Recap Filipijnen

Het land bestaande uit meer dan 7000 eilanden, waarvan zo’n 3000 genaamd en 1000 bewoond.

Korte geschiedenisles:
Vanaf 1543 zijn de Filipijnen voor dik 300 jaar van Spanje geweest. Het land is vernoemd naar de toenmalige kroonprins Filips II. De bekering van de bevolking van islam naar katholicisme is toen in gang gezet. Dit is ze gelukt want de mensen hier zijn nog steeds overtuigd kerkganger.
Einde 19de eeuw begon de opstand. In 1898 ging Amerika zich ermee bemoeien en zo werd het de Spaans-Amerikaanse oorlog. Datzelfde jaar wonnen de Amerikanen en dachten de Filipijnen dat ze onafhankelijk werden verklaard, maar helaas de Filipijnen werd door Spanje aan Amerika verkocht. In 1934 werd een wet aangenomen die de onafhankelijkheid van het land in 1944 garandeerde. Maar in 1941 landden de Japanners tijdens WOII en in 1942 namen ze het land over. De herovering van de Amerikanen was in 1945, die veel verwoesting met zich meebracht. Maar uiteindelijk werden de Filipijnen echt onafhankelijk op 4 juli 1946.

De Filipino:
Het is een aardig volkje, de constante lach zit er niet in, maar even in gesprek zijn ze allemaal, grappig, behulpzaam en aardig. Karaoke zit in hart en nieren, iedereen heeft thuis wel een karaoke setje en ze zingen onbeschaamd en vaak tenenkrommend uit volle borst mee. De Filipino’s spreken allemaal redelijk goed Engels, al zijn ze niet altijd goed verstaanbaar, ze lijken een stuk of 6 letters uit het alfabet verbannen te hebben. Ook komt het Spaans nog wat terug in hun Filipino taal, bijvoorbeeld: hoe gaat het is kumusta (verbasterd van como estas).


Het eten:
Dat valt dan weer een beetje tegen ten opzichte van andere Aziatische landen. Buikspek zijn ze heel goed in. De adobo gerechten (vlees gemarineerd in azijn en soja) zijn okay. Maar verder is het niet heel speciaal. Weinig kruiden of smaak te vinden. Messen zijn schaars, je krijgt standaard vork en lepel bij je gerecht. Pluspunt is dat je altijd een kan drinkwater gratis bij je maaltijd krijgt.

De prijzen:
Deze liggen over het algemeen wat hoger dan in de andere Aziatisch landen. Biertje krijg je met wat geluk voor €1,70 in een restaurant, keuze is dan San Miguel, of Red Horse. Maaltijden toch wel zeker tussen de €5 en €10. Wat wel spotgoedkoop is, is Filipijnse rum, voor €3 heb je een fles bruine rum in de winkel die goed te drinken is.

Vervoer:
Sommige eilanden liggen ver uit elkaar, dus helaas moet er ook veel gevlogen worden om van A naar B te komen. De korte afstanden kunnen makkelijk per ferrie afleggen en deze zijn prima en niet te duur. Op de eilanden zelf, werkt de lokale bus heel goed, maar traag. De Filipijnse tuk tuk’s heten tricycle, het zijn eigenlijk motoren met een overdekte zijspan:

Dan heb je in de steden de jeepney (omgebouwde oude Amerikaanse trucks uit de WO II), hand opsteken en roepen waar je naartoe wilt:

Kukeleku:
De hele dag door hoor je hanen kraaien, niet alleen in de ochtend, nee helaas kukeleku de hele dag door. Iedereen heeft wel een een paar hanen op de kweek voor een hanengevechten. Dit is een immens populaire lugubere bloedsport hier. De hanen krijgen een mesje aan hun poten om het gevecht te versnellen en degene die het overleefd wint. Er gaan miljarden in om. De verliezers worden trouwens na het gevecht wel geconsumeerd.

Wat trouwens ook een verademing in de Filipijnen is, is dat het een stuk schoner, op de weg, tussen de struiken en overal waar je kijkt, is dan in andere Zuidoost Aziatische landen.

Filipijnen is een prachtig land, qua natuur, strand en de onderwaterwereld. Er is nog zoveel meer te ontdekken. Een 8+ is hier voor ons ook zeker op zijn plaats.

Manilla

En dan de hoofdstad van de Filippijnen, Manilla. We zijn er gestart en geëindigd, totaal 3 volle dagen.
Tja, wat zal ik erover zeggen. Niet perse een must see, maar toch wel leuk voor even rond te hangen. Het lijkt wel een andere wereld als de rest van de Filippijnen. Bedelende kinderen en schaars gekleden vrouwen op de straathoeken en het voelt niet geheel veilig overal. Maar van de andere kant heeft het, het bruisende gevoel van een grote stad, hoge gebouwen, drukte, er valt goed te winkelen en ieder merk van maar enige betekenis is er te vinden.

We sliepen in de stad Makati, deze grenst aan Manilla, hier is het zakencentrum gevestigd met wel 1000 restaurants en bars. Ook de grote “malls” zitten hier. Tevens is dit een van de enige plekken waar je in de avond veilig over straat kunt lopen:

Het oude Spaanse ommuurde centrum van Manilla, al vele malen vernietigd door tyfonen, aardbevingen en een 2de wereldoorlog, maar steeds weer opgebouwd:

Het mega drukke en hectische Chinatown, stamt uit 1600 en is een van de oudste van de wereld:

Onze tijd in de Filippijnen zit er ook alweer op. Op naar de laatste bestemming.

Sardine run in Moalboal

Met de ferry komen we op Cebu eiland aan, daarna nog 3 uurtjes (voor een afstand van 50km) met de lokale bus vanuit Bato. Om de paar meter stopt de bus voor wuivende of roepende mensen die ook graag een plekje op de bus willen of er juist weer uit moeten. Het is een goedkope, gezellige maar trage boel. Eindhalte: Moalboal.

Moalboal is een gezellig toeristendorp, dat vooral bekend staat voor zijn, op een na grootste, sardine run, letterlijk vertaald sardientjes wedloop, van de wereld. Net voor de kust, ongeveer 10 meter zwemmen langs koraal, is er een klif in het water te vinden, bij deze klif zwemmen scholen van meer dan een miljoen sardientjes (internet als bron, zelf niet geteld). Als je tussen zo’n school gaat zwemmen, wijken ze allemaal tegelijk in hetzelfde patroon uit en zwemmen ze om je heen. Het lijkt wel een dans! 

Ook zijn er veel mega zeeschildpadden te zien:

School sardientjes die uitwijken voor een schildpad:

We konden er geen genoeg van krijgen en zijn 2 dagen op pad gegaan met de sardientjes.

Veel sardientjes in de zee dus, maar geen een op de menukaart te vinden. Het gebied is namelijk beschermd, tegen menselijke honger.

En.., hoe kan het ook anders, wederom op weg met de scooter. Ditmaal voor een duik naar de Kawasan falls:

Vanuit Moalboal was het nog 3,5 met de lokale bus, wederom vol gezelligheid naar Cebu City. Enkel om de avond door te brengen voor de ochtend vlucht alweer terug naar Manilla.

Cebu City:

Snorkelen op Siquijor

Na Bohol zetten we voet aan wal op het eiland Siquijor. Het eiland is klein maar fijn. Een groen centrum omringd door mooie stranden en koraalriffen.

Wat Siquijor zo fijn maakt is dat je rechtstreeks van het strand zo snorkelland inloopt, oftewel het Tubod Marine Sanctuary. Met mooie koralen en heel veel vissen. Nog veel meer vissen dan we op de betaalde boottochtjes hadden gezien. Alle kleuren maten, van zeeslangen tot barracuda’s, van nemo’s tot dori’s. Een groot feest dus.

En natuurlijk wederom gescooterd naar strandjes:

En mooie watervallen:

Mijn voeten laten reinigen door enorme vissen bij de old enchanted Balete tree:

Nu op naar het volgende eiland

Het groene Bohol

Vanuit port Barton nemen we het busje naar Puerto Princesa. De dag erna vertrekt vanuit hier de vlucht naar Cebu stad. Met als doel de ferrie diezelfde dag nog te halen richting de nieuwe bestemming: Bohol. Door drukte in Cebu stad en een kletsgrage Grab chauffeur, die maar in de eerste versnelling bleef rijden, haalden we dit maar net met de hakken over de sloot. Mission accomplished!

We sliepen bij Bohol Bee Farm op het eilandje Panglao dat door middel van bruggen aan Bohol verbonden is. Geen beez meer op de Bee Farm, maar nu een ecologische boerderij die veel verse producten hebben waar van alles en nog gemaakt wordt. Het had een mooi uitzicht en we hadden een fijn hutje:

Het groene binnenland van Bohol is het hoogtepunt, we hebben flink wat kilometers afgelegd op de brommer. Wat helemaal geen straf was:

De bekende Chocolate Hills, midden op een vlak plateau van meer dan 50 vierkante kilometer staan 1.268 vrijwel gelijke kegelvormige heuvels van circa 30 tot 50 meter hoog. In het droge jaargetijde worden de kegels wat bruin en lijken ze op chocoladebergen:

Loboc, met de mooie Loboc river en de gezellige floating restaurants:

De Tarsier, oftewel het spookdiertje. Zo groot als een vuist. Het zijn nachtbeestjes, overdag verblijven ze onder de bladeren als bescherming en beschutting. Zelf dus zo goed als niet te spotten. Dus zijn we naar een sanctuary gegaan. Hier leven ze in het wild en gaat een gids van de sanctuary in de ochtend op zoek naar enkele Tarsiers, die hij gedurende de dag dan aan wat enthousiaste toeristen kan aanwijzen. Zoe sjattig:

Verder had Panglao ook wel wat leuke stranden, maar niet persé om over naar huis te schrijven (al doe ik dat nu toch):

Chill Port Barton

Gevlucht voor de drukte van El Nido komen we uit bij Port Barton. Een geweldig klein dorp, mooi gelegen en toch genoeg te doen voor de toerist. Je kan boottochtjes doen, snorkelen, kajakken, maar ook lekker met een drankje aan het strand liggen.

In december 2021 werd het dorp bijna in zijn geheel weggevaagd door tyfoon Rai. Op sommige plekken is dit nog wel te zien.

Schijnbaar is er heel veel land in en rond Port Barton aan westerlingen verkocht. Dus het 2 straten (onverhard) en een strand tellende dorp zal waarschijnlijk over een paar jaar El Nido II worden.

3 dagen lang: bootje, strandje, drankje. Wat wil je nog meer

Expeditie Coron – El Nido

Zo noemen ze het, “een expeditie”. Nee, geen wetenschappelijke onderzoeks expeditie, maar een heuse snorkel expeditie. In principe is het een tochtje van 3 dagen en 2 nachten waarin je van Coron naar El Nido vaart (of andersom mocht je dat wensen) op een tradionele Bangka boot.

Zoals in de vorige blog beschreven werd de expeditie uitgesteld in verband met de wind. De kustwacht bekijkt iedere dag of het veilig genoeg is om te vertrekken. Ditmaal hadden ze zeker gelijk, eenmaal in El Nido kregen we te horen dat er die dag ook daadwerkelijk 2 toeristenboten waren gezonken. Geen gewonden, maar hun hele hebben en houden op de zeebodem. Stel je voor, telefoon, paspoorten pinpassen, alles naar snorkelland.

De dag dat we vertrokken bleef het ook nog een paar uur spannend of er toestemming zou komen. Uiteindelijk mocht de expeditie beginnen.

De activiteiten:
Vele stops bij koraalriffen, om te snorkelen:

Met wie hebben we gesnorkeld: Kogelvis, zeesterren (blauw en geel), zeepaard(je), barracuda, Nemo & Dori, roggen, neontetra’s en nog veel meer gekleurde visjes en mooi koraal. En dan de zeeschildpad, die ik gemist heb door mijn trage zwemmen (zoals een schilpad op het land is, ben ik de zee…. traag dus).

En mooie stranden om te zwemmen of kajakken:

Er werd veel gegeten:

Onbeperkte rum cola:

En in de avonduren werd er druk gezongen in de karaoke microfoon. Ja, zelfs Raimon zong uit volle borst; “it’s fun to stay at the YMCA” (footage is vernietigd).

We sliepen in hutjes op onbewoonde eilanden:

De 16de, kwamen we na een top expeditie aan in El Nido. Waar ik nog een verjaardags feestmaal kreeg:

El Nido is een leuk dorp, maar was ons wat te overvol, dus na 2 nachten gaan we weer verder:

Coron (Palawan)

Vaak over gedroomd en nu werkelijkheid, de Filippijnen. En dan meteen maar goed aanpakken; Palawan (al meerdere keren uitgeroepen tot mooiste archipel van de wereld). We starten het Palawan avontuur in Coron (gelegen op het noordelijke eiland Busuanga).

Deze plek hadden we vooral uitgekozen als startpunt voor de 3 dagen/ 2 nachten coron – El Nido boottour. Het plan was 3 dagen Coron voor vertrek tour. Dit werden 5 dagen aangezien er te veel wind stond om te vertrekken.

5 dagen dus, deze zijn voorbij gevlogen, met activiteiten als, boottochtjes:

Snorkelen:

Brommeren:

Drinken bij de buren (filipino’s schijnen te leven op rum hebben we ervaren):

En wat luieren en wederom veel eten.

Met de dag komen we grammen aan en wordt het, hoognodige blijven drijven tijdens het snorkelen, lastiger😉