Galapagos, Isla Isabela

Grauw en regenachtig weer had ik verwacht op de Galapagos, veel foto’s op internet geven grijze lucht en rotsachtige eilanden. Wat hebben we een geluk gehad, zon zon zon, palmboompjes en mooie stranden. Snorkeltje op en hop tussen de visjes zwemmen, handdoekje uitleggen en opdrogen tussen de zeeleeuwtjes.

Isla Isabela it is, het is het grootste eiland maar er wonen veel minder mensen (2.200) dan op de andere 2 hoofdeilanden. Alle van de 13 eilanden (en nog 110 ieniemini eilandjes) zijn ontstaan door vulkanische uitbarstingen liggen zo’n 1000 km uit de kust van Ecuador. Er zijn trouwens maar 4 van de 13 eilanden bewoond en dit zijn dan ook de enige die je tijdens een “do it yourself trip” kunt bezoeken. De haven van Isla Isabela is al meteen een stuk rustiger en heeft nog veel meer dat eilandgevoel. Het plaatsje puerto Villamil is klein en een pinautomaat is er bijvoorbeeld niet te vinden in tegenstelling tot Santa Cruz waar alles voorhanden is.

Hier hebben we vooral veel zelf gesnorkeld, je kijkt je ogen uit onder water, de pinguïns, zeeleeuwen en zelfs de manta’s vliegen langs je:

Toertje los Tuneles (wederom snorkelen), hier hebben we zeepaardje gezien, helaas nemen die misselijke de kleur van hun omgeving aan dus het leek meer op een stok. Veel haaien en enorme zeeschildpadden kwamen voorbij. Ook hebben we de typische vogel van hier gespot; blue footed booby (blauwvoetgent):

Fietsen naar de wall of tears (gebouwd door de gevangenen die destijds op het eiland leefde) met onderweg veel te zien:

De overtocht van Santa Cruz naar Isla Isabela duurde 2,5 uur en was heel heftig, de zee was zo ruw dat het bootje constant keihard op het water kaatste. Raimon met zijn zeeziekte en ik met een inmiddels opgelopen koppijn hadden al gauw de beslissing gemaakt om dit ritueel niet te herhalen. Van Isla Isabela naar San Cristobal zou sowieso ook nog eens een dubbele rit betekenen (5 uur)en een hele dag onderweg zijn. De $90 pp extra en dit uitzicht waren het meer dan waard.

Galapagos, Santa Cruz

Eindelijk, we gaan naar de Galapagos, hoog prijkte het op ons lijstje en die dag is eindelijk aangebroken.

De keuzes zijn, of een dure cruise of een “do it yourself trip”, aangezien we helemaal niet van groepsverbandjes houden en we ook wat op de duiten moeten letten is de keuze gauw gemaakt.

Vanuit Guayaquil vliegen we naar Baltra (eilandje boven Santa Cruz wat alleen als vliegveld dient) en vanuit daar door met de ferry naar Santa Cruz en bus naar het havenplaatsje Puerto Ayora.
Mijn eerste indruk van het eiland, en dus van de Galapagos, viel wat tegen aangezien er echt bij lange na niet alles aan gedaan wordt om dit eilanden op en top te houden. Alle voertuigen lopen op diesel, met die bijkomende stank. Er ligt troep langs de wegen (okay niet alla de rest van Zuid-Amerika, maar ik had gehoopt op spik en span). Ook had ik geen uitheemse dieren verwacht, maar bijvoorbeeld katten, koeien en honden in overvloed, de laatste die ik normaal zo vertederend vind, zijn hier op de eilanden de grootste bedreiging voor bijvoorbeeld de schildpad en leguaan, ergens hebben ze de plank misgeslagen. De douane check was aan de slappe kant, in Nieuw-Zeeland en zelfs Argentinië en Chili maken ze het je moeilijker om het land in te komen.

Maar goed, we stappen de diesel meurende bus uit in Puerto Ayora en zijn meteen alle zorgen vergeten. Vanaf dat moment heb ik 9 dagen in een droomwereld geleefd waar je het gevoel hebt dat je gewoon een deel van het dierenrijk bent. mens en dier zijn gelijk.

Santa Cruz is het dichtst bevolkte (15.000 inwoners) eiland van de Galapagos en vanuit hier gaan alle boten naar de andere eilanden Dus je reist altijd via dit eiland. De havenplaats is leuk en alle tours of cruises kunnen vanuit hier geboekt worden. Maar er zelf op uitgaan is ook erg makkelijk en er valt genoeg te zien.

Met de taxiboot naar Las Grietas:

Charles Darwin research centre:

Lopen naar Tortuga bay en playa Mansa, lekker kajakken tussen de white en black tip sharks, enorme zeeschildpadden en pijlstaartroggen:

We hoorden dat die andere eilanden nog veel beter moesten zijn….. dus vamos op naar Isla Isabela.

 

Recap Peru

Peru heeft natuurlijk enorme hoogtepunten in zijn pakket zitten. Van het mystieke Machu Picchu, de ruige natuur van de Andes tot de beroemde Nazca lijnen. Door deze hoogtepunten stond Peru sowieso op onze “must visit” lijst. En naderhand gebleken zeker terecht. Het heeft de Andes, de jungle en amazone, de woestijn, mooie koloniale steden, veel cultuur, maar ook zon, zee, strand. Het hele pakket voor een afwisselende reis.

Het vervoer in Peru is goed geregeld en redelijk veilig, je hebt veel busmaatschappijen waaruit je kunt kiezen voor de langere afstanden. Van super cheap naar enorm luxe. Wij luxe paardjes hebben meestal voor de optie Cruz del Sur gekozen. Je zit in grote fauteuils, die je 160 graden kunt kantelen…. over die 160 graden heb ik nog mijn twijfels maar goed ze zijn redelijk comfortabel. Je wordt voorzien van voedsel waar je zelfs je voorkeur over mag uitspreken. En “last but not least” iedereen heeft zijn eigen entertainment apparaatje met, alla vliegtuig, keuze mogelijkheden (helaas zijn de films wat meer gedateerd).  De temperatuur in de bus kan zo onaangenaam worden als 30 graden heet tot 10 graden koud, dit hangt waarschijnlijk af van de gesteldheid van de stewardessen (of hoe je deze ook mag noemen in een bus). Deze luxe bussen zijn natuurlijk ook een stuk duurder, je moet denken aan zo’n 2 euro per uur dat je erin zit, waarbij de goedkopere versie de helft zal zijn. Verder zijn er ontelbaar veel taxi’s te vinden die je graag vervoeren op kleine of grote afstanden. Alleen ff de prijs van te voren overeen komen, meters bestaan niet. Zelfs de geliefde tuktuk is op veel plaatsen niet weg te denken. Binnenlandse vluchten zijn in Peru wel redelijk prijzig vandaar waarschijnlijk deze luxe bus versies.

We zijn ondertussen al maanden eraan gewend dat we met zijn tweeën reizen. Met af en toe wat nieuwe mensen die komen en gaan. Dit maakt je natuurlijk erg flexibel, over het algemeen is het super leuk, maar af en toe kunnen we elkaar wel achter het behang plakken, de koppen inslaan of komen nog ergere gedachten langs. Na mams die in januari 2 geweldige weken met ons op pad is geweest, was Peru het land waar Claire en Simone ons vergezelde. Toch wel een beetje spannend aangezien we buiten wat weekendjes weg nog nooit zo lang samen waren geweest. We hebben veel samen gedaan, maar zijn ook onze eigen kanten op gegaan, wat het reizen met hun heel gemakkelijk en relaxt maakte. Het is zo leuk om een deel van je reis te kunnen delen met vrienden en familie. En iedere dag afsluiten met een drankje en goed gezelschap is toch het beste wat kan gebeuren!

Peru staat bekend om de beste keuken van Zuid-Amerika met Lima als de food capital. Van wat we tot nu toe geproefd hebben van Z-A kunnen we dat zeker beamen. In het zuiden proefde je al goed het verschil met de smaken van Bolivia. Veel meer gebalanceerd en gekruid. Wel nog altijd veel aardappelen en rijst. Een menuutje is ook in Peru makkelijk voor €2,5 te krijgen en smaken echt wel goed. Heb je wat meer te besteden dan gaat een wereld voor je open. Sterrenrestaurant niveau voor een tientje is heel normaal. Het water loopt me alweer uit de mond. Van Lima and up werd het echt genieten. Verse ceviche uit de zee, in een gezellig restaurantje voor zo’n 7 euro, of het lokale marktje voor zo’n 1,50. Ohhh wat een feest. In Lima smaakte alles watertandend goed. Ze zeggen hoe noordelijker je komt in Peru dat het zelfs nog beter wordt…. wat Mancora betreft kunnen we dit wel beamen. Dus we moeten zeker terug om meer van het noorden te ontdekken!!

De Peruanen zijn best aardig en worden vriendelijker naarmate je naar het noorden gaat. Engels wordt er niet veel gesproken buiten het toeristen circuit. Ze hebben een mooie geschiedenis en ze zijn erg trots op hun Inca voorouders. Tradities worden hier alweer wat minder vaak gehandhaafd dan in Bolivia en hel lijkt zeker weer veel westerser. Dit zal vooral door de grote toestroom toeristen komen en het iets rijker worden van het land hierdoor.

Peru krijgt door zijn afwisseling en zijn heerlijke eten een 8,5 we willen er zeker een keer terug om meer van het noorden te zien. Wat in principe dus nog de helft van het land betekend.

 

Mancora, zon & huiskamerconcert

Na het afscheid in Lima gaat onze weg in noordelijke richting, op weg naar Ecuador. Maar eerst tijd voor een paar dagen strand. Sinds Bali (toch zo’n al 4,5 maand geleden) hebben we niet meer rustig langs een strandje gewandeld en wat gezwommen. Vanuit Lima nemen we de 19 uur durende nachtbus naar Mancora (wat is het toch een groot land), in het verre noorden van Peru. Het staat bekend als de jetset strandbestemming voor de rijkere Peruanen. Ze hebben er inderdaad wel wat luxe hotels maar probeer het zeker niet te vergelijken met een Cote d’Azur. Mancora ligt in de provincie Piura, waar “El Meganiño” 3 maanden geleden toesloeg met heftige overstromingen en waar de dengue uitbraak nu groot is. In Mancora zelf is niks meer te merken van de overstromingen of die ellendige muggen. Dus no worries deze dagen staat alleen verveling op het programma.

Ons verblijfje was een leuk bungalowtje met een privé zwembadje (privé omdat er geen andere gasten waren). Onze kamer ruim en schoon, maar dan…… in mijn ooghoek een vieze, duimgrootte, kruipende, kakkerlak ogend insect. En ja hoor niet een, niet twee, geen drie maar wel 50 stuks op de grond en muren. Het leek wel die ene van de 10 Egyptische plagen. Zo bleek in Mancora geen dengue uitbraak te zijn, maar een krekel plaag. In iedere hoek van het dorp zaten ze. Overal “mooie” krekelconcerten, inclusief ons privé huiskamerconcert in het bungalowtje dat ons in de nacht wakker hield. Dus iedere ochtend, middag en avond waren we even niet bezig met verveling, maar waren we op krekel jacht.

Het weer, het strand, de bevolking en het eten maakte gelukkig alles weer goed. Iedere dag ceviche op de markt en in de avond een gerecht met gerookte tonijn en quinoa risotto. Beste en meest verse tonijn “we ever had”. De rode tonijntjes worden hier zo uit de zee gehengeld en op je bordje gedrapeerd. Wat wilt een mens nog meer?

Het Peru avontuur zit er alweer op, we zetten koers naar Ecuador.

 

Afscheid in Lima

Een moeilijk moment is aangebroken, onze laatste stop samen; Lima. Hoofdstad van Peru en tevens food capital van heel Zuid-Amerika. Het toeval wil dat we nou net allemaal food addicts zijn die nooit genoeg van lekker eten krijgen. Eigenlijk is onze vriendschap, voor een groot deel, op samen eten en drinken gebaseerd. Dus de ideale plek om de laatste dagen samen door te brengen en nog even te genieten.

We verwennen onszelf en brengen de laatste 3 dagen door in een appartement in Miraflores (de veiligste en meest toeristische wijk van van Lima). Het appartement ligt op de 19de verdieping en we hebben “uitzicht” op zee, voor zover dit kan in deze periode in de Lima. In de maanden juni tot en met september is het hier altijd grijs en mistig, dit wordt garua genoemd. Wel warm, maar helaas geen zwem weer. Wat erg jammer was aangezien we een “rooftop” zwembadje hadden.

Er waren niet veel hoogtepunten voor ons in Lima die we perse wilde bekijken. Het programma voor deze dagen zou bestaan uit eten, eten, eten, plezier, paragliden en een free tour door het oude centrum van Lima.

De eerste 4 punten zijn aardig gelukt. Ohhh dat eten is echt ongeëvenaard, first stop “hemelse” ceviche:

En hoe kan het ook anders een food tour door deze “smaakvolle” stad (in de hippe en eigenlijk leukste wijk Barranco), het ene gerecht nog meer ster waardig dan het andere. Wat kunnen ze hier met smaken omgaan zeg!! We aten onder andere; causa op verschillende manieren:

anticucho, koeienhart (eigenlijk echt wel heel lekker met een goede structuur):

Etc, om te eindigen in de wijnbar:

Simone had op haar “Lima” lijstje paragliden staan en aangezien ik de laatste tijd toch de “braveheart” aan het uithangen ben wilde ik wel mee. Ik zag me wel van zo’n klif af denderen vlak voor de kust. Dus we reserveerde een tripje via internet. Op de foto’s zagen we wel iets van zijwieltjes onder de passagiers, wat naar onze mening waarschijnlijk voor de bejaarde of invalide paragliders onder ons gebruikt zou worden, maar zeker niet voor ons luchtpiraten. De dag van de waarheid brak aan en we gingen op weg naar ons grote avontuur. Beetje gezonde kriebels in de buik… haha we zien weer zo’n bejaarde de lucht in gaan!! Maar de twijfel slaat toch wat toe… na nader onderzoek van ons oplettende oog bleek dit helemaal geen bejaarde te zijn. Dit was alles behalve het paragliden wat we ons voorgesteld hadden. Niks van een klif rennen, maar in een gemotoriseerde winkelwagen zo rechtstreeks de lucht in. We hebben dus snel rechtsomkeer gemaakt om zo de paraglide wens te vervangen door nog meer eten.

Na het Arequipa free tour debacle gingen we toch met goede moed naar de Lima free tour. Deze was buiten saaaai ook heel saaaaaai en dan ook nog eens niet lachwekkend. Het zal niet aan de stad gelegen hebben maar vooral aan de gids, die vooral veel te melden had over zijn eigen reisavonturen. Halverwege de tour konden we het niet meer aan en zijn we onze eigen weg ingeslagen. Buiten de nieuw vergaarde wijsheid dat Peru 4000 of 5000 of toch 500 soorten aardappelen verbouwd, hebben we er niet veel van opgestoken.

En dan het moment van de waarheid, onze wegen worden weer opgesplitst en gaan we weer terug van “the fantastic 4” naar duo knabbel en non-stop babbel. Knuffelen en snel weglopen was de beste tactiek voor dit afscheid. Wat is de tijd voorbij gevlogen!!! Maar het is een grote troost te weten dat we over 6 weken gewoon weer samen zitten te barbecueën. Wat gezellig was het. Snik

Surfing in Huacachina

Zon en warmte. Na anderhalve maand op hoogte te zijn geweest, met bijkomende lage temperaturen, was het dan eindelijk weer tijd om de flip flops uit te pakken. Vanaf Bolivia is het gemiddeld 20 graden overdag geweest en rond de 5 als het zonnetje verdween. Af en toe waren we zelfs jaloers op jullie 35 zwetende graden. Tijd voor “zweet tussen de batsen” weer.
Dus vertrokken we naar de woestijn van Peru, een van de droogste gebieden van Zuid-Amerika, op weg naar Huacachina, de groene oase tussen de duinen van Ica. En hoe kan het ook anders…. het regent!!! Gelukkig duurt dit niet lang en laat het welverdiende zonnetje zich zien.
DSC09908
Huacachina is dus een “oase” in de woestijn, het heeft een lagoon, enkele palmbomen en verder vooral veel lelijke gebouwen, veel lawaai en vooral veel troep op straat:

Nummer 1 activiteit is zandborden en met een lawaaierige buggy door het zand crossen. Wat beiden trouwens super leuk is om mee te maken. De buggy mag je helaas niet zelf besturen, maar het lijkt wel op een achtbaan, je ziet absoluut niet wat komen gaat, dus bovenaan iedere duin, is het weer spannend wat komen gaat….. whieeeeee, een afdaling van 160 graden of een gaap omdat het maar een bultje is. Het sandboarden was er voor mij een om niet te vergeten, bij de eerste poging op het bord te gaan liggen, KRRKRKRR!!!! Ja hoor mijn broek scheurde van onder tot boven door. Met zo’n hels geluid dat het door geen van de 30 personen achter me gemist kon worden. Na hard genant lachen en wat stomme grapjes kruip ik dan toch met de billen bloot op die plank. En hard dat dat gaat. De beste en de snelste manier was gewoon plat op de buik naar onder. De snowboarders kwamen nauwelijks vooruit in het stugge zand en de al zittende surfers vielen 1 voor 1 naast de plank. Al met al moeite waard dus:


Het grootste wijngebied van Peru ligt toevallig in de buurt van Ica, dus Raimon is weer in zijn element en gaan we 3 wijhuizen langs. De eerste 2 zijn ambachtelijke wijnhuizen en oh wat was die wijn bar slecht, de een nog zoeter dan de andere. Gelukkig brouwde ze ook nog pisco, wat de boel een beetje goed maakte. Vooral wijnhuis 2 had heerlijke pisco’s met allerlei smaakjes. Hier moesten dus 2 flesjes van mee om samen met Claire en Simone van te genieten. Als laatste bezochten we het commerciele en oudste wijnhuis van Zuid-Amerika; Tacama. Buiten ook veel overzoete versies waren hier gelukkig ook wat droge rode te vinden. We waren in ieder geval best onder de indruk:


Weer zo’n twijfelgeval, wel of geen Nazca lijnen… we hadden er beiden niet zoveel speciale gevoelens bij. Dus ging de “we zijn er nu toch, misschien krijgen we spijt” regel maar weer op. Dus hop in zo’n 5 persoons vliegtuigje in. Door het draaien van links naar rechts en het snelle zakken en stijgen werden er veel fijne, alla achtbaan, kriebels in je buik gecreeerd. Ik kan er geen genoeg van krijgen, maar Raimon zit sneeuwwit met kleffe handjes naast me (ondanks de pilletjes). Gelukkig bleek het toch een, niet te willen missen ervaring te zijn. Heel apart om dit fenomewn in het echt te zien vanuit een vlieger. Wederom zijn de wetenschappers er nog niet over uit waar deze lijnen voor diende, waarschijnlijk waren het offer tempels voor het verkrijgen van water. Geschat wordt dat ze tussen 200 voor en 900 na christus gemaakt zijn (zo kan ik ook wel schatten). Door weinig regenval en wind zijn ze zo goed bewaard gebleven. Toen de panamericana highway (Alaska naar zuid Chili) aangelegd werd, waren de lijnen nog niet ondekt en werd de “hagedis” in tweeen gedeeld door deze snelweg:

En dan natuurlijk de sunset met onze zonnetjes boven op de duinen:

De weg naar Machu picchu

100 en 1 wegen die naar Machu Picchu leiden. Of liever gezegd 101 manieren om daar te komen. De bekendste is natuurlijk de Inca trail, die als enige optie ook echt op MP uitkomt, wat een magisch uitzicht zal dat zijn (maar deze trek is zodra de boekingen opengaan al uitverkocht). Onder de andere 100 opties vallen minder bekende Inca wegen, lange, zware maar mooie treks, avontuurlijke tochten, maar er gaat ook gewoon een trein richting Machu Picchu town (oftewel Aguas Calientes). Mocht men niet zo fortuinlijk zijn om de trein heen te pakken (zo’n luttele $100 voor een enkeltje) dan komen de andere opties uit bij Hidroelectrica, waar de weg stopt en het nationale park begint. Vanuit hier loop je in 3 uurtjes naar Aguas Calientes.

Claire en Simone waren al een paar maanden zeker van hun zaak en wilde graag een van de zware treks gaan lopen (5-daagse Salkantay trek), op grote hoogte en langs mooie uitzichten en meren. Het zou super zijn geweest als we dit samen hadden kunnen doen, maar 5 dagen lopen was voor ons net iets teveel van het goede. Dus viel onze keuze na lang dubben op een iets afwisselendere trek om het wandelen wat op te breken; de Inca jungle trail (4 daagjes).

Dag 1
Met ons economisch ingepakt dag rugzakje slaan de kriebels toe!! Eindelijk op weg naar het lang bewaard gebleven geheim Machu Picchu. De groep bestaande uit 4 Canadezen, 4 Argentijnen en 2 sjengen zijn redelijk aan elkaar gewaagd. Onze eerste “uitdaging” bestaat uit nogmaals downhill fietsen van 4300 meter naar 1200 meter, maar dit keer minder steil, over asfalt en in dichte mist, niet zo spectaculair, maar toch leuk. In de middag kunnen we gaan raften, 1 aanblik op de rivier (die het begin van de Amazone vormt) en er beginnen toch twijfels te komen. Zoveeeeel schuimkoppen en zo’n snelheid…. Maar de ervaren Canadezen verzekerde ons dat dit riviertje een nummer 3 was op een schaal van 6 en dus appeltje eitje moest zijn. En aangezien raften nog op ons “nog nooit in mijn leven gedaan” lijstje stond vonden we dat we het gokje maar moesten wagen. Paddle, paddle, stop, duck!  Waren de kreten die we 2 uur lang hoorde. Wat een stress en adrenaline komt er dan vrij. Zo vaak in die boot moeten duiken om er niet uitgeslagen te worden. Zooo gaaf, dit zou mijn nieuwe hobby wel kunnen worden was het niet dat de Maas zich alleen leent voor kanootjes die je om de 2 meter weer uit het ondiepe water moet trekken.

(Helaas staan alle rafting filmpjes op de fake “action cam” en krijgen we die pas thuis er vanaf, dus hier alleen de rivier te zien)

Dag 2
Na een goed ontbijt gaan we op weg voor onze wandeltocht van 9 uurtjes, door de jungle, afgewisseld met wat bezoekjes aan koffie, cacao en fruit plantages. De uitzichten zijn mooi en de wandeling niet te zwaar. Om 5 uur komen we, met zware spieren aan, in Santa Teresa om de hotsprings in te duiken. Dat doet goed, badderen in 40 graden om de spieren te laten ontspannen. Op tijd naar bed, ditmaal met veel twijfels over wat me in de ochtend te wachten staat.

Dag 3
Doe ik het wel, doe ik het niet, doe ik het wel, doe ik het niet. Weet je wat, ik doe het wel, al is het met lood in de schoenen. Ziplinen…. op grote hoogte (mijn angst gaat weer op de proef gesteld worden). Raimon was meteen in zijn nopjes en was mijn steun en toeverlaat. We kregen ieder een tuig om met vele haken, die me van een diepe val moesten behoeden, ohoh wat voelde ik me “veilig”. Als klap op de vuurpijl bleek dat we ook nog eens zelf moesten remmen om niet te pletter te slaan. Met een aldoor nerveus gehinnik heb ik me dan toch maar vast laten klikken aan de eerste van de 5 ziplijnen (de langste was maar liefst 800 meter). Whieeeee eigenlijk niks engs aan, het klimmen op het platform was beangstigender, tot het tijd werd voor de geoefende remhouding. Wat bleek ik heb geen talent voor remmen. Dus ziplijn na ziplijn was het weer een prestatie als ik niet een van mijn medereizigers van het platform af schopte. Na het overleven van deze 5 lijntjes werd ik nogmaals op de proef gesteld, ditmaal een bruggetje, waar na ieder plankje van 10cm breedt, de 9 volgende als brandhout waren gebruikt. Bij iedere paal moest je jezelf omhaken, een taak die door de gehele groep met een vliegensvlugge handeling gedaan werd maar natuurlijk bij moi resulteerde in nog meer lachsalvo’s.
Toch een beetje trots en blij dat iedereen de overkant veilig gehaald had gingen we op pad naar Hidroelectica voor de 3 uur durende wandeltocht in de regen richting Machu Picchu town. En daar zagen we onze dappere en vermoeide vriendinnetjes weer voor een biertje.

Dag 4
De grote dag, een van de 7 “nieuwe” wereldwonderen staat zo maar even op het programma. Lui met het busje in alle vroegte omhoog om zo voor de drukte dit Inca wonder te aanschouwen. Nou ja, die drukte was er toch wel al een beetje, maar het voelde toch enorm speciaal en zelfs Raimon werd er even stil van (nog een wonder). Hoe en waarvoor deze stad gebouwd is geweest blijft wederom giswerk, maar het magische straalt ervan af, wat vooral ook komt door die mooie bergen eromheen. Hoe toeristisch het ook moge zijn, het hoort echt wel op je bucket list te staan. Het maakte het extra bijzonder om met zijn 4en hier rond te mogen lopen.
De treinrit terug door de sacred valley maakte onze dag helemaal af. We waren moe en voldaan.

Cuzco, capital of the Inca Empire

Eerst even wat geschiedenisles; Cuzco was voor de verovering van de Spanjaarden de hoofdstad van het Inca rijk en lag precies in het midden van de 4 delen waarin het rijk opgedeeld was, het liep van Quito (Ecuador) tot ongeveer Santiago in Chili (wat het Inca-rijk het grootste rijk van de wereld maakte). Voor de Inca’s was Cuzco een heilige stad, de legende gaat als volgt; de zoon van de zon en de dochter van de maan (beiden op de wereld gezet op het Titikaka meer) besloten om zich hier te vestigen (rond de 12de eeuw) omdat het hier vruchtbaar genoeg was, zo begon het ontstaan van het Inca-rijk. Onder dwangarbeid werden in die tijd vele tempels en dorpen gebouwd, met hun ongeëvenaarde stevige en uiterst slimme bouwstijl, bestand tegen de aardbevingen. In 1533 arriveerde de Spanjaard Francisco Pizarro, deze veroverde en plunderde de stad (en trouwens ook de rest van het rijk) in zijn geheel. Alle Inca tempels werden vernietigd om plaats te maken voor katholieken kerken, die gebouwd werden op de resten van de tempels. Jaa, ik heb wel een beetje opgelet tijdens de free tour.
Helaas zijn niet alleen, zo goed als, alle gebouwen maar ook al het naslagwerk over de Inca’s vernietigd. Wat we nu weten over de Inca’s is 60% giswerk, 30% goed giswerk en maar liefst 10% zijn feiten.

Na de vondst in 1911 van Machu Picchu werd de stad weer groots. Cuzco telt ongeveer 350.000 inwoners en is nu de toeristische hoofdstad van Peru. De stad zelf is na de plundering en vele aardbevingen nog steeds erg mooi. Je vind gelukkig nog redelijk wat Inca overblijfselen en eigenlijk zijn de vele kerken ook adembenemend (al zouden ze er eigenlijk niet horen te staan). Maar wees gewaarschuwd het is echt overspoeld met toeristen (kan er natuurlijk niet veel over zeggen want wij maken daar ook deel van uit), iedere stap die je maakt wordt je aangesproken of je niet een toertje wilt doen, misschien een massage of gewoon een beetje coke om de neus mee te bepoederen. NO GRACIAS! Is dan mijn standaard verweer in de ochtend. Ogen gericht op de grond en heel dapper op zijn Nederlands grauwelend “laat me toch met rust” wordt het verweer naarmate de dag vordert.

Sacsayhuaman (uitgesproken als sexy woman), prijkt hoog boven de stad, dit was voor de Spanjaarden arriveerde een enorm bouwwerk waarvan de veroveraars niet geloofde dat de Inca’s in staat zouden zijn dit te maken. En het vervolgens vernietigd werd omdat het wel het werk van demonen moest zijn. Waar het bouwwerk voor gediend heeft is wederom nooit duidelijk geworden:

De mooie binnenstad, helaas mocht je in geen kerk en museum foto’s maken:


En natuurlijk was er weer veel gezelligheid is Cuzco met onze vriendinnetjes, wij doorgewinterde “voetbalfans” hebben zelfs voor Ajax staan supporteren (niet dat het wat geholpen heeft, maar aan ons heeft het niet gelegen):


Vanuit Cuzco kan je op vele manieren een trip maken richting een van de “nieuwe” wereldwonderen Machu Picchu, van dagtripjes tot 5 daagse trekkingen (meer over onze keuze te zien in de volgende blog) maar ook trips naar de heilige vallei, rainbow mountain (helaas te slecht weer voor) en nog veel meer bestemmingen, niet gek dus dat dit stadje het toeristische middelpunt van Peru is. So much to see, so much to do!

Volgende keer meer over de “oude berg”

 

Arequipa with friends

Peru it is!! Na Puna gaan we op weg, met op hol geslagen hartjes, naar Arequipa, naar het moment waar we lang op hebben moeten wachten en waar we ons enorm op verheugd hebben; hoog bezoek van onze lieve vriendinnetjes Claire & Simone die 3 weken met ons mee komen reizen.
Eindelijk was het moment van verzoening daar, met knikkende knieen en het zweet op de bovenlip naderde we de afgesproken plek, maar bij het eerste aanblik was het weer als vanouds. Zo fijn om weer samen te kunnen borrelen met een piscootje sour of een grande cerveza. We hebben om te beginnen genoeg drankjes gedaan om alle verloren borrelmomenten in te halen:

Mochten jullie op enkele foto’s een slap aftreksel van het “hardrock” symbool gemaakt door onze vingers zien, dan is dit het nieuwe en vele male ruigere teken van “the alpaca”, soon to be introduced in the Netherlands!

Arequipa wordt net als Sucre de witte stad genoemd. Door haar vele witte gebouwen maar naar zeggen ook omdat in de Spaanse tijd de Peruanen verbannen werden en er alleen “blanken” in mochten, de Spanjaarden dus. Tja, Bolivianen zijn niet de enige die elkaars verhalen tegenspreken. Wederom alles met dat korreltje zout nemen. Het is met 750.000 inwoners de 3st grootste stad van Peru. Het is erg mooie stad en niet te vergeten ook nog eens ergggg gezellig:

Omdat onze uitgekozen free tour gids niet kwam opdagen, zijn we als alternatief met zijn allen in de slechtste free tour ooit gerold (okay niet komen opdagen is misschien nog wel slechter), maar daardoor ook wel weer erg grappig, alleen dat was al een tip waard. Onze “gids” was net begonnen met deze free tours te geven, ze ratelde stukjes uit de geschiedenisboeken op, die op een later tijdstip overhoord werden. Haar moeder volgde ons overal om ons met van alles en nog wat op de foto te zetten, altijd in gezelschap van het zeer decoratieve AT reclame bordje, duurt niet lang meer en we zijn wereld beroemd in Arequipa:

De stad is omgeven door 3 vulkanen; de Misti is 5800 meter hoog is de trots van Arequipa (vanuit ieder punt van de stad te zien), de hoogste; Chachani (6000 meter) en Pichu Pichu 5700 metertjes.
De laatste zijn we als 4 dappere dodo’s in sneltreinvaart naar onder gedenderd op de mountainbike. Jong wat waren we snel, of de rest gewoon erg langzaam. Een tocht die “normaal” 3 uur zou duren hadden we toch maar even in minder dan de helft van de tijd gereden. Zoef zoef:

Na 2 dagen splitsten onze wegen alweer voor 2 dagen, Claire en Simone wilde de stad nog wat verder verkennen en wij vertrokken voor een 2 daagse Colca Canyon trek, een kloof die 2x zo diep is als de Grand Canyon. De eerste dag was goed te doen en bestond uit 7 uur lopen, vooral dalen en veel kletsen met onze gezellige mede trekkers. In de avond verbleven we op de bodem, in de oase, van de Canyon. Zwembadje, cocktailtje, koude douche, bedje en weer opladen voor de 4 uur durende klim terug naar boven. Om 05:00 stonden we weer paraat, met ons groepje van 5 musketiers, om zover mogelijk te geraken voor de zon op kwam en het heel heet zou worden. Dus met de headlight op onze slapende bolletjes stappen we het duister in. Die frisse moed was eigenlijk al na 15 minuten verdwenen, toen bleek dat ze met steil, ook echt STEIL bedoelde…. ons gezellig clubje veranderde in een chagrijnige “oude van dagen” club die al gauw uiteen viel. Maar de tocht was het gelukkig meer dan waard, zelfs voor de opper knoteraar (zal geen namen noemen). Wat een enorm mooie uitzichten:

En zooo cool om condors in het echt te zien:

De Colca Vallei is bijna even indrukwekkend als de Colca Canyon zelf:

Eenmaal terug in Arequipa hop de nachtbus in op weg naar…..

Recap Bolivia

Bolivia stond eigenlijk alleen op ons lijstje omdat we er toch doorheen moesten vanuit Argentinië of Chili richting Peru en natuurlijk voor de enorme zoutvlaktes. Verder wisten we niet goed wat we ervan konden verwachten. We dachten dat we aan 2 weekjes wel genoeg zouden hebben, maar we zijn er dik 3 gebleven en het had wat ons betreft nog wel langer mogen duren!

De bevolking heeft het lachen niet uitgevonden, maar iedereen is wel erg aardig. We hebben vaak gehoord dat de mensen in Bolivia een verademing zijn ten opzichte van Argentijnen en Chilenen, maar dat heb ik niet echt ervaren. We hebben waarschijnlijk ook geluk in die 2 landen gehad. We voelde ons in alle 3 de landen goed thuis. Bolivia is wel een stuk authentieker. Je ziet nog veel “traditionele” klederdracht en het is lang niet zo toeristisch als haar zuiderburen.  Traditioneel heb ik even tussen haakjes gezet omdat dit eigenlijk ook niet traditioneel is, maar ondertussen is geworden. De jurken, die de heupen breder lijken te maken komen eigenlijk van de trend in Europa toen flinker in was en de rijken in mooie jurken liepen. Dit hebben ze willen kopiëren, wat niet helemaal gelukt is, al zien ze er allemaal prachtig uit. Het verhaal gaat dat de bolhoed stamt uit de Engelse tijd daar. De Engelse wilde bolhoeden gaan verkopen in Bolivia maar stuurde een heel schip te kleine op. Toen de mannen deze niet wilde hebben ze de vrouwen wijsgemaakt dat het de laatste trend in Europa was om als vrouw een te kleine bolhoed te dragen. En voila, dit is de “traditionele” klederdracht van de cholitas:

80% van de bevolking is katholiek, zo goed als iedereen in Bolivia gelooft tevens in pachamama; Moeder aarde. Hier komen verschillende rituelen bij kijken. Ze offeren bijvoorbeeld cocabladeren, alcohol en lama foetussen (zijn wel dood geboren), dit doen ze vooral voor bescherming. Er wordt zelfs gesproken over menselijke offers die af en toe gebeuren, vooral in de bouw. Het moet wel iemand zijn die niet gemist wordt….. ze raden je dan ook ten strengste af om niet ergens zat in een steegje terecht te komen…. Ook zijn potions helemaal in, je kan ze voor pijntjes krijgen maar bijvoorbeeld ook een liefdesdrankje voor de liefhebbers…. Deze dingen kan je allemaal in La Paz op de heksenmarkt kopen.

Zoals ik al zei is het toerisme nog niet op gang gekomen, wat wel vreemd is want het land heeft heel veel te bieden. Leuke steden, aardige mensen, mooie cultuur, de immense altiplano, maar ook de pampa’s en de amazones. Dit is vooral aan de Bolivianen zelf te danken, er worden geen duidelijke tours aangeboden, de keuze is klein (iedereen biedt precies hetzelfde aan), terwijl er zoveel moois te zien is. Mocht je in de ene tour een leuk weetje te horen krijgen, heb je grote kans dat je de dag erna een compleet andere versie van te horen krijgt.  Ook is het transport erg slecht. De wegen zijn slecht, de bussen hangen met wat ducktape aan elkaar en de chauffeurs zijn verschrikkelijk. Als je bijvoorbeeld naar de pampa’s wilt kom je er alleen met een busrit die levensgevaarlijk is. Dit schrikt de mensen toch wel wat af en besluiten dan gewoon maar in Peru ofzo naar de amazone te gaan.

Het eten in Bolivia is eigenlijk wel meegevallen, okay je krijgt bij alles wat je besteld rijst EN frieten en met wat geluk een blaadje sla en een tomaatje. Maar het is allemaal erg smaakvol en zeer vullend. Ze houden van aardappelen (400 soorten), quinoa, pasta, rijst en vlees, zolang het maar koolhydraatrijk is. Ze drinken vooral veel bier (smaken allemaal goed) en dat 96% alcohol drankje zie je ook wel vaak genuttigd worden. In Bolivia wordt ook wijn gemaakt en heel slecht zijn ze niet, de reserva’s smaken zelfs goed, maar kosten hier €10,- wat voor Bolivia heel duur is. Voor lunch is overal een menuutje te krijgen van ongeveer €3,- voor 3 gangen. Dus wij aten meestal uitgebreid bij de lunch en in de avond nog een empanadaatje ofzo. Spot goedkoop dus (das dan het voordeel van een minder toeristisch land. De prijzen kwamen eigenlijk wel overeen met Azië, misschien sommige dingen nog wel goedkoper. Alleen de accommodaties zijn wat duurder dan daar. De toertjes kosten ook niet veel en kunnen dus nooit tegenvallen voor dat geld. In Bolivia hebben we ons nooit “bezeikt” gevoeld, dat zal waarschijnlijk wel komen omdat het nog niet al te toeristisch is. Ben benieuwd hoe dat gaat in onze volgende bestemming Peru.

Al met al krijgt Bolivia door haar schoonheid, de prijzen, het avontuur, de cultuur en haar kleurrijkheid een 8,5. Echt een aanrader.
We gaan zeker een keer terug en willen dan ook het lager gelegen deel van Bolivia gaan bekijken.