Voor niemand is het een verassing als ik zeg dat Nepal vooral bekend staat om zijn hoge bergjes. Maar wat als je nou niet van wandelen en berg beklimmen houdt. Ben je liever lui dan moe, dan zou ik zeker een andere vakantiebestemming als Nepal kiezen. Buiten de Himalaya en de vele buitenactiviteiten, zijn er naast het Chitwan national park, waar je met een beetje geluk tijgers kan spotten, niet veel andere highlights. De hoofdstad Kathmandu is wel een bezoekje waard, het heeft best sfeer, is enorm stoffig en na de aardbeving in 2015 ligt hier helaas nog veel in puin. Ook de wegen die door het land lopen vertonen nog vele scheurtjes. Maar de Nepalezen zijn super blij met iedere “ramp” toerist. Toerisme en water blijven hun grootste inkomstenbronnen, dus ze zien je graag komen en dat voel je ook.
De bevolking is echt heel vrriendelijk (op die ene doorgedraaide Nepalees na), iedereen wenst je een goede dag in de vorm van Namaste (wat: ik buig voor jou betekend) en ze lijken het ook nog te menen. Wat ook een hele verademing is, je wordt niet lastig gevallen op iedere straathoek door een verkopertje die je wat probeerd aan te smeren, alles gaat er erg relax aan toe voor ons. In het hoogseizoen is het misschien een heel ander verhaal, maar ja in het hoogseizoen is alles een ander verhaal….

Dat brengt me dan bij de seizoenen, het hoogseizoen loopt van maar7t tot en met mei en oktober en november.
In de maanden juni, juli, augustus is de mouson, het is dan te gevaarlijk en te nat om de bergen in te gaan, een ‘no go’ dus. In december, januari en februari is het, net als bij ons, winter, dat wil dus zeggen, koud, heel koud in de bergen!! Het seizoen waar wij als “ijskoninginnen” voor kozen. Ook staat er in dit seizoen niet veel in bloei, beetje dorre boel dus, vooral de rijstvelden. Wat wel een grote plus is, is dat het allesbehalve druk is, je komt uren niemand tegen. Naar horen zeggen is het in het hoogseizoen het andere uiterste en loop je als slome treintjes achter elkaar aan, tuuttuut. Ik kan me goed voorstellen dat er dan veel vooraf gereserveerd moet worden, richting basecamp zijn er bar weinig theehuisjes om in te overnachten…
In Nepal leeft het geloof heel erg, het hindoeïsme heeft de groostse aanhang met 81% waarna het boeddhisme met 9% volgt (Nepal is het geboorteland van Boeddha). Die 2 godsdiensten gaan goed samen en
ze hebben door de jaren heen met en met tradities en bijvoorbeeld feestdagen van elkaar overgenomen. Veel feestjes dus. Wat alom bekend is en overal een vrolijke noot geeft zijn de mooi gekleurde vlaggetjes die echt overal hangen. Ze hangen er niet bepaald voor decoratie, eigenlijk zijn het Tibetaanse gebedsvlaggetjes, uit het boeddhisme, die waarschijnlijk overgenomen zijn door de Nepalezen. Hier worden gebeden en mantra’s op geschreven. De 5 verschillende kleuren vlaggetjes geven de 5 elementen weer. Ook wij zijn allemaal huiswaarts gekeerd met het nummer 1 souvenier, vlaggetjes.
De Annapurna trekking, was super gaaf en zeker een aanrader, hij was goed te doen en niet al te zwaar. Onderweg valt veel moois te zijn, heel veel schattige hondjes (ohhh ik had ze wel allemaal mee kunnen nemen), de “heilige koe”, de minder heilige waterbuffel, speelse aapjes en langsdenderende ezels. Wat de hele 10 dagen zo zwaar maakt zijn de lange avonden zonder verwarming en daarna 10 dubbel gelaagd als een ietwat ruikende ui je slaapzakje in. Net warm, dan wilde de met thee gevulde blaas je weer niet met rust laten. De thee die zo hard nodig was je warm te houden. De wc’s waren weer alla hurken en bij de schaarse westerse toilet werd de squat beweging “highly recommended” om zo de billen uitslag-vrij te houden. Een warme douche is zo goed als niet te krijgen, en mocht er een zijn dan is het rennen voor dat beetje warm water. Als bepakkingstip staan vochtige doekjes ver bovenaan, voor pesoonlijke en materiele hygiene.
Het eten is in Nepal niet echt om over naar huis te schrijven. Gelukkig is er in de wat grotere plaatsen veel variatie qua keukens. Vooral Indiaas en andere Aziatische gerechten. Het typische gerecht uit de bergen is Dal Bath, waar hier niemand genoeg van kan krijgen. Ze eten 3 keer per dag dit gerecht, dag in dag uit. En ze blijven het aanbidden. Het is een erg voedzame schotel bestaande uit rijst, linzen pap (meer dunne soep), curry, pickles, en soms een eitje of een ranzig ruikend stukje papadum. We hebben 2 versies geprobeerd, maar die Dal Bath verslaving laten we even links liggen. Door de hoge kosten van vlees wordt het weinig gegeten en is de omloopsnelheid dus erg laag, er wordt dan ook afgeraden om vlees te bestellen, vooral onderweg op je trekking. In ieder theehuisje stond precies hetzelfde op het menu, maar eigenlijk waren de gerechten best te doen. Vooral veel tonijn uit blik en de typisch nepalese gerechten pizza en pasta waren goed vertegenwoordigd.
Conclusie: zeker doen! Zo’n mooi uitzicht als beloning voor een uitputtende tocht maakt het extra speciaal.
Het afzien hoort gewoonweg bij deze bijzondere ervaring, de waardering wordt vele malen groter. Ook ben ik heel blij dat het samen met mijn vriendinnetjes heb mogen doen, afzien zonder veel te lachen zou een echte geestelijke sloping zijn geweest.
Nepal is mooi en er wonen vooral lieve mensen, ik geeft het geheel een 7. Maar had de ervaring nooit willen missen.