Eindelijk is het dan zover, we gaan de grootste zoutvlakte van de wereld bekijken. De tour duurt 4 dagen waarvan we eigenlijk alleen de laatste dag op de zoutvlaktes zullen zijn, de rest bestaat uit veel rijden, met onderweg zoveel mooie dingen te zien.
We vertrekken vanuit Tupiza met als “familia” voor de komende 4 dagen; twee 4×4 jeeps, 2 te gekke chauffeurs alias gidsen, 1 lieve, heerlijke gerechten makende Boliviaanse kokkin en 6 medereizigers. Dit waren de ingrediënten voor heel veel mooie, maar ook heel veel bijna in je broek piesende momenten van het lachen. Tjonge wat hadden we een geluk met onze groep, bestaande uit een ouder Italiaans koppel (Guiseppe & Luciana) die tevens onze steun en toeverlaat waren als ons Spaans weer eens tekort kwam, een Duits stel (Nadine & Ruben) zo gek als een deur, de eerste grappige Duitsers die we tegen zijn gekomen, een Amerikaanse jongen (Evan), de rustigste en droogste van het stel en dan de Nederlandse spring in het veld Gaby, met energie voor 10.
De tocht opzicht is lichamelijk niet zwaar maar de hoogtes maakte het zwaar. De eerste dag ga je vanuit Tupiza (3000) meter bijna direct naar boven de 4000 meter en je slaapt op 4200 meter, buiten het happen naar adem heb ik vooral de eerste 2 avonden enorme koppijn gehad, gelukkig viel het overdag wel mee. Eigenlijk had bijna iedereen uit onze groep wel last van iets. In andere groepen hebben we menigeen gezien die er veel erger aan toe waren en bijvoorbeeld 4 dagen niks binnen hebben kunnen houden. Overdag was het een aangename 20 graden boven op de plateaus, maar s’ nachts daalde deze temperatuur naar -10. De hostels waren erg basic dus helaas geen verwarming. Na het avondeten rond 9 uur lagen we dus meestal wel in bedje met wel 10 dekens over ons heen tegen de kou.
De 3de dag en nacht daalde we voor de zoutvlaktes af naar iets onder de 4000 meter en verdween de koppijn als sneeuw voor de zon. Maar de tocht was het meer dan waard en we kunnen er alleen maar met een glimlach op ons gezicht aan terug denken.
Waar te beginnen, ik weet niet eens meer wat we allemaal gezien hebben, bijna teveel om op te noemen. We kwamen langs vulkanen:
Reden over de altiplano met haar vele meren die de gekste kleuren hadden, van rood tot zwart. In deze meren leven wel 100de flamingo’s:
Geisers:
Beestjes:
Gekke steen en rotsformaties en een lekke band echt ” in the middle of nowhere”:
De trots van Bolivia, de Dakar rally, die al 4 jaar hier gehouden is:
En natuurlijk de enorme gave zoutvlaktes van Uyuni met de onvermijdelijke “loco” foto’s:

Na 4 dagen is het bijna moeilijk afscheid te nemen van deze “familia”. We worden in het plaatsje Uyuni gedropt, wij blijven hier nog een nachtje en de rest gaat ieder een andere kant van Bolivia op. We zien mekaar vast nog wel.
Onder het treuren kwamen we erachter dat Catherine en Phill (de lifters uit NZ) ook in Uyuni waren, dit maakte de dag weer goed! Biertje drinken dus😆:
