De weg naar Machu picchu

100 en 1 wegen die naar Machu Picchu leiden. Of liever gezegd 101 manieren om daar te komen. De bekendste is natuurlijk de Inca trail, die als enige optie ook echt op MP uitkomt, wat een magisch uitzicht zal dat zijn (maar deze trek is zodra de boekingen opengaan al uitverkocht). Onder de andere 100 opties vallen minder bekende Inca wegen, lange, zware maar mooie treks, avontuurlijke tochten, maar er gaat ook gewoon een trein richting Machu Picchu town (oftewel Aguas Calientes). Mocht men niet zo fortuinlijk zijn om de trein heen te pakken (zo’n luttele $100 voor een enkeltje) dan komen de andere opties uit bij Hidroelectrica, waar de weg stopt en het nationale park begint. Vanuit hier loop je in 3 uurtjes naar Aguas Calientes.

Claire en Simone waren al een paar maanden zeker van hun zaak en wilde graag een van de zware treks gaan lopen (5-daagse Salkantay trek), op grote hoogte en langs mooie uitzichten en meren. Het zou super zijn geweest als we dit samen hadden kunnen doen, maar 5 dagen lopen was voor ons net iets teveel van het goede. Dus viel onze keuze na lang dubben op een iets afwisselendere trek om het wandelen wat op te breken; de Inca jungle trail (4 daagjes).

Dag 1
Met ons economisch ingepakt dag rugzakje slaan de kriebels toe!! Eindelijk op weg naar het lang bewaard gebleven geheim Machu Picchu. De groep bestaande uit 4 Canadezen, 4 Argentijnen en 2 sjengen zijn redelijk aan elkaar gewaagd. Onze eerste “uitdaging” bestaat uit nogmaals downhill fietsen van 4300 meter naar 1200 meter, maar dit keer minder steil, over asfalt en in dichte mist, niet zo spectaculair, maar toch leuk. In de middag kunnen we gaan raften, 1 aanblik op de rivier (die het begin van de Amazone vormt) en er beginnen toch twijfels te komen. Zoveeeeel schuimkoppen en zo’n snelheid…. Maar de ervaren Canadezen verzekerde ons dat dit riviertje een nummer 3 was op een schaal van 6 en dus appeltje eitje moest zijn. En aangezien raften nog op ons “nog nooit in mijn leven gedaan” lijstje stond vonden we dat we het gokje maar moesten wagen. Paddle, paddle, stop, duck!  Waren de kreten die we 2 uur lang hoorde. Wat een stress en adrenaline komt er dan vrij. Zo vaak in die boot moeten duiken om er niet uitgeslagen te worden. Zooo gaaf, dit zou mijn nieuwe hobby wel kunnen worden was het niet dat de Maas zich alleen leent voor kanootjes die je om de 2 meter weer uit het ondiepe water moet trekken.

(Helaas staan alle rafting filmpjes op de fake “action cam” en krijgen we die pas thuis er vanaf, dus hier alleen de rivier te zien)

Dag 2
Na een goed ontbijt gaan we op weg voor onze wandeltocht van 9 uurtjes, door de jungle, afgewisseld met wat bezoekjes aan koffie, cacao en fruit plantages. De uitzichten zijn mooi en de wandeling niet te zwaar. Om 5 uur komen we, met zware spieren aan, in Santa Teresa om de hotsprings in te duiken. Dat doet goed, badderen in 40 graden om de spieren te laten ontspannen. Op tijd naar bed, ditmaal met veel twijfels over wat me in de ochtend te wachten staat.

Dag 3
Doe ik het wel, doe ik het niet, doe ik het wel, doe ik het niet. Weet je wat, ik doe het wel, al is het met lood in de schoenen. Ziplinen…. op grote hoogte (mijn angst gaat weer op de proef gesteld worden). Raimon was meteen in zijn nopjes en was mijn steun en toeverlaat. We kregen ieder een tuig om met vele haken, die me van een diepe val moesten behoeden, ohoh wat voelde ik me “veilig”. Als klap op de vuurpijl bleek dat we ook nog eens zelf moesten remmen om niet te pletter te slaan. Met een aldoor nerveus gehinnik heb ik me dan toch maar vast laten klikken aan de eerste van de 5 ziplijnen (de langste was maar liefst 800 meter). Whieeeee eigenlijk niks engs aan, het klimmen op het platform was beangstigender, tot het tijd werd voor de geoefende remhouding. Wat bleek ik heb geen talent voor remmen. Dus ziplijn na ziplijn was het weer een prestatie als ik niet een van mijn medereizigers van het platform af schopte. Na het overleven van deze 5 lijntjes werd ik nogmaals op de proef gesteld, ditmaal een bruggetje, waar na ieder plankje van 10cm breedt, de 9 volgende als brandhout waren gebruikt. Bij iedere paal moest je jezelf omhaken, een taak die door de gehele groep met een vliegensvlugge handeling gedaan werd maar natuurlijk bij moi resulteerde in nog meer lachsalvo’s.
Toch een beetje trots en blij dat iedereen de overkant veilig gehaald had gingen we op pad naar Hidroelectica voor de 3 uur durende wandeltocht in de regen richting Machu Picchu town. En daar zagen we onze dappere en vermoeide vriendinnetjes weer voor een biertje.

Dag 4
De grote dag, een van de 7 “nieuwe” wereldwonderen staat zo maar even op het programma. Lui met het busje in alle vroegte omhoog om zo voor de drukte dit Inca wonder te aanschouwen. Nou ja, die drukte was er toch wel al een beetje, maar het voelde toch enorm speciaal en zelfs Raimon werd er even stil van (nog een wonder). Hoe en waarvoor deze stad gebouwd is geweest blijft wederom giswerk, maar het magische straalt ervan af, wat vooral ook komt door die mooie bergen eromheen. Hoe toeristisch het ook moge zijn, het hoort echt wel op je bucket list te staan. Het maakte het extra bijzonder om met zijn 4en hier rond te mogen lopen.
De treinrit terug door de sacred valley maakte onze dag helemaal af. We waren moe en voldaan.

Cuzco, capital of the Inca Empire

Eerst even wat geschiedenisles; Cuzco was voor de verovering van de Spanjaarden de hoofdstad van het Inca rijk en lag precies in het midden van de 4 delen waarin het rijk opgedeeld was, het liep van Quito (Ecuador) tot ongeveer Santiago in Chili (wat het Inca-rijk het grootste rijk van de wereld maakte). Voor de Inca’s was Cuzco een heilige stad, de legende gaat als volgt; de zoon van de zon en de dochter van de maan (beiden op de wereld gezet op het Titikaka meer) besloten om zich hier te vestigen (rond de 12de eeuw) omdat het hier vruchtbaar genoeg was, zo begon het ontstaan van het Inca-rijk. Onder dwangarbeid werden in die tijd vele tempels en dorpen gebouwd, met hun ongeëvenaarde stevige en uiterst slimme bouwstijl, bestand tegen de aardbevingen. In 1533 arriveerde de Spanjaard Francisco Pizarro, deze veroverde en plunderde de stad (en trouwens ook de rest van het rijk) in zijn geheel. Alle Inca tempels werden vernietigd om plaats te maken voor katholieken kerken, die gebouwd werden op de resten van de tempels. Jaa, ik heb wel een beetje opgelet tijdens de free tour.
Helaas zijn niet alleen, zo goed als, alle gebouwen maar ook al het naslagwerk over de Inca’s vernietigd. Wat we nu weten over de Inca’s is 60% giswerk, 30% goed giswerk en maar liefst 10% zijn feiten.

Na de vondst in 1911 van Machu Picchu werd de stad weer groots. Cuzco telt ongeveer 350.000 inwoners en is nu de toeristische hoofdstad van Peru. De stad zelf is na de plundering en vele aardbevingen nog steeds erg mooi. Je vind gelukkig nog redelijk wat Inca overblijfselen en eigenlijk zijn de vele kerken ook adembenemend (al zouden ze er eigenlijk niet horen te staan). Maar wees gewaarschuwd het is echt overspoeld met toeristen (kan er natuurlijk niet veel over zeggen want wij maken daar ook deel van uit), iedere stap die je maakt wordt je aangesproken of je niet een toertje wilt doen, misschien een massage of gewoon een beetje coke om de neus mee te bepoederen. NO GRACIAS! Is dan mijn standaard verweer in de ochtend. Ogen gericht op de grond en heel dapper op zijn Nederlands grauwelend “laat me toch met rust” wordt het verweer naarmate de dag vordert.

Sacsayhuaman (uitgesproken als sexy woman), prijkt hoog boven de stad, dit was voor de Spanjaarden arriveerde een enorm bouwwerk waarvan de veroveraars niet geloofde dat de Inca’s in staat zouden zijn dit te maken. En het vervolgens vernietigd werd omdat het wel het werk van demonen moest zijn. Waar het bouwwerk voor gediend heeft is wederom nooit duidelijk geworden:

De mooie binnenstad, helaas mocht je in geen kerk en museum foto’s maken:


En natuurlijk was er weer veel gezelligheid is Cuzco met onze vriendinnetjes, wij doorgewinterde “voetbalfans” hebben zelfs voor Ajax staan supporteren (niet dat het wat geholpen heeft, maar aan ons heeft het niet gelegen):


Vanuit Cuzco kan je op vele manieren een trip maken richting een van de “nieuwe” wereldwonderen Machu Picchu, van dagtripjes tot 5 daagse trekkingen (meer over onze keuze te zien in de volgende blog) maar ook trips naar de heilige vallei, rainbow mountain (helaas te slecht weer voor) en nog veel meer bestemmingen, niet gek dus dat dit stadje het toeristische middelpunt van Peru is. So much to see, so much to do!

Volgende keer meer over de “oude berg”

 

Arequipa with friends

Peru it is!! Na Puna gaan we op weg, met op hol geslagen hartjes, naar Arequipa, naar het moment waar we lang op hebben moeten wachten en waar we ons enorm op verheugd hebben; hoog bezoek van onze lieve vriendinnetjes Claire & Simone die 3 weken met ons mee komen reizen.
Eindelijk was het moment van verzoening daar, met knikkende knieen en het zweet op de bovenlip naderde we de afgesproken plek, maar bij het eerste aanblik was het weer als vanouds. Zo fijn om weer samen te kunnen borrelen met een piscootje sour of een grande cerveza. We hebben om te beginnen genoeg drankjes gedaan om alle verloren borrelmomenten in te halen:

Mochten jullie op enkele foto’s een slap aftreksel van het “hardrock” symbool gemaakt door onze vingers zien, dan is dit het nieuwe en vele male ruigere teken van “the alpaca”, soon to be introduced in the Netherlands!

Arequipa wordt net als Sucre de witte stad genoemd. Door haar vele witte gebouwen maar naar zeggen ook omdat in de Spaanse tijd de Peruanen verbannen werden en er alleen “blanken” in mochten, de Spanjaarden dus. Tja, Bolivianen zijn niet de enige die elkaars verhalen tegenspreken. Wederom alles met dat korreltje zout nemen. Het is met 750.000 inwoners de 3st grootste stad van Peru. Het is erg mooie stad en niet te vergeten ook nog eens ergggg gezellig:

Omdat onze uitgekozen free tour gids niet kwam opdagen, zijn we als alternatief met zijn allen in de slechtste free tour ooit gerold (okay niet komen opdagen is misschien nog wel slechter), maar daardoor ook wel weer erg grappig, alleen dat was al een tip waard. Onze “gids” was net begonnen met deze free tours te geven, ze ratelde stukjes uit de geschiedenisboeken op, die op een later tijdstip overhoord werden. Haar moeder volgde ons overal om ons met van alles en nog wat op de foto te zetten, altijd in gezelschap van het zeer decoratieve AT reclame bordje, duurt niet lang meer en we zijn wereld beroemd in Arequipa:

De stad is omgeven door 3 vulkanen; de Misti is 5800 meter hoog is de trots van Arequipa (vanuit ieder punt van de stad te zien), de hoogste; Chachani (6000 meter) en Pichu Pichu 5700 metertjes.
De laatste zijn we als 4 dappere dodo’s in sneltreinvaart naar onder gedenderd op de mountainbike. Jong wat waren we snel, of de rest gewoon erg langzaam. Een tocht die “normaal” 3 uur zou duren hadden we toch maar even in minder dan de helft van de tijd gereden. Zoef zoef:

Na 2 dagen splitsten onze wegen alweer voor 2 dagen, Claire en Simone wilde de stad nog wat verder verkennen en wij vertrokken voor een 2 daagse Colca Canyon trek, een kloof die 2x zo diep is als de Grand Canyon. De eerste dag was goed te doen en bestond uit 7 uur lopen, vooral dalen en veel kletsen met onze gezellige mede trekkers. In de avond verbleven we op de bodem, in de oase, van de Canyon. Zwembadje, cocktailtje, koude douche, bedje en weer opladen voor de 4 uur durende klim terug naar boven. Om 05:00 stonden we weer paraat, met ons groepje van 5 musketiers, om zover mogelijk te geraken voor de zon op kwam en het heel heet zou worden. Dus met de headlight op onze slapende bolletjes stappen we het duister in. Die frisse moed was eigenlijk al na 15 minuten verdwenen, toen bleek dat ze met steil, ook echt STEIL bedoelde…. ons gezellig clubje veranderde in een chagrijnige “oude van dagen” club die al gauw uiteen viel. Maar de tocht was het gelukkig meer dan waard, zelfs voor de opper knoteraar (zal geen namen noemen). Wat een enorm mooie uitzichten:

En zooo cool om condors in het echt te zien:

De Colca Vallei is bijna even indrukwekkend als de Colca Canyon zelf:

Eenmaal terug in Arequipa hop de nachtbus in op weg naar…..

Recap Bolivia

Bolivia stond eigenlijk alleen op ons lijstje omdat we er toch doorheen moesten vanuit Argentinië of Chili richting Peru en natuurlijk voor de enorme zoutvlaktes. Verder wisten we niet goed wat we ervan konden verwachten. We dachten dat we aan 2 weekjes wel genoeg zouden hebben, maar we zijn er dik 3 gebleven en het had wat ons betreft nog wel langer mogen duren!

De bevolking heeft het lachen niet uitgevonden, maar iedereen is wel erg aardig. We hebben vaak gehoord dat de mensen in Bolivia een verademing zijn ten opzichte van Argentijnen en Chilenen, maar dat heb ik niet echt ervaren. We hebben waarschijnlijk ook geluk in die 2 landen gehad. We voelde ons in alle 3 de landen goed thuis. Bolivia is wel een stuk authentieker. Je ziet nog veel “traditionele” klederdracht en het is lang niet zo toeristisch als haar zuiderburen.  Traditioneel heb ik even tussen haakjes gezet omdat dit eigenlijk ook niet traditioneel is, maar ondertussen is geworden. De jurken, die de heupen breder lijken te maken komen eigenlijk van de trend in Europa toen flinker in was en de rijken in mooie jurken liepen. Dit hebben ze willen kopiëren, wat niet helemaal gelukt is, al zien ze er allemaal prachtig uit. Het verhaal gaat dat de bolhoed stamt uit de Engelse tijd daar. De Engelse wilde bolhoeden gaan verkopen in Bolivia maar stuurde een heel schip te kleine op. Toen de mannen deze niet wilde hebben ze de vrouwen wijsgemaakt dat het de laatste trend in Europa was om als vrouw een te kleine bolhoed te dragen. En voila, dit is de “traditionele” klederdracht van de cholitas:

80% van de bevolking is katholiek, zo goed als iedereen in Bolivia gelooft tevens in pachamama; Moeder aarde. Hier komen verschillende rituelen bij kijken. Ze offeren bijvoorbeeld cocabladeren, alcohol en lama foetussen (zijn wel dood geboren), dit doen ze vooral voor bescherming. Er wordt zelfs gesproken over menselijke offers die af en toe gebeuren, vooral in de bouw. Het moet wel iemand zijn die niet gemist wordt….. ze raden je dan ook ten strengste af om niet ergens zat in een steegje terecht te komen…. Ook zijn potions helemaal in, je kan ze voor pijntjes krijgen maar bijvoorbeeld ook een liefdesdrankje voor de liefhebbers…. Deze dingen kan je allemaal in La Paz op de heksenmarkt kopen.

Zoals ik al zei is het toerisme nog niet op gang gekomen, wat wel vreemd is want het land heeft heel veel te bieden. Leuke steden, aardige mensen, mooie cultuur, de immense altiplano, maar ook de pampa’s en de amazones. Dit is vooral aan de Bolivianen zelf te danken, er worden geen duidelijke tours aangeboden, de keuze is klein (iedereen biedt precies hetzelfde aan), terwijl er zoveel moois te zien is. Mocht je in de ene tour een leuk weetje te horen krijgen, heb je grote kans dat je de dag erna een compleet andere versie van te horen krijgt.  Ook is het transport erg slecht. De wegen zijn slecht, de bussen hangen met wat ducktape aan elkaar en de chauffeurs zijn verschrikkelijk. Als je bijvoorbeeld naar de pampa’s wilt kom je er alleen met een busrit die levensgevaarlijk is. Dit schrikt de mensen toch wel wat af en besluiten dan gewoon maar in Peru ofzo naar de amazone te gaan.

Het eten in Bolivia is eigenlijk wel meegevallen, okay je krijgt bij alles wat je besteld rijst EN frieten en met wat geluk een blaadje sla en een tomaatje. Maar het is allemaal erg smaakvol en zeer vullend. Ze houden van aardappelen (400 soorten), quinoa, pasta, rijst en vlees, zolang het maar koolhydraatrijk is. Ze drinken vooral veel bier (smaken allemaal goed) en dat 96% alcohol drankje zie je ook wel vaak genuttigd worden. In Bolivia wordt ook wijn gemaakt en heel slecht zijn ze niet, de reserva’s smaken zelfs goed, maar kosten hier €10,- wat voor Bolivia heel duur is. Voor lunch is overal een menuutje te krijgen van ongeveer €3,- voor 3 gangen. Dus wij aten meestal uitgebreid bij de lunch en in de avond nog een empanadaatje ofzo. Spot goedkoop dus (das dan het voordeel van een minder toeristisch land. De prijzen kwamen eigenlijk wel overeen met Azië, misschien sommige dingen nog wel goedkoper. Alleen de accommodaties zijn wat duurder dan daar. De toertjes kosten ook niet veel en kunnen dus nooit tegenvallen voor dat geld. In Bolivia hebben we ons nooit “bezeikt” gevoeld, dat zal waarschijnlijk wel komen omdat het nog niet al te toeristisch is. Ben benieuwd hoe dat gaat in onze volgende bestemming Peru.

Al met al krijgt Bolivia door haar schoonheid, de prijzen, het avontuur, de cultuur en haar kleurrijkheid een 8,5. Echt een aanrader.
We gaan zeker een keer terug en willen dan ook het lager gelegen deel van Bolivia gaan bekijken.

Op en rond het Titikakameer

Het Titikakameer is het hoogst gelegen “commercieel bevaarbare” meer van de wereld, het ligt op een hoogte van 3800 meter en is gemiddeld 160 meter diep. Het meer ligt voor een deel in Bolivia en voor een deel in Peru. We hadden al van vele reizigers vernomen dat de kant van Bolivia veel mooier was, dus we gingen op weg naar Copacabana, een klein plaatsje aan het meer vlakbij de Peruaanse grens met 6000 inwoners. In het stadje hangt een leuke sfeer en in het weekend is het vol met Bolivianen die hun dagen daar spenderen voor fun, maar ook voor de zegening van hun auto, ja je hoort het goed iedere zaterdag ochtend om 10 uur kan je je auto laten zegenen. Men neemt een mooi versierde auto met bloemen (toegegeven onderstaande foto was niet de beste keus), een pater, fles champagne (voor de minder bedeelde bier) en wat vuurwerk en de ceremonie is compleet. Zo kan je weer de weg op met een beschermde bak. Helaas waren we nog niet in Copacabana om het hele ritueel te aanschouwen:

De uitzichten zijn geweldig van de verschillende heuvels rond het plaatsje:

We zijn met de ferry over gegaan naar de eilanden Isla de Luna en Isla del Sol, deze eilanden waren van grote betekenis voor de Inca’s, van hier heb je tevens nog mooiere uitzichten over het meer en de omringende bergen:

Op Isla del Sol heerst helaas een mini oorlog tussen noord en zuid. Het zuiden is het toeristische gedeelte en was een nieuw hotel aan het bouwen te dicht, volgens de noordelingen, bij een Inca ruïne, waarna deze het betreffende hotel opgeblazen hebben… Dus om een lang verhaal kort te maken was het noorden niet bereikbaar uit veiligheidsoverwegingen. Onze nacht op het eiland hebben we dus maar geannuleerd en zijn alleen voor een dagje die kant op gegaan.

Horca del Inca (de galg van de Inca’s), is zo genoemd door de Inca’s maar het is eigenlijk een pre-Inca gebied dat werd gebruikt als astronomisch uitkijkpunt:

De heerlijkste forel (oorspronkelijk geen vis uit het titikakameer, maar uitgezet hier door Japanners) eten in een van de vele restaurantjes aan het water:

Iedere avond genoten van een cocktail en zonsondergang:

Het meer vanuit Puno (Peruaanse kant):

Puno zelf is niet veel te beleven, Boliviaanse kant van het meer heeft zeker de voorkeur:

En dan nu op naar Arequipa, waar we enorm veeeel zin in hebben alleen al omdat onze lieve vriendinnetjes Claire en Simone daar zullen zijn!!

La Paz, either you love it or you hate it

Nou “we loved it”! De meeste mensen verkiezen het vele malen kleinere en rustigere Sucre boven La Paz, maar wij vonden de hectiek juist erg charmant.

We trakteerde onszelf op een vlucht van Sucre naar La Paz, wat geen overbodige luxe is met de wegen en de bussen hier, de uitzichten waren te gek:

Naar horen schijnt het niet de meest veilige stad te zijn, maar gelukkig hebben we daar weinig van gemerkt. La Paz is de stad waar de regering van Bolivia gevestigd is, is met zo’n 2.000.000 inwoners (El Alto meegerekend) de grootste stad van Bolivia en een van de hoogst gelegen steden van de wereld. De “wijk” El Alto waar ook het vliegveld gevestigd is ligt op 4100 meter hoogte midden tussen de mooie Andes. De oude binnenstad ligt op 3600 meter in een vallei. De stad heeft nu 4 kabelbanen die de delen van de stad verbinden, er zijn er nog 3 in aanbouw:

Het oude centrum bevat vele mooie gebouwen:

Ook staat het bekend om de San Pedro gevangenis midden in het centrum, deze bijzondere en enorm corrupte gevangenis wordt gerund door de gevangen zelf, ze hebben allemaal het recht een eigen bedrijfje op te zetten in de gevangenis. En zo wordt er ook veel cocaïne geproduceerd en op de meest bijzondere wijzen naar buiten gesmokkeld. Het gezin van de gevangenen woont ook in dit “dorp” en bewakers vind je alleen buiten de muren:

DSC08935

Vanuit La Paz kunnen je wel 100de activiteiten doen, van trekkings over gletsjers, tot jungle tochten. Zo hebben wij een avondje een super leuke en lekkere foodtour gedaan:

Een avondje Cholitas wrestling gaan bekijken, Boliviaanse dames in hun traditionele klederdracht die elkaar te lijf gaan. Het is net als de Amerikaanse versie allemaal in kaart gezet en enorm slecht geacteerd. Maar zo enorm grappig, we hebben alleen maar in een deuk gelegen, terwijl de stoelen om je oren vlogen:

De highlight voor ons was het fietsen op de gevaarlijkste weg van de wereld “death road”, je raad het al, zo genoemd omdat er de meeste doden vielen. Er is nu een nieuwe en veiligere weg aangelegd. Op een enkele auto na en wat gekke fietsers wordt deze weg niet meer gebruikt. Ik heb een hele tijd getwijfeld of ik dit wel moest doen maar met knikkende knieën toch toegestemd. En daar ben ik enorm blij om!! Buiten de kick en de adrenaline waar je op teert bij de afdaling is het ook nog eens een super mooie tocht. Je daalt af van 4700 meter hoogte in de altiplano. Naar 1200 meter in de amazone. Zoveel mooie uitzichten, maar het was vooral zaak om je ogen op de weg te houden, die smal en bochtig was, vol met stenen, kiezels en gladheid en natuurlijk nooit een railing heeft gekend. Al moet ik het zelf zeggen, we hadden er een behoorlijk tempo op:

Op naar helaas de laatste stop in Bolivia het titicacameer.

Sucre, de witte stad

Sucre is de hoofdstad van Bolivia, al telt het veel minder inwoners (190.000) dan andere steden in Bolivia.
De regering is dan ook gevestigd in La Paz wat de economische hoofdstad van het land is.
De binnenstad is de best bewaarde Spaanse koloniale stad in heel Zuid-Amerika en staat net als Potosi op de werelderfgoedlijst.
De stad heeft een hele relaxte vibe, de parken vol met studenten die aan het blokken zijn, toeristen die op onderzoek uit zijn en locals die van het zonnetje genieten. Hier lijkt alles nog 10 passen langzamer te gaan en dat is heel wat voor Zuid-Amerika. Ook ligt het op een redelijk aangename hoogte van 2900 meter, waardoor het weer t-shirt weer is. De meeste universiteiten van het land zijn hier gevestigd en het trekt ook enorm veel Europese toeristen/studenten die Spaans willen leren.

We zijn 5 dagen gebleven en hebben, echt waar, geen ruk uitgevoerd. Even gedacht aan een paar dagen Spaans cursus, maar aangezien we er in een weekend waren en ze hier op 1 mei ook nog eens vrij hebben, zou dat uitkomen op een hele dag cursus wat ons niet de moeite waard leek, aangezien we toch al tot 10 kunnen tellen. Wat we wel gedaan hebben is; veel wandelen, veel lezen en uitgebreider koningsdag gevierd dan ooit te voren. Nederlanders zijn echt overal, dus een Nederlandse bar doet het ook echt overal goed;

Iedere dag verse sapjes halen op de, te gekke, markt;

De witte stad, omdat het er zo wit is;

Omdat we niet veel gedaan hebben valt er dus ook niet zoveel te vertellen.
Adios amigos