Otavalo market

Noordelijk van Quito ligt Otavalo, hoog tussen de bergen, bekend om zijn authentieke markt met duurzame spulletjes. Het trekt veel toeristen maar ook veel locals. Mazzel dat we hebben is er ook een fiësta in Otavalo en omliggende plaatsjes, Inty Raymi, hier aanbidden ze de zonnegod. Op vrijdagavond zagen we een soort van ritueel op de markt en op zaterdag werden we gewekt door een groepje verklede, bier drinkende en muziekmakende(steeds hetzelfde deuntje op repeat) locals. CARNAVAL, waar is mijn pakje…. was mijn eerste gedachte. Nou gelukkig dat ik geen outfit gevonden had, want na dit groepje van 5 zijn we deze dag niemand meer tegengekomen in een apenpakje.

Natuurlijk een bezoekje aan deze mooiste markt van Ecuador, na 10 minuten zijn we normaal wel klaar met een markt, maar deze heeft toch zeker de dubbele tijd van onze aandacht verdiend:

Dus tijd voor een wandeling, door mooie bossen en langs watervallen, veel klauteren, we voelde ons weer 8 jaar oud;

Richting condor park, waar alle soorten roofvogels opgevangen worden die hulp nodig hebben;

In de avond is er helaas nog geen fiësta in town, dus eten we maar wat op de markt en druipen we af;

De dag erna met de bus naar het natuurpark (hier iets meer fiësta) met dit mooie meer Laguna Cuicocha:

DSC01357

Last stop in Ecuador alweer. Vanaf hier nemen we een bus richting Colombia.

 

Quito, het middelpunt van de aarde

Quito, de hoofdstad van Ecuador en 2st grootste stad van het land met 2 miljoen inwoners en is 70 km lang en 4km breed. Deze stad ligt tussen het Andesgebergte, op 2850 meter hoogte, tussen 14 deels actieve vulkanen. de stad is daarom ook al vaker herbouwd moeten worden. In 1534 toen de Spanjaarden arriveerde werd de stad tot de grond gelijk gebrand en opnieuw opgebouwd, hier is dus niks meer van het Inca rijk terug te vinden. Maar dat houdt niet in dat er niks te zien valt, je kan er je ogen uitkijken in het historische koloniale centrum. Een van de vele kerken, iglesia de la compania de jesus, is van binnen zelfs geheel bedekt met bladgoud, er is geen centimeter onbedekt. Mede door deze indrukwekkende kerk kwam Quito als eerste stad (samen met Krakau) op de werelderfgoedlijst. De stad is sfeervol, maar in de avond raden ze je af op straat te lopen en voor iedere scheet in taxi te pakken, gelukkig zijn de taxi’s spotgoedkoop. Dit is de eerste stad waar ons dit wordt aangeraden en vind ik wel een groot minpunt. Vooropgesteld moet ik wel zeggen dat we ons geen minuut onveilig hebben gevoeld in deze stad. Alle taxi’s in de stad zijn voorzien van “panic buttons”, mocht je je onveilig voelen en duw je hier op dan springen camera’s aan zodat de politie de taxi kan volgen maar ook kan meekijken in de wagen. De veiligste taxi’s van Zuid-Amerika dus.
Door de hoge ligging van de stad en slechts 20km van de evenaar wordt het ook wel het middelpunt van de aarde genoemd (dichtst bij de zon), Ecuador betekend evenaar op zijn Spaans en Quito komt uit de pre Inca tijd en betekend ook zoiets als middelpunt.

De eerste dag slenteren we door het oude centrum en doen, hoe kan het ook anders, een free walking tour, ditmaal een toppertje en we eindigen bij de lokale bierbrouwerij:

We maken een dagtocht naar de Quilotoa vulkaan met een mooi kratermeer van 250 meter diep:

Naar El Panecillo, een enorm beeld van de maagd van Quito, hoog boven de stad:

La Mitad del Mundo (het middelpunt van de aarde), ligt zo’n 20 km noordelijk van Quito. Enorm toeristisch, maar toch leuk om even te zijn geweest. Je kan er wat testjes doen en je weegt er een halve kilo minder, mooi meegenomen. We hebben zelfs een stempel in ons paspoort gekregen, maar dat is tegenwoordig overal te krijgen:

 

Aapjes spotten in de jungle

Vanaf de Galapagos vliegen we naar Quito waar we diezelfde avond in de nachtbus, richting Lago Agrio, stappen. Vanuit Lago Agrio vertrekken we richting een van de meest dichtbegroeide jungles van de wereld. Het gebied heet Cuyabeno en is een deel van de Amazone. We zijn maar met zijn tweeën deze dag en vertrekken meteen op een tour in een longboat om beestjes te spotten op de rivier. We kijken meteen onze ogen uit, wat is de jungle mooi, zo groen! We spotten vooral veel soorten aapjes (kapucijn, doodshoofd, titi, brul en nog enkele soorten aapjes) en mooi gekleurde vogels zoals ara’s en toekans).

Dik 3 uur, veel indrukken en een harde kont verder komen we bij onze lodge aan voor de komende 4 dagen. Een beetje luxe in de jungle, mooie privé kamers (met af en toe een extra huisgenootje in de vorm van een kikkertje) en een fijn restaurant met bar. Geen wifi, 4 uurtjes stroom per dag en geen warm water, maar toch voelde het als enorme luxe in deze overweldigende jungle. Rond de lodge vinden we meteen een enorme boa van zo’n 2,5 meter lang en een tarantula.

De tweede dag gaan we weer als duo groep op pad met onze gids Pedro. In de ochtend vogels spotten vanuit de boot, weer veel kleuren en weer veel namen die ik niet kan onthouden. Oh wacht stinky turkey en de kingfisher, toch nog 2 van de 50, geen slechte score toch, die rum werpt toch zijn vruchten af.

Vervolgens een wandeling, we leren veel over alle plantjes, mochten deze thuis ook groeien (en ik de namen onthou) dan zou ik al jullie kwaaltjes kunnen genezen.
Ook zien we veel miersoorten, zo’n interessante wezentjes, maar kunnen hier ook erg gevaarlijk zijn en zo’n halve pink groot worden. Spinnen wederom in overvloed in alle maten en kleuren.

Verder kanoën we voor 3 uurtjes over het meer en de rivier. Aan de lijst kunnen we toevoegen roze dolfijnen, luiaards (wel erg hoog in de boom), veel meer aapjes en vogels.

In de avond komt er een groep van 5 aan bij de lodge wat zich bij onze “groep” aansluit. Een Nederlands super leuk gezin, pap Leo, mam Hilde en dochter Sam en de Amerikaanse Ken en Chinese Jelly (of misschien was haar westerse naam wel Jerry (wat niet slim is als je de “r” niet uit kan spreken)), deze laatste combinatie had zich 3 weken geleden via internet ontmoet en waren nu samen op reis. We doen nog een nachtwandeling en zien hoe een bananenspin een tarantula verorberd, een miereneter, nachtaapje, nog meer spinnen, wandelende takken en wat boomkikkertjes.

We vertrekken in de ochtend voor een cultureel uitstapje (waar niemand echt zin in heeft, want dieren spotten was ons doel), een of ander authentiek dorp waar we ons eigen yuca (cassave) brood bakte, wat ook nog eens niet echt te eten was.

Maar rond 4 uur gaan we richting het meer voor wat kaaimannen en anaconda spotting en voor de sunset. Ineens loopt de spanning hoog op achter in de boot en blijkt Jelly de diamanten ring (2000$), gekregen van Ken, expres in de Amazone gedropt te hebben. Enkele momentjes later ligt Jelly net als de ring ook tussen de kaaimannen, onze dappere Hilde vist haar uit het water en we gaan gewoon verder met spotten alsof er niks aan de hand is, met de als dood spelende Jelly voorin de boot en de vloekende rum drinkende Ken achterin. Dit stel zal na 3 mooie weken een punt zetten achter hun relatie. Helaas heeft zelfs het in het water gooien van Jelly er niet aan bijgedragen dat we kaaimannen laat staan anaconda’s gespot hebben.
Na “paranoia” Ken beloofd te hebben om af en toe bij hem te komen kijken, om te checken hij nog leeft en niet door “crazy” Jelly van het leven beroofd is, zijn we allemaal lekker gaan slapen.

Het regenwoud zou het regenwoud niet zijn als er geen regen zou vallen natuurlijk, dus mochten we op de laatste dag toch nog genieten van een enorme plensbui (helaas geen foto’s van). Dit tijdens onze 3 uur durende tocht op de boot terug richting Lago Agrio.

DSC01134

Galapagos, San Cristobal

Uitgerust en zonder koppijn komen we aan op San Cristobal, op dit eiland is weer een stuk meer te doen, vele barretjes, restaurantjes en hostels. Waar je op de andere eilanden struikelde over de zeeleguanen, ligt op dit eiland echt letterlijk ieder strand vol met zeeleeuwen. In het water is het super leuk om met ze te zwemmen, zijn ze nieuwsgierig en willen ze spelen. Maar aan land zijn ze een stuk chagrijniger, ze waggelen soms in een sneltreinvaart achter je aan met ontblote tanden en vals gegrom. Je kan uren naast zo’n schatje liggen op het strand maar de liefde kan ook in een keer over zijn, opletten dus voor de schattige zeeleeuwtjes. In de avond komen ze allemaal aan land en vooral rond de haven is het een kabaal van jewelste. Hun geluiden lijken op grommen en keihard boeren. Een slaapplek daar in de buurt is niet aan te raden.

Natuurlijk weer veel wandelen en nog meer snorkelen:

We hebben hier de 360 graden toer gedaan. De toer gaat rond het hele eiland en je snorkelt 3 keer. Verder dolfijnen gespot, red footed boobies, ja, die bestaan ook en nog veel meer:

kicker rock (bekendste duik/ snorkelplek van het eiland):

Zelfs in een deel van 20 bij 10 meter met een stuk of 10 white tip sharks van een metertje of 2 gezwommen. Zoooo cool:

Sunsets op playa Mann tussen de zeeleeuwen:

En na 9 dagen zit ons Galapagos avontuur erop. Het stond hoog op het lijstje en staat nu nog hoger wederom op de nog langere lijst. Tot wederzien!!!

Galapagos, Isla Isabela

Grauw en regenachtig weer had ik verwacht op de Galapagos, veel foto’s op internet geven grijze lucht en rotsachtige eilanden. Wat hebben we een geluk gehad, zon zon zon, palmboompjes en mooie stranden. Snorkeltje op en hop tussen de visjes zwemmen, handdoekje uitleggen en opdrogen tussen de zeeleeuwtjes.

Isla Isabela it is, het is het grootste eiland maar er wonen veel minder mensen (2.200) dan op de andere 2 hoofdeilanden. Alle van de 13 eilanden (en nog 110 ieniemini eilandjes) zijn ontstaan door vulkanische uitbarstingen liggen zo’n 1000 km uit de kust van Ecuador. Er zijn trouwens maar 4 van de 13 eilanden bewoond en dit zijn dan ook de enige die je tijdens een “do it yourself trip” kunt bezoeken. De haven van Isla Isabela is al meteen een stuk rustiger en heeft nog veel meer dat eilandgevoel. Het plaatsje puerto Villamil is klein en een pinautomaat is er bijvoorbeeld niet te vinden in tegenstelling tot Santa Cruz waar alles voorhanden is.

Hier hebben we vooral veel zelf gesnorkeld, je kijkt je ogen uit onder water, de pinguïns, zeeleeuwen en zelfs de manta’s vliegen langs je:

Toertje los Tuneles (wederom snorkelen), hier hebben we zeepaardje gezien, helaas nemen die misselijke de kleur van hun omgeving aan dus het leek meer op een stok. Veel haaien en enorme zeeschildpadden kwamen voorbij. Ook hebben we de typische vogel van hier gespot; blue footed booby (blauwvoetgent):

Fietsen naar de wall of tears (gebouwd door de gevangenen die destijds op het eiland leefde) met onderweg veel te zien:

De overtocht van Santa Cruz naar Isla Isabela duurde 2,5 uur en was heel heftig, de zee was zo ruw dat het bootje constant keihard op het water kaatste. Raimon met zijn zeeziekte en ik met een inmiddels opgelopen koppijn hadden al gauw de beslissing gemaakt om dit ritueel niet te herhalen. Van Isla Isabela naar San Cristobal zou sowieso ook nog eens een dubbele rit betekenen (5 uur)en een hele dag onderweg zijn. De $90 pp extra en dit uitzicht waren het meer dan waard.

Galapagos, Santa Cruz

Eindelijk, we gaan naar de Galapagos, hoog prijkte het op ons lijstje en die dag is eindelijk aangebroken.

De keuzes zijn, of een dure cruise of een “do it yourself trip”, aangezien we helemaal niet van groepsverbandjes houden en we ook wat op de duiten moeten letten is de keuze gauw gemaakt.

Vanuit Guayaquil vliegen we naar Baltra (eilandje boven Santa Cruz wat alleen als vliegveld dient) en vanuit daar door met de ferry naar Santa Cruz en bus naar het havenplaatsje Puerto Ayora.
Mijn eerste indruk van het eiland, en dus van de Galapagos, viel wat tegen aangezien er echt bij lange na niet alles aan gedaan wordt om dit eilanden op en top te houden. Alle voertuigen lopen op diesel, met die bijkomende stank. Er ligt troep langs de wegen (okay niet alla de rest van Zuid-Amerika, maar ik had gehoopt op spik en span). Ook had ik geen uitheemse dieren verwacht, maar bijvoorbeeld katten, koeien en honden in overvloed, de laatste die ik normaal zo vertederend vind, zijn hier op de eilanden de grootste bedreiging voor bijvoorbeeld de schildpad en leguaan, ergens hebben ze de plank misgeslagen. De douane check was aan de slappe kant, in Nieuw-Zeeland en zelfs Argentinië en Chili maken ze het je moeilijker om het land in te komen.

Maar goed, we stappen de diesel meurende bus uit in Puerto Ayora en zijn meteen alle zorgen vergeten. Vanaf dat moment heb ik 9 dagen in een droomwereld geleefd waar je het gevoel hebt dat je gewoon een deel van het dierenrijk bent. mens en dier zijn gelijk.

Santa Cruz is het dichtst bevolkte (15.000 inwoners) eiland van de Galapagos en vanuit hier gaan alle boten naar de andere eilanden Dus je reist altijd via dit eiland. De havenplaats is leuk en alle tours of cruises kunnen vanuit hier geboekt worden. Maar er zelf op uitgaan is ook erg makkelijk en er valt genoeg te zien.

Met de taxiboot naar Las Grietas:

Charles Darwin research centre:

Lopen naar Tortuga bay en playa Mansa, lekker kajakken tussen de white en black tip sharks, enorme zeeschildpadden en pijlstaartroggen:

We hoorden dat die andere eilanden nog veel beter moesten zijn….. dus vamos op naar Isla Isabela.

 

Recap Peru

Peru heeft natuurlijk enorme hoogtepunten in zijn pakket zitten. Van het mystieke Machu Picchu, de ruige natuur van de Andes tot de beroemde Nazca lijnen. Door deze hoogtepunten stond Peru sowieso op onze “must visit” lijst. En naderhand gebleken zeker terecht. Het heeft de Andes, de jungle en amazone, de woestijn, mooie koloniale steden, veel cultuur, maar ook zon, zee, strand. Het hele pakket voor een afwisselende reis.

Het vervoer in Peru is goed geregeld en redelijk veilig, je hebt veel busmaatschappijen waaruit je kunt kiezen voor de langere afstanden. Van super cheap naar enorm luxe. Wij luxe paardjes hebben meestal voor de optie Cruz del Sur gekozen. Je zit in grote fauteuils, die je 160 graden kunt kantelen…. over die 160 graden heb ik nog mijn twijfels maar goed ze zijn redelijk comfortabel. Je wordt voorzien van voedsel waar je zelfs je voorkeur over mag uitspreken. En “last but not least” iedereen heeft zijn eigen entertainment apparaatje met, alla vliegtuig, keuze mogelijkheden (helaas zijn de films wat meer gedateerd).  De temperatuur in de bus kan zo onaangenaam worden als 30 graden heet tot 10 graden koud, dit hangt waarschijnlijk af van de gesteldheid van de stewardessen (of hoe je deze ook mag noemen in een bus). Deze luxe bussen zijn natuurlijk ook een stuk duurder, je moet denken aan zo’n 2 euro per uur dat je erin zit, waarbij de goedkopere versie de helft zal zijn. Verder zijn er ontelbaar veel taxi’s te vinden die je graag vervoeren op kleine of grote afstanden. Alleen ff de prijs van te voren overeen komen, meters bestaan niet. Zelfs de geliefde tuktuk is op veel plaatsen niet weg te denken. Binnenlandse vluchten zijn in Peru wel redelijk prijzig vandaar waarschijnlijk deze luxe bus versies.

We zijn ondertussen al maanden eraan gewend dat we met zijn tweeën reizen. Met af en toe wat nieuwe mensen die komen en gaan. Dit maakt je natuurlijk erg flexibel, over het algemeen is het super leuk, maar af en toe kunnen we elkaar wel achter het behang plakken, de koppen inslaan of komen nog ergere gedachten langs. Na mams die in januari 2 geweldige weken met ons op pad is geweest, was Peru het land waar Claire en Simone ons vergezelde. Toch wel een beetje spannend aangezien we buiten wat weekendjes weg nog nooit zo lang samen waren geweest. We hebben veel samen gedaan, maar zijn ook onze eigen kanten op gegaan, wat het reizen met hun heel gemakkelijk en relaxt maakte. Het is zo leuk om een deel van je reis te kunnen delen met vrienden en familie. En iedere dag afsluiten met een drankje en goed gezelschap is toch het beste wat kan gebeuren!

Peru staat bekend om de beste keuken van Zuid-Amerika met Lima als de food capital. Van wat we tot nu toe geproefd hebben van Z-A kunnen we dat zeker beamen. In het zuiden proefde je al goed het verschil met de smaken van Bolivia. Veel meer gebalanceerd en gekruid. Wel nog altijd veel aardappelen en rijst. Een menuutje is ook in Peru makkelijk voor €2,5 te krijgen en smaken echt wel goed. Heb je wat meer te besteden dan gaat een wereld voor je open. Sterrenrestaurant niveau voor een tientje is heel normaal. Het water loopt me alweer uit de mond. Van Lima and up werd het echt genieten. Verse ceviche uit de zee, in een gezellig restaurantje voor zo’n 7 euro, of het lokale marktje voor zo’n 1,50. Ohhh wat een feest. In Lima smaakte alles watertandend goed. Ze zeggen hoe noordelijker je komt in Peru dat het zelfs nog beter wordt…. wat Mancora betreft kunnen we dit wel beamen. Dus we moeten zeker terug om meer van het noorden te ontdekken!!

De Peruanen zijn best aardig en worden vriendelijker naarmate je naar het noorden gaat. Engels wordt er niet veel gesproken buiten het toeristen circuit. Ze hebben een mooie geschiedenis en ze zijn erg trots op hun Inca voorouders. Tradities worden hier alweer wat minder vaak gehandhaafd dan in Bolivia en hel lijkt zeker weer veel westerser. Dit zal vooral door de grote toestroom toeristen komen en het iets rijker worden van het land hierdoor.

Peru krijgt door zijn afwisseling en zijn heerlijke eten een 8,5 we willen er zeker een keer terug om meer van het noorden te zien. Wat in principe dus nog de helft van het land betekend.

 

Mancora, zon & huiskamerconcert

Na het afscheid in Lima gaat onze weg in noordelijke richting, op weg naar Ecuador. Maar eerst tijd voor een paar dagen strand. Sinds Bali (toch zo’n al 4,5 maand geleden) hebben we niet meer rustig langs een strandje gewandeld en wat gezwommen. Vanuit Lima nemen we de 19 uur durende nachtbus naar Mancora (wat is het toch een groot land), in het verre noorden van Peru. Het staat bekend als de jetset strandbestemming voor de rijkere Peruanen. Ze hebben er inderdaad wel wat luxe hotels maar probeer het zeker niet te vergelijken met een Cote d’Azur. Mancora ligt in de provincie Piura, waar “El Meganiño” 3 maanden geleden toesloeg met heftige overstromingen en waar de dengue uitbraak nu groot is. In Mancora zelf is niks meer te merken van de overstromingen of die ellendige muggen. Dus no worries deze dagen staat alleen verveling op het programma.

Ons verblijfje was een leuk bungalowtje met een privé zwembadje (privé omdat er geen andere gasten waren). Onze kamer ruim en schoon, maar dan…… in mijn ooghoek een vieze, duimgrootte, kruipende, kakkerlak ogend insect. En ja hoor niet een, niet twee, geen drie maar wel 50 stuks op de grond en muren. Het leek wel die ene van de 10 Egyptische plagen. Zo bleek in Mancora geen dengue uitbraak te zijn, maar een krekel plaag. In iedere hoek van het dorp zaten ze. Overal “mooie” krekelconcerten, inclusief ons privé huiskamerconcert in het bungalowtje dat ons in de nacht wakker hield. Dus iedere ochtend, middag en avond waren we even niet bezig met verveling, maar waren we op krekel jacht.

Het weer, het strand, de bevolking en het eten maakte gelukkig alles weer goed. Iedere dag ceviche op de markt en in de avond een gerecht met gerookte tonijn en quinoa risotto. Beste en meest verse tonijn “we ever had”. De rode tonijntjes worden hier zo uit de zee gehengeld en op je bordje gedrapeerd. Wat wilt een mens nog meer?

Het Peru avontuur zit er alweer op, we zetten koers naar Ecuador.

 

Afscheid in Lima

Een moeilijk moment is aangebroken, onze laatste stop samen; Lima. Hoofdstad van Peru en tevens food capital van heel Zuid-Amerika. Het toeval wil dat we nou net allemaal food addicts zijn die nooit genoeg van lekker eten krijgen. Eigenlijk is onze vriendschap, voor een groot deel, op samen eten en drinken gebaseerd. Dus de ideale plek om de laatste dagen samen door te brengen en nog even te genieten.

We verwennen onszelf en brengen de laatste 3 dagen door in een appartement in Miraflores (de veiligste en meest toeristische wijk van van Lima). Het appartement ligt op de 19de verdieping en we hebben “uitzicht” op zee, voor zover dit kan in deze periode in de Lima. In de maanden juni tot en met september is het hier altijd grijs en mistig, dit wordt garua genoemd. Wel warm, maar helaas geen zwem weer. Wat erg jammer was aangezien we een “rooftop” zwembadje hadden.

Er waren niet veel hoogtepunten voor ons in Lima die we perse wilde bekijken. Het programma voor deze dagen zou bestaan uit eten, eten, eten, plezier, paragliden en een free tour door het oude centrum van Lima.

De eerste 4 punten zijn aardig gelukt. Ohhh dat eten is echt ongeëvenaard, first stop “hemelse” ceviche:

En hoe kan het ook anders een food tour door deze “smaakvolle” stad (in de hippe en eigenlijk leukste wijk Barranco), het ene gerecht nog meer ster waardig dan het andere. Wat kunnen ze hier met smaken omgaan zeg!! We aten onder andere; causa op verschillende manieren:

anticucho, koeienhart (eigenlijk echt wel heel lekker met een goede structuur):

Etc, om te eindigen in de wijnbar:

Simone had op haar “Lima” lijstje paragliden staan en aangezien ik de laatste tijd toch de “braveheart” aan het uithangen ben wilde ik wel mee. Ik zag me wel van zo’n klif af denderen vlak voor de kust. Dus we reserveerde een tripje via internet. Op de foto’s zagen we wel iets van zijwieltjes onder de passagiers, wat naar onze mening waarschijnlijk voor de bejaarde of invalide paragliders onder ons gebruikt zou worden, maar zeker niet voor ons luchtpiraten. De dag van de waarheid brak aan en we gingen op weg naar ons grote avontuur. Beetje gezonde kriebels in de buik… haha we zien weer zo’n bejaarde de lucht in gaan!! Maar de twijfel slaat toch wat toe… na nader onderzoek van ons oplettende oog bleek dit helemaal geen bejaarde te zijn. Dit was alles behalve het paragliden wat we ons voorgesteld hadden. Niks van een klif rennen, maar in een gemotoriseerde winkelwagen zo rechtstreeks de lucht in. We hebben dus snel rechtsomkeer gemaakt om zo de paraglide wens te vervangen door nog meer eten.

Na het Arequipa free tour debacle gingen we toch met goede moed naar de Lima free tour. Deze was buiten saaaai ook heel saaaaaai en dan ook nog eens niet lachwekkend. Het zal niet aan de stad gelegen hebben maar vooral aan de gids, die vooral veel te melden had over zijn eigen reisavonturen. Halverwege de tour konden we het niet meer aan en zijn we onze eigen weg ingeslagen. Buiten de nieuw vergaarde wijsheid dat Peru 4000 of 5000 of toch 500 soorten aardappelen verbouwd, hebben we er niet veel van opgestoken.

En dan het moment van de waarheid, onze wegen worden weer opgesplitst en gaan we weer terug van “the fantastic 4” naar duo knabbel en non-stop babbel. Knuffelen en snel weglopen was de beste tactiek voor dit afscheid. Wat is de tijd voorbij gevlogen!!! Maar het is een grote troost te weten dat we over 6 weken gewoon weer samen zitten te barbecueën. Wat gezellig was het. Snik

Surfing in Huacachina

Zon en warmte. Na anderhalve maand op hoogte te zijn geweest, met bijkomende lage temperaturen, was het dan eindelijk weer tijd om de flip flops uit te pakken. Vanaf Bolivia is het gemiddeld 20 graden overdag geweest en rond de 5 als het zonnetje verdween. Af en toe waren we zelfs jaloers op jullie 35 zwetende graden. Tijd voor “zweet tussen de batsen” weer.
Dus vertrokken we naar de woestijn van Peru, een van de droogste gebieden van Zuid-Amerika, op weg naar Huacachina, de groene oase tussen de duinen van Ica. En hoe kan het ook anders…. het regent!!! Gelukkig duurt dit niet lang en laat het welverdiende zonnetje zich zien.
DSC09908
Huacachina is dus een “oase” in de woestijn, het heeft een lagoon, enkele palmbomen en verder vooral veel lelijke gebouwen, veel lawaai en vooral veel troep op straat:

Nummer 1 activiteit is zandborden en met een lawaaierige buggy door het zand crossen. Wat beiden trouwens super leuk is om mee te maken. De buggy mag je helaas niet zelf besturen, maar het lijkt wel op een achtbaan, je ziet absoluut niet wat komen gaat, dus bovenaan iedere duin, is het weer spannend wat komen gaat….. whieeeeee, een afdaling van 160 graden of een gaap omdat het maar een bultje is. Het sandboarden was er voor mij een om niet te vergeten, bij de eerste poging op het bord te gaan liggen, KRRKRKRR!!!! Ja hoor mijn broek scheurde van onder tot boven door. Met zo’n hels geluid dat het door geen van de 30 personen achter me gemist kon worden. Na hard genant lachen en wat stomme grapjes kruip ik dan toch met de billen bloot op die plank. En hard dat dat gaat. De beste en de snelste manier was gewoon plat op de buik naar onder. De snowboarders kwamen nauwelijks vooruit in het stugge zand en de al zittende surfers vielen 1 voor 1 naast de plank. Al met al moeite waard dus:


Het grootste wijngebied van Peru ligt toevallig in de buurt van Ica, dus Raimon is weer in zijn element en gaan we 3 wijhuizen langs. De eerste 2 zijn ambachtelijke wijnhuizen en oh wat was die wijn bar slecht, de een nog zoeter dan de andere. Gelukkig brouwde ze ook nog pisco, wat de boel een beetje goed maakte. Vooral wijnhuis 2 had heerlijke pisco’s met allerlei smaakjes. Hier moesten dus 2 flesjes van mee om samen met Claire en Simone van te genieten. Als laatste bezochten we het commerciele en oudste wijnhuis van Zuid-Amerika; Tacama. Buiten ook veel overzoete versies waren hier gelukkig ook wat droge rode te vinden. We waren in ieder geval best onder de indruk:


Weer zo’n twijfelgeval, wel of geen Nazca lijnen… we hadden er beiden niet zoveel speciale gevoelens bij. Dus ging de “we zijn er nu toch, misschien krijgen we spijt” regel maar weer op. Dus hop in zo’n 5 persoons vliegtuigje in. Door het draaien van links naar rechts en het snelle zakken en stijgen werden er veel fijne, alla achtbaan, kriebels in je buik gecreeerd. Ik kan er geen genoeg van krijgen, maar Raimon zit sneeuwwit met kleffe handjes naast me (ondanks de pilletjes). Gelukkig bleek het toch een, niet te willen missen ervaring te zijn. Heel apart om dit fenomewn in het echt te zien vanuit een vlieger. Wederom zijn de wetenschappers er nog niet over uit waar deze lijnen voor diende, waarschijnlijk waren het offer tempels voor het verkrijgen van water. Geschat wordt dat ze tussen 200 voor en 900 na christus gemaakt zijn (zo kan ik ook wel schatten). Door weinig regenval en wind zijn ze zo goed bewaard gebleven. Toen de panamericana highway (Alaska naar zuid Chili) aangelegd werd, waren de lijnen nog niet ondekt en werd de “hagedis” in tweeen gedeeld door deze snelweg:

En dan natuurlijk de sunset met onze zonnetjes boven op de duinen: