On y va! Op naar de top van de wereld, okay okay ik overdrijf een beetje, de hoogste berg (Mount Everest, 8850m) wordt ingeruild voor de Annapurna South (7220m) en de piek wordt ingeruild voor base camp (4130m). Klinkt in ene keer niet meer zo spectaculair maar wordt toch als een hele prestatie gezien en ondervonden door groepje Himalaya Bitches.
“The story”:
Dag 1, gids 1:
Bepakt en bezakt vertrokken we aan ons avontuur. Ook weer niet helemaal waar, het meeste werd bepakt en bezakt door de sherpa’s die we ingehuurd hadden en die 16kg van onze sjwik moesten dragen. Het is trouwens ongelooflijk hoe snel je aan die 16kg komt. De helft van de tassen waren gevuld, met onze overlevingspakketten, bestaande uit mueslibars en een stuk of 40 noedelsoepjes, die natuurlijk levensreddend zouden zijn mochten we ondergesneeuwd raken in the middle of nowhere en we toch toevallig een Yeti met kampvuurtje tegen zouden komen die in een pannetje wat ijswater voor ons zou kunnen warmen. Levensbehoefte nummer 1 dus!
De eerste dag was een fijne rustige dag, niet te lang gewandeld, het zonnetje scheen, onze gids Biznu wat leren kennen, pastieske gedronken (ook weer zo’n gevalletje van eerste levensbehoefte).
Dag 2, gids 1:
7000 oneven trappen, wie bedenkt nou zoiets? Nooit geweten dat de Himalaya voor een groot gedeelte uit trappen bestond. De ochtend begint dus met 7000 trapjes, van het uitzicht werd nauwelijks genoten aangezien de focus op de oneven trappen moest liggen om niet al struikelend op de 2de dag een einde te moeten maken aan de trek. Eenmaal boven konden we genieten van jawel wederom mist en dorre bruine rijstvelden. De trappen eindigde boven helaas niet, maar de Nepalese bevolking was gewoonweg vanaf daar gestopt met tellen. Gelukkig heb ik laats gelezen dat ik een mooi gevormd achterwerk zou kunnen creëren door middel van veel trappenlopen. Kom maar op met die trappen dus!
Eenmaal aangekomen in het hotel drinken we een biertje, geen vuiltje aan de lucht. Maar dan….. uit het niets slaat onze gezellige gids om van een aardig persoon in een of andere gefrustreerde dronken gek. Hij beschuldigd en verwijt ons van van alles en nog wat, hij schijnt het niet meer te zien zitten. Eigenlijk wilt hij niet meer met ons verder en komt met 100 en 1 manieren om ons te kunnen lozen. We zouden bijvoorbeeld makkelijk wel zelf de weg kunnen vinden…., of misschien konden we wel met de Sherpa’s verder mee op pad…. Dit was natuurlijk geen optie voor ons aangezien we serieuze duiten betaald hadden voor dit zonnetje. Verslagen en bewapend vergaderen we op onze slaapkamer over hoe nu verder. We kunnen niet slapen, Hij heeft ons allemaal hartstikke bang gemaakt met zijn manier van doen en spreken. Gelukkig hebben we nog een beetje bereik om contact met de organisatie te zoeken. Onze zaaten Dre blijft in en uit lopen op onze slaapkamer met zijn, alla “the Shining” achtige “Here’s Johnny” grijns, doet de lichten uit en sluit ons zelfs een keer op. Wat zeker ook niet hielp in deze was dat we ziels alleen in dit enorme theehuis zaten. Wij, de zatte gids, de zatte sherpa en de zatte hoteleigenaar. In de nacht komt het verlossende bericht dat een andere gids ons daar weg zou komen halen nog die nacht. Binnen 5 minuten hebben we onze spullen bij elkaar gepakt en lopen we de donkere gangen door richting onze redder in de vorm van Asis. Asis gaat de confrontatie gelukkig nog aan met de hagelen Biznu en weet zo onze trekking permits nog van hem afhandig te maken, helaas moeten we onze slaapzakjes wel achterlaten. Buiten komt na de spanning de ontlading in de vorm van waterige oogjes en een hartkloppinkje hier en daar. Maar gelukkig een veilige nachtrust.
Dag 3, gids 2:
Asis bleek ingehuurd voor een privé trekking, hij liep met een Nederlandse moeder en dochter de Poon hill loop (5 dagen). Gelukkig waren deze 2 dames erg begaan met ons en konden we een dag met hun mee om zo de tijd te overbruggen dat er een nieuwe gids voor ons zou arriveren. Om half 6 in de ochtend vertrekken we al richting Poon hill, voor dit mooie uitzicht met zonsopkomst:

De rest van de dag is het vooral glibberen op plakken ijs in de rododendronbossen (helaas niet in bloei), weer eens wat anders dan trappen lopen. In de avond verzamelen we ons rond de houtkachel van het theehuisje en gelukkig arriveert onze nieuwe gids op tijd met onze nieuwe slaapzakjes. Geen kou vannacht hopelijk.

Dag 4, gids 3:
We ontmoeten de nieuwe gids (Prasan) en gelukkig voelt het meteen wel goed en zijn we klaar voor alles wat nog gaat komen. We lopen weer door het regenwoud bergje op en bergje af, het ene moment in het t-shirtje en 5 minuten erna weer met de handschoenen aan. In de avond wacht een warme douche op ons, oh wat is dat genieten na 4 dagen van geurtjes die uit iedere porie komen. Gelukkig zijn we allemaal besmet met dit stink virus. In de avond wordt de kachel opgestookt en gaat de muziek aan. Eindelijk een avond om energie van te krijgen, we beginnen weer praatjes te krijgen.
Dag 5, gids 3:
Toen Prasan met het idee kwam om de trekking met een dag in te korten, door de andere dagen wat langer door te lopen, konden we hem bijna wel kussen van geluk. 1 dag eerder terug naar de luxe (ohoh stiekem zijn we toch allemaal wel een beetje luxepaardjes) van de stad. We zijn moe van de inspanningen en het gebrek aan slaap, maar dit laten we ons niet af nemen, we gaan gewoon tot het naadje en loodsen ons wel door een paar intensievere dagen heen. Die avond veranderd het kletsgrage 4-tal in het 4-tal niks te missen, we drinken wat thee, natuurlijk niet te veel want dat zou nachtelijke bezoeken aan het buitentoilet betekenen, en openen de e-reader nog maar eens. We trekken het zoals vele andere avonden toch weer tot een acceptabele 8 uur en gaan naar bedje.
Dag 6, gids 3:
De laatste dag tot basecamp, we zouden van 2900m naar 4130m klimmen, leek geen appeltje eitje en viel inderdaad iedereen zwaar. De laatste 500m ging voetje voor voetje, maar wat een uitzicht, omringd door die enorme bergen. Als de hoogte je adem al niet beneemt, dan doet dit nietige maar ook overweldigende gevoel het wel. Eindelijk ons doel bereikt, Annapurna base camp, met traantjes van trots in onze ogen high fiven we iedereen die maar in de buurt is. Veel gezeur, veel gezeik, maar oh wat was het het waard, wat een gevoel daarboven en wat gaaf om het samen met mijn vriendinnetjes gedaan te hebben.
Dag 7, gids 3 (begint saai te worden hè):
De wekker zetten was niet nodig voor de zonsopgang, we hadden een hondenroedel naast onze deur zitten, die er een hobby van maakte om hun jank capaciteiten te oefenen midden in de nacht (alla Jambers: overdag is het een hondje, maar in de avond ontpopt hij zicht als een ware wolf).
Vanaf nu vooral berg af! Als traktatie een groepje Langur aapjes vlak voor onze neus die zich te goed doen aan wat hoopjes gras.
Dag 8, gids 3:
We staan op en zien dat we van geluk konden spreken dat we een dag eerder op base camp waren, boven de Annapurna is het pikzwart, dat betekend sneeuw! De tocht was al zwaar genoeg zonder ook nog door een laag sneeuw te hoeven te ploeteren. Bij ons schijnt het zonnetje, aangekomen bij ons theehuisje van die nacht zouden we onze uitgeputte spieren kunnen laten rusten in de plaatselijke hotsprings. Deze optie laten we aan ons voorbij gaan en gaan, als echte alcoholisten die 5 dagen geen druppel gehad hebben, voor het terrasje met bier! Genieten!
Dag 9, gids 3:
Het einde nadert vandaag, we lopen de marathon en zitten vol energie bij de gedachte aan Pho in de avond, een westers toilet en natuurlijk een warme douche. We zijn niet te stoppen en lopen alsof ons leven ervan afhangt.
“The End”