz, either you love it or you hate it

Nou “we loved it”! De meeste mensen verkiezen het vele malen kleinere en rustigere Sucre boven La Paz, maar wij vonden de hectiek juist erg charmant.

We trakteerde onszelf op een vlucht van Sucre naar La Paz, wat geen overbodige luxe is met de wegen en de bussen hier, de uitzichten waren te gek:

Naar horen schijnt het niet de meest veilige stad te zijn, maar gelukkig hebben we daar weinig van gemerkt. La Paz is de stad waar de regering van Bolivia gevestigd is, is met zo’n 2.000.000 inwoners (El Alto meegerekend) de grootste stad van Bolivia en een van de hoogst gelegen steden van de wereld. De “wijk” El Alto waar ook het vliegveld gevestigd is ligt op 4100 meter hoogte midden tussen de mooie Andes. De oude binnenstad ligt op 3600 meter in een vallei. De stad heeft nu 4 kabelbanen die de delen van de stad verbinden, er zijn er nog 3 in aanbouw:

Het oude centrum bevat vele mooie gebouwen:

Ook staat het bekend om de San Pedro gevangenis midden in het centrum, deze bijzondere en enorm corrupte gevangenis wordt gerund door de gevangen zelf, ze hebben allemaal het recht een eigen bedrijfje op te zetten in de gevangenis. En zo wordt er ook veel cocaïne geproduceerd en op de meest bijzondere wijzen naar buiten gesmokkeld. Het gezin van de gevangenen woont ook in dit “dorp” en bewakers vind je alleen buiten de muren:

DSC08935

Vanuit La Paz kunnen je wel 100de activiteiten doen, van trekkings over gletsjers, tot jungle tochten. Zo hebben wij een avondje een super leuke en lekkere foodtour gedaan:

Een avondje Cholitas wrestling gaan bekijken, Boliviaanse dames in hun traditionele klederdracht die elkaar te lijf gaan. Het is net als de Amerikaanse versie allemaal in kaart gezet en enorm slecht geacteerd. Maar zo enorm grappig, we hebben alleen maar in een deuk gelegen, terwijl de stoelen om je oren vlogen:

De highlight voor ons was het fietsen op de gevaarlijkste weg van de wereld “death road”, je raad het al, zo genoemd omdat er de meeste doden vielen. Er is nu een nieuwe en veiligere weg aangelegd. Op een enkele auto na en wat gekke fietsers wordt deze weg niet meer gebruikt. Ik heb een hele tijd getwijfeld of ik dit wel moest doen maar met knikkende knieën toch toegestemd. En daar ben ik enorm blij om!! Buiten de kick en de adrenaline waar je op teert bij de afdaling is het ook nog eens een super mooie tocht. Je daalt af van 4700 meter hoogte in de altiplano. Naar 1200 meter in de amazone. Zoveel mooie uitzichten, maar het was vooral zaak om je ogen op de weg te houden, die smal en bochtig was, vol met stenen, kiezels en gladheid en natuurlijk nooit een railing heeft gekend. Al moet ik het zelf zeggen, we hadden er een behoorlijk tempo op:

Op naar helaas de laatste stop in Bolivia het titicacameer.

Sucre, de witte stad

Sucre is de hoofdstad van Bolivia, al telt het veel minder inwoners (190.000) dan andere steden in Bolivia.
De regering is dan ook gevestigd in La Paz wat de economische hoofdstad van het land is.
De binnenstad is de best bewaarde Spaanse koloniale stad in heel Zuid-Amerika en staat net als Potosi op de werelderfgoedlijst.
De stad heeft een hele relaxte vibe, de parken vol met studenten die aan het blokken zijn, toeristen die op onderzoek uit zijn en locals die van het zonnetje genieten. Hier lijkt alles nog 10 passen langzamer te gaan en dat is heel wat voor Zuid-Amerika. Ook ligt het op een redelijk aangename hoogte van 2900 meter, waardoor het weer t-shirt weer is. De meeste universiteiten van het land zijn hier gevestigd en het trekt ook enorm veel Europese toeristen/studenten die Spaans willen leren.

We zijn 5 dagen gebleven en hebben, echt waar, geen ruk uitgevoerd. Even gedacht aan een paar dagen Spaans cursus, maar aangezien we er in een weekend waren en ze hier op 1 mei ook nog eens vrij hebben, zou dat uitkomen op een hele dag cursus wat ons niet de moeite waard leek, aangezien we toch al tot 10 kunnen tellen. Wat we wel gedaan hebben is; veel wandelen, veel lezen en uitgebreider koningsdag gevierd dan ooit te voren. Nederlanders zijn echt overal, dus een Nederlandse bar doet het ook echt overal goed;

Iedere dag verse sapjes halen op de, te gekke, markt;

De witte stad, omdat het er zo wit is;

Omdat we niet veel gedaan hebben valt er dus ook niet zoveel te vertellen.
Adios amigos

Claustrofobie in Potosi

Na Uyuni zetten we koers naar Potosi, dit plaatsje ligt precies tussen Uyuni en Sucre in en ligt, hoe kan het ook anders, op 4000 meter. 4 Uurtjes in een overvolle bus met een onbehaaglijk geurtje, een mix van met speeksel doorweekte coca bladeren en zweetpatatten maken dit dus een mooie tussenstop om weer op adem te komen. Potosi staat bekend om zijn mijnen en vooral om haar zilvermijnen in de Cerro Rico (rijke berg). Het plaatsje was ooit een van de grootste en rijkste steden in Zuid-Amerika en telt nu nog 140.000 inwoners.
Een tochtje naar 1 van die mijnen wilde we dus wel maken, ongevaarlijk zou het niet zijn, maar het zou een goed beeld geven in welke erbarmelijke omstandigheden de mijnwerkers nog altijd moeten werken. Interessant dus maar voelt ook een beetje als ramptoerisme. Geheel in stijl (mijnwerkers outfit) gingen we op pad op zoek naar cadeautjes voor de mijnwerkers. We werden op een lokale markt afgezet en we hadden in principe 2 cadeau keuzes volgens de gids. De eerste is een zak coca bladeren en een flesje alcohol van 96% (dit werd mijn keuze, leek me geheel verantwoord om hun verslavingen te blijven voeden) en onze tweede, niet minder gevaarlijke maar wel spannendere, optie was echte dynamiet, jawel met ontsteker en al, dit kon gewoon legaal gekocht worden daar, het dient geen uitleg dat dit Raimons keus werd:

Dus klaar om de mijn in te gaan. We liepen door veel te smalle gangetjes waarvan zo goed als alle steunbalken doormidden waren gebroken. Dus gebukt om deze balken te vermijden zijn we toch maar liefst tot 50 meter in de mijn gekomen. Raimon zag het niet meer zitten en zag de hele boel al instorten, aangezien mijn claustrofobische aanleg was ik ook wel een beetje opgelucht dat we terug konden. De rest van onze, iets dapperdere, groep is door gegaan, maar vertelde ons dat het alleen maar erger werd hoe verder je in het labyrint zat. Geen grote open ruimtes, zoals in de films met allerlei transport karretjes alla Indiana Jones, maar het bleef bij smalle gevaarlijke tunneltjes en arme mijnwerkers die je dan een dynamietstaafje mocht overhandigen. Ben blij dat we tijdig omgekeerd zijn:

Potosi zelf is een heel leuk stadje die op de werelderfgoedlijst van Unesco staat. Veel kleuren, mooie gebouwen en aardige mensen:

Hasta luego babies

4 dagen Salar de Uyuni tour

Eindelijk is het dan zover, we gaan de grootste zoutvlakte van de wereld bekijken. De tour duurt 4 dagen waarvan we eigenlijk alleen de laatste dag op de zoutvlaktes zullen zijn, de rest bestaat uit veel rijden, met onderweg zoveel mooie dingen te zien.

We vertrekken vanuit Tupiza met als “familia” voor de komende 4 dagen; twee 4×4 jeeps, 2 te gekke chauffeurs alias gidsen, 1 lieve, heerlijke gerechten makende Boliviaanse kokkin en 6 medereizigers. Dit waren de ingrediënten voor heel veel mooie, maar ook heel veel bijna in je broek piesende momenten van het lachen. Tjonge wat hadden we een geluk met onze groep, bestaande uit een ouder Italiaans koppel (Guiseppe & Luciana) die tevens onze steun en toeverlaat waren als ons Spaans weer eens tekort kwam, een Duits stel (Nadine & Ruben) zo gek als een deur, de eerste grappige Duitsers die we tegen zijn gekomen, een Amerikaanse jongen (Evan), de rustigste en droogste van het stel en dan de Nederlandse spring in het veld Gaby, met energie voor 10.
De tocht opzicht is lichamelijk niet zwaar maar de hoogtes maakte het zwaar. De eerste dag ga je vanuit Tupiza (3000) meter bijna direct naar boven de 4000 meter en je slaapt op 4200 meter, buiten het happen naar adem heb ik vooral de eerste 2 avonden enorme koppijn gehad, gelukkig viel het overdag wel mee. Eigenlijk had bijna iedereen uit onze groep wel last van iets. In andere groepen hebben we menigeen gezien die er veel erger aan toe waren en bijvoorbeeld 4 dagen niks binnen hebben kunnen houden. Overdag was het een aangename 20 graden boven op de plateaus, maar s’ nachts daalde deze temperatuur naar -10. De hostels waren erg basic dus helaas geen verwarming. Na het avondeten rond 9 uur lagen we dus meestal wel in bedje met wel 10 dekens over ons heen tegen de kou.
De 3de dag en nacht daalde we voor de zoutvlaktes af naar iets onder de 4000 meter en verdween de koppijn als sneeuw voor de zon. Maar de tocht was het meer dan waard en we kunnen er alleen maar met een glimlach op ons gezicht aan terug denken.

Waar te beginnen, ik weet niet eens meer wat we allemaal gezien hebben, bijna teveel om op te noemen. We kwamen langs vulkanen:

Reden over de altiplano met haar vele meren die de gekste kleuren hadden, van rood tot zwart. In deze meren leven wel 100de flamingo’s:

Geisers:

Beestjes:

Gekke steen en rotsformaties en een lekke band echt ” in the middle of nowhere”:

De trots van Bolivia, de Dakar rally, die al 4 jaar hier gehouden is:

En natuurlijk de enorme gave zoutvlaktes van Uyuni met de onvermijdelijke “loco” foto’s:

DSC08645

Na 4 dagen is het bijna moeilijk afscheid te nemen van deze “familia”. We worden in het plaatsje Uyuni gedropt, wij blijven hier nog een nachtje en de rest gaat ieder een andere kant van Bolivia op. We zien mekaar vast nog wel.
Onder het treuren kwamen we erachter dat Catherine en Phill (de lifters uit NZ) ook in Uyuni waren, dit maakte de dag weer goed! Biertje drinken dus😆:

WP_20170424_015

Tupiza, het wilde westen van Bolivia

7 uurtjes nachtbussen van Salta tot la Quiaca, kwartiertje lopen naar de grensovergang met Bolivia (Villazon), stempels pakken, buskaartjes regelen, om zo binnen 12 uur te eindigen in onze eerste Boliviaanse bestemming Tupiza. In Bolivia veranderd er niet veel aan het landschap, maar wel veel aan de bevolking, alles is hier kleurrijker en de vrouwen lopen allemaal rond in traditionele kleding inclusief het typische schattige bolhoedje. Ieder gebit telt minder tanden dan vingers aan 1 hand, wat waarschijnlijk komt door de altijd aanwezige prop coca bladeren in de breed lachende monden en een gebrek aan tandzorg.

Tupiza is een erg stoffig dorpje in een vallei tussen de bergen van de Cordillera de Chichas. Je waant je in het wilde westen. We kozen dit plaatsje omdat vanuit hier de beste tours vertrekken richting Salar de Uyuni (zoutvlaktes) en omdat het op 3000 meter hoogte ligt, wat ideaal is om een beetje aan de hoogte te wennen. Buiten wat kortademigheid ging het okay met de hoogte, geen rondje joggen voor ons dit keer:


Buiten wat luieren zijn we ook als in een echte western film te paard gegaan. Ik op een witte, meer lijkende op een pony, wilde hengst en Raimon kreeg een bruin, vaak struikelend en lui merrietje. Met onze gids trokken we het wilde westen in voor 3 hele uren. De gids en moi voorop, na iedere 10 stappen wachtend op duo komt niet vooruit. Als we een drafje waagde hoorde ik vanuit de verte alleen maar “straks hub iech geklutste eier”. Het was vooral lachen dus en tussendoor van wat mooie uitzichten genieten. Na 3 uur zat het er gelukkig op want mijn bips was blauw aangelopen. Beiden geen aanleg dus:

We hebben nog gewandeld in de omgeving en wat uitzichtpunten bezocht:

3 dagen genieten van een blauwe kont verder, vertrekken we voor een 4 daagse trip naar het hoogtepunt van Bolivia: Salar de Uyuni.

Tot gauw

Recap Chili & Argentinië

Niet dat deze 2 landen het niet verdienen om beiden een eigen recap te krijgen, maar we zijn gewoonweg veel te kort in Argentinië geweest om er echt iets zinnigs over te zeggen, buiten het feit dat de wijn goed smaakte.

Na Australië en Nieuw Zeeland waren we weer blij wat goedkopere landen te bezoeken. Buiten dit was het meteen wel weer een stuk moeilijker om ons verstaanbaar te maken. Maar met wat tijd en een flinke glimlach kom je best ver. De Chilenen staan bekend om hun slechte Spaanse taalgebruik en dat maakte het nog net wat moeilijker voor ons “peuterklas” Spaans (meer zuigelingen Spaans). De Argentijnen daarentegen spreken weer wat duidelijker en hebben vooral meer geduld met ons.
Het is hier in Zuid-Amerika meteen weer veel kleurrijker, passievoller en gezelliger, lekker eten op straat, veel muziek, vrolijke mensen en de mooie Spaanse taal. Het voelt meteen goed. De mensen zijn allemaal erg vriendelijk, je merkt wel dat de Argentijnen over het algemeen wat meer Engels spreken waardoor ze wat opener lijken en je sneller aanspreken om over van alles en nog wat te praten. Net als in Azië zijn ook hier enorm veel straathonden, de ene nog schattiger dan de andere een aai over de bol en ze volgen je trouw bij iedere stap. Helaas zijn er ook veel gewonden hondjes (soms zelfs met opzet aangereden) die je het liefste allemaal mee naar huis wilt nemen het doet echt pijn in je hart zo’n hondje hinkend achter je aan te hebben rennen voor wat aandacht. Ik heb zelfs meerdere malen overwogen naar huis te vliegen om zo’n gewond hondje te kunnen houden en verzorgen. Vooral in Chili worden er veel schattige puppy’s aangeschaft, eenmaal uitgegroeid vinden ze de beestjes te groot voor het huis en worden ze zonder omkijken de straat op gegooid. Vandaar dat de aantallen hier alleen maar blijven stijgen.

Het eten in zowel Chili (van midden naar noord) en het stukje noord west Argentinië is erg machtig en bestaat vooral uit vlees en aardappelen. Aan een gezonde hoeveelheid groente ga je hier nooit geraken. Je mag in je handjes klappen met een olijfje op je pizza (pizza en pasta lijkt wel een Argentijnse uitvinding ipv Italië, het staat overal op de kaart). Het nationale gerecht van Chili heet chorrillana (ook wel “heart attack on a plate” genoemd) bestaat uit een enorme berg friet, met beef, worst, kaas en een gebakken ei erover. Deze kan je makkelijk met 2 of 3 delen. Mocht je een aanbieding te pakken hebben komt er geen bakje sla bij maar een grote kan (2 liter) bier. Zo heeft de regio Salta in Argentinië hun eigen versie die bestaat uit, hoe kan het ook anders, een grote berg friet, schnitzels, wat dunne plakjes tomaat (met wat geluk) en ook weer overbakken met kaas. Wat wederom niet gezond is.., maar heerlijk, zijn de empanada’s. Deze zijn gevuld met allerlei lekkers van scampi’s tot chorizo met als basis veel kaas. In Chili komen ze uit de frituurpan en heb je genoeg aan 2 stuks en in Argentinië zijn ze een stuk kleiner en, net iets gezonder, bereidt in een oven. Meerdere malen hebben we zelf dus maar eens een salade gemaakt, de avocado’s in Chili zijn echt het einde en kosten geen drol. Iedere dag een stuk fruit was zeer nodig om de stoelgang een beetje op gang te houden, waar je in sommige landen bang bent voor buikloop kan je hier het tegenovergestelde verwachten. Waar we helemaal niks over te klagen hadden was natuurlijk de drank, de wijn smaakt allemaal even goed zo vers van de pers, of vers uit het eiken vat. Wat kunnen ze in deze landen topwijnen maken, de Carmenere, Torrontes en Malbec om maar een paar te noemen. In een restaurant zijn ze niet veel duurder dan in de winkel of aan het huis, dus een flesje bij het eten is snel besteld. Op de biertjes valt ook niet veel aan te merken en er wordt veel speciaalbier gebrouwen.


Het reizen in beiden landen is super makkelijk, als je besloten hebt om verder te reizen naar de volgende bestemming dan loop je ff het busstation binnen en haal je je kaartje voor de volgende dag of zelfs voor over een uur. De bussen zijn erg comfortabel en je kan kiezen tussen cama en semi cama plaatsen, beiden okay om een nachtje op door te brengen. De wegen zijn goed en met die uitzichten lijk je wel in een 3D versie van een national geographic programma te zitten. In ieder plaatsje is wel een kantoortje te vinden waar je makkelijk en goedkoop een toertje boekt. Wij zitten hier nu buiten het seizoen dus het kan goed dat in het seizoen meer planning nodig is. Het landschap is vooral droog ,voor plantjes en bloemetjes hoef je niet te komen, voor cactussen daarentegen zeker wel! Toch is het landschap heel afwisselend en moeilijk te omschrijven mooi, in het echt is alles nog veel indrukwekkender dan op onze foto’s.

We zijn erg onder de indruk van beiden landen en hadden het nooit zo mooi verwacht voor ons krijgen beiden landen een 8,5.

Ommetje Argentinië

Vanuit San Pedro de Atacama (Chili) kan je makkelijk rechtstreeks Bolivia bereiken, met de gewone bus naar Uyuni of meteen met een tour (3 dagen) door de zoutvlaktes van Bolivia om zo te eindigen in Uyuni. Deze opties zijn het niet geworden en we besloten om via Argentinië te reizen. Vooral voor een klein plaatsje genaamd Cafayata.

De bus reis van San Pedro naar Salta duurt zo’n 10 incl. 2 uur aan grens praatjes, stempels zetten en iedere tas binnenste buiten halen op zoek naar open koekjes verpakkingen e.d.. Maar het was het het 100x waard. We dachten dat we in Nieuw Zeeland wel de mooiste routes gereden hadden….. Hoe mooi deze ook waren ze konden bij verre niet tippen aan deze route door het Andes gebergte. Je rijdt bijvoorbeeld door bergen met diepe ravijnen, die alle kleuren van de regenboog hebben en langs de zoutvlaktes van Salta:


De stad Salta zelf heeft zo’n 500.000 inwoners, is de 6de stad van Argentinië en heeft naar zeggen de meeste Spaanse invloeden qua gebouwen. Maar helaas is de tapas cultuur ze ontgaan:


In Salta valt niet heel te beleven, het is vooral de natuur eromheen:


En natuurlijk het leukste wijnplaatsje van de wereld: Cafayata (en we hebber er toch al redelijk wat bezocht), het is het hoogst gelegen wijngebied (1700 meter) van de wereld het plaatsje telt 15.000 inwoners en 21 wijnhuizen. Er zijn nog niet al te veel toeristen, wat het goedkoop  en gezellig maakt, de inwoners zijn super vriendelijk en we hadden al gauw wat vrienden in het dorp. Er zijn veel leuke restaurantjes en terrasjes. Wat het gebied zo te gek maakt is dat alle wijnhuizen binnen loop en fietsafstand liggen, geen BOB nodig dus. De geplande 2 dagen werden al gauw 5 en we hadden het nog moeilijk mee om weg te gaan:


Het gebied staat vooral bekend om de Torrontes druif (frisse droge witte wijn, of de zoete versie), maar er werd ook veel Malbec en Cabernet Sauvignon verbouwd. En “lucky bastards as we are” was er ook nog eens Malbec week, met als afsluiting groot feest bij het wijnmuseum zodat we alle Malbecjes nogmaals mochten proberen met wat bandjes op de achtergrond:

Hasta la vista baby!!!

De woestijn van Atacama

Onze volgende bestemming is San Pedro de Atacama, een western plaatsje in de Atacama desert wat de droogste woestijn ter wereld is. We verwachten geen regen dus voor de komende dagen!!!
De busrit vanuit Valparaiso is zo’n 24 uur dus besluiten we om na de eerste 6 uur een stop te maken in La Serena, een kustplaats met vooral Chileense toeristen:

Na 2 dagen moeten we er toch aan geloven en stappen we in de nachtbus voor 18 uur richting de woestijn. De bussen in Chili zijn prima en goedkoop, dus geen helse ritten hier.
San Pedro de Atacama is een oase in de droge Atacama woestijn heeft 5000 inwoners en daarbij een redelijk aantal mede toeristen op zoek naar droogte:

San Pedro ligt op 2500 meter hoogte en de vele bezienswaardigheden eromheen liggen dik boven de 4000 meter. Voor ons tijdens deze reis de eerste keer dat we zo hoog gaan. Toch een beetje spannend hoe onze lichamen gaan reageren, we hebben veel “hoogte zieke” mensen gesproken. Dus met de aangeschafte coca bladeren in de aanslag trekken we ten strijden tegen de vele bijwerking die je kunt hebben van het te snel stijgen. Coca bladeren kauwen moet te smerig voor woorden zijn, dus we gaan voor de coca thee optie…… best te drinken eigenlijk! We hebben nergens last van gehad, dus of we horen bij de gelukkige 50% van de wereldbevolking die tegen deze snelle klim kunnen (wat onwaarschijnlijk is want we hebben altijd elk kwaaltje wat je je kan bedenken), of de thee heeft zijn werking gedaan:

DSC07675

Er valt enorm veel te zien en te doen in dit dorpje, we kiezen 3 tours uit:
Valle de la Luna, wat een beetje van een maanlandschap weg heeft, dit was heel vroeger een deel van de Atlantische oceaan waardoor er een laag zout overheen ligt. En Valle de la Muerte met zijn enorme duinen:

DSC07499

El Tatio, een veld vol met geisers in de Andes op een hoogte van 4320 meter, het telt 80 actieve geisers:

Sterren kijken in de woestijn, oehhhh wat heb ik me daar op verheugd!!! Helaas is het bijna volle maan als we daar zijn, wat door het vele licht niet ideaal is om sterren te kijken. Maar dit mag de pret niet drukken, we hebben ons vooral geconcentreerd op onze mooie maan, Jupiter, Saturnus en enkele fellere en grotere sterren:

Zoals wij de felle noorder ster hebben, hebben hun de zuider ster die de weg moet wijzen. Maar deze is helemaal niet fel en heel moeilijk te spotten, we hebben geleerd hem te vinden mochten we ooit de weg kwijt zijn op het zuidelijk halfrond midden in de nacht.
Dit was echt een super ervaring, er valt zoveel te zien zonder al die lichtvervuiling en er valt nog zoveel te leren. Het maakt je weer even bewust van het grotere geheel om ons heen.

20170408_MichelleRaimon01

Dit is alweer onze laatste stop in Chili, tsjonge wat gaat het snel.

In love with Valparaiso

We dachten 3 dagen blijven, maar hadden al snel 2 dagen bijgeboekt bij ons appartementje. Wat is dit een leuke stad zeg! Nog nooit zoiets kleurvols en zo vol met sfeer gezien. We zijn hoteldebotel verliefd geworden op Valparaiso. Het plaatsje heeft zo’n 300.000 inwoners, maar ze zijn waarschijnlijk de helft vergeten te tellen of het was gewoonweg te moeilijk voor ze om de mensen hoog in de bergen mee te rekenen. De andere snuitige inwoners zijn een stuk of 1000, super schattige, met vlooien bezaaide, straathonden (al zegt mijn gevoel ook zeker dubbel (of misschien zag ik wel dubbel na al die pisco sours)), iets minder snuitig; ze bleven de hele nacht door feesten zodat de gehele bevolking met geblaf in de oren in slaap moest proberen te vallen.
Valpo ligt aan de kust zo’n 1 1/2 uur met de bus vanaf Santiago en is omringd door bergen die ook bijna helemaal aan de zee eindigen. Het is een wirwar van kleine straatjes, verstopte trappen en erg makkelijke ouderwetse kabelbaantjes, die je een stuk van de berg op brengen. De huizen zijn in alle kleuren geverfd (zodat vroeger de zeemannen hun huis meteen herkende) en op vele muren prijken mooie kunstwerken. Need I say more:

Naast Valparaiso ligt een wijngebied dat Casablanca heet, daar moesten we natuurlijk nog even doorheen fietsen, we bezochten Kingston boutique winery:

De stad straalt alom sfeer uit, hippe restaurantjes, brouwerijen, piscobarretjes en veel muziek overal:

Valparaiso; we will be back!!!!!!