Na Bohol zetten we voet aan wal op het eiland Siquijor. Het eiland is klein maar fijn. Een groen centrum omringd door mooie stranden en koraalriffen.
Wat Siquijor zo fijn maakt is dat je rechtstreeks van het strand zo snorkelland inloopt, oftewel het Tubod Marine Sanctuary. Met mooie koralen en heel veel vissen. Nog veel meer vissen dan we op de betaalde boottochtjes hadden gezien. Alle kleuren maten, van zeeslangen tot barracuda’s, van nemo’s tot dori’s. Een groot feest dus.
En natuurlijk wederom gescooterd naar strandjes:
En mooie watervallen:
Mijn voeten laten reinigen door enorme vissen bij de old enchanted Balete tree:
Vanuit port Barton nemen we het busje naar Puerto Princesa. De dag erna vertrekt vanuit hier de vlucht naar Cebu stad. Met als doel de ferrie diezelfde dag nog te halen richting de nieuwe bestemming: Bohol. Door drukte in Cebu stad en een kletsgrage Grab chauffeur, die maar in de eerste versnelling bleef rijden, haalden we dit maar net met de hakken over de sloot. Mission accomplished!
We sliepen bij Bohol Bee Farm op het eilandje Panglao dat door middel van bruggen aan Bohol verbonden is. Geen beez meer op de Bee Farm, maar nu een ecologische boerderij die veel verse producten hebben waar van alles en nog gemaakt wordt. Het had een mooi uitzicht en we hadden een fijn hutje:
Het groene binnenland van Bohol is het hoogtepunt, we hebben flink wat kilometers afgelegd op de brommer. Wat helemaal geen straf was:
De bekende Chocolate Hills, midden op een vlak plateau van meer dan 50 vierkante kilometer staan 1.268 vrijwel gelijke kegelvormige heuvels van circa 30 tot 50 meter hoog. In het droge jaargetijde worden de kegels wat bruin en lijken ze op chocoladebergen:
Loboc, met de mooie Loboc river en de gezellige floating restaurants:
De Tarsier, oftewel het spookdiertje. Zo groot als een vuist. Het zijn nachtbeestjes, overdag verblijven ze onder de bladeren als bescherming en beschutting. Zelf dus zo goed als niet te spotten. Dus zijn we naar een sanctuary gegaan. Hier leven ze in het wild en gaat een gids van de sanctuary in de ochtend op zoek naar enkele Tarsiers, die hij gedurende de dag dan aan wat enthousiaste toeristen kan aanwijzen. Zoe sjattig:
Verder had Panglao ook wel wat leuke stranden, maar niet persé om over naar huis te schrijven (al doe ik dat nu toch):
Gevlucht voor de drukte van El Nido komen we uit bij Port Barton. Een geweldig klein dorp, mooi gelegen en toch genoeg te doen voor de toerist. Je kan boottochtjes doen, snorkelen, kajakken, maar ook lekker met een drankje aan het strand liggen.
In december 2021 werd het dorp bijna in zijn geheel weggevaagd door tyfoon Rai. Op sommige plekken is dit nog wel te zien.
Schijnbaar is er heel veel land in en rond Port Barton aan westerlingen verkocht. Dus het 2 straten (onverhard) en een strand tellende dorp zal waarschijnlijk over een paar jaar El Nido II worden.
3 dagen lang: bootje, strandje, drankje. Wat wil je nog meer
Zo noemen ze het, “een expeditie”. Nee, geen wetenschappelijke onderzoeks expeditie, maar een heuse snorkel expeditie. In principe is het een tochtje van 3 dagen en 2 nachten waarin je van Coron naar El Nido vaart (of andersom mocht je dat wensen) op een tradionele Bangka boot.
Zoals in de vorige blog beschreven werd de expeditie uitgesteld in verband met de wind. De kustwacht bekijkt iedere dag of het veilig genoeg is om te vertrekken. Ditmaal hadden ze zeker gelijk, eenmaal in El Nido kregen we te horen dat er die dag ook daadwerkelijk 2 toeristenboten waren gezonken. Geen gewonden, maar hun hele hebben en houden op de zeebodem. Stel je voor, telefoon, paspoorten pinpassen, alles naar snorkelland.
De dag dat we vertrokken bleef het ook nog een paar uur spannend of er toestemming zou komen. Uiteindelijk mocht de expeditie beginnen.
De activiteiten: Vele stops bij koraalriffen, om te snorkelen:
Met wie hebben we gesnorkeld: Kogelvis, zeesterren (blauw en geel), zeepaard(je), barracuda, Nemo & Dori, roggen, neontetra’s en nog veel meer gekleurde visjes en mooi koraal. En dan de zeeschildpad, die ik gemist heb door mijn trage zwemmen (zoals een schilpad op het land is, ben ik de zee…. traag dus).
En mooie stranden om te zwemmen of kajakken:
Er werd veel gegeten:
Onbeperkte rum cola:
En in de avonduren werd er druk gezongen in de karaoke microfoon. Ja, zelfs Raimon zong uit volle borst; “it’s fun to stay at the YMCA” (footage is vernietigd).
We sliepen in hutjes op onbewoonde eilanden:
De 16de, kwamen we na een top expeditie aan in El Nido. Waar ik nog een verjaardags feestmaal kreeg:
El Nido is een leuk dorp, maar was ons wat te overvol, dus na 2 nachten gaan we weer verder:
Vaak over gedroomd en nu werkelijkheid, de Filippijnen. En dan meteen maar goed aanpakken; Palawan (al meerdere keren uitgeroepen tot mooiste archipel van de wereld). We starten het Palawan avontuur in Coron (gelegen op het noordelijke eiland Busuanga).
Deze plek hadden we vooral uitgekozen als startpunt voor de 3 dagen/ 2 nachten coron – El Nido boottour. Het plan was 3 dagen Coron voor vertrek tour. Dit werden 5 dagen aangezien er te veel wind stond om te vertrekken.
5 dagen dus, deze zijn voorbij gevlogen, met activiteiten als, boottochtjes:
Snorkelen:
Brommeren:
Drinken bij de buren (filipino’s schijnen te leven op rum hebben we ervaren):
En wat luieren en wederom veel eten.
Met de dag komen we grammen aan en wordt het, hoognodige blijven drijven tijdens het snorkelen, lastiger😉
De bewoners: Er zit duidelijk verschil tussen het leven op Bali en het leven op Java, op Bali lijkt alles losgeslagen, alles kan en mag, en de bevolking doet daar vaak ook vrolijk aan mee. Op Java is juist iedereen heel ingetogen en verlegen en het is op sommige plaatsen erg moeilijk om aan een pilsje te komen, dus laat staan dat ze lallend overstraat lopen. De Balinese bevolking is over het algemeen hindoe en de Javaanse daarentegen moslim. Bali staat bol van de “buitenlandse” toeristen. Maar op Java waren we op veel plekken de enige “bule’s”(wat buitenlander betekend, en dan vooral het pipse soort) en moesten we met hele families of schoolklassen op de foto. Eenmaal een keer een selfie toegezegd en er vormt zich uit het niks een rij met meer selfie addicts. Je moet er dan rekening mee houden dat je de eerste 20 minuten niet meer van je plek komt en met pijnlijke kaken van het lachen, de rest van de dag door moet. Wat alle Indonesiërs gemeen hebben met elkaar, is dat ze altijd goedlachs en vrolijk zijn. Hele lieve mensen, die het leuk vinden contact met je te maken.
Het eten: Tja, het zal geen verassing zijn dat we weer enorm genoten hebben van al het lekkers. De foto’s zeggen meer dan woorden:
De prijzen: Indonesië is een erg goedkoop land wat eten en drinken betreft. Op Nusa (Bali) is het wel aanzienlijk duurder dan Java, maar nog steeds goedkoop. Op Nusa was een bordje nasi goreng rond de €2,50 en op Java was €0,90 het normale tarief voor datzelfde bordje. Dus Eat your hart out.
Grab a Grab: Waar de rest van de wereld het doet met Uber, heeft Azië zijn eigen soort van Uber, genaamd Grab. Het principe is hetzelfde, je installeert de Grabapp en je kunt beginnen met taxi ritten te boeken, eten te bestellen en zelfs je boodschappen thuis laten leveren. Uber makkelijk dus 😉 Voor de lange afstanden op Java is de trein ideaal. Je koopt je kaartje gewoon op internet en klaar is kees.
Net zoals de recap van 8 jaar geleden krijgt Indonesië weer een dikke 8+
Eindelijk is het dan zover, we gaan op zoek naar deze mooie, maar bedreigde mensaap, de orang oetan. De naam komt van orang hutan, wat bosmens betekent.
Vanuit Pangkalan Bun, begint de tocht van 3 dagen door het Tanjung Puting National Park. 3 Dagen lang op een bootje onze ogen uitkijken op zoek naar de inwoners van dit enorm mooie gebied.
Het bootje is een orginele klotok boot, super charmant, maar maakt een enorme herrie, wat dan weer net wat minder charmant is. We zijn met 6 man sterk op deze gezellige klotok, de gids, de kapitein, de matroos, de kok (beste kok ever) en de 2 blije toeristen.
De uitzichten alleen al zijn geweldig:
Deze dagen is het vooral een sport om zoveel mogelijk aap soorten in het wild te spotten. Dat is redelijk goed gelukt:
En dan mijn persoonlijke favoriet; de prachtige neusaap. Vroeger ook wel de Dutch Monkey oftewel orang belanda genaamd. Bij navraag aan de gids, schijnt dit te komen omdat hij met zijn rode kop en dikke neus op ons lijkt… “mooie neus”, probeerde hij zich nog te verbeteren 🤦♀️(bronvermelding: gids Jaka en dhr. Luc T):
Dan zouden er ook 230 verschillende vogelsoorten moeten zijn. Maar helaas vlogen deze in grote paniek allemaal in rap tempo weg, wanneer onze kabaal makende klotok de hoek om kwam. Gelukkig hebben we één dove ijsvogel erop weten te krijgen:
Dit park heeft ook een paar opvang locaties voor oerang oetans, ze komen uit gevangenschap en worden daar opgevangen. Deze delen zijn niet afgesloten, dus mochten ze het wild in willen kan dat op elk moment. Ze worden hier in de gaten gehouden, onderzoek naar gedaan en ook verzorgd als dat nodig is. We hebben 3 van die locaties bezocht, hier hoef je absoluut geen moeite te doen om ze te spotten:
Verder nog een spannend gevecht tussen een tarantula en een hagedis
Dit was een ervaring om nooit te vergeten!
Met deze mooie afsluiter gaan we ook Indonesië verlaten.
Als je dan toch niet thuis bent met oud op nieuw, dan kun je ook maar beter in een grote stad zitten, was het motto.
Dan blijft er natuurlijk maar één echte stad over op Java. De hoofdstad van Indonesië; Jakarta here we come.
Als eerste willen we iedereen nog een geweldig en gezond 2025 wensen!
In Jakarta is het groot feest met Nieuwjaar, overal in de stad podia en eetkraampjes.
We hadden een hotelletje met een bar op het dakterras, zodat we daar, 6 uur vroeger dan in Nederland, konden klinken op 2025. Rond 00:00 ging het flink los in Jakarta met vuurwerk om ons heen. Maar helaas speelde het hoofd vuurwerk zich af achter deze wolkenkrabber:
Het feestje op het terras was in ieder geval erg gezellig, mooi uitzicht en we hebben wat leuke mensen ontmoet.
1 Januari was het nog altijd feest in Jakarta, veel kraampjes en gezelligheid in de wijk Kota Tua (voorheen Batavia). Deze wijk heeft nog wat oude mooie Nederlandse panden staan en de ‘kippenmarktbrug’ (Jembatan pasar ayam).
Verder was Jakarta niet heel bijzonder vonden wij. Dus we gaan door.
Het lijkt waarschijnlijk op blogs spam, maar ik lag wat achter met schrijven. Dus vandaag wederom een korte blog, ditmaal over ons bezoek aan Bandung.
De stad ligt op 770 meter hoogte en is daardoor een paar graden koeler dan de rest van Java. De stad zelf was wel leuk, maar niet heel spannend, enkele oud Nederlandse gebouwen en daar is alles mee gezegd. Maar de omgeving tussen de rijstvelden en de theeplantages is prachtig.