Moooiii (Bonito)

De naam Bonito zegt het dus al, mooi.

Het dorpje is leuk, gezellig. Maar ik kan het niet mooi noemen. 

Maar de omgeving is prachtig groen en in tegenstelling tot de bruine Miranda river, zijn de rivieren hier kraakhelder. De helderheid ontstaat door de kalkstenen bodem waar het water constant gefilterd wordt.

Het dorpje Bonito, met telefooncellen die nog cooler zijn dan de nieuwste iPhone:

We hebben een tourtje naar Buraco das Araras gedaan. Een flinke sinkhole waar veel rode papegaaien wonen. En dan ook echt alleen de rode soort, deze beestjes zien er schattig uit, maar stiekem zijn ze de grootste racisten. Ben je van een andere kleur, dan wordt je direct verbannen. 

Met nog veel ander moois:

Tourtje snorkelen in de Rio Prata, een van die koude heldere rivieren hier. 

En zie hoe bonito: 

Verder was er een dagje regen, die gelukkig wat verkoeling meebracht. Dit was de uitgesproken dag om weer eens goed na te denken wat we in de komende weken willen gaan doen. De vooraf bedachte planning hebben we wat omgegooid en we blijven sowieso nog een weekje in Brazilië. Denk dat je nooit genoeg kunt krijgen van dit land

Dus volgende bestemming Sao Paulo

Spotten in het Pantanal

Na Rio zetten we koers naar Campo Grande, de toegangspoort naar het Pantanal.

Campo zelf heeft niet heel veel spannends te bieden en met een 41 graden op de thermometer zat er ook niet veel anders op dan binnenactiviteiten. We kwamen toevallig bij het Pantanal Biopark terecht door een willekeurige klik van Raimon in de Uber app.

Vreemde vissen:

Maar ook mooie vissen:

In het stadspark, is het een grote capibara party:

Biertjes drinken in de lokale brouwerij:

De dag erna dus door naar het enorme moerasgebied voor wat spotting.

Het Pantanal is namelijk het grootste moerasgebied ter wereld. In het regenseizoen komt dit gebied voor 80% onder water te staan. Maar we zijn er in de winter en dat is hier het droge seizoen. De waterstand is dan ook erg laag en het gebied snakt naar de regen. Temperaturen lopen hier ook op tot 40 graden en dat dus in de winter..

We hebben een tour geboekt met Pantanal Discovery voor 4 dagen en 3 nachten in de Jungle Lodge.

Aan activiteiten geen gebrek. Met onze top gids Ronny Anaconda (waar deze bijnaam vandaan kwam, is ons niet geheel duidelijk, misschien ook maar beter…)

Ronny, is die met de roze pet😉

Piranha vissen; Raimon’s trotse catch was nog een beginnende puber en moest terug:

Bij een volwassen vangst, werd hij bereid door de kok van de lodge om op te peuzelen.

Boottochtjes in de nacht en dag, met mooie uitzichten, tig soorten vogels en andere spannende dieren als kaaimannen en reuzenotters:

Kanoën: 

Met als cherry op de pie/ kaas op de tosti/ hagelslag op de pindakaas, noem het maar op, deze moeilijk te spotten knapperd met welp:

De jaguar

Beetje paardrijden door de droge velden, het gaucho gevoel bleef wat achterwege, omdat mijn bouwhelm bij ieder draftje voor mijn ogen zakte.

Floaten, oftewel er was weinig stroming, dus zwemmen in de Miranda river tussen de kaaimannen, piranha’s en boa’s, na veel gespartel, gezeur, gegil en gelachen toch een hele ervaring:

Land safari en wandelen met het zweet op de bovenlip, tussen de billen en overal waar je het niet zou verwachten:

Hyacinth ara
Aapjes kijken

Wat het allemaal nog beter maakte was de gezelligheid van de mensen die we daar ontmoet hebben:

Next stop Bonito!

Rio de Janeiro, waar alles samenkomt

Eigenlijk is onze reis begonnen in deze stad, 3 dagen was een mooie start, maar veel te kort, gelukkig konden we na Ilha Grande nogmaals 3 dagen terug. Genoeg? Nog lang niet. 

Nog nooit zo veel afwisseling gezien in een stad. Een stad waar de jungle en de zee in elkaar overgaan, en waar de bewoners kleurrijk en trots langs de bekende stranden flaneren. Maar ook een stad met enorme verschillen tussen arm en rijk. 

Geen stad in Brazilië telt zoveel favelas en het is tevens de enige waar deze zich ook voor een deel in het centrum bevinden. 

Een heel groot deel van de inwoners van Rio woont in zo’n favela. De taxichauffeur, de kapper, de barman, de kassière allemaal beroepen uit de middenklasse waarvoor het hier niet weggelegd is om uit een favela te komen. Deze wijken worden beschermd en gerund door de drugsbendes, die voor rust en veiligheid zorgen voor hun inwoners. Daar waar de politie de macht probeert terug te pakken (zoals tijdens WK 2014), gaan de misdaadcijfers omhoog in de wijken en vooral het huiselijk geweld. De bewoners voelen zich, naar horen zeggen, beter/ veiliger bij deze bendes, dan bij de bij ons zo vertrouwde politie. 

Dus, waar zal ik beginnen

Allereerst de stranden, de bekendste van de wereld, de Copacabana en Ipanema , maar er zijn nog veel meer. Je kijkt je ogen uit, surfers, joggers, kraampjes, strandbarretjes, billen, billen en nog eens billen. Grote billen, kleine billen, hoe je ze maar wilt, je zult ze vinden. Het algemene beeld dat we hebben is dus waar. Aan blote billen in kleine bikini’s geen tekort. Veel drukte, gezelligheid, muziek, lachende en zingende mensen, hier voel je je meteen thuis:

Christus de Verlosser (Cristo Redentor), hoog uitkijkend over de stad, aan de voeten van deze cristo een berg begroeid en bewoond door het jungle leven:

Selaron stairs, de bekende kleurrijke trappen van Rio. Vooral onderaan is de drukte te vinden, de wat luier aangelegde toerist, neemt zijn foto van onderaf en zet zijn weg weer voort naar een volgende snelle shot;

Onder aan de trap
Paar treden omhoog

Kleurrijk Santa Teresa, met het trammetje:

De bibliotheek:

De, hoe zal ik het netjes verwoorden, “bijzondere” kathedraal. Al was de binnenkant toch redelijk indrukwekkend:

We hebben nog een fietstour gedaan, wat leuk is voor de bijkomende informatie. Maar wat je ook prima zelf kunt doen aangezien ze op elke hoek van de straat deelfietsen te vinden zijn. 

Een van de hoogtepunten was de foodtour (eigenlijk altijd bij ons), enorm gezellig, leerzaam en vooral lekker:

Over veiligheid in Rio wordt veel gesproken, maar we hebben ons geen moment onveilig gevoeld. Maar we zijn dan ook wel in de avonden alleen in de veilige wijken als Copacabana, Leblon en Ipanema gebleven. In andere wijken zal het vast anders zijn in de minder drukke avonduren. 

Wat een geschenk uit de hemel in Rio is, is het vroeger veelbesproken bedrijfje genaamd Uber. Dit maakt het reizen zo makkelijk en trouwens ook goedkoop hier. In Amerika is het handig, maar hier is het hemels. App openen en ja hoor, over 1 minuut staat er alweer een met een glimlach voor de deur. En de prijzen zijn zo laag, dat je je er bijna voor schaamt. 

Deze stad is niet in 6 dagen te bekijken, zelfs niet in 2 weken. Er zijn zoveel hikes te maken, nog zoveel delen te bezoeken, nog zoveel meer te genieten op de stranden.. met andere woorden, in de bekende quote van een robot/man, die uit een verre toekomst kwam…“we’ll be back” 

Op naar Campo Grande en het pantanal

Slowing down op Ilha Grande!

Na 3 dagen Rio (hierover later meer), zijn we doorgegaan naar Ilha Grande.

Na de laatste werkdag konden we zo goed als meteen de backpack inpakken en vertrekken richting luchthaven. Dus een onthaast en afschakel moment was wel nodig. Weer het gevoel krijgen dat niks hoeft maar alles kan. Dus even niks, nada, noppes en alleen maar chillen met die billen.

Ilha Grande moest dit gaan bewerkstelligen voor ons. En dat is haar meer dan gelukt! 

Het eiland ligt zo’n 2 uurtjes rijden en een half uurtje boten van Rio. De naam spreekt voor zich, het is het “grootste eiland” van het archipel Angra dos Reis. Op dit mooie eiland zaten vroeger de zwaarste criminelen van Brazilië opgesloten. Hopelijk voor hun hadden ze “a room with a view”.

Nu staat het op de UNESCO Werelderfgoedlijst, alleen kleinschalig toerisme is toegestaan Er is geen bestrating, dus ook geen ronkende auto’s of opgefokte brommers. Je zal het hier moeten doen met de benenwagen, de doodgewone fiets (je weet wel zo een waar jezelf heel hard bij moet trappen), of de watertaxi. 

Eigenlijk bestaat het eiland uit een grote jungle:

met vele strandjes met helderblauw water rondom:

Allemaal verbonden met wandelpaden, waar veel moois te zien is:

Met het gezellige Abraão als hoofddorp, veel leuke pousadas om te overnachten, en genoeg keuze aan lekkere restaurants:

Zelf sliepen we in een klein huisje, met alles wat we nodig hadden; bed, ijskast, hangmat en veel vogeltjes in de tuin:

En….. deze knappe prins als huisvriend:

Het was dus een weekje van mooie wandelingen en al Caipirinha drinkend genieten op de rustige stranden hier. 

En om de strand sleur wat te doorbreken, leek een tochtje naar Gruta do Acaiá ons een strak plan.

De grot ligt 8 meter onder zeeniveau, daar waar het zeewater binnenkomt, komt ook het zonlicht mee, wat een mooi neon-achtig licht brengt in de grot. 

Met geen idee hoe deze grot eruit zou zien en met de hoop op maatje mergelgrot in de St. Pietersberg gingen we op pad. 

Met de helm die we op moesten zetten, zou misschien al een belletje kunnen zijn gaan rinkelen.., maar nee hoor, ik voelde me trots als een echte speleoloog. We klommen een paar meter naar beneden met een ladder en onderaan begonnen de zorgen. Een spleet van zo’n 40 cm, waar je je al liggend op je rug doorheen moest wurmen, verstand op 0 en gaan met die banaan. Een meter verder had deze banaan een hartslag van zo’n 200. Ik keek naar links, geen weg meer terug, er lagen al 2 mensen naast me de weg te blokkeren. Dus, door in de hoop op een snelle afloop. Na, in mijn gedachte tientallen meters verder (maar naar alle waarschijnlijkheid 4 meter verder), kwamen we in de “ruime” hal van waaruit de neon spleet te zien was, de “ruime” hal bleek ook maar 60 cm hoog te zijn. Raimon keek me aan, zag mijn rood aangelopen gezicht, knipte snel een foto van de rot(s) spleet en bracht me gauw weer terug in veiligheid.

De spleet

En wat nog het zorgwekkendste is, is dat ik als vermeende avonturier de enige was die last hiervan scheen te hebben… hopelijk loopt dat avontuurlijke ook wat losser.

Het eilandleven zit erop voor nu, terug naar de stad

Backpacken voor bejaarden

Het is alweer 8 jaar geleden dat we de sprong waagden om een jaartje rond de wereld te trekken. Toen al niet de jongste onder het backpack volk,….

Nu, dus 8 jaar later en een paar kwaaltjes, rimpels en ouderdoms aandoeningen rijker, kriebelde het weer… we hebben nog zoveel niet gezien, er staat nog zoveel op de bucketlist. 

Toen; nog “jong en onbezonnen”:

Nu; “ouder en nog net niet versleten”:

Altijd blijven sparen voor t geval dat de behoefte naar een nieuw avontuur te groot werd. En die behoefte die kwam nog niet zo lang geleden. Na wat wikken en wegen, en vooral; hoeveel budget is er eigenlijk? Een half jaartje moet ons zeker gaan lukken, dus een grote GO!!!! 

Met het eerste ticket naar Rio op zak gaan we de uitdaging weer aan.

Beetje roestig in het bloggen, maar zal vast losser gaan lopen… hoop ik voor jullie.

Tot in Rio!!