Recap Ecuador

Ecuador, dat was een grote verassing. We hebben lang niet alles gezien van dit, voor Zuid-Amerikaanse begrippen, kleine landje. We begonnen in Guayaquil aan de kust, dit is de grootse stad van Ecuador en wordt door toeristen vooral gebruikt om van of naar de Galapagos te vliegen. Buiten het leguanen park is er ook niet veel te beleven, aankomen en meteen weer vertrekken is dan ook de tip. Over de Galapagos hebben jullie onze mening al uitgebreid kunnen lezen, het uber, opper hoogtepunt van onze reis. De flora de fauna, het heerlijke eiland gevoel met bijbehorende relaxte inwoners, Toppie!! Dan de dichte Amazone jungle. Quito als mooie stad midden in de Andes omringd door vele vulkanen. Wat het meeste opvalt, het is hier zoooo groen, zelfs op zo’n 4000 meter is het nog groen, helemaal anders dan bijvoorbeeld Bolivia en Peru. Alles groeit hier, ik neem aan dat dat door de ligging vlakbij de evenaar komt.

Je ziet het meteen als je Ecuador inrijdt, alles is hier vele malen beter geregeld dan in de andere, door ons bezochte, Zuid-Amerikaans landen. De wegen zijn goed en bijvoorbeeld geen bedelaars te bekennen. De prijzen liggen helaas ook wel wat hoger dan in de andere landen. Na de invoer van de dollar in 2000 zijn de prijzen flink gestegen voor Ecuadorianen. In 1999 is door toedoen van de toenmalige president Mahuad (had goede banden met Amerika), die al het geld het land uit sluisde, het land failliet verklaard en zo goed als al haar inwoners (er gaan natuurlijk weer 100 versies de ronde, maar dit is het verhaal van de Ecuadorianen zelf). Al hun spaargeld was verdwenen. Hierna volgde de overname van de dollar, wat volgens het volk geen toeval geweest kon zijn. Aangezien de prijzen nu hoger liggen, maar de lonen nog altijd laag betaald de overheid de meeste onkosten van het volk, zoals de scholing, gezondheidszorg, elektriciteit, water, telefonie en internet zijn voor niks. Het systeem in dit land is super sociaal, maar omdat er ook geld binnen moet komen, zijn ze nog een beetje aan het zoeken tussen de balans van socialisme en kapitalisme. Het grootste export product, nog voor de bananen en de rozen, is olie. Helaas moet deze geboord worden in de Amazone, wat ten kosten gaat van vele planten en beetjes. Dit zijn belangrijke en heftige afwegingen die het land moet maken.

De bevolking van Ecuador is niet veel anders dan de rest van Zuid-Amerika, aardig en niet heel toegankelijk. Wat dan waarschijnlijk weer ligt aan ons gebrek aan Spaans. Mocht je een van de weinig Engels sprekende Zuid-Amerikanen tegenkomen, dan zijn ze altijd wel in voor een gesprekje. Dus het gebrek aan toegankelijkheid ligt meer aan onze kant. Muziek zit hier in het bloed van jong en oud, er hoeft maar een deuntje te horen te zijn en de heupen van jong, oud, man, vrouw beginnen te bewegen. Erg leuk.

Het vervoer in Ecuador is niet heel bijzonder, geen luxe bussen zoals in Peru, maar lokale bussen en een iets luxere versie van deze lokale bus. De stoelen in de nachtbus, kunnen zo’n 10 cm naar achteren, waarna je ook meteen tegen de knieën van je achterbuurman zit. Waarschijnlijk is dit niet zo goed geregeld omdat het land vele malen kleiner is en de langste trip ongeveer 8 uur is. De bussen stoppen om de 2 minuten om mensen in of uit te laten waarmee ook meteen altijd een paar verkopers instappen om je wat aan te smeren door een heel verhaal op te hangen, van eten tot tandenborstels, erg vermakelijk.

WP_20170626_002

Het eten in Ecuador is helaas niet veel beter dan in de andere Zuid-Amerikaanse landen, ze hebben eigenlijk van alle landen iets op de kaart staan. Gelukkig weer ceviche!! En verder weer veel koolhydraten. Vooral die dikke soepen die ze garneren met een hele schotel popcorn (gelukkig niet zoet), een beetje vreemd, maar wel …. okay. Terwijl er zoveel groente voorhanden is in dit land, eten ze het om de een of andere reden toch liever niet. Fruit wordt wel rijkelijk gegeten en de fruitsapjes krijg je op iedere straathoek, dan maar zo wat vitamientjes binnen krijgen. Op de Galapagos en aan de kust was meestal de goedkoopste dagmenu optie de rode tonijn, lucky us. Ook wordt er veel brood gegeten, bakkers om de paar meter, met zoete en hartige hapjes. Het bier en de rum smaken goed en de wijn is net zoals in Bolivia en Peru niet te betalen.

De Galapagos, verdient een 10, de rest van Ecuador een 8 denk ik zo. Erg mooi en alles in een compact landje.
De dollar is makkelijk, maar maakt het er helaas niet goedkoper op.
We moeten sowieso terug naar de Galapagos, de eerste plek die na bezoek zelfs terug en nog hoger op de bucketlist staat.

Otavalo market

Noordelijk van Quito ligt Otavalo, hoog tussen de bergen, bekend om zijn authentieke markt met duurzame spulletjes. Het trekt veel toeristen maar ook veel locals. Mazzel dat we hebben is er ook een fiësta in Otavalo en omliggende plaatsjes, Inty Raymi, hier aanbidden ze de zonnegod. Op vrijdagavond zagen we een soort van ritueel op de markt en op zaterdag werden we gewekt door een groepje verklede, bier drinkende en muziekmakende(steeds hetzelfde deuntje op repeat) locals. CARNAVAL, waar is mijn pakje…. was mijn eerste gedachte. Nou gelukkig dat ik geen outfit gevonden had, want na dit groepje van 5 zijn we deze dag niemand meer tegengekomen in een apenpakje.

Natuurlijk een bezoekje aan deze mooiste markt van Ecuador, na 10 minuten zijn we normaal wel klaar met een markt, maar deze heeft toch zeker de dubbele tijd van onze aandacht verdiend:

Dus tijd voor een wandeling, door mooie bossen en langs watervallen, veel klauteren, we voelde ons weer 8 jaar oud;

Richting condor park, waar alle soorten roofvogels opgevangen worden die hulp nodig hebben;

In de avond is er helaas nog geen fiësta in town, dus eten we maar wat op de markt en druipen we af;

De dag erna met de bus naar het natuurpark (hier iets meer fiësta) met dit mooie meer Laguna Cuicocha:

DSC01357

Last stop in Ecuador alweer. Vanaf hier nemen we een bus richting Colombia.

 

Quito, het middelpunt van de aarde

Quito, de hoofdstad van Ecuador en 2st grootste stad van het land met 2 miljoen inwoners en is 70 km lang en 4km breed. Deze stad ligt tussen het Andesgebergte, op 2850 meter hoogte, tussen 14 deels actieve vulkanen. de stad is daarom ook al vaker herbouwd moeten worden. In 1534 toen de Spanjaarden arriveerde werd de stad tot de grond gelijk gebrand en opnieuw opgebouwd, hier is dus niks meer van het Inca rijk terug te vinden. Maar dat houdt niet in dat er niks te zien valt, je kan er je ogen uitkijken in het historische koloniale centrum. Een van de vele kerken, iglesia de la compania de jesus, is van binnen zelfs geheel bedekt met bladgoud, er is geen centimeter onbedekt. Mede door deze indrukwekkende kerk kwam Quito als eerste stad (samen met Krakau) op de werelderfgoedlijst. De stad is sfeervol, maar in de avond raden ze je af op straat te lopen en voor iedere scheet in taxi te pakken, gelukkig zijn de taxi’s spotgoedkoop. Dit is de eerste stad waar ons dit wordt aangeraden en vind ik wel een groot minpunt. Vooropgesteld moet ik wel zeggen dat we ons geen minuut onveilig hebben gevoeld in deze stad. Alle taxi’s in de stad zijn voorzien van “panic buttons”, mocht je je onveilig voelen en duw je hier op dan springen camera’s aan zodat de politie de taxi kan volgen maar ook kan meekijken in de wagen. De veiligste taxi’s van Zuid-Amerika dus.
Door de hoge ligging van de stad en slechts 20km van de evenaar wordt het ook wel het middelpunt van de aarde genoemd (dichtst bij de zon), Ecuador betekend evenaar op zijn Spaans en Quito komt uit de pre Inca tijd en betekend ook zoiets als middelpunt.

De eerste dag slenteren we door het oude centrum en doen, hoe kan het ook anders, een free walking tour, ditmaal een toppertje en we eindigen bij de lokale bierbrouwerij:

We maken een dagtocht naar de Quilotoa vulkaan met een mooi kratermeer van 250 meter diep:

Naar El Panecillo, een enorm beeld van de maagd van Quito, hoog boven de stad:

La Mitad del Mundo (het middelpunt van de aarde), ligt zo’n 20 km noordelijk van Quito. Enorm toeristisch, maar toch leuk om even te zijn geweest. Je kan er wat testjes doen en je weegt er een halve kilo minder, mooi meegenomen. We hebben zelfs een stempel in ons paspoort gekregen, maar dat is tegenwoordig overal te krijgen:

 

Aapjes spotten in de jungle

Vanaf de Galapagos vliegen we naar Quito waar we diezelfde avond in de nachtbus, richting Lago Agrio, stappen. Vanuit Lago Agrio vertrekken we richting een van de meest dichtbegroeide jungles van de wereld. Het gebied heet Cuyabeno en is een deel van de Amazone. We zijn maar met zijn tweeën deze dag en vertrekken meteen op een tour in een longboat om beestjes te spotten op de rivier. We kijken meteen onze ogen uit, wat is de jungle mooi, zo groen! We spotten vooral veel soorten aapjes (kapucijn, doodshoofd, titi, brul en nog enkele soorten aapjes) en mooi gekleurde vogels zoals ara’s en toekans).

Dik 3 uur, veel indrukken en een harde kont verder komen we bij onze lodge aan voor de komende 4 dagen. Een beetje luxe in de jungle, mooie privé kamers (met af en toe een extra huisgenootje in de vorm van een kikkertje) en een fijn restaurant met bar. Geen wifi, 4 uurtjes stroom per dag en geen warm water, maar toch voelde het als enorme luxe in deze overweldigende jungle. Rond de lodge vinden we meteen een enorme boa van zo’n 2,5 meter lang en een tarantula.

De tweede dag gaan we weer als duo groep op pad met onze gids Pedro. In de ochtend vogels spotten vanuit de boot, weer veel kleuren en weer veel namen die ik niet kan onthouden. Oh wacht stinky turkey en de kingfisher, toch nog 2 van de 50, geen slechte score toch, die rum werpt toch zijn vruchten af.

Vervolgens een wandeling, we leren veel over alle plantjes, mochten deze thuis ook groeien (en ik de namen onthou) dan zou ik al jullie kwaaltjes kunnen genezen.
Ook zien we veel miersoorten, zo’n interessante wezentjes, maar kunnen hier ook erg gevaarlijk zijn en zo’n halve pink groot worden. Spinnen wederom in overvloed in alle maten en kleuren.

Verder kanoën we voor 3 uurtjes over het meer en de rivier. Aan de lijst kunnen we toevoegen roze dolfijnen, luiaards (wel erg hoog in de boom), veel meer aapjes en vogels.

In de avond komt er een groep van 5 aan bij de lodge wat zich bij onze “groep” aansluit. Een Nederlands super leuk gezin, pap Leo, mam Hilde en dochter Sam en de Amerikaanse Ken en Chinese Jelly (of misschien was haar westerse naam wel Jerry (wat niet slim is als je de “r” niet uit kan spreken)), deze laatste combinatie had zich 3 weken geleden via internet ontmoet en waren nu samen op reis. We doen nog een nachtwandeling en zien hoe een bananenspin een tarantula verorberd, een miereneter, nachtaapje, nog meer spinnen, wandelende takken en wat boomkikkertjes.

We vertrekken in de ochtend voor een cultureel uitstapje (waar niemand echt zin in heeft, want dieren spotten was ons doel), een of ander authentiek dorp waar we ons eigen yuca (cassave) brood bakte, wat ook nog eens niet echt te eten was.

Maar rond 4 uur gaan we richting het meer voor wat kaaimannen en anaconda spotting en voor de sunset. Ineens loopt de spanning hoog op achter in de boot en blijkt Jelly de diamanten ring (2000$), gekregen van Ken, expres in de Amazone gedropt te hebben. Enkele momentjes later ligt Jelly net als de ring ook tussen de kaaimannen, onze dappere Hilde vist haar uit het water en we gaan gewoon verder met spotten alsof er niks aan de hand is, met de als dood spelende Jelly voorin de boot en de vloekende rum drinkende Ken achterin. Dit stel zal na 3 mooie weken een punt zetten achter hun relatie. Helaas heeft zelfs het in het water gooien van Jelly er niet aan bijgedragen dat we kaaimannen laat staan anaconda’s gespot hebben.
Na “paranoia” Ken beloofd te hebben om af en toe bij hem te komen kijken, om te checken hij nog leeft en niet door “crazy” Jelly van het leven beroofd is, zijn we allemaal lekker gaan slapen.

Het regenwoud zou het regenwoud niet zijn als er geen regen zou vallen natuurlijk, dus mochten we op de laatste dag toch nog genieten van een enorme plensbui (helaas geen foto’s van). Dit tijdens onze 3 uur durende tocht op de boot terug richting Lago Agrio.

DSC01134

Galapagos, San Cristobal

Uitgerust en zonder koppijn komen we aan op San Cristobal, op dit eiland is weer een stuk meer te doen, vele barretjes, restaurantjes en hostels. Waar je op de andere eilanden struikelde over de zeeleguanen, ligt op dit eiland echt letterlijk ieder strand vol met zeeleeuwen. In het water is het super leuk om met ze te zwemmen, zijn ze nieuwsgierig en willen ze spelen. Maar aan land zijn ze een stuk chagrijniger, ze waggelen soms in een sneltreinvaart achter je aan met ontblote tanden en vals gegrom. Je kan uren naast zo’n schatje liggen op het strand maar de liefde kan ook in een keer over zijn, opletten dus voor de schattige zeeleeuwtjes. In de avond komen ze allemaal aan land en vooral rond de haven is het een kabaal van jewelste. Hun geluiden lijken op grommen en keihard boeren. Een slaapplek daar in de buurt is niet aan te raden.

Natuurlijk weer veel wandelen en nog meer snorkelen:

We hebben hier de 360 graden toer gedaan. De toer gaat rond het hele eiland en je snorkelt 3 keer. Verder dolfijnen gespot, red footed boobies, ja, die bestaan ook en nog veel meer:

kicker rock (bekendste duik/ snorkelplek van het eiland):

Zelfs in een deel van 20 bij 10 meter met een stuk of 10 white tip sharks van een metertje of 2 gezwommen. Zoooo cool:

Sunsets op playa Mann tussen de zeeleeuwen:

En na 9 dagen zit ons Galapagos avontuur erop. Het stond hoog op het lijstje en staat nu nog hoger wederom op de nog langere lijst. Tot wederzien!!!

Galapagos, Isla Isabela

Grauw en regenachtig weer had ik verwacht op de Galapagos, veel foto’s op internet geven grijze lucht en rotsachtige eilanden. Wat hebben we een geluk gehad, zon zon zon, palmboompjes en mooie stranden. Snorkeltje op en hop tussen de visjes zwemmen, handdoekje uitleggen en opdrogen tussen de zeeleeuwtjes.

Isla Isabela it is, het is het grootste eiland maar er wonen veel minder mensen (2.200) dan op de andere 2 hoofdeilanden. Alle van de 13 eilanden (en nog 110 ieniemini eilandjes) zijn ontstaan door vulkanische uitbarstingen liggen zo’n 1000 km uit de kust van Ecuador. Er zijn trouwens maar 4 van de 13 eilanden bewoond en dit zijn dan ook de enige die je tijdens een “do it yourself trip” kunt bezoeken. De haven van Isla Isabela is al meteen een stuk rustiger en heeft nog veel meer dat eilandgevoel. Het plaatsje puerto Villamil is klein en een pinautomaat is er bijvoorbeeld niet te vinden in tegenstelling tot Santa Cruz waar alles voorhanden is.

Hier hebben we vooral veel zelf gesnorkeld, je kijkt je ogen uit onder water, de pinguïns, zeeleeuwen en zelfs de manta’s vliegen langs je:

Toertje los Tuneles (wederom snorkelen), hier hebben we zeepaardje gezien, helaas nemen die misselijke de kleur van hun omgeving aan dus het leek meer op een stok. Veel haaien en enorme zeeschildpadden kwamen voorbij. Ook hebben we de typische vogel van hier gespot; blue footed booby (blauwvoetgent):

Fietsen naar de wall of tears (gebouwd door de gevangenen die destijds op het eiland leefde) met onderweg veel te zien:

De overtocht van Santa Cruz naar Isla Isabela duurde 2,5 uur en was heel heftig, de zee was zo ruw dat het bootje constant keihard op het water kaatste. Raimon met zijn zeeziekte en ik met een inmiddels opgelopen koppijn hadden al gauw de beslissing gemaakt om dit ritueel niet te herhalen. Van Isla Isabela naar San Cristobal zou sowieso ook nog eens een dubbele rit betekenen (5 uur)en een hele dag onderweg zijn. De $90 pp extra en dit uitzicht waren het meer dan waard.

Galapagos, Santa Cruz

Eindelijk, we gaan naar de Galapagos, hoog prijkte het op ons lijstje en die dag is eindelijk aangebroken.

De keuzes zijn, of een dure cruise of een “do it yourself trip”, aangezien we helemaal niet van groepsverbandjes houden en we ook wat op de duiten moeten letten is de keuze gauw gemaakt.

Vanuit Guayaquil vliegen we naar Baltra (eilandje boven Santa Cruz wat alleen als vliegveld dient) en vanuit daar door met de ferry naar Santa Cruz en bus naar het havenplaatsje Puerto Ayora.
Mijn eerste indruk van het eiland, en dus van de Galapagos, viel wat tegen aangezien er echt bij lange na niet alles aan gedaan wordt om dit eilanden op en top te houden. Alle voertuigen lopen op diesel, met die bijkomende stank. Er ligt troep langs de wegen (okay niet alla de rest van Zuid-Amerika, maar ik had gehoopt op spik en span). Ook had ik geen uitheemse dieren verwacht, maar bijvoorbeeld katten, koeien en honden in overvloed, de laatste die ik normaal zo vertederend vind, zijn hier op de eilanden de grootste bedreiging voor bijvoorbeeld de schildpad en leguaan, ergens hebben ze de plank misgeslagen. De douane check was aan de slappe kant, in Nieuw-Zeeland en zelfs Argentinië en Chili maken ze het je moeilijker om het land in te komen.

Maar goed, we stappen de diesel meurende bus uit in Puerto Ayora en zijn meteen alle zorgen vergeten. Vanaf dat moment heb ik 9 dagen in een droomwereld geleefd waar je het gevoel hebt dat je gewoon een deel van het dierenrijk bent. mens en dier zijn gelijk.

Santa Cruz is het dichtst bevolkte (15.000 inwoners) eiland van de Galapagos en vanuit hier gaan alle boten naar de andere eilanden Dus je reist altijd via dit eiland. De havenplaats is leuk en alle tours of cruises kunnen vanuit hier geboekt worden. Maar er zelf op uitgaan is ook erg makkelijk en er valt genoeg te zien.

Met de taxiboot naar Las Grietas:

Charles Darwin research centre:

Lopen naar Tortuga bay en playa Mansa, lekker kajakken tussen de white en black tip sharks, enorme zeeschildpadden en pijlstaartroggen:

We hoorden dat die andere eilanden nog veel beter moesten zijn….. dus vamos op naar Isla Isabela.